Special - Leesclubboek van de Maand


In 1672 trouwt de Nijmeegse arts en lijkschouwer Casper Sonmans, de ik-figuur in De ochtendgave, met de mooie Sara Stermont. De ochtend na hun huwelijksnacht is Sara verdwenen en hebben de Fransen de stad ingenomen.

Liefde en overspel, spionage en verraad
Zes jaar later is Casper als ambassadesecretaris betrokken bij de totstandkoming van de Vrede van Nijmegen. Sara heeft in de tussenliggende jaren als (dubbel)spionne en minnares van een Franse markies geleefd. Na het sluiten van de vrede is hen weer slechts korte tijd samen gegund. In 1705 vertelt de oude Casper over de gebeurtenissen aan de zoon die, negen maanden na zijn huwelijk, bij hem werd bezorgd.

Deze eerste historische roman van Van der Heijden, voortkomend uit een opdracht van de gemeente Nijmegen, vertelt een verhaal over liefde en overspel, spionage en verraad tegen de achtergrond van bekende historische gebeurtenissen. Die setting wordt smeuïg en niet zonder humor beschreven.

De auteur
A.F.Th. van der Heijden (Geldrop, 1951) deed als zestienjarige al een poging om een roman te schrijven. Na in Nijmegen enige tijd psychologie en filosofie gestudeerd te hebben, trok hij in 1976 naar Amsterdam en besloot zich geheel aan het schrijven te wijden. Onder de auteursnaam Patrizio Canaponi debuteerde hij in 1978 met de bundel Een gondel in de Herengracht en andere verhalen, een jaar later gevolgd door de roman De draaideur.

‘Ik voel geen enkele behoefte om zo karig mogelijk te schrijven; ik zie daar ook helemaal niet de verdienste van,’ zei Canaponi in 1979 in een interview en onder de latere schrijversnamen A.F.Th. van der Heijden en korte tijd A.F.Th. is de auteur deze opvatting trouw gebleven. Zijn hoofdwerken zijn twee nog steeds niet als voltooid aangemerkte romancycli: De tandeloze tijd en Homo duplex.

Een belangrijk onderdeel van zijn oeuvre wordt ook gevormd door een aantal ‘requiems’ voor overledenen. Het requiem dat hij uiteraard nooit had willen schrijven is dat voor zijn overleden zoon, Tonio, dat onder andere werd bekroond met de Libris Literatuur Prijs 2012. Komend najaar is de verfilming van dit boek te zien in de bioscoop.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van De ochtendgave in een leeskring heeft de redactie van de Boekensalon elf discussietips opgesteld.

1. De ochtendgave is een roman over historische gebeurtenissen, maar ook over onderwerpen als liefde en overspel, spionage, trouw en familiegeheimen. Hoe heb jij het boek vooral gelezen? Welke kant(en) van het boek waardeer je het meest? Waarom?

2. In hoeverre krijg je een goed beeld van wat er met Sara gebeurd is en wat haar beweegredenen voor haar verdwijning zijn geweest? Was zij een spion of een dubbelspion, volgens jou? Waarop baseer je je mening?

3. Brengt Van der Heijden voor jou het historische decor overtuigend tot leven? Zo ja, waar is dat aan te danken? Zo nee, waarom niet?

4. ‘Een historische roman zegt altijd meer over de tijd waarin hij geschreven is, dan [over] de tijd waarin hij speelt,’ zegt A.F.Th. van der Heijden in Het Parool (11 december 2015). Wat heeft De ochtendgave te zeggen over de huidige tijd, vind je?

5. De ooievaar fungeert wel als symbool van zwangerschap, maar ook van onsterfelijkheid en van trouw aan ouders, staat en kerk. Welke rol/functie vervullen de twee ooievaren op de markt, die Van der Heijden regelmatig noemt?

6. In diverse recensies wordt verwezen naar het verhaal van Orfeus uit de mythologie. Op welke manier zie je dit motief terug in het boek?

7. Wie schreef volgens jou de brief waarin Casper de opdracht krijgt om na de ondertekening van de Vrede naar de bovenverdieping in de tijdelijke Franse ambassade te komen?

8. Welk effect heeft de structuur van de roman, die begint in 1705 en dan teruggaat naar gebeurtenissen in 1672 en 1678, op de spanning in het verhaal?

9. Welke betekenis hecht je aan het feit dat Casper de gouden knopen krijgt van de in 1705 op het schavot staande burgemeester Roukens?

10. In hoeverre lijken Casper en de Franse markies Caloyanni op elkaar?

11. Sara ondertekent de berichten die zij als spionne verstuurt met de letters PFV (post funera virtus – de deugd blijft ook na de dood voortleven). Welke betekenis geef je aan die naam?

Rondom het boek

Achtergronden
Meer over De Vrede van Nijmegen:
Vrede van Nijmegen

Een afbeelding van de ondertekening van de Vrede:
De Vrede van Nijmegen door Henri Gascard

Museum Het Valkhof.

Meer over het begrip ‘ochtendgave’ (of ‘morgengave’):
Regionaal Archief Zutphen

Doen
Elke tweede zondag van de maand kun je onder leiding van gids Cecile Govaart-Elsen een wandeling maken langs de locaties van De ochtendgave. Daarnaast kun je de wandeling boeken boeken voor je eigen leesclub.
De VVV biedt historische wandelingen aan.
Let bij een wandeling door Nijmegen ook op de her en der aangebrachte ‘literaire bakens’.
Het in Nijmegen gevestigde ‘historisch kookatelier’ eet! Verleden laat je kennismaken met de geschiedenis van eten en drinken in proeverijen en kookworkshops. Je kunt er met een groep onder meer een kookworkshop Gouden Eeuw boeken. Daarnaast kun je er ‘historische’ producten kopen.

Tips ontwikkeld door Frank Hockx. © NBD Biblion.

Prijsvraag
De Boekensalon verloot drie leesclubpakketten met elk drie exemplaren van De ochtendgave. Je maakt kans op zo’n pakket als je het antwoord weet op onderstaande vraag:

Voor dit najaar is een nieuwe, omvangrijke roman van A.F.Th. van der Heijden aangekondigd onder de titel Kwaadschiks. Deze vormt het zesde deel van zijn romancyclus De tandeloze tijd. Met welk boek begon die cyclus en in welk jaar verscheen dat?

Stuur je antwoord naar de redactie van de Boekensalon (redactie@deboekensalon.nl) en vermeld in het onderwerpsveld van je bericht: Inzending Prijsvraag Leesclubboek van de Maand. Vergeet niet in het bericht je adresgegevens te vermelden.

Boek van de maand juni 2016



In het door koorts bevangen brein van een oud-medewerker van de voormalige Dienst van het IJkwezen in Dijk komen herinneringen boven aan zijn werk, met name aan zijn eigenaardige collega Dijk.

Nieuwe levensfase
Zij begonnen gelijktijdig in 1961 en bleven hun hele werkzame leven aan de dienst en zijn geprivatiseerde opvolger verbonden. De raadselachtige Dijk trok zich niets aan van alle veranderingen. Toen in 2007 zijn dienstverband werd ontbonden, moest de ik-verteller een afscheidstoespraak schrijven. Dijk bleef echter weg bij zijn eigen receptie.

In deze mooi opgebouwde roman toont Van den Brink zich net als in eerder werk sterk in het oproepen van een tijd die voorbij is én van een hoofdpersoon die niet goed raad weet met een nieuwe levensfase in een maatschappij die sterk veranderd is. Sfeervol, maar zeker ook intrigerend, want er blijft voor de lezer nog wat te raden over.

De auteur
Hans Maarten van den Brink (Oegstgeest, 1956) studeerde Nederlands in Leiden en begon in de jaren zeventig aan een journalistieke carrière die via het universiteitsweekblad Mare en freelance-aanstellingen bij Muziekkrant Oor, Vrij Nederland en Haagse Post in 1981 voerde naar een vaste baan bij NRC Handelsblad als eindredacteur Kunst en Cultuur. In 1986 werd hij voor deze krant correspondent in New York, in 1991 verruilde hij die stad voor Madrid.

In de periode als correspondent ontstonden reportages die opvielen vanwege hun fraaie, literaire stijl. In 1993 liet Van den Brink een oude wens in vervulling gaan en waagde hij zich aan fictie. De aanleiding hiervoor lag echter wel in de journalistiek: hij was zich er sterk van bewust dat, hoezeer een verslaggever ook zijn best doet objectief te schrijven, deze zijn visie op de werkelijkheid niet kan buitensluiten. Toen hij bij zichzelf bemerkte dat hij niet de wil had om de feiten rond een drievoudige moord boven tafel te krijgen, koos hij voor de mogelijkheid zijn fantasie te laten gaan en werd de roman De vooruitgang geboren.

Vijf jaar later verscheen het boek dat hem inmiddels tot de auteur van een moderne klassieker heeft gemaakt: de novelle Over het water, die genomineerd werd voor grote literaire prijzen, waaronder de Libris Literatuur Prijs en de Britse Foreign Fiction Prize en in veel talen werd uitgebracht. In 1999 volgde nog de roman Hart van glas, waarna Van den Brink er als fictie-auteur het zwijgen toe deed tot begin dit jaar Dijk verscheen.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Dijk in een leeskring heeft de redactie van de Boekensalon twaalf discussietips opgesteld.

1. In welke toestand bevindt de verteller zich? Welke invloed heeft dat op zijn verhaal?

2. Wie is voor jou de belangrijkste figuur in de roman: de verteller of het titelpersonage? Waarom?

3. In hoeverre lijken de verteller en Dijk op elkaar? Waarin verschillen ze?

4. Welke tijdslagen zijn in de roman te onderscheiden? Hoe brengt Van den Brink de overgangen aan en hoe heb je dat ervaren?

5. Welke symboliek zie je in het zware kunstwerk dat boven de hal hangt van het gebouw van de BV Metrifact?

6. Een vergelijking luidt de ondertitel van de roman. Welke vergelijkingen worden in de roman gemaakt?

7. De verteller stuit als hij het personeelsdossier van Dijk raadpleegt, op drie anonieme brieven die het nodige suggereren over diens afkomst. Van den Brink werkt dit gegeven niet verder uit. Wat vind je daarvan?

8. Welke veranderingen voltrekken zich in de maatschappij die invloed hebben op het leven van de verteller (en van Dijk)? Hoe gaan ze ermee om?

9. Op welke wijze speelt de Tweede Wereldoorlog een rol in de roman?

10. Hoe heb je het tijdsbeeld van de jaren zestig ervaren dat de roman biedt?

11. In zijn recensie (NRC Handelsblad, 29 januari 2016) schreef Arjen Fortuin dat de roman met ‘onverholen nostalgie’ het verleden oproept. In het VPRO-televisieprogramma Boeken zei Van den Brink over zijn roman: ‘Nostalgie is voor mij terugverlangen, dat is het niet’. Wat vind jij van de manier waarop de hoofdpersoon naar het verleden kijkt?

12. Hoe interpreteer je de slotpassage waarin de verteller Dijk boven op de loopbrug ziet bij het zware kunstwerk, met een grote moersleutel in zijn hand?

Rondom het boek

* Een passend gedicht bij dit boek? In de bundel Verzamelde gedichten (2016) van Erik Menkveld staat het gedicht ‘De ware kilo’ waarin de platina-iridium staaf in Parijs (jarenlang de standaard-kilo) aan het woord komt over het verlies van zijn functie.

* Het boek De kunst van het meten van Andrew Robinson (Fontaine Uitgevers, 2008) biedt een overzicht van betekenis en geschiedenis van de wetenschap van het meten.

* Blogpost van een voormalig ijkmeester over zijn opleiding en eerste werkvaringen in de jaren zestig.

* H.M. van den Brink vond inspiratie en achtergrondinformatie voor zijn boek bij het Weegschaalmuseum in Naarden. Hier is ook een ijkkantoor nagebouwd, waar je kunt zien hoe maten en gewichten vroeger geijkt, gekalibreerd en gejusteerd werden. Het museum is gevestigd in het veertiende-eeuwse voormalige Waaggebouw.

- De website Oudegewichtjes.nl is een internetmuseum op het gebied van ‘Nederlandse voor-metrieke en metrieke krukgewichten, blokgewichten, knopgewichten, druppelknopgewichten en sluitgewichten, allen gemaakt van lood, messing of brons’. Op de site, onder het kopje ‘Determineren’, ook veel informatie over het ijkwezen.

Tips ontwikkeld door Frank Hockx. © NBD Biblion.

Prijsvraag
De Boekensalon verloot drie leesclubpakketten met elk drie exemplaren van Dijk. Je maakt kans op zo’n pakket als je het antwoord weet op onderstaande vraag:

H.M. van den Brink maakte naam met de in 1998 verschenen novelle Over het water. Welke sport speelt in dit boek een belangrijke rol?

Stuur je antwoord naar de redactie van de Boekensalon (redactie@deboekensalon.nl) en vermeld in het onderwerpsveld van je bericht: Inzending Prijsvraag Leesclubboek van de Maand. Vergeet niet in het bericht je adresgegevens te vermelden.

Boek van de maand mei 2016



Vlak voor het uitbreken van de oorlog in 1940 trekt het jonge stel Aart en Lies in En de akker is de wereld van Dola de Jong met hun woonwagen vanuit Nederland naar Tanger. Onderweg ontfermen ze zich over verschillende kinderen die in de oorlogschaos hun ouders zijn kwijtgeraakt.

Een nieuw leven
In Tanger proberen ze onder erbarmelijke omstandigheden een nieuw leven op te bouwen. De Jong plaatst haar geliefde thema, volwassen worden, tegen de achtergrond van een stad in oorlogstijd. Ze portretteert vroegwijze, illusieloze, ontwortelde kinderen die toch iets van het leven proberen te maken.

Het paar naar wie De Jong Aart en Lies modelleerde, leefde echt in 1940 in Tanger in hun woonwagen. Ook de Nederlandse consul en zijn familie, die een belangrijke rol spelen, tekende ze naar de werkelijkheid. Ze schreef aan haar uitgever dat de vluchtelingen het slachtoffer van politiek, bureaucratie, onverschilligheid en hebzucht waren. Een analyse die ook vandaag nog geldig is.

De auteur
Dola de Jong werd in 1911 in Arnhem geboren in een joods gezin. Van haar vader mag ze geen danseres worden, maar een loopbaan in de journalistiek vindt hij uiteindelijk wel acceptabel. Dola verhuist naar Amsterdam, waar ze alsnog danslessen neemt, en schrijft onder andere voor Het Vaderland, De Telegraaf, Het Algemeen Handelsblad en De Groene Amsterdammer. In 1939 publiceert ze haar eerste roman, Dans om het hart.

In 1940 voelt ze de dreiging van de oorlog en vertrekt naar Tanger in Marokko. Daar treft ze haar verloofde, de schilder Jan Hoowij, die de reis met zijn schip heeft gemaakt. Op 9 mei 1940 trouwen ze. Omdat ze vanwege de oorlog niet verder kunnen reizen, blijven ze geruime tijd in Tanger, tot ze in 1941 op een omgebouwd oorlogsschip mee kunnen reizen naar New York. In Amerika schrijft ze het kinderboek The Level Land, dat in 1943 verschijnt.

Als ze bij haar uitgever haar plannen vertelt voor een roman over haar tijd in Tanger, levert haar dat een voorschot op dat het mogelijk maakt om het boek daadwerkelijk te schrijven. In 1945 verschijnt And the Field is the World, dat enthousiast wordt ontvangen. De Jong maakt zelf de Nederlandse vertaling die kort na de oorlog verschijnt.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van En de akker is de wereld in een leeskring heeft Marlene Lunter voor de Boekensalon eenentwintig discussietips opgesteld.

1. Waarom zijn Aart en Lies uit Nederland vertrokken?

2. Waarom hebben ze de kinderen meegenomen?

3. Hoe denk je over de manier waarop ze met de kinderen omgaan?

4. Hoe zou je hun relatie omschrijven?

5. De auctoriale verteller wisselt voortdurend van perspectief. Hoe heb je dat ervaren?

6. De Jong schrijft veel vanuit het perspectief van de kinderen. Is de roman voor jou een jeugdroman of een boek voor volwassenen? Waarom?

7. Er komen aparte relaties in de roman voor: Aart en Lies, Hans en Marga, Manus en Loeba, Hans en Maria. Hoe typeer je deze relaties?

8. Welke rol speelt Manus in de roman?

9. Hoe denk je over het doortastende optreden van Hans?

10. Hoe zou je de karakters van de verschillende kinderen omschrijven: Hans, Rainer, Maria, Loeba, Berthe en Pierre?

11. Op welke manieren proberen de kinderen zich staande te houden?

12. Hoe denk je over mevrouw Van Balekom, de vrouw van de consul?

13. Welke rol speelt Zus in het gezin van de consul?

14. Volgens Zus horen liefdadigheid en luizen bij elkaar (p. 166). Wat bedoelt ze daarmee? In hoeverre ben je het met haar eens?

15. Waarom voelt Maria zich aangetrokken tot Zus?

16. Waarom vindt Maria het zo belangrijk dat ze hoort dat de klok stil staat (p. 177)?

17. De akker wordt steeds minder belangrijk in de roman. Waarom heet de roman dan toch naar de akker?

18. Wat gebeurt er op het laatst met Lies volgens jou?

19. De roman eindigt met een belevenis van Hans. Waarom juist met hem, denk je?

20. Hoe gaat het met de anderen verder volgens jou?

21. Op welke manier houdt de roman ons een spiegel voor?

Boek van de maand april 2016



Caitlin in Aquarium van David Vann is twaalf jaar. Ze woont met haar moeder Sheri in een klein appartement naast het vliegveld van Seattle, in een troosteloze betonbuurt. Elke dag gaat Caitlin na schooltijd naar het Aquarium, waar ze uren doorbrengt met kijken naar vissen en andere onderwaterdieren, totdat haar moeder klaar is met werken en haar komt ophalen.

In het Aquarium ontmoet Caitlin een oude man, die net als zij gefascineerd is door alle bijzondere zeedieren. Ze praten met elkaar, wisselen kennis uit en zo ontstaat er langzamerhand een vriendschap tussen hen.

Als Caitlin haar moeder vertelt over de oude man denkt Sheri dat haar dochter belaagd wordt door een kinderlokker. Ze zorgt ervoor dat de politie aanwezig is bij een volgend bezoek van Caitlin aan het aquarium. Dan blijkt dat de oude man Sheri’s vader is, wiens bestaan ze tegenover haar dochter altijd heeft verzwegen.

Dit vormt de opmaat tot heftige gebeurtenissen in een roman die laat zien hoe traumatische ervaringen opgelopen door een ouder, kunnen worden doorgegeven aan latere generaties. Belangrijke motieven zijn schuld en daarmee samenhangende zaken als boetedoening en wraak en vergiffenis, (het verlangen naar) familie, geborgenheid en liefde.

Het maartnummer van de Boekensalon bevat een gesprek met David Vann over Aquarium.

De auteur
David Vann (1966) woonde de eerste zes jaar van zijn leven in Alaska. Na de scheiding van zijn ouders verhuisde hij met zijn moeder en zus naar Californië. Toen hij dertien was, schoot zijn vader zichzelf door het hoofd. Hierover schreef Vann het indringende Legende van een zelfmoord (in het Nederlands verschenen in 2010). Geen uitgever wilde het publiceren, en het manuscript verdween in een la.

Vann werkte jarenlang als kapitein, maar zijn loopbaan op zee eindigde desastreus: tijdens een storm brak zijn boot doormidden. Hij publiceerde hierover het non-fictieboek A Mile Down : The True Story of a Disastrous Career at Sea.

Toen de novelle ‘Sukkwan Island’ uit Legende van een zelfmoord een literaire prijs won, kon Vann naast een hoogleraarschap een literaire carrière beginnen. Sindsdien schreef hij elk jaar een roman. In het Nederlands verschenen sinds zijn debuut de romans Caribou Island (2011), Aarde (2012), Goat Mountain (2013) en Aquarium (2015).

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Aquarium in een leeskring heeft de Boekensalon vijftien discussietips opgesteld.

1. Verteller Caitlin is 32 als ze de gebeurtenissen beschrijft die haar leven op haar twaalfde ingrijpend veranderden. Hoe zou jij het meisje van destijds karakteriseren? Hoe verhoudt die zich tot de volwassen Caitlin, die op een paar momenten een glimp van zichzelf laat zien?

2. Hoe typeer je de relatie van Caitlin met haar moeder Sheri? En die van Sheri met haar eigen moeder? Welke overeenkomsten en verschillen zie je?

3. David Vann gebruikt de metafoor van de onderwaterwereld/het aquarium op verschillende manieren. Welke voorbeelden vind je hiervan in het boek?

4. Wat betekent de onderwaterwereld voor Caitlin, wat zoekt zij hierin?

5. Welke functie vervullen de personages Steve en Shalini in het verhaal?

6. Sheri brengt Caitlin in de situatie waarin zijzelf jarenlang heeft verkeerd. Hoe beoordeel je Sheri’s gedrag? In NRC Handelsblad (8 mei 2015) schrijft Jan Donkers over Sheri: ‘kan woede zó ver en diep gaan?’. Wat denk jij?

7. Wat deed het lezen van deze gewelddadige scènes met je?

8. Grootvader geeft Sheri min of meer een uitleg over waarom hij zijn gezin in de steek liet. Vind je zijn verklaring plausibel? Waarom wel/niet?

9. Caitlin worstelt met de vraag hoe je tot vergeving komt. Waarom vindt ze het zo moeilijk om haar moeder te vergeven? In hoeverre kun je je hierin verplaatsen?

10. Welk effect hebben de vooruitwijzingen in het verhaal, door de terugblikkende, volwassen Caitlin?

11. Betty de Boeck (Cutting Edge, 1 mei 2015) vindt het slot van de roman niet geloofwaardig genoeg, het zou te sprookjesachtig zijn en te gemakkelijk. Ben je het met haar eens? Waarom wel/niet?

12. Nadat Sheri haar vader heeft teruggezien, verandert de roman sterk van toon. Hoe heb je deze omslag ervaren?

13. Hoe heb je de scènes tussen Caitlin en Shalini ervaren?>br>
14. In De Standaard (31 oktober 2015) stelt interviewer Vicky Vanhoutte dat Vann door middel van het landschap iets zegt over zijn personages en hun angsten, waarop hij antwoordt: ‘Het is de kern van mijn boeken’. In hoeverre zie je dit terug in Aquarium?

15. Leonie Breebaart (Trouw, 11 april 2015) stelt dat je Aquarium behalve een ‘aanklacht tegen armoede’ ook een ‘feministische roman’ zou kunnen noemen. Wat vind je van die stelling?

de Boekensalon
Informatie over het kwartaalblad de Boekensalon, hét tijdschrift voor leden van leesclubs, is hier te vinden. Er zijn verschillende abonnementsvormen.


Boek van de maand maart 2016



Ted Hughes (1930-1998) en Sylvia Plath (1932-1963), beiden beroemde schrijvers, vormen een bekend tragisch liefdeskoppel. Plath pleegde op dertigjarige leeftijd zelfmoord en groeide na haar dood uit tot een icoon. Hughes werd in de publieke opinie 'schuldig' bevonden aan haar dood, omdat ze vlak voor haar zelfdoding waren gescheiden na een buitenechtelijke affaire van hem. In Jij zegt het van Connie Palmen doet Hughes zijn verhaal en analyseert hij hun zowel hartstochtelijke als destructieve relatie.

De titel Jij zegt het hangt nauw samen met het motto, een citaat van Ted Hughes dat betrekking heeft op de menselijke behoefte een bekentenis of getuigenis af te leggen. Dit hele boek is als het ware een bekentenis van Ted Hughes. Een verhaal dat hij pas durft te vertellen als ook zijn einde in zicht komt: 'De zoektocht naar de waarheid van haar verhaal, de bekentenis van mijn verhaal, was iets tussen haar en mij, dacht ik. Tot ik ziek werd' (p. 262).

Jij zegt het is een in de pers goed ontvangen roman over de verhouding tussen fictie en werkelijkheid, de relatie tussen ouders en kinderen, liefde, jaloezie, verraad, dood en de zoektocht naar het ‘echte zelf’.

De auteur
Connie Palmen (doopnamen Aldegonda Petronella Huberta Maria) werd op 25 november 1955 geboren in St. Odiliënberg, een dorpje met een klooster in de buurt van Roermond. Toen ze 22 was, vertrok ze naar Amsterdam waar ze Nederlands en later ook filosofie ging studeren. Twee studies naast elkaar waren geen probleem voor haar vanwege een enorme drang naar kennis. 'Bij Nederlands bleef ik met vragen zitten, die bij filosofie beter uitgediept werden.' De studie Nederlands voltooide ze in 1986 cum laude met een doctoraalscriptie over de roman In Nederland van Cees Nooteboom. Twee jaar later rondde ze de studie filosofie af met een scriptie rond de filosoof Socrates waarin ze de relatie tussen filosofie en literatuur aan de orde stelde.

In 1991 debuteerde ze met de roman De wetten, die als literaire sensatie werd ontvangen. Na enige weken begonnen er kritische geluiden door te klinken en werd het succes van het boek ook wel toegeschreven aan het beeld dat in de media was gecreëerd van een aantrekkelijke, onafhankelijke en ambitieuze vrouw, voor wie de mannelijke recensenten bezweken. Ieder boek van Palmen dat volgde, kon rekenen op veel aandacht van pers en publiek, waarbij de reacties in de literaire kritiek sterk wisselend waren.

Erkenning van recensenten en lezers was er vooral voor haar tweede roman, De vriendschap (1995), die werd bekroond met de AKO Literatuurprijs en de Publieksprijs. Veel belangstelling was er ook voor de ‘rouwboeken’ die Palmen schreef over (het verlies van) haar levenspartners Ischa Meijer en Hans van Mierlo, respectievelijk I.M. (1998) en Logboek van een ombarmhartig jaar (2011).

In het meest recente nummer van de Boekensalon is veel meer te lezen over Connie Palmen en Jij zegt het.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Jij zegt het in een leeskring heeft Vivian de Gier tien discussietips opgesteld.

1. In Jij zegt het laat Connie Palmen Ted Hughes 'zijn' visie geven op de relatie tussen Sylvia Plath en hemzelf. Vind je hem een geloofwaardige verteller? Waarom wel/niet?

2. Connie Palmen gebruikt veel Bijbelse en mythologische metaforen. Welke voorbeelden zie je hiervan in het boek? Welk effect heeft deze beeldspraak en hoe waardeer je dat?

3. Sylvia Plath en Ted Hughes waren beiden dichter. Welke verschillen en overeenkomsten zie je in hun schrijverschap en het doel dat zij daarmee nastreven?

4..De afloop van het verhaal is al op voorhand bekend en er wordt in de roman ook veelvuldig naar verwezen. Vond je het boek desondanks spannend om te lezen? Waarom wel/niet?

5. Het kiezen van een standpunt, zoals in dit boek gebeurt, kan ook tot gevolg hebben dat iemands straatje wordt schoongeveegd. In hoeverre vind je dat de romanfiguur Ted Hughes zich daar schuldig aan maakt?

6. Denk je dat Sylvia Plath uiteindelijk ook zelfmoord zou hebben gepleegd als Ted Hughes niet was vreemdgegaan? Waar leid je dat uit af?

7. Assia Wevill pleegt op precies dezelfde wijze zelfmoord als Sylvia Plath, en neemt daarbij ook nog haar dochtertje mee de dood in. Hoe verklaar je haar zelfmoord?

8. Hoe interpreteer je het beeld van de vos dat in het boek regelmatig opduikt en ook het omslag siert?

9. In Vrij Nederland (5 september 2015) omschrijft Jeroen Vullings het lezen van Jij zegt het als 'puur literair genot'. Hoe heb jij het lezen van dit boek ervaren?

10. Recensent Dries Muus noemde in HP/De Tijd (1 september 2015) met name het begin van de roman 'vermoeiende aanstellerij'. Wat vind jij?

11. Hoe heb je de beschouwende passages over schrijven en literatuur ervaren?

12. In interviews noemt Palmen Jij zegt het haar ‘Judas-boek’. Hoe interpreteer je deze uitspraak?

Boek van de Maand Februari 2016



In De Japanse minnaar van Isabel Allende maakt Alma Belasco in een verzorgingshuis bij San Francisco de balans op van haar ruim tachtigjarige leven, met hulp van haar kleinzoon Seth en haar verzorgster Irina.

Buitenstaanders
Om de Tweede Wereldoorlog te ontvluchten, kwam ze als jonge Joodse vrouw van Europa naar Californië, waar ze door haar oom en tante werd opgevangen. Alma sloot vriendschap met haar neef Nathaniel en met Ishimei, de zoon van de Japans-Amerikaanse tuinman van haar oom en tante. Geleidelijk komen Seth en Irina achter de verhalen en geheimen rond deze drie personen. Daarnaast spelen er nog diverse andere intriges, waaronder de trauma’s in Irina’s verleden en de invloed daarvan op haar opbloeiende relatie met Seth.

De Japanse minnaar is een roman over gedeeld buitenstaanderschap dat mensen van verschillende afkomst tot elkaar aantrekt. De plot wordt voortgestuwd door de geheimen rond Alma’s minnaar en het verhaal speelt zich af op meerdere locaties.

De auteur
Isabel Allende is op 2 augustus 1942 geboren in Lima (Peru), waar haar vader op de Chileense ambassade werkte. In 1945 verhuisde ze met haar moeder en broers naar Santiago (Chili). Haar moeder hertrouwde met een diplomaat en Isabel groeide tot 1958 op in Bolivia en Libanon. Na haar middelbare school kreeg ze werk in de journalistiek, was in dienst van de Verenigde Naties en vertaalde diverse boeken. De militaire staatsgreep in 1973, waarbij president Salvador Allende (een neef van haar vader) werd vermoord, leidde ertoe dat ze naar Venezuela vluchtte.

Van 1962 tot 1987 was Allende getrouwd met ingenieur Miguel Frías met wie ze twee kinderen kreeg. In 1988 hertrouwde ze met de Amerikaanse advocaat en schrijver William Gordon, met wie ze zich in Californië vestigde. Hun huwelijk werd in juni 2015 ontbonden. Sinds 1993 is Allende Amerikaans staatsburger, in 2014 ontving ze de Presidential Medal for Freedom, de hoogste onderscheiding die een burger in de Verenigde Staten kan krijgen.

Allende debuteerde in 1985 met de roman La casa de los espíritus (Het huis met de geesten), nog steeds haar grootste succes. Ook haar volgende boeken konden rekenen op grote belangstelling van lezers over de hele wereld. Een speciale plaats in haar oeuvre wordt ingenomen door het boek Paula (1994), een afscheidsbrief aan haar overleden dochter, die door een medische fout in coma raakte. Een verrassing was dat ze zich in 2014 met Ripper aan het genre van de thriller waagde.

Lees veel meer over Isabel Allende en De Japanse minnaar in het meest recente nummer van de Boekensalon.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van De Japanse minnaar in een leeskring heeft Jacandra van den Broek tien discussietips opgesteld.

1. Wat vind je van de structuur van De Japanse minnaar? Welk effect had de opbouw van het boek voor jou op de spanningsboog tijdens het lezen?

2. Wat wist je voor het lezen van de roman over het lot van Japans-Amerikanen rond de Tweede Wereldoorlog en wat heeft dit verhaal daar eventueel aan toegevoegd?

3. Wat is je mening over Alma's besluit om Ishi te verlaten nadat ze ontdekt heeft dat ze zwanger is?

4. Hoe heb je het ervaren dat bijna elk personage een eigen uitgewerkt verhaal krijgt toebedeeld? Welke verhalen hadden wat jou betreft eventueel ook weggelaten mogen worden en welke absoluut niet? Waarom?

5. Wat vind je van de laatste onthulling die er gedaan wordt over Ishi? In hoeverre had je die zien aankomen?

6. Er komen enkele verrassende wendingen voor in het verhaal. Welke vond je het meest verrassend en waarom?

7. Allendes werk staat in de traditie van het magisch-realisme. Op welke plaatsen speelt magie in De Japanse minnaar een rol? Welke waarde hecht je aan dit aspect van Allendes werk?

8. Waar staat Ishi's liefde voor tuinieren in het verhaal symbool voor?

9. De vrouwelijke personages in Allendes werk zijn bijna zonder uitzondering erg sterke vrouwen. Hoe is dat in De Japanse minnaar? Hoe denk je over de wijze waarop Allende vrouwen portretteert?

10. Op zin.nl wordt de roman aangeprezen met: ‘Een wervelende roman zoals alleen Allende die kan schrijven: kleurrijk, dramatisch, humoristisch, vol cliffhangers, meeslepend tot de laatste bladzijde en met twee vrouwen van wie je alleen maar kunt gaan houden’. In hoeverre ben je het eens of oneens met elk van deze kwalificeringen?

Boek van de Maand Januari 2016



In Komt een paard de kroeg binnen treedt in een zaaltje in de Israëlische stad Netanja de stand-upcomedian Dovele Grinstein op. Hij wordt gadegeslagen door een gepensioneerde rechter, de ik-verteller. Ooit waren ze bevriend.

Schuldgevoelens
De grappen van de komiek zijn hard en cynisch, waarbij hij het publiek schokt door zichzelf hard te slaan. De avond krijgt een onverwachte wending door een toehoorder die maakt dat de voorstelling overgaat in het zeer persoonlijke verhaal van de komiek over een traumatische jeugdervaring en zijn schuldgevoelens daaromtrent. Het confronteert de om de dood van zijn vrouw treurende rechter met zijn verraad aan hun vriendschap.

Komt een paard de kroeg binnen is een roman over dood en verlies, over schuldgevoelens en over humor als middel om te overleven. Een roman waarin harde noten worden gekraakt over het Israëlisch-Palestijnse conflict en de Shoah uiteraard een rol speelt.

‘Het was heel bevrijdend om zonder zelfcensuur te schrijven. Om een stand-upcomedian te kunnen gebruiken om alles te zeggen wat je niet kunt zeggen in een zogenaamd ‘net’ gezelschap. Dovele bevrijdt zijn schrijver. Het is de typische Jiddische humor. Hoe kun je iemand uitlachen die zichzelf voor de gek houdt, die zichzelf al straft,’ zegt Grossman in een interview dat Guus Bauer voor Literatuurplein met hem had over de roman.

De auteur
David Grossman is in 1954 in Jeruzalem geboren. Hij geldt als een van de belangrijkste hedendaagse Israëlische auteurs en wordt, evenals zijn landgenoot Amos Oz, wel genoemd als kandidaat voor de Nobelprijs voor Literatuur.

Na studies filosofie en theaterwetenschappen ging hij werken als radioverslaggever. In 1979 publiceerde hij zijn eerste verhalen. In 1988 nam hij ontslag bij de radio en ging zich volledig aan het schrijven wijden. Hij publiceerde inmiddels een tiental romans, naast essaybundels, kinderboeken en een toneelstuk.

Een Israëlische auteur ontkomt er uiteraard niet aan om te schrijven over de holocaust en over het jarenlange conflict in het Midden-Oosten. Grossman deed het eerste onder andere in de ambitieuze roman Zie: liefde (in 1990 bij ons uitgebracht). De gespannen politieke situatie tussen Israël en de omliggende landen speelt een rol in diverse van zijn boeken. Heel dichtbij kwam de Palestijnse kwestie voor Grossman toen in 2006 zijn zoon Uri op 20-jarige leeftijd sneuvelde in de strijd tegen Libanon. Die ervaring leidde tot de aangrijpende roman Uit de tijd vallen (Nederlandse uitgave 2012).

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Komt een paard de kroeg binnen in een leeskring heeft Jacandra van den Broek twaalf discussietips opgesteld.

1. Er is geen hoofdstukindeling of enig ander houvast in de vorm van witregels of onderbrekingen in Komt een paard de kroeg binnen. Hoe heb je deze doorlopende structuur ervaren?

2. Welke functie heeft de kleine vrouw in het publiek die Dovele ook van vroeger kent?

3. Het publiek kan de voorstelling van Dovele maar matig waarderen, er blijft slechts een handjevol mensen tot het einde zitten. Als jij in de zaal had gezeten, tot wanneer was jij dan blijven zitten, en waarom?

4. Op welke wijze wordt de thematiek van het bevrijdende van het bekijken van dingen vanuit een ander perspectief uitgewerkt?

5. De oude jeugdvriend is de verteller van het verhaal, maar het grootste deel van de roman is een directe weergave van Dovele’s woorden. Welke functie heeft de extra vertellerslaag?

6. Welke van de door Dovele vertelde grappen vind je het grappigst en welke het minst? Waarom? Om welke soort grappen lacht het publiek in het boek het hardst? Hoe verklaar je dat?

7. Arjen Fortuin schrijft in NRC Handelsblad (15 mei 2015): ‘het knappe aan deze roman (waarin een twintigtal uitstekende moppen staat) is dat de grap er niet alleen als verlossing in voorkomt, maar ook als daad van agressie.’ In hoeverre ben je het eens met zijn oordeel over de functie van de grap in de roman?

8. Waarom zou Dovele de oude jeugdvriend hebben uitgenodigd en om zijn oordeel hebben gevraagd?

9. Anet Bleich noemt Komt een paard de kroeg binnen in de Volkskrant (16 mei 2015) ‘een hilarische en ontroerende roman’. In hoeverre ben je het met deze twee kwalificaties eens?

10. Op welke manieren worden wreedheid en humor met elkaar verweven in de roman?

11. Vind je het einde van het verhaal een climax of juist een anticlimax? Waarom?

12. Welke verwachting riep de titel bij je op en in hoeverre heeft de roman aan deze verwachting voldaan?

Boek van de Maand December 2015




In Birk woont de negenjarige Mikael Hammerman met zijn vader Birk en moeder Dora op een nagenoeg verlaten eilandje. De enige andere bewoner is de oudere visser Karl.

Plaatsvervanger
Op een dag komt Mikael alleen thuis van het strand, waar hij met zijn vader was. Wat er gebeurd is met zijn vader, kan hij niet goed vertellen. Alle naspeuringen naar Birk blijven zonder resultaat. Pas na elf dagen biecht Mikael op wat er is gebeurd. Dora verwijt Mikael de dood van Birk, maar naarmate de tijd vordert en Mikael volwassenen wordt, gaat ze haar zoon steeds meer zien als plaatsvervanger van haar echtgenoot. De manier waarop zijn moeder hem tegemoet treedt, benauwt Mikael steeds meer, maar hij wordt ook jaloers als buurman Karl probeert zijn moeder te verleiden.

De auteur
Jaap Robben (1984) studeerde Milieu- en maatschappijwetenschappen in Nijmegen en ging vervolgens naar de Koningstheateracademie in Den Bosch. Eenmaal afgestudeerd ging zijn hart meer uit naar schrijven dan acteren. Sinds 2000 schrijft hij gedichten en korte verhalen voor kinderen. Samen met illustrator Benjamin Leroy publiceerde hij de gedichtenbundels Twee vliegen (2004), De nacht krekelt (2007), Zullen we een bos beginnen? (2008, shortlist Gouden Uil voor jeugdliteratuur) en Als iemand ooit mijn botjes vindt (2012), die een Vlag en Wimpel kreeg, een eervolle vermelding van de Griffeljury. In 2010 verscheen de prentenjeugdroman De Zuurtjes, in 2012 het prentenboek Josephina. Birk werd bekroond met de ANV Debutantenprijs, de Nederlandse Boekhandelsprijs en de Dioraphte Literatour Publieksprijs. Inmiddels wordt het boek vertaald en verfilmd.

Naast schrijver is Robben ook theatermaker en schrijft hij voorstellingen voor theatergroep Fien, een gezelschap dat hij en zijn vriendin, theatermaakster Susanne Roos, hebben opgericht.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Birk in een leeskring heeft Nelleke Kemps tien discussietips opgesteld.

1. Waarom denk je dat het verhaal niet speelt in een precies aangegeven tijd en op een exacte locatie?

2. In een interview (Trouw, 16 april 2015) zegt Robben: ‘Belangrijke uitdaging voor mij was om bijvoorbeeld van het eiland een personage te maken. Een personage dat niet spreekt en steeds kleiner lijkt te worden. Het eiland is zoals de moeder in het verhaal: dwingend.’ In hoeverre is hij voor jou in die opzet geslaagd? Wat is het belang van het verlaten eiland voor deze geschiedenis?

3. De roman begint met de zin: ‘In mijn tong jeukten mieren...’ Hoe verklaar je deze beeldspraak en welk gevoel roept de zin bij je op? (Zie ook een pagina verder: ‘Hoe harder ik beet op de mieren in mijn tong, hoe erger ze krioelden.’)

4. Op welke manier(en) probeert Dora om Mikael in de rol van zijn vader te duwen?

5. Deel III wordt verteld in de tegenwoordige tijd, in tegenstelling tot de eerste twee delen. Hoe verklaar je die overgang? Welk gevolg heeft dat voor de lezer?

6. Welk verband zie je tussen Dora’s gedrag ten opzichte van Mikael en het gedrag van Mikael ten opzichte van de meeuwen in het huis van Augusta?

7. Over de karakterisering van Mikaels ouders schrijft Sebastiaan Kort (NRC Handelsblad, 13 juni 2014): ‘Diverse malen roept hij met een enkele zin een geschiedenis of een karakter op. Vooral de vader, die als een soort spook boven het boek hangt, weet hij met een paar uitspraken een volle tekening te geven. Des te vreemder is het dat de moeder, die een veel prominentere, directe aanwezigheid is, geen werkelijke contouren krijgt.’ Hoe heb je de karakterisering van Dora ervaren?

8. Op welke manieren brengt Robben spanning aan in het verhaal? Wat werkte voor jou het best als het gaat om de spanningsopbouw?

9 In hoeverre is aan Birk te zien dat Jaap Robben veel voor kinderen heeft geschreven? Vind je Birk ook geschikt voor jongeren? Waarom wel of niet?

10 Hoe heb je de slotregels van de roman ervaren? Hoe interpreteer je de laatste dialoog?

Boek van de Maand November




‘Voordat mijn vrouw vegetariër werd, had ik haar in alle opzichten altijd volstrekt oninteressant gevonden.’ Zo luidt de eerste zin van De vegetariër.

Symbolische daad van verzet
Een Koreaanse vrouw besluit op een dag geen vlees meer te eten. Deze voor Koreanen ongewone keuze stuit op veel weerstand. Haar symbolische daad van verzet neemt steeds extremere vormen aan. Achtereenvolgens vertellen haar man, zwager en zus over de beklemmende gevolgen.

Recensenten reageerden enthousiast op De vegetariër en typeerden het boek onder andere als schurend, diep tragisch, ontroerend en grappig.

De auteur
Han Kang is in 1970 geboren in het Zuid-Koreaanse Gwangju. Haar vader Han Seung-won was in eigen land bekend als romanschrijver. Toen Kang tien jaar was, verhuisde ze met haar ouders naar de hoofdstad Seoul. Daar studeerde ze later Koreaanse literatuur. Met een kort verhaal won ze een schrijfwedstrijd en in 1995 debuteerde ze met een verhalenbundel waarvan de Engelse titel luidt A Convict’s Love.

In Korea won ze diverse grote prijzen voor haar romans en verhalenbundels. Twee van haar boeken, waaronder De vegetariër, werden verfilmd.

Begin 2016 brengt Nijgh & Van Ditmar een tweede boek van Han Kang in vertaling uit: de roman Mensenwerk die begint in 1980 als een studentenopstand uitbreekt na de moord op dictator Park Chung Hee.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van De vegetariër in een leeskring heeft Jacandra van den Broek vijftien discussietips opgesteld.

1. In hoeverre dekt de titel van de roman de lading?

2. Welke rol speelt de Koreaanse cultuur in deze roman?

3. Welk van de drie delen heb je als meest schokkend ervaren, en waarom?

4. De openingszin wordt door meerdere recensenten bewonderd of intrigerend gevonden. In hoeverre maakt de rest van het verhaal de verwachtingen die deze zin oproept, waar?

5. Het verhaal van Yeong-hye wordt vanuit drie perspectieven beschreven. Zijzelf komt niet aan het woord. Welke betekenis heeft dit? In hoeverre heb je haar perspectief gemist?

6. Wat is jouw kijk op het videokunstproject van de zwager van Yeong-hye en hun beider rollen daarin?

7. Welk van de drie delen heeft je het meeste inzicht gegeven in de onderlinge relaties, en waarom?

8. Wat kenmerkt de schrijfstijl van Han Kang? Welk effect had dit op je leeservaring?

9. Hoe verklaar je het verschil in karakter van de beide zussen?

10. Welke rol speelt sociale dwang in de levens van de diverse personages en hoe gaan zij hier elk mee om?

11. Lichamelijkheid is een belangrijk onderwerp in het boek. Met welke verschillende facetten van lichamelijkheid hebben de diverse personages te maken?

12. Welke wending had het verhaal, oftewel het leven van Yeong-hye kunnen nemen als haar zus haar niet had laten opnemen in een inrichting nadat zij de video had gezien?

13. Wat heeft Yeong-hye ertoe bewogen om te stoppen met het eten van vlees? Waar staat haar keuze symbool voor?

14. In hoeverre heb je begrip voor de houding van Yeong-hye’s man?

15. Wat is jouw standpunt als het gaat om vegetarisme en de verschillende varianten daarop?


Boek van de Maand Oktober




Twee voorvallen in zijn jeugd beschadigen Leon, de hoofdpersoon van De man die haast had van Jan Vantoortelboom, voor de rest van zijn leven. Zijn geliefde oppas Elsie valt terwijl ze met hem aan het spelen is en raakt zwaar gehandicapt, zijn manisch-depressieve moeder overlijdt als hij twaalf is. Na deze traumatische gebeurtenissen onttrekt hij zich aan het leven.

Lijdzaam wachten
De angst om vroeg te sterven en het gebrek aan zekerheid die dat met zich meebrengt, belemmeren hem om te kiezen voor een studie of een baan en leiden er ook toe dat hij geen kinderen wil. Dat is een van de redenen dat zijn relatie met Liliane stukloopt. Leon blijft lijdzaam wachten op een moment dat zijn leven betekenis krijgt.

De auteur
Jan Vantoortelboom (1975) werd geboren in Torhout en groeide op in Elverdinge in West-Vlaanderen. Na zijn studie Germaanse Filologie aan de universiteit van Gent en het Trinity College in Dublin werkte hij als docent Engels, eerst op een ROC en nadien aan de Hogeschool Zeeland.

In 2011 debuteerde hij met de roman De verzonken jongen. In 2014 verscheen Meester Mitraillette, dat lovende recensies kreeg en tot Boek van de Maand werd uitgeroepen in het tv-programma De Wereld Draait Door. Jan Vantoortelboom woont met zijn vrouw en vier kinderen in het dorpje Ossenisse in Zeeuws-Vlaanderen.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van De man die haast had in een leeskring heeft John Hermse twintig discussietips opgesteld.

1. Op de eerste pagina van De man die haast had verwondt Leon zich bij het knotten van wilgen. Waarom laat Vantoortelboom zijn roman met dit voorval beginnen, denk je?

2. Leon moet van zijn ouders bij Elsie op bezoek nadat ze in Home Windekind is opgenomen. Aanvankelijk is hij bang voor haar. Waar komt deze angst vandaan?

3. Hebben de twee dramatische gebeurtenissen uit Leons jeugd (de val van Elsie en het overlijden van zijn moeder) Leons karakter bepaald of speelt volgens jou vooral aanleg/erfelijkheid een rol? Waarop baseer je je mening?

4. Leon gaat op bezoek bij zijn vriend Bertrand in Dublin. De ‘angstige tijdloosheid’ (p. 46) die Leon daar ervaart in een cel, was voor hem een ‘openbarend moment’ (p. 47). Waarom?

5. Als Leon het gevoel heeft uit te doven, zoekt hij nieuwe kracht bij Elsie. ‘Hij had vaak het gevoel dat hij langzaam uitdoofde, dat de worsteling met zichzelf nooit zou ophouden’ (p. 50). Welke worsteling wordt hier bedoeld?

6. ‘Al vroeg had hij zijn honger naar kennis opzettelijk genegeerd omdat die hem alleen maar onrustig maakte en hem op een weg zonder einde zou meevoeren, iets wat hij in zijn leven niet kon gebruiken’ (p. 60). Waarom is Leon nou precies zo bang voor kennis? Wat is de weg zonder einde?

7. De meeste dingen behoeven geen betekenis, overpeinst Leon als hij de uitgestrektheid van het zeewater ervaart (p. 65). Waarom niet?

8. Als Leon Liliane in een rouwstoet ziet (p. 67), voelt hij voor het eerst begeerte naar haar. Waarom juist op dat moment? Bestaat er voor hem een relatie tussen de (lichamelijke) liefde en de dood?

9. Op het moment dat Leon Elsie vertelt van zijn gevoelens voor Liliane komt er een kevertje de kamer binnengevlogen (p. 80-81). Leon vergelijkt het met de vlo uit het gelijknamige gedicht van de Engelse dichter John Donne (1572-1631). Wat is de betekenis van het kevertje?

10. Als Leon Liliane voor het eerst kust, ‘woelde een onrust als een onderaards wezen door zijn onderbuik’, hij voelt ‘kwaadheid en hartstocht’ (p. 93). Hartstocht ligt voor de hand op dat moment, maar waar komt die kwaadheid vandaan?

11. Tot hij een relatie met haar krijgt, verlangt Leon haast obsessief naar Liliane. Maar hij belandt in een crisis juist nadat zij elkaar gevonden hebben. Hoe komt dit?

12. Leon ziet vanaf de dijk de man van mevrouw Bisschop drinken in zijn motorboot. Dit blijkt belangrijk voor hem te zijn, maar hij vertelt er Liliane niet over. Waarom niet? En waarvoor staat die man voor Leon?

13. Wat hem het meest dwarszit, is dat hij Liliane niet over Elsie vertelt, al weet hij wel zeker dat dit een beslissing is waar hij achter staat (p. 113). Maar waarom zit hem dat dan zo dwars?

14. Liliane vindt dat Leon obsessief met zijn boot bezig is. Als de boot dan eindelijk af is, spijt het hem dat zijn moment van betekenis nabij is (p. 137). Wat betekent die boot voor Leon?

15. De boot van Leon krijgt geen naam. Wat zou een goede naam zijn?

16. Leon maakt een einde van het leven van Elsie door haar de nek om te draaien. Heeft hij de dood van Elsie zo gepland, of deed hij het in een opwelling? In hoeverre betekent zijn daad voor hem een verlossing?

17. Op diverse plaatsen in het boek is sprake van een vrouw met een lange nek: Elsie na haar val, Liliane, de schilderijen van Modigliani. In hoeverre zie je hierin een bepaalde symboliek of andersoortig verband?

18. Vantoortelboom vertraagt zijn verhaal bij belangrijke gebeurtenissen, zoals bij de eerste kus van Leon en Liliane (p. 93). Kun je nog meer passages aanwijzen waarin dit het geval is?



19. Leon komt na de dood van Elsie in een psychiatrische inrichting terecht. Leon is een persoon die zichzelf nadrukkelijk buiten de tijd en daarmee ook buiten de maatschappij plaatst. Maar is hij daarmee ook een psychiatrisch patiënt? Wat mankeert hem?

20. Na Elsies dood is het personeel van Home Windekind aanvankelijk boos en verdrietig, maar het toont uiteindelijk ook begrip voor de daad van Leon, door als doodsoorzaak te noteren dat Elsie in een van haar aanvallen haar nek brak op de rand van de boot. Hoe kijk je aan tegen Leons daad?

Boek van de Maand September




Meneer Mac en ik beschrijft een belangrijk jaar uit het leven van de dertienjarige Thomas die woont in een kustplaatsje in Suffolk. Het is 1914, een verwarrende en beangstigende tijd waarin de oorlog dichtbij komt.

Kunst en natuur
Thomas droomt van een avontuurlijk leven op zee, maar door een lichamelijke handicap zal dat niet voor hem zijn weggelegd. Ook raakt hij in de ban van de Schotse architect Charles Rennie Mackintosh die zich met zijn vrouw in het dorp vestigt en Thomas’ belangstelling voor kunst en natuur aanwakkert. Maar de overige dorpelingen zien Mackintosh als spion van de vijand.

De auteur
Esther Freud is op 2 mei 1963 geboren in Londen als dochter van de bekende kunstschilder Lucian Freud (1922-2011) en Bernardine Coverley. De familienaam doet uiteraard direct denken aan Sigmund Freud en inderdaad: de beroemde psychiater was haar overgrootvader. Haar zus Bella heeft bekendheid gekregen als modeontwerpster, haar grootvader Ernst als architect. Esther Freud is getrouwd met acteur David Morrissey, met wie ze drie kinderen heeft. Ze wonen afwisselend in Londen en in een buitenhuis in Walberswick, Suffolk.

In 1992 debuteerde Freud met de autobiografische roman Hideous Kinky, waarin ze vanuit het ik-perspectief van een kleuter schrijft over de belevenissen van een moeder en twee kinderen die door Marokko trekken.

Nadien schreef ze nog zeven romans, waarin familierelaties en het vinden van een plaats waar je je thuis voelt belangrijke motieven zijn. De meest bekende roman na haar debuut is The Sea House uit 2003. Alle romans van Freud zijn in het Nederlands vertaald.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Meneer Mac en ik in een leeskring heeft Marlene Lunter zestien discussietips opgesteld.

1. Welke overeenkomsten en welke verschillen ziet u tussen Mac en Thomas?

2. Hoe staat Thomas tegenover Margaret?

3. Mac is iemand die erg in zichzelf is gekeerd. Toch merkt hij Thomas, die hem vaak onopvallend volgt, op. Hoe verklaart u dat?

4. Mac denkt dat je voor een bepaald leven bent geboren (p. 135). In hoeverre zou Thomas het met hem eens zijn?

5. Welke gevoelens roept Thomas’ vader bij u op? In hoeverre kunt u begrip voor hem opbrengen?

6. Vindt u Thomas’ moeder een sterke of een zwakke vrouw, en welke argumenten hebt u daarvoor?

7. Waarom zou Thomas’ moeder het geheim van Thomas’ kreupelheid hebben verzwegen? En hoe denkt u erover dat ze het hem uiteindelijk vertelt?

8. Hoe is de band tussen Thomas en zijn zusters?

9. Hoe beoordeelt u de houding van Runnicles, de schoolmeester, tegenover Thomas?

10. Thomas denkt dat de vogels die Mac in zijn tekeningen verstopt Mac zelf symboliseren. Wat denkt u?

11. Thomas komt uiteindelijk toch op zee terecht. Zou dat ook zijn gebeurd zonder de oorlog? Waarom wel of niet?

12. Welke rol speelt het bovennatuurlijke in de roman?

13. ‘Kunst is een bloem’, zegt Mac tegen Margaret. ‘Het leven is het groene blad’ (p. 93). Wat bedoelt hij hier precies mee volgens u?

14. ‘Alles van waarde komt van Gods eigen grond,’ zegt Allard (p. 160). Bent u het met hem eens?

15. Hoe zouden Mac en zijn vrouw Thomas beschrijven?

16. Hoe heeft u de slotpagina’s (vanaf pagina 309) ervaren?

Een analyse van Meneer Mac en ik is te vinden in het septembernummer van het vernieuwde Boek-delen dat als nieuwe titel heeft de Boekensalon.


Boek van de Maanden Juli en Augustus



Het een als het ander bestaat uit twee delen. Het ene deel beschrijft hoe de zestienjarige Georgia in 2014 rouwt om de plotselinge dood van haar moeder. Het andere deel gaat over het leven van de vijftiende-eeuwse schilder Francesco (Franchesco) del Cossa. Er zijn twee versies van het boek: de ene versie begint met het deel over George, de andere met het verhaal van Franchesco.

Speels en poëtisch
Georgia raakt met de schilder bekend als ze met haar moeder in Ferrara (Italië) naar zijn fresco’s gaat kijken. Als haar moeder overlijdt, raakt ze geïntrigeerd door hem. Ook Francescho verloor zijn moeder op jonge leeftijd. Zijn vader zorgde dat hij een opleiding tot schilder kon volgen. Heel bijzonder in die tijd, want Francescho was een meisje, maar ging als jongen door het leven. Als Georgia voor een schilderij van haar staat, keert Francescho terug als geest en observeert hoe Georgia rouwt.

Het een als het ander gaat over het samenvallen van tijd, gebeurtenissen en seksuele identiteit. Niets blijkt bij nadere inspectie eenduidig. Door beter te kijken zie je méér dan bij oppervlakkige waarneming. Kijken dan wel gezien worden komt op allerlei manieren terug en is verbonden met andere motieven in het boek: schilderkunst, verhalen en nieuwe media. Smiths taalgebruik is speels, origineel en poëtisch. Beide delen staan vol gevatte, intelligente dialogen. Ironie en humor zijn een belangrijk stijlmiddel.

De roman werd in Engeland genomineerd voor de Man Booker Prize en bekroond met de Goldsmith Award, de Costa Novel Award en de Baileys Women’s Prize for Fiction.

De auteur
Ali Smith is in 1962 in het Schotse Inverness geboren. Ze was de jongste van vijf kinderen van een Engelse elektricien en een Noord-Ierse busconductrice. Het schrijven zat er al vroeg in: ze maakte gedichten voor haar oudere zussen en deed pogingen om een jongensboek te herschrijven tot een boek met meisjes in de hoofdrol.

Na haar (niet afgeronde) studie kreeg Smith een aanstelling als docent Engels aan de University of Strathclyde in Glasgow. Maar die baan gaf ze op toen werd vastgesteld dat ze het ‘chronisch vermoeidheidssyndroom’ ME had. Ze realiseerde zich dat ze nooit een ‘fatsoenlijke wetenschapper’ zou worden en besloot zich helemaal aan het schrijven te wijden. Met haar vriendin, filmmaakster Sarah Wood, vestigde ze zich in Cambridge.

In 1995 verscheen haar eerste boek, de verhalenbundel Free Love and Other Stories. Het vormde de start van een eigenzinnig oeuvre dat zich kenmerkt door grillige vormen, een voorliefde voor taalgrappen en woordspelletjes en de neiging om lezers in het ongewisse te laten of ze te maken hebben met mannelijke of vrouwelijke personages. Dat maakt Smiths werk niet ieders ‘cup of tea’, maar wie zich laat uitdagen, kan er veel plezier aan beleven.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Het een als het ander in een leeskring heeft Marlene Lunter tien discussietips opgesteld.

1. Zijn er in uw leesclub opvallende verschillen in hoe het boek ervaren is door leden die eerst het verhaal van Georgia hebben gelezen en leden die eerst het verhaal van Franchesco hebben gelezen? Zo ja, waarin liggen die verschillen?

2. Met welk deel kan een lezer volgens u het beste beginnen? Waarom?

3. Hoe beoordeelt u de manier waarop Carol met George omgaat?

4. Wat betekent Helena voor George?

5. Welke blijken van ouderliefde komt u in beide verhalen tegen?

6. Wat verandert er voor Barto als hij ontdekt dat Francescho een meisje is?

7. Francescho noemt het een paradijs als je geen herinneringen meer hebt (p. 273). Waarom vindt hij dat? Hoe zou George daarover denken?

8. Welke overeenkomsten en verschillen ziet u tussen George en Francescho?

9. Smith besteedt veel aandacht aan het beschrijven van schilderijen. Hoe heeft u dit ervaren?

10. Heeft u het boek vooral gelezen als een intellectueel spel of raakten de personages en gebeurtenissen u echt? Zo ja, op welke momenten?

Een uitgebreide analyse van Het een als het ander en meer discussietips zijn te vinden in het juninummer van Boek-delen.

Boek van de Maand Juni



In Harem schrijft Liam, de twintigjarige zoon van de beroemde fotograaf Mac Hope, in een afgelegen jachthut in Zweden een roman over het leven van zijn vader en over de mensen die daarin een rol hebben gespeeld en die ook in Liams eigen leven van belang zijn geweest.

Beeld en taal
Dat zijn vooral de leden van een kunstenaarscommune in Stockholm, onder wie de drie geliefden van zijn vader, diens beste vriend Hampus en Liams halfzusje Ronja. Liam heeft zich omringd met allerlei documenten, foto’s, dagboeken en met de catalogus van een overzichtstentoonstelling over Macs leven en werk. Maar hij vult zijn verhaal ook aan met wat hij zich voorstelt dat er gebeurd kan zijn. Zijn terugblikken op het verleden worden afgewisseld met passages rond zijn eenzame bestaan in de jachthut en geleidelijk wordt duidelijk dat Liam plotseling bij de anderen is weggegaan omdat er iets gebeurd is. Dan krijgt hij bezoek van zijn vader.

Harem is een buitengewoon levendige roman over allerlei vormen van liefde en daarmee verbonden zaken als seksualiteit, jaloezie, overspel en schuldgevoelens. En het is een boek over volwassen worden, over vader-zoonrelaties en over de verhouding tussen beeld (fotografie) en taal (literatuur).

De auteur
De eerste, niet gepubliceerde, schrijfpogingen van Ronald Giphart (Dordrecht, 1965) werden nog bepaald door het idee dat literatuur een gewichtige aangelegenheid was, waarin voor humor geen plaats was. Nadien verzette hij de bakens echter en werd zijn credo dat schrijven vooral leuk moet zijn. Zijn eerste boek, Ik ook van jou (1992), kende bij (jonge) lezers veel succes. De negatieve kwalificatie van recensent Tom van Deel dat het boek alleen maar gaat over ‘neuken, neuken en nog eens neuken’ is Giphart sindsdien aan blijven kleven, maar dat deed de verkoop van zijn werk bepaald geen schade.

Met romans als Giph (1993), Phileine zegt sorry (1996) en Ik omhels je met duizend armen (2000) werd hij een van de populairste Nederlandse auteurs van het laatste decennium van de twintigste eeuw. In 2003 schreef hij met Gala het Boekenweekgeschenk. Troost (2005) is een roman vol culinaire hoogstandjes over een van de televisie bekende kok. Giphart presenteerde het boek met een kooktournee door het land en publiceerde nadien nog samen met twee bekende chef-koks een ‘lees-kookboek’.

In IJsland (2010) keert het personage Giph terug, in een roman waarin het leven niet alleen maar lol is en de dood zich opdringt. De dood is ook een belangrijk thema in de drie verhalen in de bundel De wake (2012), die geschreven zijn vanuit het perspectief van achtereenvolgens een man die al dood is, een jongetje dat in coma ligt en het hart van een meisje dat wordt getransplanteerd in een oude man.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Harem in een leeskring hebben Lucas Kruse en de redactie van Boek-delen acht discussietips opgesteld.

1. Wie vindt u de hoofdpersoon: Liam of Mac? Waarom? Welke parallellen en verschillen ziet u in hun volwassenwording?

2. Welke verhaallijn vindt u interessanter, die van het heden of het verleden? Waarom?

3. In Harem draait het onder andere om de verhouding (of tegenstelling) tussen literatuur en fotografie. Op welke manieren komt dit gegeven terug, zowel in het verhaalverloop als in de manier waarop het verhaal is geschreven? Hoe heeft u bijvoorbeeld de diverse beschrijvingen van foto’s ervaren?

4. In diverse interviews zegt Giphart dat hij in Harem alleen maar aardige personages wilde opvoeren en niemand aan wie je een hekel kunt krijgen. In hoeverre is hij daar voor u in geslaagd?

5. Wat is de rol van het personage Ronja?

6. Giphart werkt in de roman veel met vooruitwijzingen. Welk effect bereikt hij daarmee? Hoe waardeert u deze techniek?

7. ‘Ik zeg niet dat in alle romans seks moet voorkomen, maar goeie literatuur gedijt met een goede seksscène’, aldus Giphart (de Volkskrant, 23 januari 2015). Hoe denkt u over deze stelling? Hoe heeft u de behandeling van het motief seksualiteit in deze roman ervaren?

8. Giphart stelt dat hij met Harem geen pleidooi voor de vrije liefde wilde schrijven, maar de vraag wilde onderzoeken of het mogelijk is tegelijk met meerdere mensen een relatie te hebben. Is hij er voor u in geslaagd om invoelbaar te maken hoe zoiets ontstaat? Waarom wel of niet?

Een interview met Ronald Giphart, een analyse van Harem en meer discussietips vindt u in het juninummer van Boek-delen. Tip: bekijk ook de video met Ronald Giphart op Literatuurplein.


Boek van de Maand Mei




In Efter is verliefdheid in een nabije toekomst door artsen en wetenschappers gedefinieerd als een ziekte: LAD (Love Addiction Disorder). De farmaceutische industrie springt daar gretig op in: er komen klinieken waar je je kunt laten behandelen tegen liefdesverslaving, zoals Jagthof, waar de roman zich grotendeels afspeelt. Daar wordt een dubieus geneesmiddel, Efter, getest op de cliënten.

Slachtoffers
Onderzoeksjournaliste Laura Horst ruikt onraad als er slachtoffers vallen en publiceert een artikel dat grote gevolgen heeft.

In de roman volgt de lezer nog acht personages, die elk op soms tragische wijze met Efter te maken hebben, zoals Pete Kamp (de pr-man die Efter in de markt moet zetten), zijn vrouw Katinka Asselbergs (eigenares van Jagthof) en diverse cliënten van Jagthof, met name Meija, Silver en Fajah Rizzo, een zestienjarige puber die in Jagthof is opgenomen om een andere reden dan LAD, zoals blijkt uit een weblog dat ze bijhoudt.

De auteur
Hanna Bervoets, geboren op Valentijnsdag in 1984, studeerde Media en Cultuur en Journalistiek in Amsterdam. Ze debuteerde in 2009 met de roman Of hoe waarom, waarin een moeder koste wat kost een ster wil maken van haar dochter. Lieve Céline, Bervoets’ in 2011 verschenen en verfilmde tweede roman, laat zien dat de obsessie voor een idool zo ver kan gaan dat de fan zich met het idool identificeert.

Alles wat er was (2013) is evenals Efter een toekomstroman die een extreme situatie beschrijft, waarin mensen hun houding moeten bepalen. Het is een postapocalyptische roman, die draait om de vraag wat er gebeurt als alles wat er was, er na 'de knal' niet meer is en wat mensen in zo'n situatie doen.

Naast deze vier romans schreef Bervoets ook een toneelstuk en een filmscenario en publiceerde ze columns in onder andere Marie Claire, CJP Magazine, Viva en de Volkskrant. Haar columns voor Volkskrant Magazine zijn gebundeld in Leuk zeg doei (2011) en Opstaan, aankleden, niet doodgaan (2013). Binnenkort verschijnt een derde en laatste bundeling van de colums onder de titel En alweer bleven we ongedeerd.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Efter in een leeskring hebben Lucas Kruse en de redactie van Boek-delen achttien discussietips opgesteld.

1. In de roman worden verschillende visies op verliefdheid uitgesproken (zie bijvoorbeeld pagina 85, 104, 141, 267). Welke spreken u wel aan, welke niet? Waarom?

2. Wat vindt u van de beweegredenen van Laura Horst om het misbruik van Efter aan de kaak te stellen? Wat brengt ze teweeg?

3. In hoeverre vindt u de toekomstige wereld die Bervoets schetst, geloofwaardig voor wat betreft de wijze waarop tegen verliefdheid wordt aangekeken? Hoe beoordeelt u in dit verband de rol van de medische industrie?
br> 4. Bervoets zegt in diverse interviews dat het verhaal voor haar niet in eerste instantie gaat over de liefde, maar over ‘de verhalen die we onszelf en elkaar vertellen om met onszelf en elkaar te kunnen leven. De leugens die we onszelf voorhouden, (…) de sprookjes die we vertellen om het leven dragelijk te maken.’ Wat staat voor u centraal in het boek? In welke opzichten heeft de roman u aan het denken gezet?

5. Stel dat Efter zou bestaan. Wat zouden volgens u dan de gevolgen kunnen zijn?

6. Meija ‘bedenkt’ voor haar omgang met Fajah dezelfde ‘spontane’ activiteiten als tijdens haar relatie met Sjoerd. Wat zegt dit over haar?

7. Hoe verklaart u Fajahs plotselinge gevoelens voor Meija?

8. Op pagina 235 merkt Fajah Rizzo op dat ze haar vorige meek heeft verwijderd. Waarom heeft ze dat gedaan?

9. Wat is uw mening over het verhaal van Silver (p. 259)?

10. In het interview op de voorgaande pagina’s stelt Bervoets dat iedereen van zichzelf denkt dat hij een goed mens is. Hoe kijkt u tegen de personages in Efter aan? In hoeverre ziet u gradaties in hun goed- en/of slechtheid?

11. Op pagina 272 vraagt journaliste Laura Horst aan Silver: ‘Wat zou jíj hebben gedaan?’ Waarom stelt ze deze vraag? Hoe zou uw antwoord luiden als de vraag naar aanleiding van de beschreven gebeurtenissen aan u werd gesteld?

12. Sonja de Jong (Noordhollands dagblad, 7 oktober 2014): ‘Het verhaal zwabbert teveel alle kanten op, alsof de schrijfster zelf niet kon kiezen wat ze nu eigenlijk wilde vertellen’. Wat vindt u van deze kritiek?

13. In de roman zit veel afwisseling wat betreft perspectief en tijd. Hoe heeft u dit ervaren?

14. Tegen het eind van het boek concludeert Laura: ‘Gevoelens zijn het nageslacht van geloof: haar blindgeboren zuigelingen. Dat maakt ze niet minder echt, of oprecht. En alles wat oprecht is, is levensgevaarlijk.’ Hoe denkt u over deze stelling?

15. Bervoets’ schrijfstijl in deze roman kenmerkt zich onder andere door spitse formuleringen als ‘De kip smaakt naar paté dus misschien is het eend’. Hoe heeft u dergelijke oneliners ervaren?

16. Recensente Daniëlle Serdijn (de Volkskrant, 4 oktober 2014) spreekt van een ‘trendgevoelige vertelstijl’. Wat vindt u van die typering?

17. Welke functie heeft het hoofdstuk met het artikel van Laura Horst in het boek? Hoe heeft u dit gedeelte ervaren?

18. Voelde u zich betrokken bij de gebeurtenissen en de personages? Waarom wel of niet?

Een uitgebreid dossier rond Efter vindt u in het voorjaarsnummer van Boek-delen.


Boek van de Maand April



In De kinderwet krijgt de 59-jarige familierechter Fiona Maye op een zondagavond woorden met haar man Jack. Hij kondigt aan dat hij een verhouding wil beginnen met de 28-jarige Melanie, die hij kent van zijn werk. Hij wil niet scheiden, maar wil nog één keer ‘een grote hartstochtelijke verhouding’.

Geruchtmakende zaak
Hun twistgesprek wordt onderbroken door een telefoontje van de griffier van de rechtbank, die een spoedzaak aankondigt: een ziekenhuis wil een zeventienjarige jongen die aan leukemie lijdt, noodzakelijke bloedtransfusies toedienen. De ouders, Jehova’s getuigen, weigeren dit, evenals de jongen, de intelligente Adam Henry.

De kinderwet laat zien hoe het persoonlijke en professionele leven van Fiona elkaar beïnvloeden als zich in haar huwelijk een crisis voordoet op het moment dat ze een uitspraak moet doen in een geruchtmakende zaak die veel bij haar losmaakt. Belangrijke motieven in de roman zijn kinderloosheid, religie, kunst (met name muziek en poëzie) en schuldgevoelens.

Scherpzinnig en genuanceerd analyseert McEwan in prachtig proza de huwelijkscrisis, de tegenstellingen in het proces en Fiona’s door deze zaak aangewakkerde verdriet om wat ze gemist heeft in het leven. Tegenover ratio en religie plaatst hij, niet voor het eerst, een geloof in de kracht van de kunst, met name klassieke muziek. Een prima leesclubboek!

De auteur
Ian McEwan werd op 21 juni 1948 geboren in het Engelse Aldershot. Omdat zijn vader militair was en vaak werd overgeplaatst, groeide de jonge Ian op in Azië, Duitsland en Noord-Afrika. Hij keerde terug naar Engeland om Engels te gaan studeren aan de universiteit van Sussex. In 1973 vestigde hij zich in Londen, waar hij als journalist werkte.

McEwan debuteerde in 1975 met de verhalenbundel First Loves, Last Rites, die werd bekroond met de Somerset Maugham Award. De bundel verscheen eerst in het Nederlands onder de titel De laatste dag van de zomer. De Nederlandse uitgever Jacob Groot had die eerste verhalen van McEwan gelezen en was zo onder de indruk geraakt dat hij de Engelse uitgevers voor was met de publicatie ervan.

McEwan geldt inmiddels als een van de belangrijkste moderne Engelse auteurs. Zijn werk wordt over de hele wereld gelezen. Diverse van zijn boeken werden verfilmd (onder andere Atonement, The Comfort of Strangers en Enduring Love). Voor zijn korte roman Amsterdam ontving hij in 1998 de Booker Prize. Behalve romans en verhalen schreef hij toneelteksten, filmscenario’s, een libretto voor een opera en een kinderboek.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van De kinderwet in een leeskring hebben Hester Eymers en de redactie van Boek-delen tien discussietips opgesteld.

1. Waar ligt/liggen de oorzaak/oorzaken voor de huwelijkscrisis van Fiona en Jack? Hoe interpreteert u Jacks verlangen naar een verhouding? En waarom komen ze niet tot een echt gesprek?



2. Fiona heeft zelf geen kinderen. In hoeverre beïnvloedt dit haar betrokkenheid bij de zeventienjarige Adam? Wat raakt haar zo in Adam?

3. In het proces rond Adam stelt Marina Greene namens de Kinderbescherming: ‘Een kind hoort geen zelfmoord te plegen omwille van een godsdienst.’ De advocaat van de ouders, Grieve, sluit zijn betoog af met de stelling: ‘Als een kind oud genoeg is en voldoende inzicht heeft om een weloverwogen besluit te nemen, zal zijn belang normaal gesproken het best gediend zijn als het gerecht dit respecteert.’ Hoe denkt u over deze stellingen?

4. Vindt u dat Fiona in het proces de juiste beslissing heeft genomen? Waarom wel of niet?

5. Adam verwijt zijn ouders dat ze de rechterlijke macht het vuile werk hebben laten opknappen en zelf hun handen in onschuld wassen (p. 135). Hoe denkt u hierover?

6. Muziek en poëzie spelen een belangrijke rol in De kinderwet, zoals vaker in het werk van McEwan. Dat komt het sterkst tot uitdrukking in de scène waarin Fiona in het ziekenhuis op bezoek gaat bij Adam. Hoe heeft u deze scène ervaren?

7. Is Adams laatste beslissing in uw ogen ingegeven door religieuze overtuiging of door persoonlijke teleurstelling? Waarop baseert u uw mening?

8. Fiona voelt teleurstelling als Jack al snel weer bij haar terugkeert (p. 127). Hoe verklaart u dit?

9. Hoe heeft u de uitgebreide beschrijving van enkele rechtszaken ervaren? Welke verschil(len) in stijl ziet u tussen deze gedeelten en de rest van de roman?

10. Vindt u de verhaallijnen rond Fiona’s huwelijkscrisis en die rond haar bemoeienis met Adam overtuigend met elkaar verweven? Waarom wel of niet?

Meer discussietips en een uitgebreid dossier rond De kinderwet vindt u in het voorjaarsnummer van Boek-delen.



Boek van de Maand Maart



De 52-jarige Olivier, hoogleraar kunstgeschiedenis in Parijs, ontmoet in De hemel boven Parijs de jonge Nederlandse studente Fie (Sofie), die sprekend lijkt op zijn geliefde Mathilde van 25 jaar geleden. De ontmoeting brengt herinneringen boven aan die tijd en wakkert zijn schuldgevoelens weer aan over het feit dat de relatie destijds strandde omdat hij het vaderschap niet aandurfde.

Levensvragen
Fie is nog volop bezig haar plaats te vinden in het leven, wil kennis en ervaring opdoen, de liefde leren kennen, maar durft niet en is eenzaam. Ze wendt zich voor adviezen tot haar docent Olivier, voor wie ze een essay moet schrijven. De ideeën over kunst die hierin aan de orde komen, spiegelen de levensvragen waarmee Olivier en Sofie worstelen.

Voor Olivier is Fie bijna een dubbelganger van Mathilde, waardoor verleden en heden door elkaar gaan lopen. Fie heeft herinneringen aan het ongelukkige huwelijk van haar ouders en probeert haar angst voor het leven te bestrijden door zich terug te trekken. Ze raakt geïntrigeerd door Oliviers herinneringen als hij haar heeft verteld dat ze op zijn jeugdliefde lijkt.

De hemel boven Parijs is een zeer verzorgd geschreven roman met veel aandacht voor details, variatie in tekstsoorten en verrassende beeldspraak. Het boek haalde de ‘longlist’ van zowel de Libris Literatuur Prijs als de Gouden Boekenuil.

De auteur
Bregje Hofstede (1968) studeerde kunstgeschiedenis en Frans in Utrecht en Parijs. Ze woont tegenwoordig in Brussel. Hofstede publiceerde diverse verhalen en essays in onder andere Hollands Maandblad. Dat leverde haar in 2012 de aanmoedigingsbeurs op die dit tijdschrift jaarlijks toekent.

De hemel boven Parijs is haar debuutroman, die goed werd ontvangen in de literaire kritiek. In het voorjaarsnummer van Boek-delen vertelt ze over het ontstaan ervan.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van De hemel boven Parijs in een leeskring hebben Lucas Kruse en de redactie van Boek-delen achttien discussietips opgesteld.

1. 'Soms moet je maar gewoon iets durven' (onder andere p. 127). Op welk(e) personage(s) is deze uitspraak van toepassing en hoe beoordeelt u deze?

2. Welke overeenkomsten en verschillen tussen Fie en Mathilde heeft u gesignaleerd?

3. Wat verbindt Olivier en Sofie?

4. Waarom maakt Mathilde een einde aan haar relatie met Olivier? Hoe beoordeelt u haar beweegreden(en)?

5. Wat vindt u van de reactie van Sylvie als ze erachter komt dat Olivier geïntrigeerd is door een meisje dat sterk lijkt op zijn geliefde Mathilde, 25 jaar geleden?

6. Na ongeveer zestig pagina’s verschuift het perspectief voor het eerst van Olivier naar Fie, later in het boek gebeurt dat nog enkele keren. Hoe heeft u die wisseling ervaren, met name ten aanzien van de scènes die achtereenvolgens vanuit beider perspectief worden beschreven?

7. Welke functie vervult de stad Parijs in de roman?

8. Wat is de functie van Oliviers ‘fantasiehond’? Welke rol spelen de gezamenlijke fantasieën van hem en Sofie?

9. Welke indruk maakt Fie op u? Wat ziet ze in Olivier? Welke ontwikkeling maakt ze door?

10. Welk(e) verband(en) ziet u tussen de verschillende versies van het essay van Fie en de thematiek van de roman?

11. Wat vindt u van de reactie van Fie als ze van Olivier hoort dat ze sprekend op Mathilde lijkt?

12. ‘Ik heb je moderne Theobald gevonden,’ (p. 171) zegt Fie tegen Olivier, nadat deze haar heeft verteld wat er destijds tussen hem en Mathilde is gebeurd. Wat bedoelt ze?

13. Op welke manieren worden de begrippen ‘stilstand’ en ‘spiegeling’ uitgewerkt in de roman?

14. Wat is volgens u de verhouding tussen werkelijkheid en verbeelding in het hoofdstuk waarin Sofie Mathilde gaat opzoeken (p. 209-212)?

15. Hoe heeft u de gebeurtenissen op de laatste pagina’s ervaren? Hoe verklaart u Fie’s besluit om Olivier met haar te laten vrijen? Wat voor toekomst rijden ze tegemoet?

16. 'Een opvallend verzorgd, fraai liefdesverhaal', oordeelt Persis Bekkering (de Volkskrant, 20 september 2014). Maar: 'stilaan krijgt dit boek iets smetteloos, iets keurigs, bijna schools. Alsof ook Hofstede zelf heeft gezocht naar het perfecte kunstwerk.' Wat is uw mening over deze kritiek?

17. ‘De gebeurtenissen zijn niet moeilijk te volgen, het begrijpen van de emoties vraagt inlevingsvermogen’, schrijft recensente Rosalien Koster (Leeuwarder Courant, 26 september 2014). In hoeverre kon u meevoelen met Olivier en/of Sofie?

18. In interviews geeft Bregje Hofstede aan het niet (helemaal) eens te zijn met de typering 'liefdesverhaal'. Wat is uw mening?


Boek van de Maand Februari



Op een warme lentedag in 1968 redt de Engelse automonteur Jack Preston in Monte Carlo, kort voor de start van de Grand Prix van Monte Carlo, het leven van de beroemde actrice Deedee als een auto in brand raakt. Althans: Jack is overtuigd van het feit dat hij deze heldendaad heeft verricht, waarbij hij zelf gewond raakt.

Grote zeggingskracht
Maar erkenning van zijn moedige actie blijft uit. Hij wordt zelfs ontslagen als monteur en terug in zijn kleine Engelse dorp verliezen zijn dorpsgenoten ten slotte ook hun geloof in zijn verhaal. Maar Jacks geloof wordt alleen maar gesterkt: Deedee zal uiteindelijk erkennen dat hij haar heeft gered. Dit gebeurt echter niet en Jacks geloof in zijn eigen waarheid leidt tot een verwrongen kijk op de realiteit, met dramatische gevolgen.

Terrin vertelt zijn verhaal in talrijke korte hoofdstukken, ondergebracht in drie delen. Hij schrijft ingehouden en precies en het resultaat is een ogenschijnlijk eenvoudige vertelling met grote zeggingskracht, die op veel bijval kon rekenen in de literaire kritiek.

De auteur
Peter Terrin (Gent, 1968) ging na een universitaire studie toegepaste communicatie de handel in. Een ingrijpende leeservaring in 1991 deed hem besluiten schrijver te worden. Maar het duurde tot 1998 voor een boek van hem werd gepubliceerd: de verhalenbundel Code. Zijn eerste roman volgde in 2001 onder de titel Kras. Behalve zes romans en twee verhalenbundels schreef hij een toneelstuk en een theatermonoloog.

De hoofdpersonen in zijn boeken krijgen te maken met een vijandige en vreemde buitenwereld en bedreigingen waar ze geen invloed op hebben en die tot angst leiden. In het met de AKO Literatuurprijs bekroonde Post mortem (2012) komt de dreiging van de ernstige ziekte van het dochtertje van de hoofdpersoon, een schrijver. Hoewel hij aanvankelijk in de pers niet graag over zijn persoonlijk leven praatte, kon Terrin bij dit boek niet verhullen dat hij als vader dezelfde angst had moeten uitstaan.

Over Monte Carlo zei Terrin in De Morgen (7 mei 2014): ‘In wezen was mijn ambitie bij het schrijven van dit boek, in vergelijking met mijn vorige roman Post mortem, bescheiden: ik wilde simpelweg een mooi, elegant, spannend verhaal vertellen. Een beetje een mythisch, sprookjesachtig verhaal ook.’

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Monte Carlo in een leeskring heeft John Hermse met de redactie van Boek-delen twintig discussietips opgesteld.

1. Geloof speelt een belangrijke rol in Monte Carlo. Maar ook bijgeloof en ongeloof hebben een plaats. Welke rol spelen deze zaken in de roman?

2. In hoeverre spreekt Terrin zich in deze roman duidelijk uit over het geloof?

3. Is het ongeluk op de racebaan echt gebeurd of heeft Jack het allemaal verzonnen? Waarop baseert u uw mening?

4. Ziet u Jack als een tragische held die de wereld tegen zich heeft of als een gemankeerde fantast die nooit greep zal hebben op de wereld? Wat bepaalt uw visie?

5. Jack verloor al op jonge leeftijd zijn vader. Welke invloed heeft dit verlies op zijn leven gehad?

6. Met dwangmatig uitgevoerde handelingen vertoont Jack neurotische trekjes. Welke rol speelt dit in het verhaal?

7. Waar komt Jacks obsessie met Deedee vandaan, denkt u? Schuldgevoel omdat hij eigenlijk zelf het ongeval heeft veroorzaakt? Frustratie over de bedeesdheid in bed van zijn vrouw? Of hangt het samen met zijn geloof?

8. De laatste twee hoofdstukjes, over de autorit van Jack en Ronny, worden verteld vanuit het perspectief van twee stamgasten van De Zwarte Zwaan. Waarom kiest Terrin juist hier voor dit afstandelijke perspectief?

9. Terrin vertelt niet precies hoe de autorit aan het einde van de roman afloopt. Wat is er volgens u gebeurd?

10. Wat wil Terrin zeggen door deze rit samen te laten vallen met de eerste stappen van de mens op de maan?

11. De naam van de eerste mens op de maan, Neil Armstrong, komt niet voor in de roman, maar wel die van nummer twee, Buzz Aldrin. Welke betekenis kan dit hebben?

12. Terrin vertelt het verhaal in vele korte hoofdstukjes. Wat is het effect van deze opzet van de roman? Hoe heeft u het ervaren?

13. Hoe verklaart u dat Jacks vrouw Maureen haar seksuele geremdheid verliest door de verwondingen van haar man?

14. Terrin gebruikt in het eerste deel van het boek veel pagina’s om iets te vertellen wat zich in enkele minuten voltrekt. Hoe heeft u deze eerste veertig pagina’s ervaren?

15. De voorgaande roman van Peter Terrin, Post mortem (2012), heeft een motto dat is ontleend aan Willem Frederik Hermans: ‘We zijn niet wie we zijn, we zijn wat de wereld van ons weet.’ Is dit motto volgens u ook te betrekken op Monte Carlo? Zo ja, op welke wijze?

16. Jack is ervan overtuigd dat Deedee hem als haar redder zal zien. Waaruit komt die overtuiging voort?

17. Welke functie heeft het personage Ronny in het boek?

18. Jeroen Vullings (Vrij Nederland, 24 mei 2014) stelt met betrekking tot het slot dat ‘Monte Carlo zich knap onttrekt aan de gerezen lezersverwachting’. Hoe heeft u dat ervaren?

19. Welk belang hecht u aan de historische tijd waarin de roman is gesitueerd, het jaar 1968?

20. Daniëlle Serdijn (de Volkskrant, 24 mei 2014) vindt dat Terrin het verhaal onnodig heeft ‘opgerekt’ met het verongelukken van Deedee en Jacks hoop ook nadien nog dat hij nog een teken van erkenning/dankbaarheid zal krijgen. Wat vindt u?


Boek van de Maand Januari



De ik-persoon in Ik kom terug, die sterk lijkt op de auteur, sluit met zijn hoogbejaarde moeder een overeenkomst. Zij zal hem vertellen over haar leven, waarvan voor hem veel onbekend is, hij moet haar een ‘pil’ bezorgen als zij besluit niet meer te willen leven.

Innerlijke zoektocht
Het boek is het verslag van de moeizaam verlopende bezoeken van de zoon aan de steeds onhandelbaarder wordende moeder, afgewisseld met haar verhalen over haar jeugd in Brabant, haar huwelijk met een Indische man, haar leven in Nederlands-Indië, ervaringen in een Jappenkamp en haar terugkeer naar Nederland als ze inmiddels zwanger is van het kind van haar tweede man. Dit kind is de zoon die nu als schrijver haar leven te boek stelt en terugdenkt aan zijn jeugd in het repatriantengezin, waar het leven altijd beheerst werd door de trauma’s van zijn gewelddadige vader en aan de jaren dat hij nog alleen met zijn moeder woonde, die nadrukkelijk haar geheimen koesterde en zich verdiepte in haar boeken over zaken als reïncarnatie.

Ik kom terug kreeg veel positieve recensies, waarin het onder andere werd getypeerd als ‘een eerlijk, ontluisterend en ontroerend verslag van een aftakelingsproces, maar tegelijk een monument voor een vrouw die alsnog weet op te rijzen uit haar zoons boeken’. Maar uiteindelijk ook als ‘een innerlijke zoektocht naar de eigen identiteit van de zoon’ (Maria Vlaar in De Standaard, 21 november 2014).

De auteur
Adriaan van Dis werd op 16 december 1946 geboren in het Noord-Hollandse Bergen. Zijn vader was een ex-militair uit het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger (KNIL), zijn moeder een Hollandse vrouw die uit een eerder huwelijk met een Indische man drie dochters had.

Toen hij elf jaar oud was, verloor Van Dis zijn vader, een gebeurtenis die hem ondanks de gecompliceerde relatie diep raakte. In het gezin werd toen drastisch gebroken met het Indische leven dat men al die jaren ook in Nederland nog had geleid: ‘Na de dood van mijn vader is Indië het huis uitgegaan. De rijst verdween, de aardappelen kwamen ervoor in de plaats.’

Van Dis kreeg in 1983 grote bekendheid als presentator van het televisieprogramma Hier is… Adriaan van Dis waarin hij uitgebreide en soms opschudding veroorzakende gesprekken met schrijvers voerde. In hetzelfde jaar debuteerde hij zelf als auteur met de novelle Nathan Sid. Sindsdien heeft hij een uitgebreid en gevarieerd oeuvre opgebouwd. Een belangrijke plaats daarin is weggelegd voor autobiografische romans over het leven in een gezin dat beheerst wordt door de herinneringen aan Nederlands-Indië.

Discussietips voor bespreking in een leeskring

Voor bespreking van Ik kom terug in een leeskring heeft Lucas Kruse met de redactie van Boek-delen vierentwintig discussietips opgesteld.

1. Welke symboliek zit er in de openingsscène van de roman, het gevecht tussen moeder en zoon over de afgesloten hutkoffer?

2. Welk beeld heeft u van moeder en zoon? In hoeverre heeft u dit beeld al lezend bijgesteld?

3. En in hoeverre lijken moeder en zoon op elkaar? Tot welke ontdekkingen en conclusies komt de zoon op dit punt?

4. Welke rol speelt dokter Carl in het leven van de moeder? Hoe reageert Van Dis op Carl?

5. ‘Eerlijk zijn’ staat er drie keer achter elkaar in het begin van het vijfde hoofdstuk. Elders in het hoofdstuk wordt het nog enkele keren vermeld. Hoe ‘eerlijk’ is Van Dis’ verhaal volgens hemzelf, volgens de moeder en volgens u?

6. Welk beeld heeft de moeder van haar twee mannen en de zoon van zijn twee vaders?

7. Hoe verklaart u de gevoelsarmoede, leeshonger en belangstelling voor esoterie van de moeder?

8. Bij het bezoek aan ‘de swami’ in Londen krijgt Van Dis’ moeder een envelop mee met daarin een genezende spreuk die haar zoon zal helpen zijn problemen te overwinnen. Hoe verklaart u dat de moeder die envelop nooit geeft aan haar zoon? Hoe zou de spreuk kunnen luiden?

9. Hoe denkt u over de vraag van de moeder aan de zoon om voor pillen te zorgen zodat ze dood kan gaan? Wat vindt u van zijn reactie?

10. De laatste zinnen van hoofdstuk 19 luiden: ‘Ik voelde meer afstand dan ooit. En door dat besef kwam ze ineens angstig dichtbij.’ Wat is uw interpretatie van deze ogenschijnlijk tegenstrijdige zinnen?

11. Welke invloed hebben de drie vrouwen in de omgeving van de verteller - de psychologe/vroegere vriendin, de huidige vriendin en zijn naar Nederland overgekomen halfzuster - op hem en op zijn omgang met zijn moeder?

12. De moeder wil de regie over haar leven en sterven in handen houden, maar is daarbij vaak tegenstrijdig in haar uitspraken over wat ze wil. Waarin verschillen de reacties van de zoon en de dochter gedurende haar laatste levensfase? Voor wie heeft u het meest begrip?

13. Wat leert de zoon Van Dis over zichzelf door het schrijven van het boek?

14. ‘You must sacrifice your family on the altar of fiction’ (David Vann). Hoe betrekt u dit motto op het boek?

15. Sommige recensenten uiten kritiek op de ‘mooischrijverij’ van Van Dis. Wat zouden ze daarmee bedoelen en wat is uw mening over de stijl in deze roman?

16. Ik kom terug is door de uitgever aangekondigd als tragikomische roman. In hoeverre klopt die typering volgens u? Zo ja, vindt u ernst en humor in balans?

17. Volgens recensent Arjen Fortuin (NRC Handelsblad, 7 november 2014) zou er het nodige op het boek aan te merken zijn als het een roman zou zijn: ‘het boek is eenzijdig van perspectief, bij vlagen sentimenteel en het bevat nogal wat clichématige anekdotes, vooral uit Nederlands-Indië.’ Maar, aldus Fortuin, ‘Ik kom terug is geen roman’. Hij spreekt van een ‘memoir’, een Engelse aanduiding voor een vertelling waarin een schrijver zich rekenschap probeert te geven van een periode uit zijn leven. Van Dis zegt in een interview (de Volkskrant, 8 november 2014): ‘Ik wil natuurlijk dat het waar is als je het léést. Deze hele roman gaat over waar en onwaar. Hoe vertel ik een verhaal?’ In hoeverre beschouwt u het boek als een roman? En in hoeverre maakt het iets uit voor uw waardering of het gaat om een waargebeurde geschiedenis of een verhaal?

18. In een interview (AD/Algemeen Dagblad, 6 december 2014) zegt Van Dis dat hij als hij schrijft zichzelf iets wil uitleggen. Bij dit boek vroeg hij zich af of hij wel van zijn moeder hield. Welk antwoord of welke antwoorden geeft het boek?

19. De verteller Van Dis schrijft ook nadrukkelijk over de fysieke onttakeling van de moeder. De schrijver Van Dis rekent op kritische reacties op dit punt: mag een schrijver dit een naaste aandoen? Hoe denkt u over deze vraag en hoe heeft u de betreffende passages ervaren?

20. ‘Ging ik te ver?’ (p. 209) vraagt de ik-figuur zich af als hij zijn moeder vragen stelt over haar ervaringen in Nederlands-Indië. Wat is uw antwoord op die vraag? Zal de zoon het gebeurde ooit kunnen begrijpen en ‘in zinnen persen’ (p. 231)?

21. De moeder vertelt over de jonge Indonesische onafhankelijkheidsstrijder die haar boeken in haar voormalige woning vernietigt en kalmeert als ze hem een willekeurige pagina voorleest. Van Dis noteert: ‘Ze schaamde zich toen ze het vertelde, ze vroeg me of ik het begreep’ (p. 237). Hoe verklaart u die schaamte?

22. Arie Storm (Het Parool, 6 november 2014): ‘We gaan van cliché naar cliché, enige urgentie ontbreekt. (…) er zit niets stuwends in.’ Wat vindt u van deze negatieve kritiek?

23. Van Dis in een interview (Humo, 4 november 2014): ‘Ik heb me enorm schuldig gevoeld over wat ik schreef. Want het is ook een boosaardig boek, ik laat mijn moeders kwaaie kanten zien’. Hoe beoordeelt u dit schuldgevoel?

24. Dries Muus (HP/De Tijd, 1 oktober 2014) stelt dat het boek gebaat zou zijn geweest bij ‘iets meer plot, iets meer suspense. We schieten tamelijk associatief van herinnering naar herinnering, waardoor het geheel iets opsommerigs heeft, iets willekeurigs’. Hoe heeft u de fragmentarische opzet ervaren?


Gearchiveerde Specials

Agenda

Radio en televisie

Film

  • Er zijn voor vandaag geen films aangemeld

Video's & Podcasts

  • Ronald Snijders

    Podcast van Erik Jan Harmens met Ronald Snijders over diens gedichtenverzameling Kopdichtbundel.

    Opname: 13-03-2017
    Erik Jan Harmens
  • Teun van de Keuken

    Podcast van Erik Jan Harmens met Teun van de Keuken over diens romandebuut Goed volk.

    Opname: 08-02-2017
    Erik Jan Harmens
  • K. Michel

    Podcast van Erik Jan Harmens met K. Michel over zijn dichtbundels Speling zoeken en Te voet is het heelal drie dagen ver

    Opname: 17-01-2017
    Erik Jan Harmens

Meer video's & podcasts

Canon van de Nederlandse geschiedenis

  • 1. Hunebedden
  • 2. De Romeinse Limes
  • 3. Willibrord
  • 4. Karel de Grote
  • 5. Hebban olla vogala
  • 6. Floris V
  • 7. De Hanze
  • 8. Erasmus
  • 9. Karel V
  • 10. De Beeldenstorm
  • 11. Willem van Oranje
  • 12. De Republiek
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie
  • 14. De Beemster
  • 15. De grachtengordel
  • 16. Hugo de Groot
  • 17. De Statenbijbel
  • 18. Rembrandt
  • 19. De Atlas Major van Blaeu
  • 20. Michiel de Ruyter
  • 21. Christiaan Huygens
  • 22. Spinoza
  • 23. Slavernij
  • 24. Buitenhuizen
  • 25. Eise Eisinga
  • 26. De patriotten
  • 27. Napoleon Bonaparte
  • 28.  Koning Willem I
  • 29. De eerste spoorlijn
  • 30. De Grondwet
  • 31. Max Havelaar
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid
  • 33. Vincent van Gogh
  • 34. Aletta Jacobs
  • 35. De Eerste Wereldoorlog
  • 36. De Stijl
  • 37. De crisisjaren
  • 38. De Tweede Wereldoorlog
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging
  • 40. Indonesië 1945-1949
  • 41. Willem Drees
  • 42. De watersnood
  • 43. De televisie
  • 44. Haven van Rotterdam
  • 45. Annie M.G. Schmidt
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945
  • 47. Srebrenica
  • 48. Veelkleurig Nederland
  • 49. De gasbel
  • 50. Europa
  • 1. Hunebedden

    1. Hunebedden

    Circa 4.000 tot 3.000 v.Chr.
    Hunebedden zijn door mensenhanden geordende steenformaties die dienden als begraafplaats. In Drenthe zijn er ruim vijftig bewaard gebleven.

    Bekijk details
  • 2. De Romeinse Limes

    2. De Romeinse Limes

    47-ca. 400.
    Bij het begin van onze jaartelling vormde de Rijn, die van Xanten via Utrecht en Alphen aan den Rijn naar Katwijk stroomde, de Limes, de grens van het Romeinse rijk.

    Bekijk details
  • 3. Willibrord

    3. Willibrord

    658-739.
    De Engels monnik Willibrord kwam in 690 aan land bij de monding van de Rijn om zich in te zetten voor de verspreiding van het christendom in het land van de Friezen.

    Bekijk details
  • 4. Karel de Grote

    4. Karel de Grote

    724-814.
    Karel de Grote, op kerstdag van het jaar 800 door de paus tot keizer over het Westen gekroond, had het Frankische rijk zo weten uit te breiden dat het grote delen van het huidige Europa omvatte, waaronder de latere Nederlanden.

    Bekijk details
  • 5. Hebban olla vogala

    5. Hebban olla vogala

    Omstreeks 1100.
    Om zijn ganzenveer te scherpen krabbelde een Vlaamse monnik omstreeks het jaar 1100 een paar zinnen neer uit een liefdesliedje. Het is de oudst bewaarde tekst in het Nederlands.

    Bekijk details
  • 6. Floris V

    6. Floris V

    1254-1296.
    Floris V was de graaf die in de dertiende eeuw het machtsgebied van Holland aanzienlijk wist uit te breiden, tot drie van zijn vazallen zich tegen hem keerden.

    Bekijk details
  • 7. De Hanze

    7. De Hanze

    1356-ca. 1450
    Door het Hanzeverbond tussen steden in Nederland, België, de Baltische Staten, Noorwegen en Polen waren Zutphen, Deventer, Tiel, Kampen, Zwolle en meer steden in het oosten van het land van de twaalfde tot de zestiende eeuw welvarende handelscentra.

    Bekijk details
  • 8. Erasmus

    8. Erasmus

    1469?-1536
    Naast etiquetteboeken, vorstenspiegels, samenspraken en traktaten die heersers en burgers moesten opvoeden tot wijze christenen, publiceerde Erasmus onder meer Adagia, een verzameling klassieke spreekwoorden, en de satire Lof der zotheid.

    Bekijk details
  • 9. Karel V

    9. Karel V

    1500-1558.
    Zo groot was het rijk waarover Karel V heerste dat de zon er letterlijk nooit onderging. Tot dat rijk behoorden de Nederlanden, die hij tot een bestuurlijke eenheid probeerde te smeden.

    Bekijk details
  • 10. De Beeldenstorm

    10. De Beeldenstorm

    1566.
    Dit was het wonderjaar waarin edellieden die zich geuzen noemden, zich steeds openlijker tegen het landsbestuur keerden en waarin in de hele Nederlanden kerken en kloosters werden geplunderd en ontdaan van hun katholieke symbolen.

    Bekijk details
  • 11. Willem van Oranje

    11. Willem van Oranje

    1533-1584.
    Willem van Oranje was een ambitieuze edelman die min of meer zijns ondanks uitgroeide tot een rebel en later werd vereerd als de ‘vader des vaderlands’, als de grondlegger van een nieuwe Nederlandse staat.

    Bekijk details
  • 12. De Republiek

    12. De Republiek

    1588-1795
    Na de oorlog waren de Nederlanden uiteengevallen in de zuidelijke Spaanse Nederlanden en de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het vroegmoderne Europa was een republiek een uitzondering.

    Bekijk details
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    1602-1799
    De Verenigde Oostindische Compagnie had het Nederlandse monopolie op de handel in de Aziatische wateren en mocht oorlogen voeren, verdragen sluiten en gebieden besturen. Zo ontwikkelde de VOC zich tot een geduchte macht.

    Bekijk details
  • 14. De Beemster

    14. De Beemster

    1612
    Nadat met 43 windmolens de Beemster was drooggelegd, werd in 1612 met de inrichting van de polder begonnen. Aan het strak geometrische patroon waarvan werd uitgegaan, heeft de Beemster zijn roem te danken.

    Bekijk details
  • 15. De grachtengordel

    15. De grachtengordel

    1613-1662
    Bij de uitbreiding van Amsterdam vanaf 1613 werd nut gecombineerd met schoonheid. Een van de projecten was de grachtengordel, met zijn karakteristieke halfronde vorm en zijn residentiële functie, met tal van ‘stadspaleisjes’ voor kapitaalkrachtige inwoners.

    Bekijk details
  • 16. Hugo de Groot

    16. Hugo de Groot

    1583-1645
    Hugo de Groot is vooral bekend gebleven door zijn ontsnapping in een boekenkist uit slot Loevestein in 1621. Hij staat echter ook te boek als een groot rechtsgeleerde die de beginselen van het volkerenrecht formuleerde.

    Bekijk details
  • 17. De Statenbijbel

    17. De Statenbijbel

    1637
    In 1618 gaf de gereformeerde synode opdracht een Nederlandse vertaling van de bijbel te maken. Die verscheen in 1637 en zou in de loop der eeuwen een groot stempel drukken op de Nederlandse taal en cultuur.

    Bekijk details
  • 18. Rembrandt

    18. Rembrandt

    1606-1669
    Van de circa 175 kunstschilders die Amsterdam omstreeks 1650 rijk was en die de culturele bloei in de Gouden Eeuw symboliseren, was Rembrandt een van de succesrijkste. Met zijn dure portretten en schilderijen bediende hij een elite van welgestelde burgers en kunstkenners.

    Bekijk details
  • 19. De Atlas Major van Blaeu

    19. De Atlas Major van Blaeu

    1662-1665
    Met kennis van zaken zette Willem Jansz Blaeu in 1605 in Amsterdam een drukkerij en uitgeverij van hoogwaardige kaarten en atlassen op, die door zijn zoon Joan werd voortgezet, onder meer met de uigave van de Atlas Major.

    Bekijk details
  • 20. Michiel de Ruyter

    20. Michiel de Ruyter

    1607-1676
    Conflicterende handelsbelangen leidden ertoe dat de Republiek in de zeventiende eeuw voortdurend oorlog op zee moest voeren. De beroemdste van alle zeehelden was Michiel Adriaenszoon de Ruyter, die het bracht tot luitenant-admiraal van de marine.

    Bekijk details
  • 21. Christiaan Huygens

    21. Christiaan Huygens

    1629-1695
    Christiaan Huygens was een van de grootste geleerden van zijn tijd, wiens verdiensten op vele terreinen liggen. Zo vond hij onder meer het slingeruurwerk uit en ontdekte hij de maan Titan bij de planeet Saturnus.

    Bekijk details
  • 22. Spinoza

    22. Spinoza

    1632-1677
    Al behoort hij tot de filosofen die het westerse denken hebben gevormd, tijdens zijn leven moest Spinoza zo voorzichtig zijn dat zelfs zijn hoofdwerk, de Ethica, pas na zijn dood werd uitgebracht.

    Bekijk details
  • 23. Slavernij

    23. Slavernij

    1621-1863
    De Nederlandse slavenhandel begon in 1621 met de oprichting van de West-Indische Compagnie en eindigde bijna 250 jaar later met de afschaffing van de slavernij in Suriname.

    Bekijk details
  • 24. Buitenhuizen

    24. Buitenhuizen

    17e en 18e eeuw
    In de Gouden Eeuw lieten vooral rijke Amsterdamse kooplieden langs de Vecht en andere rivieren riante buitenhuizen bouwen, met vaak prachtige tuinen.

    Bekijk details
  • 25. Eise Eisinga

    25. Eise Eisinga

    1744-1828.
    Geïnspireerd door de Verlichting bouwde Eise Eisinga in zijn werkkamer een bewegend model van het zonnestelsel, nu nog altijd het oudste werkende planetarium ter wereld.

    Bekijk details
  • 26. De patriotten

    26. De patriotten

    1780-1795
    Na de bloeitijd van de Republiek werden burgers een politieke macht die zich tegen stadhouder Willem V keerde en ernaar streefde het land tot een politieke eenheid te smeden.

    Bekijk details
  • 27. Napoleon Bonaparte

    27. Napoleon Bonaparte

    1769-1821
    Als keizer bracht Napoleon zowat heel Europa onder zijn gezag. In Nederland introduceerde hij aanvankelijk de monarchie en moderniseerde hij het bestuur en de rechtspraak.

    Bekijk details
  • 28.  Koning Willem I

    28. Koning Willem I

    1772-1843
    Na het congres van Wenen in 1815 werden noord en zuid samen het Verenigd Koninkrijk, onder koning Willem I. Ondanks diens inspanningen de economie te verbeteren, kwam het zuiden in 1830 in opstand.

    Bekijk details
  • 29. De eerste spoorlijn

    29. De eerste spoorlijn

    1839
    Ondanks de aanvankelijke scepsis heeft de komst in 1839 van de trein in Nederland veel bijgedragen tot de ontsluiting van het land en een versnelde industrialisatie ervan.

    Bekijk details
  • 30. De Grondwet

    30. De Grondwet

    1848
    Omdat de Grondwet bepaalt wie de macht uitoefent en hoe dat gebeurt, is het voornaamste wet van een staat. De Nederlandse Grondwet werd ingevoerd in 1798 en herzien in 1815 en 1848.

    Bekijk details
  • 31. Max Havelaar

    31. Max Havelaar

    1860
    De ervaringen van Eduard Douwes Dekker als assistent-resident in Nederlands-Indië vormden de basis voor de felle aanklacht tegen het koloniale regime die hij als Multatuli in de vorm van de roman Max Havelaar zou schrijven.

    Bekijk details
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid

    32. Verzet tegen kinderarbeid

    19e eeuw
    Toen kinderen door de Industriële Revolutie ook massaal in fabrieken aan het werk werden gezet, nam het verzet daartegen toe. Het zou tot 1874 duren voordat een wet de inzet van kinderen in fabrieken verbood.

    Bekijk details
  • 33. Vincent van Gogh

    33. Vincent van Gogh

    1853-1890
    Met zijn kleurrijke, eigenzinnige schilderijen en zijn door amoureuze, persoonlijke en zakelijke tegenspoed getekende leven is Vincent van Gogh een van de meest tot de verbeelding sprekende kunstenaars.

    Bekijk details
  • 34. Aletta Jacobs

    34. Aletta Jacobs

    1854-1929
    Haar hele leven heeft Aletta Jacobs gestreden voor de rechten van vrouwen, onder meer voor het in 1919 ingevoerde algemeen vrouwenkiesrecht. Ook als arts kwam ze op voor de belangen van vrouwen.

    Bekijk details
  • 35. De Eerste Wereldoorlog

    35. De Eerste Wereldoorlog

    1914-1918
    Al wist Nederland in 1914 neutraal te blijven, toch zou de Grote Oorlog niet helemaal aan het land voorbijgaan. Ook de Nederlanders voelden steeds meer de consequenties ervan.

    Bekijk details
  • 36. De Stijl

    36. De Stijl

    1917-1981
    Opgericht in de chaos van de Eerste Wereldoorlog, streefden de beweging en het tijdschrift De Stijl naar harmonie door het gebruik van geometrische vormen en van de primaire kleuren en de niet-kleuren.

    Bekijk details
  • 37. De crisisjaren

    37. De crisisjaren

    1929-1940
    Elke dag urenlang aanschuiven in stempellokalen. Dat was het vernederende lot van de steuntrekkende werklozen in de jaren van 1929 tot 1940, die de geschiedenis zijn ingegaan als de crisisjaren.

    Bekijk details
  • 38. De Tweede Wereldoorlog

    38. De Tweede Wereldoorlog

    1940-1945
    Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 capituleerde de Nederlandse legerleiding. Het was het begin van de Duitse bezetting van Nederland, die zo’n vijf jaar zou duren.

    Bekijk details
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging

    39. Anne Frank / Jodenvervolging

    1942-1945
    Door de publicatie van het dagboek zij tijdens de onderduik bijhield, groeide Anne Frank uit van een naamloze dode, omgekomen in Bergen-Belsen, tot het internationale symbool van de Holocaust.

    Bekijk details
  • 40. Indonesië 1945-1949

    40. Indonesië 1945-1949

    1945-1949
    Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uit, maar pas na twee ‘politionele acties’ en onder grote internationale druk legde Nederland zich daar eind 1949 bij neer.

    Bekijk details
  • 41. Willem Drees

    41. Willem Drees

    1886-1988
    Van 1948 tot 1958 was Willem Drees als minister-president leider van de rood-roomse coalitie. Het waren de jaren waarin de verzorgingsstaat werd opgebouwd, met regelingen als de AOW.

    Bekijk details
  • 42. De watersnood

    42. De watersnood

    1 februari 1953
    De watersnood van 1953 kostte ongeveer 1800 mensen het leven, nog eens 72.000 werden dakloos. De Deltawerken moesten verhinderen dat zich nog eens een ramp van die omvang zou voltrekken.

    Bekijk details
  • 43. De televisie

    43. De televisie

    Vanaf 1948
    In 1948 gestart met experimentele uitzendingen, heeft de televisie vanaf eind jaren ’50 een enorme vlucht genomen. Zowel in tijdsbesteding als in meningsvorming bracht het nieuwe medium ingrijpende veranderingen.

    Bekijk details
  • 44. Haven van Rotterdam

    44. Haven van Rotterdam

    Vanaf circa 1889
    Net als Schiphol is de haven van Rotterdam een mainport, een knooppunt voor de Nederlandse handel met het buitenland. Er wordt dan ook voortdurend gewerkt aan de verdere uitbouw ervan.

    Bekijk details
  • 45. Annie M.G. Schmidt

    45. Annie M.G. Schmidt

    1911-1995.
    De versjes en liedjes, toneelstukken en musicals, verhalen en hoorspelen van Annie M.G. Schmidt waren zo geliefd en tegelijk zo invloedrijk dat zij wel de echte koningin van Nederland werd genoemd.

    Bekijk details
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk was geworden, is gaandeweg ook de verhouding tussen Nederland en de eilanden van de Nederlandse Antillen in meer of mindere mate aangepast.

    Bekijk details
  • 47. Srebrenica

    47. Srebrenica

    1995
    Dat Dutchbat de genocide op zevenduizend moslimmannen in de door haar beveiligde enclave Srebrenica niet heeft kunnen voorkomen, heeft ook in Nederland diepe sporen nagelaten.

    Bekijk details
  • 48. Veelkleurig Nederland

    48. Veelkleurig Nederland

    Vanaf 1945.
    In de vorige eeuw is het aantal inwoners in Nederland verdrievoudigd, van vijf naar meer dan vijftien miljoen. Vanaf de jaren ’60 is ook de diversiteit van die inwoners sterk toegenomen.

    Bekijk details
  • 49. De gasbel

    49. De gasbel

    1959-2030.
    De gaswinning uit het veld bij Slochteren is de kurk genoemd waarop onze welvaart drijft. Maar de eindigheid ervan en een toenemend aantal bevingen vergen wellicht ingrijpende politieke keuzes.

    Bekijk details
  • 50. Europa

    50. Europa

    Vanaf 1945.
    Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Europese samenwerking gestalte gekregen. Lag het initiatief in 1951 bij 6 landen, inmiddels telt de Europese Unie 27 landen en willen er nog meer toetreden.

    Bekijk details

Poëzie

  • Paul Bogaert
  • Charlotte Van den Broeck
  • Hugo Claus
  • Herman de Coninck
  • Ellen Deckwitz
  • Jules Deelder
  • Charles Ducal
  • Christine D’Haen
  • Andy Fierens
  • Maarten van der Graaff
  • Judith Herzberg
  • Hester Knibbe
  • Geert De Kockere
  • Gerrit Kouwenaar
  • Ted van Lieshout
  • Lieke Marsman
  • Els Moors
  • Ilja Leonard Pfeijffer
  • Alfred Schaffer
  • Peter Verhelst
  • Miriam Van hee
  • Paul Bogaert

    Paul Bogaert

    Paul Bogaert is een dichter met een bijzonder scherp oor voor de kleinste nuances waarmee de hedendaagse taal uit verschillende domeinen bewust of onbewust geladen is. Hij weet die nuances op bijzonder ingenieuze wijze uit te buiten.

    Bekijk details
  • Charlotte Van den Broeck

    Charlotte Van den Broeck

    Nadat ze als performing poet naam had gemaakt, debuteerde Charlotte Van den Broeck met Kameleon, in januari 2016 bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut.

    Bekijk details
  • Hugo Claus

    Hugo Claus

    Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische Kleine reek, evolueert Hugo Claus in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt De Oostakkerse gedichten uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden.

    Bekijk details
  • Herman de Coninck

    Herman de Coninck

    Herman de Coninck maakte de poëzie voor veel lezers toegankelijk. Vanaf zijn debuut in 1969 met De lenige liefde excelleren zijn gedichten in relativering, lichte ironie en hun grote toegankelijkheid.

    Bekijk details
  • Ellen Deckwitz

    Ellen Deckwitz

    De poëzie van Ellen Deckwitz is broeierig en griezelig en vliegt hier en daar uit de bocht, maar wel op zo’n manier dat je wenst dat dit bij meer dichters zou gebeuren.

    Bekijk details
  • Jules Deelder

    Jules Deelder

    Tijdens optredens lardeert Deelder zijn gedichten met anekdotes en moppen – of misschien is het andersom. Vaste thema’s in die gedichten zijn de Tweede Wereldoorlog, voetbalclub Sparta en Rotterdam.

    Bekijk details
  • Charles Ducal

    Charles Ducal

    Naast poëzie publiceerde Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) ook een veelgeprezen verhalenbundel en onder meer een Gedichtendagessay. In 2014 werd hij gekozen tot de eerste Dichter des Vanderlands van België.

    Bekijk details
  • Christine D’Haen

    Christine D’Haen

    Het oeuvre van Christine D’Haenzal steeds nieuwe lezers weten aan te trekken. Deze poëzie vraagt veel van de lezer, maar geeft in ruil brede vergezichten die uitnodigen tot reflectie over leven en cultuur.

    Bekijk details
  • Andy Fierens

    Andy Fierens

    Wie nog dacht dat de poëzie steeds verheven onderwerpen bezingt op een haast sacrale, eerbiedige toon, moet die opvatting na lectuur van de gedichten van Andy Fierens grondig bijstellen.

    Bekijk details
  • Maarten van der Graaff

    Maarten van der Graaff

    ‘Een uiterst beweeglijke en vindingrijke dichter,’ zo typeerde de jury van de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2014 Maarten van der Graaff op basis van zijn door haar bekroonde bundel Vluchtautogedichten.

    Bekijk details
  • Judith Herzberg

    Judith Herzberg

    Het is vreemd dat Judith Herzberg nog niet verkozen is als Dichter des Vaderlands, want ze is een van de meest toegankelijke en invoelbare dichters die er zijn. Maar hoe toegankelijk en invoelbaar ook, er is altijd een diepere betekenis.

    Bekijk details
  • Hester Knibbe

    Hester Knibbe

    Vanaf haar debuut in 1982 is Hester Knibbe een klassieke dichteres in een moderne wereld. Ze schrijft poëzie die het niet zoekt in onbegrijpelijke formuleringen, maar in de wereld aan betekenis die schuilgaat achter een heldere zin. Haar gedichten zijn helder en precies en getuigen immer van een groot vakmanschap.

    Bekijk details
  • Geert De Kockere

    Geert De Kockere

    Geert De Kockerede debuteerde in 1989 met Vingers in de jam, een poëziebundel voor kleuters. Daarna volgden snel ook prentenboeken, filosofische verhalenbundels, fotoboeken en, meer recent, boeken voor volwassen lezers.

    Bekijk details
  • Gerrit Kouwenaar

    Gerrit Kouwenaar

    Het barst van de emotie, maar je moet het er wel uithalen.’ Dat zei Gerrit Kouwenaar in een interview met Kenneth van Zijl op Cultura over het vooroordeel dat hij een kille, emotieloze dichter van kille en emotieloze verzen zou zijn.

    Bekijk details
  • Ted van Lieshout

    Ted van Lieshout

    Iedere keer weer bewijst Ted van Lieshout dat hij in geen enkel hokje past en niet vastzit aan één vorm en één doelgroep. Deze geanimeerde verteller en tegendraadse vernieuwer publiceerde al meer dan zestig kinderboeken.

    Bekijk details
  • Lieke Marsman

    Lieke Marsman

    Lieke Marsman debuteerde als dichter in het tijdschrift Tirade. Voor de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud werd ze driemaal bekroond. De eerste letter is haar tweede bundel.

    Bekijk details
  • Els Moors

    Els Moors

    Els Moors werd door de kritiek met lof overladen voor haar debuut Er hangt een hoge lucht boven ons (2006). In 2008 debuteerde zij als prozaschrijver met Het verlangen naar een eiland, een roman over liefde, seks en de hunkering naar de ander. Daarna verscheen nog de verhalenbundel Vliegtijd.

    Bekijk details
  • Ilja Leonard Pfeijffer

    Ilja Leonard Pfeijffer

    ‘Ik heb het nog nooit zo koud gehad/ als toen ik alles snapte,’ dichtte Ilja Leonard Pfeijffer in de niet separaat verschenen bundel Doka, die is opgenomen in De man van vele manieren, zijn verzameld dichtwerk.

    Bekijk details
  • Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer (1973) publiceerde vijf dichtbundels en won de Jo Peters Poëzieprijs, de Hugues C. Pernathprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de Jan Campertprijs. Hij doceert aan de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

    Bekijk details
  • Peter Verhelst

    Peter Verhelst

    Naast dichter is Peter Verhelst ook romancier en regisseur. Voor zijn werk ontving hij prestigieuze prijzen als De Gouden Uil, de Vlaamse Cultuurprijs, de F. Bordewijkprijs, de Herman de Coninckprijs en de Jan Campertprijs.

    Bekijk details
  • Miriam Van hee

    Miriam Van hee

    Veel bundels van de in 1952 geboren dichter en slaviste Miriam Van hee werden bekroond, onder meer met de Herman de Coninck-prijs 2008, en genomineerd, onder meer voor de VSB Poëzieprijs 2014.

    Bekijk details

Boekenweek 2017



Van zaterdag 25 maart tot en met zondag 2 april wordt voor de 82ste keer de Boekenweek gehouden, met tal van evenementen in bibliotheken, boekhandels en scholen. Het thema is dit jaar 'Verboden vruchten'.

Log in

Inloggen

Inloggen hoeft alleen als u een reactie wilt plaatsen of aan een discussie wilt deelnemen.

 

Personaliseer

Personaliseer het Literatuurplein

Bepaal zelf welke rubrieken op de homepage worden getoond.

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •