Special - De Tour de France

De honderdste Tour de France. Een van de primeurs ter gelegenheid van dat jubileum is op de slotdag, zondag 21 juli. De rondjes op de Champs-Élysées worden dan ’s avonds gereden. De renners passeren telkens niet alleen de feestelijk verlichte Arc de Triomphe maar ook een speciale eretribune op de Place de la Concorde. Die is gereserveerd voor alle renners die ooit de Tour hebben uitgereden en nog in leven zijn. Van de 8339 ‘uitrijders’ zijn dat er ruim tweeduizend. Het is te lezen in Handboek Tour de France 2013, een uitgave van Ambo die door Michael Boogerd en Maarten Scholten is samengesteld. Een handige gids om bij de hand de hand te hebben aangezien van elk van de 21 etappes vanuit het perspectief van Boogerd een kenschets wordt gegeven.

Verder wordt ingegaan op de wielergeschiedenis in het algemeen en op de tourhistorie in het bijzonder, worden begrippen uit de wielertaal als waterdrager, cartouche, meezitten en roller toegelicht, zijn er overzichten van de winnaars van de verschillende truien, van de deelnemende ploegen, van de favorieten en zijn er tal van weetjes te rapen als het aantal keren dat een renner gedurende een Tour valt (gemiddeld drie keer) en dat Bradley Wiggins ‘niet echt een meester-daler’ is, wat door de Tourwinnaar van 2012 in de recente Giro d’Italia meer dan overtuigend werd geïllustreerd.

Het Frankrijk van de Tour
Ook een boek om dezer dagen voortdurend onder handbereik te hebben is Het Frankrijk van de Tour van Jeroen Wielaert, een uitgave van De Arbeiderspers waarvan dit jaar een herziene en uitgebreide tweede druk is verschenen. Meer dan louter een wielerboek is het een boek over de unieke plaats die de Tour in de loop der jaren is gaan innemen in Frankrijk, cruciaal voor het beeld dat het land van zichzelf aan de wereld wil uitdragen. Het Frankrijk van de Tour is zowel een geschiedenis van de Tour en van het land waar die doorheen voert als een inspirerende culturele reisgids. In de gele katernen wordt ingegaan op de geschiedenis: op de oerronde van 1903, op de route langs de grenzen van Frankrijk en door het ‘vrije’ binnenland, op de jaren van ‘vernieuwing’, waarin de organisatie te kampen kreeg met het gigantisme van het evenement en de bemoeienis van de justitie, en op de beleving van de Tour in Nederland. Bewust heeft Wielaert ervoor gekozen de naam van Lance Armstrong niet te schrappen uit de lijsten in het boek. ‘In al zijn bedrieglijkheid is de Texaan toch de beste wielrenner van zijn generatie.’

De geschiedenis en de culturele highlights van steden als Marseille, Toulouse, Bordeaux, Charleville-Mézières (de geboortestad van Arthur Rimbaud), Nice, Pau, Parijs en vele andere passeren de revue. Uitgelicht worden ook cols als de Tourmalet, de Aubisque, de Peyresourde, de Puy de Dôme, de Alpe d’Huez en de Mont Ventoux, de meest literaire van alle Tourcols, bezongen door menig dichter en schrijver.

De kale berg
De Mont Ventoux, de wrede berg ook waar Tom Simpson op 13 juli 1967 het leven liet, is onderwerp van De kale berg : op en over de Mont Ventoux van Lex Reurings en Willem Janssen Steenberg, waarvan dit jaar bij Thomas Rap de geactualiseerde en uitgebreide tiende druk is verschenen. Het boek, ‘de bijbel van elke Ventoux-bedwinger,’ aldus Bert Wagendorp in de verantwoording van Ventoux, is vooral gericht op de vele Nederbelgen die zelf de 1912 meter hoge berg willen bedwingen, éénmaal, of driemaal op een dag (Cinglé) of viermaal (Galérien) of zelfs zesmaal (Bicinglette), ‘oftewel 272 km en 8886 m hoogteverschil. Daarna weet je wel zo ongeveer de weg op de Ventoux.’ Na de eerste druk uit 2002 zijn daar nog de vijfvoudige beklimming (Diable) en de zesvoudige beklimming langs zoveel mogelijk verschillende routes (Cannibale) bijgekomen. Daar zal het bij blijven, want zeven beklimmingen op een dag, ‘dat zou gekkenwerk zijn’.

Het boek bevat onder meer hoofdstukken over Tom Simpson als de eerste dopingdode, waarbij ook wordt ingegaan op zijn leven en zijn successen (met winst in het WK van 1965 als het meest aansprekende), over de wegen naar en de gebouwen op de top, over training en voeding en uiteraard versnellingen en verzetten, over de rol van de berg in Parijs-Nice, in de Dauphiné Libéré (met de snelste beklimming die tot op heden is geregistreerd: 55 minuten en 51 seconden door Iban Mayo op 10 juni 2004) en in de Tour de France. Verder veel statische gegevens, persoonlijke verhalen over beklimmingen en een kleine bloemlezing uit de literatuur over de Mont Ventoux.

Mijn rondje
Nog een boek dat zeker de fietsende Nederlanders zal aanspreken, is het door Pieter Cramer en Lean Hodselmans samengestelde Mijn rondje : trainingsroutes van profrenners en bekende wielerfanaten, een uitgave van Nijgh & Van Ditmar. Bij die trainingsroutes gaat het niet om mooie plekjes of een idyllisch landschap maar om het trainingseffect. Niet minder dan 32 van die trainingsroutes worden aan de hand van kaarten en gesprekken uitgetekend, van onder meer Nikki Terpstra, Bert Wagendorp, Lars Boom, Marianne Vos, Rick de Leeuw, Herman van der Zandt en Peter Winnen.

De route van Peter Winnen was een rondje Berg en Dal. ‘Vanaf Groesbeek tot Venray zat ik nog anderhalf uur in m’n eentje met m’n zere poten tegen de wind in te boren en dan begon het te malen in mijn hoofd. Over van alles. Ik was bezig met dat beperkte wereldje dat ik als profrenner had. Soms zat er iets meer ruimte in, dan dacht ik over een boek na dat ik gelezen had, maar meestal had het niet zoveel om het lijf.’ In juni 2011 hebben Iris en Klaas Koppe voor Literatuurplein overigens met Peter Winnen een video gemaakt waarin hij terugkeert naar zijn eerste berg, de op 32 meter boven NAP gelegen Weverslose Berg, waar hij twee keer bijna het leven heeft gelaten.

God of duivel
Van Winnen zelf is dit jaar bij Thomas Rap God of duivel verschenen, waarin hij een groot deel van zijn aan doping gerelateerde columns uit de afgelopen tien jaar heeft gebundeld. Hij noemt doping een dankbaar onderwerp voor de wielercolumnist, ‘juist omdat het omgeven is met zo veel geheimzinnigheid’. In de columns gaat het onder veel meer over de autopsie op Marco Pantani die zich slachtoffer heeft gevoeld van een heksenjacht door de Italiaanse justitie (‘Waar ik van word beschuldigd, doet toch iedereen in het wielrennen,’ is een van zijn noodkreten), over out of competition-controles, over het besluit van ARD en ZDF in 2007 per direct de verslaggeving vanuit de Tour te staken, over het wielermanagement van de Rabo (‘Het spel van afschuiven, correcties op elkaar, het debiteren van gemeenplaatsen is al in volle gang.’) en over Tyler Hamilton versus Lance Armstrong.

Het mysterie van de eerste gele trui
De bundel van Winnen bevat ook een gefingeerd gesprek met Armstrong. De Texaan prikkelt behoorlijk de fantasie. Zo is het laatste van de negen stukken in Het mysterie van de eerste gele trui van Herman Chevrolet, een uitgave van De Arbeiderspers, een gefingeerde monoloog van een verongelijkte en hautaine Armstrong. Deze scheldkanonnade is bepaald niet de sterkste bijdrage in de bundel. Als Armstrong zich in dit soort bewoordingen had uitgelaten, was hij al door de mand gevallen nog voordat hij zich zelfs maar in de buurt van dr. Ferrari had gewaagd. De monoloog mist geheel het doortrapte raffinement waardoor The Boss zich al die jaren heeft weten te handhaven.

Gelukkig bevat de bundel verder veel mooie verhalen, zoals het titelverhaal. Om de leider van het klassement te laten opvallen in de grauwe massa van coureurs kwam Henri Desgrange, stichter en directeur van de Tour, in 1913 op het idee hem een goudgekleurde trui te laten dragen. ‘Een teken van glorie voor hij die het verdiende, dat moest het zijn.’ Die leider moest dan wel een Fransman zijn want Desgrange hield niet van buitenlanders die zijn wedstrijd kwamen winnen. De Belg Philippe Thys doorkruiste echter het mooie plan en moest tot overmaat van ramp ook nog via zijn ploegleider worden gedwongen de trui aan te trekken. Dat was geen gouden maar een gele trui die de ploegleider op eigen kosten had moeten kopen. ‘Thys mopperde, Thys vloekte,’ maar moest de trui blijven dragen en de ontstemde Desgrange maakte er in L’Auto geen woord aan vuil. Weer in zijn gewone trui, werd Thys winnaar van de ronde. Ook de ronde van 1914 won hij, van begin tot eind dominerend. Zelfs door hem in de voorlaatste etappe een half uur straftijd op te leggen kon Desgrange dat niet verhinderen. In de ronde van 1919 (de eerste na de Eerste Wereldoorlog) kon Desgrange eindelijk de gele trui overhandigen aan een Fransman, Eugène Christophe, maar zowaar was het een Belg die in het geel Parijs haalde: Firmin Lambot.

De spectaculairste Tour aller tijden
Een van de andere verhalen gaat over de pas de deux die Bernard Hinault en Greg LeMond opvoerden in de Tour van 1986. Chevrolet verwijst daarbij naar het boek Slaying the Badger van Richard Moore, ‘zonder twijfel een van de beste wielerboeken ooit geschreven’. Het is dit jaar als De spectaculairste Tour aller tijden in vertaling verschenen bij Meulenhoff. Het is het verhaal van de botsing tussen twee volstrekt tegengestelde persoonlijkheden, de agressieve, norse en onversaagde Hinault en de vriendelijke, openhartige en kwetsbare LeMond, tussen twee radicaal verschillende werelden, de ‘oude wereld’ van de wielrennerij, zoals belichaamd door de Fransman Hinault, en de ‘nieuwe’, zoals vertegenwoordigd door de Amerikaan LeMond.

Een groot deel van het boek is gewijd aan verhalen over de twee opponenten en over mensen en gebeurtenissen die kunnen gelden als een prelude op deze Tour van 1986. Vooraf was afgesproken dat Hinault zijn Amerikaanse ploeggenoot aan de overwinning zou helpen, maar hij zette alles op alles en schuwde geen middel om zelf voor de zesde keer te winnen. Legendarisch zijn de beelden toen beiden, nadat LeMond eindelijk de gele trui had veroverd, ver voor de anderen de Alpe d’Huez opreden: ‘Hij [LeMond] steekt zijn arm uit naar Hinault en geeft hem een klopje op zijn rug. Hinault kijkt opzij en glimlacht. Nu is er genegenheid tussen hen. Ze praten. Ze glimlachen allebei. Ze wisselen nog een paar woorden. Ze grijpen elkaars hand in de lucht en dan laat LeMond zich weer terugzakken en hij lijkt Hinault bijna naar voren te duwen, zodat die de etappe op zijn naam kan schrijven.’

Helden van de Tour
In Helden van de Tour van striptekenaar en illustrator Jan Cleijne, een uitgave van Oog & Blik, is dat moment treffend in beeld gebracht. Het boek is een geschiedenis van de Tour in tien hoofdstukken, met memorabele momenten als de koninginnenrit door de Pyreneeën in de Tour van 1926, toen door de combinatie van zes reuzencols en hels noodweer veel renners onderweg waren blijven steken, en de gewonnen etappes in de Tour van 1948 waarmee Gino Bartali een burgeroorlog in Italië afwendde. In een aantal hoofdstukken staan helden als André Leducq, Fausto Coppi, Jacques Anquetil, Eddy Merckx en Bernard Hinault centraal.

Helden van de Tour is een informatief boek dat ook de negatieve kanten van het moderne wielrennen belicht,’ schreef Guus Bauer in zijn recensie over het boek op Literatuurplein. ‘Deze beeldroman doet weer terugverlangen naar de begindagen van de sport, waarin de commerciële belangen nog niet zo gigantisch waren. Al had onze eigen Wim van Est, die tijdens de afdaling van de Aubisque in het ravijn donderde en niets mankeerde, net zo goed baat bij de reclame-uiting van de sponsor als de horlogefabriek Pontiac. “Zeventig meter viel ik diep, mijn hart stond stil, maar mijn Pontiac liep.”’

De honderdste Tour de France
De geschiedenis van honderd edities van de Tour de France kun je op veel manieren vertellen. In De honderdste Tour de France, de dit jaar bij Atrium verschenen vertaling van 100 jours, 100 tours, geïllustreerd met beeldmateriaal van L’Équipe, gebeurt dat via honderd verhalen van diverse auteurs. ‘Het is een opeenvolging van flitsen, van momentopnamen, die achter elkaar gezet en als een film afgedraaid, een verhaal over de Tour vertellen’. Ook minder bekende periodes, vervelende incidenten en dopegebruik komen aan bod.

‘De Tour de France gaat ten onder aan zijn eigen succes, aan de blinde ambities die hij oproept en aan de beledigingen en gemene verdachtmakingen aan ons adres door mensen die er geen verstand van hebben en andere kwaadsprekers.’ Woorden die uit de mond van de huidige organisator opgetekend hadden kunnen zijn, maar die werden geschreven door Henri Desgrange in L’Auto, een dag na de finish van de tweede Tour in 1904. Toen ging het er pas ruig aan toe. Er werd kwistig gestrooid met spijkers, renners werden door supporters van hun rivalen in elkaar geslagen en organisatoren vervalsten zonder verpinken de uitslagen. Na afloop werden de eerste vier renners uit het algemeen klassement geschrapt. Onder veel meer zijn er ook verhalen over de val van de jonge god Roger Rivière, vijftien meter diep in een ravijn toen hij in de Tour van 1960 probeerde meesterdaler Gastone Nencini te volgen, over de Festina-affaire in 1998 en over ‘het einde van de grote leugen’ in 2012, toen Lance Armstrong zijn zeven tourzeges kwijtraakte.

De kunst van het dalen
In de top 25 van beste dalers ter wereld staat Gastone Nencini op 2. Alleen Lucien Aimar gaat hem vooraf. Het lijstje (met Frédéric Vichot, Fiorenzo Magni en Rini Wagtmans op 3, 4 en 5) is te vinden achterin De kunst van het dalen van Martin Bons, een uitgave van Thomas Rap, een van de weinige boeken die geheel aan het dalen is gewijd. Daarin is onder meer te lezen dat de val van Roger Rivière desastreuze gevolgen had. ‘In het ziekenhuis constateren de artsen een dubbele breuk aan de wervelkolom en een onherroepelijke verlamming voor 80 procent. Het betekende het einde van de veelbelovende carrière van Rivière.’

Tijdens een afdaling van de Col de la Croix-de-Fer overdenkt Bons de resultaten van een speurtocht die hij heeft ondernomen naar allerlei aspecten van het dalen. Naar de techniek erbij, de angst ervoor, de wetten en geheimen ervan, de handige trucs, de ideale lijn in een haarspeldbocht, de rol van het toeval… Daarbij staat voorop, zoals Bons onlangs ook in een opiniestuk in de Volkskrant betoogde, dat dalen het ondergeschoven kindje van de wielersport is. Ook al zijn afdalingen vaak bepalend geweest voor de einduitslag van de Tour (zo won Lucien Aimar er de Tour van 1966 mee en verloor Luis Ocana er de Tour van 1971 door), toch wordt dalen niet echt geteld. Er zijn geen daaltijdritten, er is geen trui voor de beste daler. Bons vertelt over goede en beroerde dalers, over noodlottige valpartijen als die van Fabio Casartelli in de voorlaatste bocht in de afdaling van de Portet-d’Aspet en over sterke staaltjes bij het dalen. Zo is Rini Wagtmans eens naar beneden gegaan door met zijn buik op het zadel te gaan liggen en met zijn billen op het achterwiel af te remmen.

¡Amigo!
Een gruwelijke val was ook die van Pedro Horrillo die in de Giro d’Italia van 2009 tachtig meter diep in een ravijn stortte. Nadat enkele bergbeklimmers hem eerste hulp hadden geboden en hij met een helikopter was geëvacueerd, werd hij dagenlang in coma gehouden. In ¡Amigo!, een dit jaar verschenen aflevering van het wielertijdschrift De Muur, gaat hij in een brief aan Nando Boers voor het eerst zelf in op het drama. Hij vertelt over zijn ontwaken in het ziekenhuis in Bergamo, zijn verdere herstel in Spanje en zijn afscheid van het wielrennen. Horrillo en sportjournalist Boers hadden contact gehouden nadat ze elkaar in 2008 hadden ontmoet. Ze bleven elkaar brieven schrijven en elkaar via sms op de hoogte houden van de actualiteiten van de wielersport. Fotograaf Timm Kölln heeft voor deze uitgave hun vriendschap in beeld gebracht.

Thuis voor de Tour
Een recente valpartij die legendarisch is geworden en waarvan, tot verdriet van het slachtoffer, de beelden regelmatig op televisie worden herhaald, is die van Johnny Hoogerland. Rijdend in de bolletjestrui, werd hij in de Tour van 2011 door een manoeuvre van een volgauto van de Franse televisie in het prikkeldraad langs de weg gekatapulteerd. ‘Hij werd die dag onbedoeld wereldberoemd,’ schrijven Monique Huijdink en Anne Spapens in Thuis voor de Tour : de Tour de France voor en door de TV-kijker, een uitgave van Nieuw Amsterdam. Een hoofdstuk daarin is gewijd aan valpartijen en andere risico’s die de renners bedreigen. In de Giro d’Italia van 2011 ‘zagen we de Belg Wouter Weylandt live op televisie sterven na een val in de afdaling van de Passo del Bocco. Hij lag op zijn rug, zijn gezicht was spierwit. Het was een paar seconden in beeld. Noem het instinct, maar we zagen direct dat hij dood was. Schedelbreuk. Verschrikkelijk. We hopen het nooit meer te hoeven zien.’

Er is bijna niets dat Huijdink en Spapens kan beletten om naar de Tour te kijken, ‘behalve gevaarlijke afdalingen’. Als trouwe en fanatieke kijkers bestuderen ze vooraf het Touruitzendschema van NOS en VRT en stemmen daar gedurende drie weken al hun bezigheden op af. En ‘sinds de komst van de social media kunnen we - als voorheen eenzame marathonkijkers - onze Tourervaringen en koersemoties delen met anderen, bij wie, net als bij ons, de tv ruim drie weken lang de hele dag aanstaat.’ Aan de hand van eenentwintig koersdagen en twee rustdagen uit de Rondes van 1996 tot en met die van vorig jaar belichten ze allerlei aspecten van het wielerspektakel: van het sprinten en het waaierrijden en de Nederlanders en de Belgen in de Tour tot doping en gevallen helden.

Bloedbroeders
‘Erik Dekker brengt Rasmussen naar de hotelkamer. Hij gaat naast hem op het bed zitten. Rasmussen vertelt over zijn ontmoeting met Erik Breukink in Bergamo, op 6 juni. “Breukink wist dat ik niet in Mexico was.” Zwijgend staren ze naar de muur. Dan laat de ploegleider Rasmussen in zijn eentje achter. Die nacht doet Rasmussen geen oog dicht. Hij denkt aan zelfmoord. Gelukkig heeft hij zijn mobiele telefoon. Rasmussen wordt gebeld. En belt zelf. Rasmussens mobiele telefoon redt die nacht zijn leven.’

Gevallen helden… Michael Rasmussen hoort par excellence bij dat treurige gilde. Ook al is de afloop bekend, toch leest Bloedbroeders : de ondergang van de Rabobankploeg van Steven Derix en Dolf de Groot, een uitgave van Thomas Rap, als een spannende detective. In de hoofdrollen naast Rasmussen ook de toenmalige Raborenners Michael Boogerd, Dennis Mentsjov en Thomas Dekker aan de ene kant en Rudolf Meixner en vooral Stefan Matschiner van de bloedbank Humanplasma in Wenen, hun leveranciers van bloeddoping, aan de andere kant. Het is bijna niet voor te stellen hoe de renners, ondanks de steeds strengere dopingwetten, de invallen van de politie en de steeds nauwkeuriger opsporingsmethoden, toch blijven doorgaan met doping, eerst met epo en vervolgens met bloeddoping. En hoe Matschiner zich toegang weet te verschaffen tot de hotels waar de Raborenners verblijven, met bloedzakken in een aktetas. Ook al konden sommige hypothesen in het boek (het toedienen aan Boogerd van bloed van zijn broer Rini; het feit dat Breukink in 2007 op de hoogte zou zijn geweest van de werkelijke verblijfplaats van Rasmussen in de periode voor de Tour) niet worden bewezen, toch is deze reconstructie, deels gebaseerd op de gerechtelijke stukken van de Oostenrijkse Sonderkommission Doping, bijzonder overtuigend.

Gepakt
Thomas Dekker en Michael Rasmussen komen ook voorbij in Gepakt, een dit jaar bij De Kring verschenen bundeling van in Trouw, Haarlems Dagblad, De Muur, VARAgids en op NUsport.nl verschenen, bijzonder lezenswaardige columns van Mart Smeets. Een aantal langere verhalen is speciaal voor de bundel geschreven, zoals dat over de verslaggeving van het door Mark Cavendish gewonnen WK in 2011 in Kopenhagen (‘De koers is begonnen, nog zes uur zitten, goed opletten en overleven… Ik probeer rustig te blijven, maar voel de spanning in mijn lijf. Ik haal adem en probeer goed te kijken. Rust helpt.’) Ondanks de waarschuwing die hij ooit van zijn leermeester Jean Nelissen kreeg dat het publiek niets van doping wil weten en er niet over wil lezen, heeft Smeets in het tweede deel van de bundel 26 stukken over doping bijeengebracht, onder het motto ‘The owls are not what they seem’. De 31 verhalen in het eerste deel zijn gebundeld onder het motto ‘Het schone wielrennen’.

Dat tweede deel bevat stukken over onder meer Tyler Hamilton en zijn samen met Daniel Coyle geschreven boek De wielermaffia (‘Ik vind het een verbijsterend boek… omdat hier in detail beschreven staat wat we, de buitenwereld, de wielerfans, de journalisten, de onwetenden dus, nooit geweten hebben.’), over de affaire-Contador, over Riccardo Riccò, Danny Nelissen, George Hincapie… De meeste stukken gaan uiteraard over Lance Armstrong en in een aantal van de andere komt hij voor. Het meest omvangrijke is ‘The Lance Armstrong Saga’. ‘Armstrong orkestreerde alles wat er om hem heen gebeurde; hij maakte uit wie met hem mochten en konden praten en ik, ja, ik geef dat toe, ben daar mooi ingetrapt. Zoals alle anderen die een onwetend radertje in dat grote spel waren.’ Het stuk is geschreven voordat Armstrong bij Oprah Winfrey zijn dopinggebruik toegaf. Het meest steekt het Smeets dat Armstrong dat in schijnbaar openhartige gesprekken met hem altijd glashard, ‘met mooie zinnen en zelfs met grappen’, had ontkend. In de inleiding beschrijft hij wat hij allemaal aan haat en erger over zich heen heeft gekregen omdat een deel van het Nederlandse publiek hem zag als huisvriend, beschermheilige en pleitbezorger van Armstrong.

De beste Tour aller tijden
In De beste Tour aller tijden van Sven Remijnsen, een uitgave van Carrera, grijpt Armstrong op het slotpodium van de honderdste Tour de France de microfoon om zijn excuses aan te bieden voor de schade die hij de Tour heeft toegebracht. ‘De manier waarop ik mijn macht heb misbruikt, ging te ver… De Tour is al vaker doodverklaard, net als ikzelf. Maar ik heb overleefd en ook de Tour zal altijd overwinnen.’

Nu is die honderdste Tour in dit boek een hele bijzondere, die tweehonderd deelnemers uit de hele Tourgeschiedenis bij elkaar aan de start in Parijs brengt. In hotel-restaurant Réveil Matin in de Parijse voorstad Montgeron, in 1903 de startplaats van de allereerste Tour, spreken Jacques Anquetil, Bernard Hinault, Miguel Indurain en Armstrong af dat ze hun krachten zullen bundelen om te verhinderen dat Eddy Merckx, De Kannibaal, ook deze bijzondere editie aan zijn palmares kan toevoegen. Het samenbrengen van alle tourhelden ‘in één krankzinnige race’ laat Remijnsen toe de geschiedenis van de Tour op een originele manier te vertellen. Legendarische gebeurtenissen, als het bedrog van Maurice en César Garin, Lucien Pothier en Hippolyte Aucouturier die in 1904 een deel van het traject per trein aflegden, en de coup die Jean Robic in 1947 in de allerlaatste etappe de eindzege bracht, zijn in het verhaal van deze honderdste Tour verweven.

De fiets van Lautrec
‘De schilder kende het verschil tussen de kampioenen van de korte afstand en de helden van de uithouding. Hij hield van de uitstraling van de sprinters en van de gangmaking van de stayers, de langeafstandrenners, die op snelheid werden gebracht door tandems met soms tien man erop. Hij wist dat stayers van de halve fond gespecialiseerd waren in uurrecords en wedstrijden van honderd kilometer, en dat stayers van de fond moeizaam op gang kwamen maar kilometers vraten zoals hij borrels zoop, dag en nacht zonder pauzeren.’

Al vóór de eerste Tour de France in 1903 was wielrennen populair in Frankrijk. Zo liep Parijs in de jaren negentig van de negentiende eeuw storm voor de wedstrijden in meerdere vélodromes. De schilder Toulouse-Lautrec was er een frequent bezoeker. Het liefst was hij zelf wielrenner geworden, maar zijn kleine gestalte en korte benen maakten dat voor ‘de mankepoot van Montmartre’ ten enenmale onmogelijk. De kunstenaar die de Moulin Rouge en het decadente Parijs in affiches heeft vereeuwigd, heeft ook wieleraffiches gemaakt. Het ontwerp van een van die affiches, een reclameposter voor een fietsenmerk, werd afgekeurd. Geïntrigeerd door het waarom van die afwijzing, gaat Jan Boesman in De fiets van Lautrec : de eerste dopingaffaire uit de geschiedenis, een uitgave van Atlas Contact, op zoek naar het verhaal achter dat affiche met daarop de Welshe dwergwielrenner Jimmy Michael en zijn verzorger Choppy Warburton. Die gold in zijn tijd als een charismatische wonderdokter maar zou nu worden gezien als een verstrekker van doping die welbewust het leven van zijn renners op het spel zette. ‘Welke drank, geërfd van de heksen van Macbeth, werd in Choppy’s jongens gegoten om op het beslissende moment hun energie op te wekken? Niemand heeft het ooit geweten.’

Ventoux
‘Vliegen is moeilijk, maar vallen kan iedereen.’ In de roman Ventoux van Bert Wagendorp, een uitgave van Atlas Contact, zegt de 18-jarige Peter dat tegen de even oude verteller Bart bij het begin van de afdaling van de Mont Ventoux. Het blijken voorspellende woorden want een paar kilometer verder gaat hij onderuit en slaat met zijn hoofd tegen een paaltje langs de weg. Zijn vrienden snellen toe, maar er kan geen hulp meer baten.

Peter en Bart maken met David, André, Joost en Laura deel uit van een hecht groepje vrienden. Na hun eindexamen aan het Baudartius in Zutphen besluiten ze, vóór ze over het land gaan uitzwermen, met elkaar de Ventoux te beklimmen, waarbij David, André en Laura de anderen in een auto zullen volgen. In tegenstelling tot zijn vrienden is Peter geen geoefende fietser. Hij heeft nooit eerder een berg beklommen, laat staan er een afgedaald. Maar hij is vastbesloten de Ventoux te bedwingen, zodat hij, jonge dichter als hij is, net als eerder Jan Kal tijdens de klim in gedachten een gedicht over de berg kan schrijven. Op de top leest hij het voor aan de anderen, maar tussen hen is tijdens deze zwanenzang een sterke onderhuidse spanning voelbaar. Met de komst van de mooie Laura was er eerder al iets van spanning in het groepje geslopen, maar omdat zij schijnbaar geen keuze tussen hen wilde maken, kwam die niet aan de oppervlakte. Als zij dat op de dag voor de klimtocht wel lijkt te doen, voelen de niet-uitverkorenen dat meteen haarfijn aan.

Dertig jaar later zoeken de vrienden van toen elkaar weer op. Bart is inmiddels rechtbankverslaggever en werkt aan een boek over Spinoza en wielrennen; David is eigenaar van een reisbureau dat grossiert in avontuurlijke trips; Joost is een gerespecteerd natuurkundige tot hij, beschuldigd van plagiaat, ‘de Armstrong van de natuurkunde’ wordt; André heeft net bij gebrek aan bewijs een veroordeling als cokedealer weten te ontlopen. Van de na de dood van Peter verdwenen Laura is niet veel meer bekend dan dat zij in Italië woont en regisseur is bij het theaterfestival in Avignon. Om antwoord te krijgen op al hun onbeantwoorde vragen besluiten ze opnieuw naar de Provence en de Ventoux te trekken. Ieder van hen is zich op zijn eigen manier schuldig blijven voelen aan de dood van Peter. ‘Schuldgevoel is lafheid om te aanvaarden dat de dingen gaan zoals ze gaan, en soms faliekant verkeerd,’ krijgen ze van Laura te horen. Haar antwoorden op hun vragen zijn anders dan zij hadden verwacht en zeker dan Bart had gehoopt.

Ventoux is een mooie roman, wat velen inmiddels hebben ontdekt, zoals uit de hoge verkoopcijfers blijkt. Meer nog dan over wielrennen gaat hij over vriendschap. ‘Hechte vriendschap is een regenboog. De rationele geest van Joost, de emotionele van André, de romantische van Peter en de stoïcijnse van David…’ En Bart, die is de kameleon die van elk wat heeft, de bindende kracht van het bescheiden ego. ‘Als zij de verschillende kleuren vormden, was ik het omgekeerde prisma dat de lichtbundels samenvoegde.’

Nog twee romans
Er zijn dit jaar nog enkele romans verschenen waarin de wielersport een rol speelt. Zo is in Zwijgplicht van Saskia Profijt, een uitgave van Nieuw Amsterdam, de profwielrenner Ties Engel in het noorden van Italië onder verdachte omstandigheden aangereden en voor dood achtergelaten. Zijn zus, de traumapsychologe Fanny Engel, zoekt in Milaan zijn vrouwelijke lijfarts op die in de Italiaanse pers wordt beschuldigd van dopingpraktijken, maffiaconnecties en zelfs hekserij. Fanny komt erachter dat Ties werkte aan een niets verhullende autobiografie.

De aankomst van Bas Steman, eveneens een uitgave uit 2013 van Nieuw Amsterdam, is het autobiografisch getinte relaas van een sportfanaat over zijn jeugddroom profwielrenner te worden en uiteindelijk de Tour de France te winnen. Maar in de tijd dat zijn wielermaatjes als Léon van Bon, Servais Knaven, Michael Boogerd en Jeroen Blijlevens uitgroeiden tot wielerhelden, haakte hij zelf af. Twintig jaar later wil hij er in de Ronde van Exel achter komen of hij destijds de juiste keuze heeft gemaakt of dat hij zijn leven jammerlijk heeft laten mislukken.

Tekst: Jef van Gool / Literatuurplein

Agenda

Film

  • Er zijn voor vandaag geen films aangemeld

Video's & Podcasts

  • Teun van de Keuken

    Podcast van Erik Jan Harmens met Teun van de Keuken over diens romandebuut Goed volk.

    Opname: 08-02-2017
    Erik Jan Harmens
  • K. Michel

    Podcast van Erik Jan Harmens met K. Michel over zijn dichtbundels Speling zoeken en Te voet is het heelal drie dagen ver

    Opname: 17-01-2017
    Erik Jan Harmens
  • Simone van Saarloos

    Podcast van Erik Jan Harmens met Simone van Saarloos over haar debuutroman De vrouw die.

    Opname: 20-12-2016
    Erik Jan Harmens

Meer video's & podcasts

Canon van de Nederlandse geschiedenis

  • 1. Hunebedden
  • 2. De Romeinse Limes
  • 3. Willibrord
  • 4. Karel de Grote
  • 5. Hebban olla vogala
  • 6. Floris V
  • 7. De Hanze
  • 8. Erasmus
  • 9. Karel V
  • 10. De Beeldenstorm
  • 11. Willem van Oranje
  • 12. De Republiek
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie
  • 14. De Beemster
  • 15. De grachtengordel
  • 16. Hugo de Groot
  • 17. De Statenbijbel
  • 18. Rembrandt
  • 19. De Atlas Major van Blaeu
  • 20. Michiel de Ruyter
  • 21. Christiaan Huygens
  • 22. Spinoza
  • 23. Slavernij
  • 24. Buitenhuizen
  • 25. Eise Eisinga
  • 26. De patriotten
  • 27. Napoleon Bonaparte
  • 28.  Koning Willem I
  • 29. De eerste spoorlijn
  • 30. De Grondwet
  • 31. Max Havelaar
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid
  • 33. Vincent van Gogh
  • 34. Aletta Jacobs
  • 35. De Eerste Wereldoorlog
  • 36. De Stijl
  • 37. De crisisjaren
  • 38. De Tweede Wereldoorlog
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging
  • 40. Indonesië 1945-1949
  • 41. Willem Drees
  • 42. De watersnood
  • 43. De televisie
  • 44. Haven van Rotterdam
  • 45. Annie M.G. Schmidt
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945
  • 47. Srebrenica
  • 48. Veelkleurig Nederland
  • 49. De gasbel
  • 50. Europa
  • 1. Hunebedden

    1. Hunebedden

    Circa 4.000 tot 3.000 v.Chr.
    Hunebedden zijn door mensenhanden geordende steenformaties die dienden als begraafplaats. In Drenthe zijn er ruim vijftig bewaard gebleven.

    Bekijk details
  • 2. De Romeinse Limes

    2. De Romeinse Limes

    47-ca. 400.
    Bij het begin van onze jaartelling vormde de Rijn, die van Xanten via Utrecht en Alphen aan den Rijn naar Katwijk stroomde, de Limes, de grens van het Romeinse rijk.

    Bekijk details
  • 3. Willibrord

    3. Willibrord

    658-739.
    De Engels monnik Willibrord kwam in 690 aan land bij de monding van de Rijn om zich in te zetten voor de verspreiding van het christendom in het land van de Friezen.

    Bekijk details
  • 4. Karel de Grote

    4. Karel de Grote

    724-814.
    Karel de Grote, op kerstdag van het jaar 800 door de paus tot keizer over het Westen gekroond, had het Frankische rijk zo weten uit te breiden dat het grote delen van het huidige Europa omvatte, waaronder de latere Nederlanden.

    Bekijk details
  • 5. Hebban olla vogala

    5. Hebban olla vogala

    Omstreeks 1100.
    Om zijn ganzenveer te scherpen krabbelde een Vlaamse monnik omstreeks het jaar 1100 een paar zinnen neer uit een liefdesliedje. Het is de oudst bewaarde tekst in het Nederlands.

    Bekijk details
  • 6. Floris V

    6. Floris V

    1254-1296.
    Floris V was de graaf die in de dertiende eeuw het machtsgebied van Holland aanzienlijk wist uit te breiden, tot drie van zijn vazallen zich tegen hem keerden.

    Bekijk details
  • 7. De Hanze

    7. De Hanze

    1356-ca. 1450
    Door het Hanzeverbond tussen steden in Nederland, België, de Baltische Staten, Noorwegen en Polen waren Zutphen, Deventer, Tiel, Kampen, Zwolle en meer steden in het oosten van het land van de twaalfde tot de zestiende eeuw welvarende handelscentra.

    Bekijk details
  • 8. Erasmus

    8. Erasmus

    1469?-1536
    Naast etiquetteboeken, vorstenspiegels, samenspraken en traktaten die heersers en burgers moesten opvoeden tot wijze christenen, publiceerde Erasmus onder meer Adagia, een verzameling klassieke spreekwoorden, en de satire Lof der zotheid.

    Bekijk details
  • 9. Karel V

    9. Karel V

    1500-1558.
    Zo groot was het rijk waarover Karel V heerste dat de zon er letterlijk nooit onderging. Tot dat rijk behoorden de Nederlanden, die hij tot een bestuurlijke eenheid probeerde te smeden.

    Bekijk details
  • 10. De Beeldenstorm

    10. De Beeldenstorm

    1566.
    Dit was het wonderjaar waarin edellieden die zich geuzen noemden, zich steeds openlijker tegen het landsbestuur keerden en waarin in de hele Nederlanden kerken en kloosters werden geplunderd en ontdaan van hun katholieke symbolen.

    Bekijk details
  • 11. Willem van Oranje

    11. Willem van Oranje

    1533-1584.
    Willem van Oranje was een ambitieuze edelman die min of meer zijns ondanks uitgroeide tot een rebel en later werd vereerd als de ‘vader des vaderlands’, als de grondlegger van een nieuwe Nederlandse staat.

    Bekijk details
  • 12. De Republiek

    12. De Republiek

    1588-1795
    Na de oorlog waren de Nederlanden uiteengevallen in de zuidelijke Spaanse Nederlanden en de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het vroegmoderne Europa was een republiek een uitzondering.

    Bekijk details
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    1602-1799
    De Verenigde Oostindische Compagnie had het Nederlandse monopolie op de handel in de Aziatische wateren en mocht oorlogen voeren, verdragen sluiten en gebieden besturen. Zo ontwikkelde de VOC zich tot een geduchte macht.

    Bekijk details
  • 14. De Beemster

    14. De Beemster

    1612
    Nadat met 43 windmolens de Beemster was drooggelegd, werd in 1612 met de inrichting van de polder begonnen. Aan het strak geometrische patroon waarvan werd uitgegaan, heeft de Beemster zijn roem te danken.

    Bekijk details
  • 15. De grachtengordel

    15. De grachtengordel

    1613-1662
    Bij de uitbreiding van Amsterdam vanaf 1613 werd nut gecombineerd met schoonheid. Een van de projecten was de grachtengordel, met zijn karakteristieke halfronde vorm en zijn residentiële functie, met tal van ‘stadspaleisjes’ voor kapitaalkrachtige inwoners.

    Bekijk details
  • 16. Hugo de Groot

    16. Hugo de Groot

    1583-1645
    Hugo de Groot is vooral bekend gebleven door zijn ontsnapping in een boekenkist uit slot Loevestein in 1621. Hij staat echter ook te boek als een groot rechtsgeleerde die de beginselen van het volkerenrecht formuleerde.

    Bekijk details
  • 17. De Statenbijbel

    17. De Statenbijbel

    1637
    In 1618 gaf de gereformeerde synode opdracht een Nederlandse vertaling van de bijbel te maken. Die verscheen in 1637 en zou in de loop der eeuwen een groot stempel drukken op de Nederlandse taal en cultuur.

    Bekijk details
  • 18. Rembrandt

    18. Rembrandt

    1606-1669
    Van de circa 175 kunstschilders die Amsterdam omstreeks 1650 rijk was en die de culturele bloei in de Gouden Eeuw symboliseren, was Rembrandt een van de succesrijkste. Met zijn dure portretten en schilderijen bediende hij een elite van welgestelde burgers en kunstkenners.

    Bekijk details
  • 19. De Atlas Major van Blaeu

    19. De Atlas Major van Blaeu

    1662-1665
    Met kennis van zaken zette Willem Jansz Blaeu in 1605 in Amsterdam een drukkerij en uitgeverij van hoogwaardige kaarten en atlassen op, die door zijn zoon Joan werd voortgezet, onder meer met de uigave van de Atlas Major.

    Bekijk details
  • 20. Michiel de Ruyter

    20. Michiel de Ruyter

    1607-1676
    Conflicterende handelsbelangen leidden ertoe dat de Republiek in de zeventiende eeuw voortdurend oorlog op zee moest voeren. De beroemdste van alle zeehelden was Michiel Adriaenszoon de Ruyter, die het bracht tot luitenant-admiraal van de marine.

    Bekijk details
  • 21. Christiaan Huygens

    21. Christiaan Huygens

    1629-1695
    Christiaan Huygens was een van de grootste geleerden van zijn tijd, wiens verdiensten op vele terreinen liggen. Zo vond hij onder meer het slingeruurwerk uit en ontdekte hij de maan Titan bij de planeet Saturnus.

    Bekijk details
  • 22. Spinoza

    22. Spinoza

    1632-1677
    Al behoort hij tot de filosofen die het westerse denken hebben gevormd, tijdens zijn leven moest Spinoza zo voorzichtig zijn dat zelfs zijn hoofdwerk, de Ethica, pas na zijn dood werd uitgebracht.

    Bekijk details
  • 23. Slavernij

    23. Slavernij

    1621-1863
    De Nederlandse slavenhandel begon in 1621 met de oprichting van de West-Indische Compagnie en eindigde bijna 250 jaar later met de afschaffing van de slavernij in Suriname.

    Bekijk details
  • 24. Buitenhuizen

    24. Buitenhuizen

    17e en 18e eeuw
    In de Gouden Eeuw lieten vooral rijke Amsterdamse kooplieden langs de Vecht en andere rivieren riante buitenhuizen bouwen, met vaak prachtige tuinen.

    Bekijk details
  • 25. Eise Eisinga

    25. Eise Eisinga

    1744-1828.
    Geïnspireerd door de Verlichting bouwde Eise Eisinga in zijn werkkamer een bewegend model van het zonnestelsel, nu nog altijd het oudste werkende planetarium ter wereld.

    Bekijk details
  • 26. De patriotten

    26. De patriotten

    1780-1795
    Na de bloeitijd van de Republiek werden burgers een politieke macht die zich tegen stadhouder Willem V keerde en ernaar streefde het land tot een politieke eenheid te smeden.

    Bekijk details
  • 27. Napoleon Bonaparte

    27. Napoleon Bonaparte

    1769-1821
    Als keizer bracht Napoleon zowat heel Europa onder zijn gezag. In Nederland introduceerde hij aanvankelijk de monarchie en moderniseerde hij het bestuur en de rechtspraak.

    Bekijk details
  • 28.  Koning Willem I

    28. Koning Willem I

    1772-1843
    Na het congres van Wenen in 1815 werden noord en zuid samen het Verenigd Koninkrijk, onder koning Willem I. Ondanks diens inspanningen de economie te verbeteren, kwam het zuiden in 1830 in opstand.

    Bekijk details
  • 29. De eerste spoorlijn

    29. De eerste spoorlijn

    1839
    Ondanks de aanvankelijke scepsis heeft de komst in 1839 van de trein in Nederland veel bijgedragen tot de ontsluiting van het land en een versnelde industrialisatie ervan.

    Bekijk details
  • 30. De Grondwet

    30. De Grondwet

    1848
    Omdat de Grondwet bepaalt wie de macht uitoefent en hoe dat gebeurt, is het voornaamste wet van een staat. De Nederlandse Grondwet werd ingevoerd in 1798 en herzien in 1815 en 1848.

    Bekijk details
  • 31. Max Havelaar

    31. Max Havelaar

    1860
    De ervaringen van Eduard Douwes Dekker als assistent-resident in Nederlands-Indië vormden de basis voor de felle aanklacht tegen het koloniale regime die hij als Multatuli in de vorm van de roman Max Havelaar zou schrijven.

    Bekijk details
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid

    32. Verzet tegen kinderarbeid

    19e eeuw
    Toen kinderen door de Industriële Revolutie ook massaal in fabrieken aan het werk werden gezet, nam het verzet daartegen toe. Het zou tot 1874 duren voordat een wet de inzet van kinderen in fabrieken verbood.

    Bekijk details
  • 33. Vincent van Gogh

    33. Vincent van Gogh

    1853-1890
    Met zijn kleurrijke, eigenzinnige schilderijen en zijn door amoureuze, persoonlijke en zakelijke tegenspoed getekende leven is Vincent van Gogh een van de meest tot de verbeelding sprekende kunstenaars.

    Bekijk details
  • 34. Aletta Jacobs

    34. Aletta Jacobs

    1854-1929
    Haar hele leven heeft Aletta Jacobs gestreden voor de rechten van vrouwen, onder meer voor het in 1919 ingevoerde algemeen vrouwenkiesrecht. Ook als arts kwam ze op voor de belangen van vrouwen.

    Bekijk details
  • 35. De Eerste Wereldoorlog

    35. De Eerste Wereldoorlog

    1914-1918
    Al wist Nederland in 1914 neutraal te blijven, toch zou de Grote Oorlog niet helemaal aan het land voorbijgaan. Ook de Nederlanders voelden steeds meer de consequenties ervan.

    Bekijk details
  • 36. De Stijl

    36. De Stijl

    1917-1981
    Opgericht in de chaos van de Eerste Wereldoorlog, streefden de beweging en het tijdschrift De Stijl naar harmonie door het gebruik van geometrische vormen en van de primaire kleuren en de niet-kleuren.

    Bekijk details
  • 37. De crisisjaren

    37. De crisisjaren

    1929-1940
    Elke dag urenlang aanschuiven in stempellokalen. Dat was het vernederende lot van de steuntrekkende werklozen in de jaren van 1929 tot 1940, die de geschiedenis zijn ingegaan als de crisisjaren.

    Bekijk details
  • 38. De Tweede Wereldoorlog

    38. De Tweede Wereldoorlog

    1940-1945
    Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 capituleerde de Nederlandse legerleiding. Het was het begin van de Duitse bezetting van Nederland, die zo’n vijf jaar zou duren.

    Bekijk details
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging

    39. Anne Frank / Jodenvervolging

    1942-1945
    Door de publicatie van het dagboek zij tijdens de onderduik bijhield, groeide Anne Frank uit van een naamloze dode, omgekomen in Bergen-Belsen, tot het internationale symbool van de Holocaust.

    Bekijk details
  • 40. Indonesië 1945-1949

    40. Indonesië 1945-1949

    1945-1949
    Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uit, maar pas na twee ‘politionele acties’ en onder grote internationale druk legde Nederland zich daar eind 1949 bij neer.

    Bekijk details
  • 41. Willem Drees

    41. Willem Drees

    1886-1988
    Van 1948 tot 1958 was Willem Drees als minister-president leider van de rood-roomse coalitie. Het waren de jaren waarin de verzorgingsstaat werd opgebouwd, met regelingen als de AOW.

    Bekijk details
  • 42. De watersnood

    42. De watersnood

    1 februari 1953
    De watersnood van 1953 kostte ongeveer 1800 mensen het leven, nog eens 72.000 werden dakloos. De Deltawerken moesten verhinderen dat zich nog eens een ramp van die omvang zou voltrekken.

    Bekijk details
  • 43. De televisie

    43. De televisie

    Vanaf 1948
    In 1948 gestart met experimentele uitzendingen, heeft de televisie vanaf eind jaren ’50 een enorme vlucht genomen. Zowel in tijdsbesteding als in meningsvorming bracht het nieuwe medium ingrijpende veranderingen.

    Bekijk details
  • 44. Haven van Rotterdam

    44. Haven van Rotterdam

    Vanaf circa 1889
    Net als Schiphol is de haven van Rotterdam een mainport, een knooppunt voor de Nederlandse handel met het buitenland. Er wordt dan ook voortdurend gewerkt aan de verdere uitbouw ervan.

    Bekijk details
  • 45. Annie M.G. Schmidt

    45. Annie M.G. Schmidt

    1911-1995.
    De versjes en liedjes, toneelstukken en musicals, verhalen en hoorspelen van Annie M.G. Schmidt waren zo geliefd en tegelijk zo invloedrijk dat zij wel de echte koningin van Nederland werd genoemd.

    Bekijk details
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk was geworden, is gaandeweg ook de verhouding tussen Nederland en de eilanden van de Nederlandse Antillen in meer of mindere mate aangepast.

    Bekijk details
  • 47. Srebrenica

    47. Srebrenica

    1995
    Dat Dutchbat de genocide op zevenduizend moslimmannen in de door haar beveiligde enclave Srebrenica niet heeft kunnen voorkomen, heeft ook in Nederland diepe sporen nagelaten.

    Bekijk details
  • 48. Veelkleurig Nederland

    48. Veelkleurig Nederland

    Vanaf 1945.
    In de vorige eeuw is het aantal inwoners in Nederland verdrievoudigd, van vijf naar meer dan vijftien miljoen. Vanaf de jaren ’60 is ook de diversiteit van die inwoners sterk toegenomen.

    Bekijk details
  • 49. De gasbel

    49. De gasbel

    1959-2030.
    De gaswinning uit het veld bij Slochteren is de kurk genoemd waarop onze welvaart drijft. Maar de eindigheid ervan en een toenemend aantal bevingen vergen wellicht ingrijpende politieke keuzes.

    Bekijk details
  • 50. Europa

    50. Europa

    Vanaf 1945.
    Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Europese samenwerking gestalte gekregen. Lag het initiatief in 1951 bij 6 landen, inmiddels telt de Europese Unie 27 landen en willen er nog meer toetreden.

    Bekijk details

Poëzie

  • Paul Bogaert
  • Charlotte Van den Broeck
  • Hugo Claus
  • Herman de Coninck
  • Ellen Deckwitz
  • Jules Deelder
  • Charles Ducal
  • Christine D’Haen
  • Andy Fierens
  • Maarten van der Graaff
  • Judith Herzberg
  • Hester Knibbe
  • Geert De Kockere
  • Gerrit Kouwenaar
  • Ted van Lieshout
  • Lieke Marsman
  • Els Moors
  • Ilja Leonard Pfeijffer
  • Alfred Schaffer
  • Peter Verhelst
  • Miriam Van hee
  • Paul Bogaert

    Paul Bogaert

    Paul Bogaert is een dichter met een bijzonder scherp oor voor de kleinste nuances waarmee de hedendaagse taal uit verschillende domeinen bewust of onbewust geladen is. Hij weet die nuances op bijzonder ingenieuze wijze uit te buiten.

    Bekijk details
  • Charlotte Van den Broeck

    Charlotte Van den Broeck

    Nadat ze als performing poet naam had gemaakt, debuteerde Charlotte Van den Broeck met Kameleon, in januari 2016 bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut.

    Bekijk details
  • Hugo Claus

    Hugo Claus

    Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische Kleine reek, evolueert Hugo Claus in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt De Oostakkerse gedichten uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden.

    Bekijk details
  • Herman de Coninck

    Herman de Coninck

    Herman de Coninck maakte de poëzie voor veel lezers toegankelijk. Vanaf zijn debuut in 1969 met De lenige liefde excelleren zijn gedichten in relativering, lichte ironie en hun grote toegankelijkheid.

    Bekijk details
  • Ellen Deckwitz

    Ellen Deckwitz

    De poëzie van Ellen Deckwitz is broeierig en griezelig en vliegt hier en daar uit de bocht, maar wel op zo’n manier dat je wenst dat dit bij meer dichters zou gebeuren.

    Bekijk details
  • Jules Deelder

    Jules Deelder

    Tijdens optredens lardeert Deelder zijn gedichten met anekdotes en moppen – of misschien is het andersom. Vaste thema’s in die gedichten zijn de Tweede Wereldoorlog, voetbalclub Sparta en Rotterdam.

    Bekijk details
  • Charles Ducal

    Charles Ducal

    Naast poëzie publiceerde Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) ook een veelgeprezen verhalenbundel en onder meer een Gedichtendagessay. In 2014 werd hij gekozen tot de eerste Dichter des Vanderlands van België.

    Bekijk details
  • Christine D’Haen

    Christine D’Haen

    Het oeuvre van Christine D’Haenzal steeds nieuwe lezers weten aan te trekken. Deze poëzie vraagt veel van de lezer, maar geeft in ruil brede vergezichten die uitnodigen tot reflectie over leven en cultuur.

    Bekijk details
  • Andy Fierens

    Andy Fierens

    Wie nog dacht dat de poëzie steeds verheven onderwerpen bezingt op een haast sacrale, eerbiedige toon, moet die opvatting na lectuur van de gedichten van Andy Fierens grondig bijstellen.

    Bekijk details
  • Maarten van der Graaff

    Maarten van der Graaff

    ‘Een uiterst beweeglijke en vindingrijke dichter,’ zo typeerde de jury van de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2014 Maarten van der Graaff op basis van zijn door haar bekroonde bundel Vluchtautogedichten.

    Bekijk details
  • Judith Herzberg

    Judith Herzberg

    Het is vreemd dat Judith Herzberg nog niet verkozen is als Dichter des Vaderlands, want ze is een van de meest toegankelijke en invoelbare dichters die er zijn. Maar hoe toegankelijk en invoelbaar ook, er is altijd een diepere betekenis.

    Bekijk details
  • Hester Knibbe

    Hester Knibbe

    Vanaf haar debuut in 1982 is Hester Knibbe een klassieke dichteres in een moderne wereld. Ze schrijft poëzie die het niet zoekt in onbegrijpelijke formuleringen, maar in de wereld aan betekenis die schuilgaat achter een heldere zin. Haar gedichten zijn helder en precies en getuigen immer van een groot vakmanschap.

    Bekijk details
  • Geert De Kockere

    Geert De Kockere

    Geert De Kockerede debuteerde in 1989 met Vingers in de jam, een poëziebundel voor kleuters. Daarna volgden snel ook prentenboeken, filosofische verhalenbundels, fotoboeken en, meer recent, boeken voor volwassen lezers.

    Bekijk details
  • Gerrit Kouwenaar

    Gerrit Kouwenaar

    Het barst van de emotie, maar je moet het er wel uithalen.’ Dat zei Gerrit Kouwenaar in een interview met Kenneth van Zijl op Cultura over het vooroordeel dat hij een kille, emotieloze dichter van kille en emotieloze verzen zou zijn.

    Bekijk details
  • Ted van Lieshout

    Ted van Lieshout

    Iedere keer weer bewijst Ted van Lieshout dat hij in geen enkel hokje past en niet vastzit aan één vorm en één doelgroep. Deze geanimeerde verteller en tegendraadse vernieuwer publiceerde al meer dan zestig kinderboeken.

    Bekijk details
  • Lieke Marsman

    Lieke Marsman

    Lieke Marsman debuteerde als dichter in het tijdschrift Tirade. Voor de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud werd ze driemaal bekroond. De eerste letter is haar tweede bundel.

    Bekijk details
  • Els Moors

    Els Moors

    Els Moors werd door de kritiek met lof overladen voor haar debuut Er hangt een hoge lucht boven ons (2006). In 2008 debuteerde zij als prozaschrijver met Het verlangen naar een eiland, een roman over liefde, seks en de hunkering naar de ander. Daarna verscheen nog de verhalenbundel Vliegtijd.

    Bekijk details
  • Ilja Leonard Pfeijffer

    Ilja Leonard Pfeijffer

    ‘Ik heb het nog nooit zo koud gehad/ als toen ik alles snapte,’ dichtte Ilja Leonard Pfeijffer in de niet separaat verschenen bundel Doka, die is opgenomen in De man van vele manieren, zijn verzameld dichtwerk.

    Bekijk details
  • Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer (1973) publiceerde vijf dichtbundels en won de Jo Peters Poëzieprijs, de Hugues C. Pernathprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de Jan Campertprijs. Hij doceert aan de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

    Bekijk details
  • Peter Verhelst

    Peter Verhelst

    Naast dichter is Peter Verhelst ook romancier en regisseur. Voor zijn werk ontving hij prestigieuze prijzen als De Gouden Uil, de Vlaamse Cultuurprijs, de F. Bordewijkprijs, de Herman de Coninckprijs en de Jan Campertprijs.

    Bekijk details
  • Miriam Van hee

    Miriam Van hee

    Veel bundels van de in 1952 geboren dichter en slaviste Miriam Van hee werden bekroond, onder meer met de Herman de Coninck-prijs 2008, en genomineerd, onder meer voor de VSB Poëzieprijs 2014.

    Bekijk details

Log in

Inloggen

Inloggen hoeft alleen als u een reactie wilt plaatsen of aan een discussie wilt deelnemen.

 

Personaliseer

Personaliseer het Literatuurplein

Bepaal zelf welke rubrieken op de homepage worden getoond.

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Site nieuws

Nieuw: "Je kunt denken: er staat niks. Of je kunt denken: er staat heel veel." Podcast van Erik Jan Harmens met K. Michel over zijn onlangs verschenen verzamelbundel Speling zoeken. Recensies door Guus Bauer van Vaak ben ik gelukkig van Jens Christian Grøndahl, van Erik Nieuwenhuis en De rode stoeltjes van Edna O'Brien