Special - Vaktaal (12): Judith Schalansky


Mijn moeder was mijn lerares Duits en zij heeft me bewust gemaakt van de kracht van taal, maar ook van beeld en boekverzorging. Na verloop van tijd hoefde ze me niet meer te stimuleren om opstellen te schrijven. En zeker niet om ze mooi verzorgd af te leveren. Ik begon daarnaast gedichten te schrijven. Op een heel organische manier. Ik printte woorden en zinnen uit en knipte en plakte een tekst in elkaar. Collages om de inhoud goed aan te kunnen voelen. Het letterlijk samenkleven van woorden. Eigenlijk werk ik nog steeds met dergelijke ‘papyrusrollen’.

Inhoud én vorm
Voor mij is literatuur iets dat door de taal wordt beslist, niet of iets werkelijkheid is of fictie. Als tiener liet ik zelf een dichtbundel drukken. Sindsdien ben ik gefascineerd door het productieproces. Het boek is mijn medium. Ik maak daarbij geen onderscheid tussen vorm en inhoud. Het is een totaalproduct. In die zin zie ik mijzelf niet alleen als schrijver maar ook als designer, en uitgever. Bij een klein onafhankelijk fonds ben ik verantwoordelijk voor een serie die in het Duits Naturkunden heet. Tot nu toe hebben we acht romaneske dierportretten gemaakt. Ik verzorg zelf de productie. Kies illustratoren, papiersoorten, lettertypes en de bindwijze.

Ik wilde altijd natuuronderzoeker worden, de wijde wereld intrekken. Toen ik mijn eerste atlas onder ogen kreeg, ben ik verschrikkelijk geschrokken. De DDR was veel kleiner dan ik had gedacht. Het was in zekere zin een eiland. In mijn kindergedachte waren we het grootste land van de wereld. In de jaren negentig kregen we nieuwe atlassen. Mijn vaderland was ineens twee keer zo groot. Toen besefte ik dat kaarten momentopnames zijn, tweedimensionale interpretaties van een bol, de globalisering in puurste vorm. Alle zeeën zijn overal even blauw weergegeven, de bossen even groen, de bergen even bruin. Toen de grenzen opengingen, stond theoretisch alles ter beschikking. Ik had geen idee waar ik moest beginnen en bleef dus maar thuis.

Leunstoelreis
Mijn nieuwste boek, De atlas van afgelegen eilanden, is de neerslag van mijn leunstoelreis. Niet voor niets is de ondertitel Vijftig eilanden waar ik nooit ben geweest en ook nooit zal komen. Een eiland is een wereld op zich. De zee zorgt voor een natuurlijk isolement. Het is de ideale plek voor mythevorming en de verbeelding van de schrijver, maar de vaak absurdistische werkelijkheid van de ontdekking, de toe-eigening of het gebruik van de eilanden behoeft geen fictie, al heeft deze reis in woord en beeld een poëtisch karakter.

Mijn vaste werkplek is de kaartenzaal van de Staatsbibliotheek in Berlijn. Het schrijven is iets heel eenzaams en daarom zit ik graag tussen mensen die ook onderzoeken en schrijven. Er is weinig verschil, ik tik een roman en zij hun dissertatie. Ik wilde een eigen cartografie uitvinden die aanknoopt bij die van begin twintigste eeuw, de Zwitserse arceermethode. De wereld wordt nu driedimensionaal nageaapt, bijna als een lichaam. Denk aan de plastic mallen van bergen en dalen. Ik wilde het overtuigend abstraheren.

De belofte van een nieuw begin
Eilanden zijn plekken die wel veroverd moeten worden. Vaak met de beste utopische bedoelingen. Literatuur kolonialiseert ook, in die zin dat we ons onderwerpen aan de inhoud. In eilanden zien we een belofte van een nieuw begin, maar daarvoor hebben we de context van het vasteland nodig. De gestreste Europeaan denkt bij een onbewoond eiland altijd verlangend aan palmen en hagelwit zand. Boerenbedrog.

Tweehonderd jaar geleden werd het ontdekken als een creatieve daad gezien, de avonturier die letterlijk een eiland op de kaart zette. Maar de eilanden waren er voordien ook al. Dat is heel literair: de wens om zich te vereeuwigen. Om zich in de natuur in te prenten. Ik wilde een boek scheppen waarin beeld en tekst werkelijk in dialoog gingen.

Ik heb het idee dat ik mijn droom om avonturierster te worden heb waargemaakt. Ik wilde niet alles vertellen, maar de fantasie van de lezer prikkelen. Over elk eiland zou je een vuistdikke roman kunnen schrijven. De afgelegen eilanden als verloren, opgegeven werelden. Treurig maar mooi. Het vertelt veel over de onbekwaamheid van de mens in het algemeen.

11. Charles Lewinsky




‘In de ochtend maak ik echt geen vreugdedans rond mijn werktafel. Ik weet niet hoe het anderen vergaat, maar het feitelijke schrijven, het hameren op het toetsenbord van mijn tekstverwerker, beschouw ik bijna uitsluitend als straf. Allemachtig, wat kan het op een dag tegenzitten. Niets lijkt te lukken. Er is geen woord te vinden waarover je ook maar enigszins tevreden bent, je goede voornemens, trucs en noeste werkdrift ten spijt. Er zijn auteurs die dan helemaal in zak en as geraken. Dat zijn degenen die manisch met hun vak bezig zijn en voor wie elke andere bezigheid dan het schrijven zonde is van hun kostbare tijd.’

Literaire opsteker
‘Zo was ik samen met een Zuid-Amerikaanse schrijver in Italië genomineerd voor een prijs, toch een mooie literaire opsteker. Zeker ook gezien de festiviteiten waarmee het geheel omkleed was. Een suite in een vijfsterrenhotel en uitstekende maaltijden met uitgelezen wijnen. Hij vaardigde naar de ceremonie zijn vrouw af. “Hij zit zeven dagen per week van ’s ochtends vroeg tot midden in de nacht in zijn werkkamer,” verzuchtte ze. “Ik kan bij wijze van spreke poedelnaakt in de deuropening gaan staan, maar ik krijg hem niet weg van zijn bureau.” Met haar verschijning was niets mis, kan ik u verzekeren.’

Beloning
‘Een Amerikaanse schrijversvriend moet zichzelf een beloning in het verschiet stellen. Zodra een hoofdstuk af is, mag hij een plak van zijn lievelingskaas eten en een slokje wijn nemen. Lukt het niet dan blijft het bij water en brood. Een creatief proces behoeft waarschijnlijk een zeker masochisme en doordrammerigheid, maar je vraagt je af in welke mate je jezelf moet kastijden. Ach, waarschijnlijk heiligt het doel de middelen.’

Strikt leefpatroon
‘De meeste tijd van het jaar breng ik door in mijn huis in een dorp in Frankrijk. Op zich hanteer ik daar een strikt leefpatroon. Een wandeling in de ochtend naar de bakker en de slager, rustig ontbijten en dan aan de slag. Allereerst kijk ik de teksten van de vorige dag(en) nogmaals na en schrap en herschrijf. Dan ga ik verder waar ik gebleven was. Ik hanteer een oude truc: aan het einde van een werkdag – zo rond vier uur – heb ik altijd een paar alinea’s getikt waarin grofweg een volgende richting van het verhaal is aangegeven.’

Het echte werk
‘Al na een uurtje heb ik door of het een vruchtbare dag wordt of niet. Ik blijf dan niet tegen beter weten in ploeteren, maar ga in mijn moestuin, de boomgaard of bij mijn druivenstokken werken. Ik geef toe dat ik dan passages door mijn hoofd laat schieten, maar het echte werk gebeurt in mijn geval in bed.’

Sluimeruurtje
‘Niet dat ik een moderne versie ben van de arme poëet op het beroemde schilderij van Carl Spitzweg. In mijn slaapkamer geen laptop, pen of zelfs maar een stuk papier. Voor het slapengaan heb ik in de woonkamer nog eenmaal de laatste geschreven teksten gelezen opdat ik er ’s nachts over kan dromen. Vooral in het sluimeruurtje vlak na het wakker worden schop ik het verhaal als een voetbal door mijn hoofd heen en weer. Net zolang tot ik, zeg maar, scoor. Dat denkwerk is voor mij het echte schrijven. Daar beleef ik plezier aan. (En toegegeven: ook aan een eenmaal gedrukt werk.) Ik heb, noem het bijgeloof, daarom in Zürich en in Frankrijk identieke hemelbedden laten plaatsen.

10. Meir Shalev



Meir Shalev (1948) is in de loop der tijd uitgegroeid tot een wereldwijd gewaardeerde verhalenverteller. Zijn werk, bestaande uit romans, non-fictiebundels en kinderboeken, is in meer dan 26 talen vertaald en onder meer bekroond met de Brenner-prijs, de hoogste literaire onderscheiding in Israël.

De teksten voelen
‘Ik wil altijd graag sensitief schrijven. Dat is nog helemaal niet zo eenvoudig. Ik moet de tekst voelen, niet alleen van binnen in mijn hoofd en hart maar feitelijk ook met mijn handen. Aanleiding tot het schrijven van een roman kan een enkel zinnetje in een tijdschrift of een spraakmakend artikel zijn. En dan zeggen ze nog dat ik me niet met de actualiteit bezighoud! In het geval van mijn nieuwste roman, Een geweer, een koe, een boom en een vrouw, las ik over een zelfmoord in een pioniersdorp tachtig jaar geleden, waarvan iedereen wist dat het moord met voorbedachten rade was. Men zweeg, bang voor de moordenaar die in hoog aanzien stond in de gemeenschap. Israël bestond nog niet en men vormde bovendien een hecht blok tegen de Engelse autoriteiten. Het idee vatte post om een roman over wraak en de gevolgen daarvan te schrijven.’

Ideale constructie
‘Op dat moment komt een apart proces bij mij op gang. Ik begin, elk in een eigen bestand, op summiere wijze scènes, dialogen, cruciale fragmenten en voor de personages belangwekkende uitspraken en gedachten te tikken en die uit te printen op kaartjes ter grootte van een ansicht. Die spreid ik uiteen op een speciale grote tafel – en als het een omvangrijk boek lijkt te worden op de grond – en schuif en hussel net zo lang totdat ik de ideale constructie heb gevonden. De kaartjes leg ik wel met de tekst naar boven. Ik ben geen tovenaar! En, ondanks de Bijbelse referenties in mijn boeken, niet iemand die denkt dat een hogere macht mijn schrijfhand leidt.’

Juiste volgorde
‘Op dat moment mag niemand meer in mijn werkkamer komen, ook mijn vriendin niet en al zeker niet de schoonmaakster. Nadat ik de teksten uitvoerig heb bepoteld en de juiste volgorde heb bepaald, begint het feitelijke schrijfwerk. Gaandeweg verandert er nog weleens wat, maar niet al te veel. Eenmaal heb ik alle kaarten moeten verschuiven. Dan begint ook het schrijven weer van voren. Je krijgt dan een totaal ander boek, met andere wetten.’

Onder de eucalyptusboom
‘Eveneens van belang bij het sensitief schrijven is mijn contact met de natuur. Ik heb een tuin van een aantal hectares waarin ik vooral wilde bloemen kweek. Daarnaast ga ik regelmatig de woestijn in met een paar vrienden. We hebben een favoriete plek bij een wadi, een rivierdal. Daar staat een imposante eucalyptusboom waaronder we vaak uren zitten te praten, te drinken en te koken. Ik gebruik net zo’n gietijzeren pot als het personage Etan in Een geweer, een koe, een boom en een vrouw. Daar vul ik niet alleen mijn maag, maar ook mijn hoofd en hart. Scènes sijpelen in de wadi en ook in mijn tuin bijna ongemerkt mijn teksten in. Het oog voor detail wordt getraind.’

Houvast
‘Voor míj werkt het met die kaartjes. Het is natuurlijk ook een houvast, een eerste stap om de onzekerheid die nu eenmaal met creativiteit verbonden is te overwinnen. Kinderboeken schrijf ik overigens uitsluitend met een pen. Schrijfmethodes groeien naarmate je langer bezig bent, neem ik aan. Ik denk wel dat je ervoor moet waken dat het geen bijgeloof wordt, geen sleur. Als het zo uitkomt zal ik ook wel een keer iets op mijn telefoon tikken.’

9. Carlos Ruiz Zafón



Carlos Ruiz Zafón (1964) brak wereldwijd door met De schaduw van de wind, het eerste deel van de cyclus rond het Kerkhof der Vergeten Boeken waarvan inmiddels tientallen miljoenen exemplaren over de toonbank zijn gegaan.

Onvervulde dromen
´Als ik iets moet kiezen dat mijn schuilplaats is, mijn geluksbrenger om mijn brein te ontsluiten, dan is het muziek. In mijn studio onder de rook van de heuvels van Hollywood staat direct naast mijn schrijfplek een piano. Als ik vast dreig te lopen in een scene, probeer ik iets te componeren of oefen wat op mijn aanslag. Niets ingewikkelds, was dat maar waar. Nog liever dan iemand die met teksten zijn brood moet zien te verdienen – hoor ik daar mensen op het balkon lachen? – was ik een (enigszins) gevierde componist geworden. Maar iedereen heeft onvervulde dromen nodig. Dat houd je gaande.

Kerkhof van het Vergeten Vinyl
Mijn geluidsinstallatie kun je gerust professioneel noemen. Aan de wanden is bijna geen plekje meer vrij. Duizenden en duizenden elpees en compact discs vullen de kasten. Ha, mijn eigen Kerkhof van het Vergeten Vinyl. Het meeste is klassiek, jazz, blues en oude soul. Op sommige dagen heb ik een voorkeur voor titelsongs van films, tsja, ik ben natuurlijk een tijd lang scenarioschrijver geweest. Maar ook new wave en elektronische muziek kunnen me in de juiste stemming brengen. Er zijn dagen dat de verleiding me te groot is en ik mijzelf vrijaf geef van het schrijven om in mijn harddrives met vier terabytes naar bijvoorbeeld een specifieke jaren dertig-song te gaan zoeken met het idee er zelf een arrangement op te maken. Uren kan ik dan naar fragmenten luisteren, me er helemaal in vergeten.

Apotheose
Vervolgens voel ik me toch wat schuldig ten opzichte van mijn ongeschreven werk, het boek dat grotendeels in mijn hoofd aan het rondzingen is, en werk de dagen na het spijbelen voor straf extra hard met de geluidsinstallatie op muzakniveau. Ik ben nu bezig aan het slotdeel van de cyclus over het Kerkhof der Vergeten Boeken, zeg maar de apotheose van de serie. Zoals het er nu uitziet wordt het een heel omvangrijke gotische roman waarin de meeste losse eindes aan elkaar worden geknoopt.

Componeren
Ik zie schrijven graag als het componeren van een muziekstuk. Je hebt ook te maken met orkestratie, harmonie, noten, akkoorden, kleuren, ritmes, timbre, contrapunten, uitweidingen en patronen. Een roman is eveneens een mathematisch, architectonisch systeem van symbolen, van geluiden, beelden en structuren. Na dit geschreven te hebben, ga ik ter inleiding van mijn werkdag even wat toonladders spelen. Om het af te leren. Nee, om even weg te dromen.´

8. Jaap Robben



De dagen van de tijd dat ik aan Birk schreef zijn nooit hetzelfde geweest. Ze verschillen sterk per periode. Ik weet ook niet meer exact wanneer ik met schrijven ben begonnen. Ik kan niet zeggen: toen en toen ben ik aan dit boek begonnen, het is niet zoals met een baan dat ik sinds die en die dag aan een vast bureau zit.

De rust in musea
In de eerste periode ben ik veel op pad; rondfietsen, kleine aantekeningen maken. Als het ware rondcirkelen in de buurt van mijn idee. Graag ga ik dan ook naar musea, dat inspireert me. Die musea kunnen over alles gaan, van kerkklokken tot beeldende kunst. De rust die daar vaak hangt is prettig voor mijn gedachtes en het inspireert me om vrij te denken rondom mijn ideeën. Dat geldt ook voor het schrijven van poëzie. Vaak is de vangst van zo'n dag maar een paar losse zinnetjes.

Behoefte aan een bureau
Na een tijdje begint het me dan te frustreren dat ik er maar niet aan toe kom om gedurende langere periodes te schrijven. Dan weet ik dat ik toe ben aan meer concreetheid. En aan meer tijd. De behoefte aan een bureau groeit, ik moet scènes gaan uitwerken. Flarden uitwerken. Ik merk dat ik dan voor het verhaal langere bogen wil uitschrijven en daar heb ik ook meer tijd voor nodig. In die tijd lukt dat in een café of met andere mensen om me heen.

Doorschrijven
Maar hoe geconcentreerder ik werk, hoe meer stilte en rust ik nodig heb. Ook mijn dagen krijgen dan structuur. Op tijd opstaan, bepaalde muziek draai ik veel. En doorschrijven, lange dagen, zonder onderbreking. Dat kost me dan vaak ook weer dagen om in mijn concentratie te komen. Het lijkt op een rommelige, chaotische plek waar je aan het klussen bent, als je dat doet weet je blind waar alles ligt. Maar ben je er weg voor een paar dagen, dan moet je zoeken waar alles ook alweer lag.

De groencontainer
Die dagen volgen ongemerkt een vast patroon. Ik rommel wat in huis, stofzuig, ontbijt, lees wat, voer de kat, beantwoord mails, loop naar de groencontainer en ga dan op mijn bureaustoel zitten aan mijn bureau dat nog van mijn overgrootvader is geweest. Eigenlijk ben ik tot een uur of 16.00 aan het klooien, niet wetend hoe ik verder moet. Maar dat is nodig, want na een paar uur vallen al mijn gedachtes in de plooi en schrijf ik als een bezetene tot 20.00 uur. Dan ga ik eten, ren een rondje en lig in bad. Mijmerend. Ik kan actief proberen een oplossing voor een probleem in mijn verhaal te vinden, maar er poppen altijd oplossingen op voor problemen waar ik me niet op concentreer. De volgende dag herhaalt zich dit dan, met het enige probleem dat soms weken achter elkaar mijn enige uitje de voettocht naar de groenbak is.


7. Nicci Gerard



Samen een boek maken is bijna tegennatuurlijk. Mijn man Sean [French] en ik schrijven in aparte kamers. Voor aanvang moeten we het eens worden over de plot, het emotionele hart van het boek, de stem van de verteller en de toon van de verschillende personages. We beginnen pas als we ervan overtuigd zijn dat we hetzelfde boek in ons hoofd hebben. En daarna is het een kwestie van vertrouwen.

Regelmaat
Onze hond speelt een belangrijke rol tijdens het schrijfproces. Het beestje zorgt voor regelmaat. Zodra we maar iets te laat zijn met het uitlaten of met de voederbak krabt hij aan de deuren van onze werkkamers. Tijdens de wandeling voor de lunch leggen Sean en ik elkaar kleine problemen voor. Wanneer we na de middagthee het grote rondje lopen, vatten we voor elkaar het werk van de dag samen. Pas als we een hoofdstuk af hebben, lezen we elkaars tekst en voorzien die van commentaar. Als alles uiteindelijk in elkaar past, gaan we samen een paar keer door het hele boek heen.

Soloprojecten
In 2003 ben ik begonnen met soloprojecten over thema’s die mij aan het hart gaan. Zoals in mijn boek Missing Persons, in het Nederlands Nooit vergeten. De vijftigers Felix en Isabel Hopkins, respectievelijk academicus en lerares op een basisschool, hebben drie jongvolwassen kinderen: Tamsin, Johnny en Mia. Zodra Johnny gaat studeren verdwijnt hij van de aardbodem. Deze roman gaat over vermissing en gemis. Ik wilde het innerlijk landschap van de achterblijvers schetsen, iets wat al heel lang in mijn hoofd zat.

Elk leven is waardevol
Jaren geleden was ik journalist voor The Observer en heb ik tien weken verslag gedaan van de zaak van Fred en Rosemarie West die jonge vrouwen seksueel hebben gemarteld, gedood en in hun tuin begraven. Wat me naast de gruwelijke details zo verontrustte, was het feit dat geen van de meisjes werd vermist. Ze waren al uit het zicht van hun families verdwenen, lang voordat ze werden vermoord. Alleen naar een meisje uit de middenklasse is gezocht. Vóór mijn studie heb ik gewerkt in opvanghuizen voor verlaten kinderen. Elk leven is waardevol. De zwervers onder de bruggen in Londen worden als afval behandeld.

Nachtwandelingen
Ik kies als schrijver mijn thema’s niet, ze grijpen mij bij de keel. Een boek ontstaat bij mij zodra twee verschillende verhalen tegen elkaar aan wrijven. Dat zorgt voor vuur. Het eerste gedeelte van Nooit vergeten heb ik vrij snel geschreven. Daarna zat ik helemaal vast. Ik kon en wilde Sean niet om hulp vragen. We waren net bezig met het slot van onze veertiende thriller en hij krijgt mijn boeken pas te lezen als ik ze heb afgerond. Ik heb toen vaak nachtwandelingen met de hond gemaakt op de plekken waar veel daklozen zijn. Daar kwam het boek weer tot leven.’


6. Herta Müller



Herta Müller (1953) won in 2009 de Nobelprijs voor de Literatuur. Haar meest recente vertaalde werk is de roman Barrevoetse februari.

‘De literatuur is in eerste instantie voor mij een vehikel voor verzet en zelfbehoud. De taal is daarbij de scherprechter. Wanneer in het buitenland een boek van mij verscheen, werd ik prompt opgeroepen door mijn vaste ondervrager bij de Securitate, de Roemeense geheime dienst. In die zin zorgden mijn teksten voor persoonlijke problemen, maar tegelijkertijd waren ze mijn vrijgeleide. Op een of andere manier kon het regime het zich niet veroorloven om mij langdurig gevangen te zetten of monddood te maken. Het bleef meestal bij een dag of twee, drie ondervragen. Zodra ik daar van bekomen was, begon ik direct weer met schrijven.’

Intimidatie
‘Dictaturen stelen allereerst de taal, het is zaak die terug te veroveren, desnoods woord voor woord. Vaak was de inkt nog nat als ze alweer voor de deur stonden. Schrijver ben je alleen met jezelf, maar ik werd slechts zelden met rust gelaten. De intimidatie was een vaste constante in het leven. En is dat, op een totaal andere, omfloerste, manier eigenlijk nog steeds. Na de val van het regime bleven de meeste mensen op hun post. Toen ik die Zweedse prijs kreeg, werd ik, al twintig jaar Duitse auteur, omarmd door de Roemeense regering, terwijl anderen zeiden dat ik de prijs van de Roemenen had afgepakt, omdat waarschijnlijk geruime tijd niemand uit dat taalgebied aan de beurt zou komen.’

De macht van het woord
‘Toen ik in het vrije westen prijzen begon te winnen, kreeg ik een paar keer toestemming om bij de uitreiking te zijn. Dit was geen aardigheid, niet het uitvloeisel van een nieuwe Roemeense lente, men zag daarin een kans om voorgoed met mij af te rekenen, om mij in diskrediet te brengen. Uitgevers, tv- en radiozenders, comités van prijsuitreikingen en evenementen en organisaties van dissidenten werden bestookt met brieven met waarschuwingen. Ik zou een spionne zijn, een systeemgetrouwe communiste, een pion van het regime. Waarom mocht ik anders vrij reizen? Een ware gotspe voor mensen die mijn boeken kenden, maar de afdeling ‘compromitterende maatregelen’ van de geheime dienst was bijzonder inventief, zoals blijkt uit mijn dossier dat ik na de val van het communisme in handen kreeg. Angst en vertwijfeling waren hun belangrijkste wapens. Ergens waren ze zich bewust van de macht van het woord. Het is ze niet gelukt, daarvoor spraken mijn boeken toch een te duidelijke taal. Na de derde buitenlandse reis deelde mijn ondervrager, nu overigens een succesvol agent in verzekeringen, mee dat ik “zeker twintig jaar alleen mocht genieten van de schoonheid van mijn vaderland”.’

Letterlijk besmet
‘In 1987 mocht ik tot mijn eigen verbazing voorgoed uitreizen. “Verzuip dan maar, in dat vrije westen van je.” Ik was natuurlijk verheugd, maar geloof maar niet dat je als vluchteling veilig bent. Men bleef desinformatie verstrekken. De schijngestalte werd achter me aan gestuurd. Ik zocht opnieuw mijn heil in de woorden. Letterlijk ditmaal. Ik kocht tijdschriften, verbaasde me over de veelvoud aan kleuren, die ik pas echt leek te zien nu ik inwoner was van Berlijn. De bladen in het communistische Roemenie waren op grauw papier gedrukt en de inkt stonk vreselijk en gaf daarnaast enorm af. De woorden waren ook letterlijk besmet.’

Rangschikken
‘Ik knipte woorden uit mijn nieuwe, kleurrijke aanwinsten en legde ze op de tafel in mijn appartement. Maar daar verstoften ze langzaam. Daarom kocht ik een archiefkast met heel veel laatjes en bracht ze daarin onder. Ik maak er met lijm en schaar collages van op briefkaartformaat, gedichten zeg maar. Dat is de essentie van mijn schrijven. Rangschikken is het belangrijkste dat we met taal doen. Mocht ik ophouden met het schrijven van boeken, dan zal ik altijd blijven plakken en knippen. De woorden zijn te mooi om te negeren.’


5. John Irving



John Irving (1942) is onder meer bekend van het verfilmde De wereld volgens Garp. Vorig jaar verscheen zijn dertiende roman In een mens.

‘Mijn moeder was souffleur bij het plaatselijke amateurtheater. Ik ging als jongetje altijd met haar mee naar de repetities, had mijn eigen plekje in de coulissen. Ze zorgde voor voldoende boeken, papier, kleurkrijt en pennen. Daar keek ik in eerste instantie nauwelijks naar om, gefascineerd als ik was door de nieuwe rollen die mijn onderwijzer, onze postbode, de kruidenier en de buurman speelden. Mijn opa, toch een mannetjesputter, hees zich voor bijna elk toneelstuk in vrouwenkleren. Hij was erg overtuigend.’

Duiding
‘Een volwassene zoekt verklaringen voor bepaalde zaken uit zijn jeugd, geeft er soms een duiding aan die goed past. In dat theater is naar mijn idee mijn wens geboren om iets groots, iets creatiefs te doen. Wat precies wist ik niet. Daar is ook mijn belangstelling gewekt voor mensen met een afwijkende seksualiteit. In al mijn romans komen mensen voor die worstelen (sic!) met hun aard omdat die niet strookt met wat men ‘normaal’ noemt, wat algemeen geaccepteerd is. In mijn meest recente roman In een mens – te lezen als In één mens – is de hoofdpersoon Billy biseksueel en leert hij de literatuur en het leven liefhebben dankzij een transgender bibliothecaresse. En passant heb ik de verzwegen aidsepidemie van de jaren tachtig en negentig in Amerika onder de aandacht willen brengen. Alleen in New York stierven in die periode meer mensen aan aids dan er ooit in Vietnam zijn gevallen.’

Observeren
‘Daarnaast denk ik dat ik in de coulissen heb leren observeren, ook niet onbelangrijk voor een schrijver. Niet zozeer de acteurs, maar eerder het publiek. Nog voor de première kende ik het toneelstuk uit mijn hoofd. Ik had bij wijze van spreken mijn moeder zo kunnen vervangen. Om de tijd te doden maakte ik schetsen van de acteurs en schreef er afwijkende teksten bij. Ik sloeg daarna bijna geen voorstelling over omdat ik benieuwd was naar de reacties vanuit het publiek. Ongemerkt, ja, als een soort voyeur, keek ik avond na avond naar de mensen in de zaal en noteerde wat ik van hun gezichten kon aflezen.’

Concentreren
‘Zoals bekend werkte ik later als worstelcoach op een college. Ik had maar een uurtje per dag om te kunnen schrijven aan de epische werken in de traditie van de grote negentiende-eeuwse romans die in mijn brein rondspookten. Toen kwam het succes van Garp en had ik opeens geld en dus tijd genoeg om te werken, maar tot mijn ergernis kon ik me niet meer dan een paar uurtjes per week echt concentreren. Pas bij mijn zesde boek (De regels van het Ciderhuis) ben ik op een dag zeven uur bezig geweest. Als ik in een moeilijke schrijfperiode zit, haal ik me de triomf van die middag voor de geest.’

Isolement
‘Tegenwoordig heb ik in Canada een schrijfhut op een eilandje, heel rudimentair. Een bed, een kachel, een stoel en een bureau. Vroeger kon ik op meerdere plaatsen schrijven, nu voor mijn gevoel alleen daar. Vooral in de winter werkt het isolement inspirerend. Alles is bevroren. Ik heb een sneeuwscooter, maar die gebruik ik hoogstens eenmaal per veertien dagen om de noodzakelijke boodschappen te doen. Mijn hond, een labrador, ligt bij de kachel. Ik lees hem de dialogen voor. Ter goedkeuring lijkt het wel. Maar het allerbelangrijkste is de boom die ik nu jaar in jaar uit door mijn raam zie als ik aan het bureau zit. Het is de boom die op het omslag staat van De laatste nacht in Twisted River. Buigzaam in weer en wind. Zo wil ik zijn.’


4. Philippe Claudel



Schrijver en filmer Philippe Claudel (1962) is vooral bekend van de in vele talen uitgebrachte roman Grijze zielen. Eind 2013 ging zijn nieuwe film Avant l’hiver in Nederland en België in première.

Beelden en geuren
‘Pas onlangs heb ik me het belang gerealiseerd van mijn meest recente boek Geuren, waarin ik als het ware mijn herinneringen opsnuif aan mijn geboorteplaats én woonplaats Dombasle-sur-Meurthe in de Vogezen. We leven nu in een tijd van directe visuele bevrediging. Ook ik ben zeer beeldgevoelig, maar geuren besluipen ons onverwacht en aan de krachtige associaties die we er mee hebben, ontkom je niet. Dit boek heeft een sleutelrol in mijn geschreven oeuvre, want doorgaans bevatten mijn films meer autobiografische elementen dan mijn romans. Op het witte doek maak ik namelijk de balans op van de ideeën die ik in mijn boeken naar voren heb gebracht.’

Geheugen
‘Ieder werkwoord heeft een parfum. Ieder woord roept in het geheugen een plek op met de bijbehorende geuren. En uit het verhaal dat langzaam maar zeker wordt geweven, dat lukraak wordt gevlochten uit het alfabet en je herinneringen, ontstaat een rivier met vele zijarmen, van het leven dat we geleefd hebben, het leven dat we gedroomd hebben en het leven dat nog komt.’

Schrijven en filmen
‘De taal mag af en toe best te kort schieten. In het leven wordt eigenlijk nooit gesproken als in boeken of films. We zullen altijd verhalen nodig hebben. Kennelijk zoeken we een rechtvaardiging van ons bestaan in de weerspiegelingen ervan. Een kwestie van houden van het leven, maar er niet genoeg aan hebben. Het feitelijke proces van het schrijven en filmen is voor mij het belangrijkste. Het brengt diepte aan. Schrijven en lezen is solistisch. Een film maak én beleef je met meerdere mensen. Ik heb beide kunstvormen even hard nodig om mijn plaats in het leven te bepalen. Ik ben een dief en tot alles in staat om mijn buit te bemachtigen.’

Eenmanscircus
‘Daarbij heb ik eigenlijk nooit haast gehad. Pas toen ik ver in de dertig was, werd mijn debuutroman gepubliceerd en mijn eerste speelfilm regisseerde ik een kleine tien jaar later. Ik weet kennelijk wanneer ik ergens klaar voor ben. Wanneer er een nieuwe film wordt gelanceerd of er een boek in vertaling verschijnt, reis ik als eenmanscircus de wereld af. Onderweg noteer ik bijna geen woord meer. Van echt schrijven komt toch meestal niets. Dat kan ik pas wanneer ik weer thuis ben.’

Dicht op het leven
‘Het is me duidelijk geworden dat ik de plek waar ik geboren ben en waar ik tot op de dag van vandaag woon, nodig heb om te kunnen schrijven. Ik moet kennelijk mijn eigen historie kunnen opsnuiven. Het is zaak om je innerlijke leven ten dienste te stellen van de persoon die je werk tot zich neemt. Als het goed is breng je iets in beweging. Schrijven is dicht op het leven staan, vermijden dat je wereldvreemd wordt.’


3. Richard Russo



Richard Russo: ‘Jaren geleden was ik de spreker tijdens de afstudeerceremonie van mijn dochter. Ik vertelde daar dat studeren net zoiets is als opgenomen worden in een getuigenbeschermingsprogramma. Als je herkenbaar van de universiteit komt, is er iets heel erg misgegaan. Ouders willen hun kinderen terug met dezelfde waarden, klaargestoomd voor de arbeidsmarkt. Omdat ik opgegroeid ben in een vervallen industriestadje zonder mogelijkheden, moesten de zoons en dochters uitvliegen. Er waren wat katholieke universiteiten niet al te ver weg. Avontuurlijke types gingen naar New York. Ik ging bijna drieduizend mijl verder naar de universiteit van Arizona omdat, al realiseerde ik me dat toen nog niet, mijn moeder dat wilde. Ze haatte de plaats waar we woonden, was bang voor de groeiende invloed van mijn vader op mij en wilde een nieuw leven beginnen in de woestijn.

Overlevingstrucs
We waren culturele buitenstaanders. Geen van onze overlevingstrucs werkte. Omdat ik jong was, wist ik me sneller aan te passen. Intuïtief voelde ik dat ik moest verbergen wie ik was en waar ik vandaan kwam. Alle studenten moeten zichzelf opnieuw uitvinden, maar voor mij was het heel urgent. Ik was een kleinsteedse verlegen jongen. De oprechtheid verving ik door een werelds cynisme. Op een plaats waar iedereen komedie speelt, werkt dat, althans voldoende. Tot ik besloot om schrijver te worden.

Kleinsteeds
Mijn eerste roman speelt zich af in een grote stad. Ik was afgestudeerd op Amerikaanse literatuur en had ervoor gezorgd dat ik het boek helemaal vol had gepropt met mijn kennis. Maar, weet ik nu, het ontbrak aan leven. Ik gaf het te lezen aan mijn mentor. Hij vond het inert, sterker nog: hij zag geen enkele manier om het te repareren. Hij adviseerde mij aan een nieuw boek te beginnen. Dit was onthutsend nieuws omdat ik ook wel wist dat hij gelijk had. Hij zei verder dat er een sectie van dertig pagina’s was waarbij de tekst tot leven kwam. ‘Die mensen ken je echt.’ Mijn bloed ging koken. Hij had mijn vermomming doorzien, herkende de jongen die al die jaren in het getuigenbeschermingsprogramma was opgenomen: kleinsteeds was ik en zou ik altijd blijven. Hij had me geen groter geschenk kunnen geven.

Afkomst
Vandaag de dag helpt het bij het schrijven nog steeds wanneer ik eraan herinnerd word wie ik ben en waar ik vandaan kom. Ter promotie maak ik wereldreizen, maar als ik te lang weg ben, heb ik het idee dat ik in een moderne versie van mijn reis naar Arizona ben beland, weer in het getuigenbeschermingsprogramma ben opgenomen en met valse kleuren wapper. In mijn kantoortje heb ik mij omringd met objecten die mij aan mijn afkomst herinneren. Een mok van mijn vader met het handvat aan de binnenzijde. Deze ontwerpfout beschouwde hij als emblematisch voor zijn leven – functioneel, maar tegelijk ook diep in de war. Ik ben de zoon van deze man. Op de foto van mijn geboorteplaats staat niemand. Mijn taak is het deze te vullen met personages van vlees en bloed.’

Foto Richard Russo: Camille Gévaudan.


2. Graham Swift



Graham Swift (1949) behoort tot de belangrijkste Britse schrijvers. Hij schreef negen romans en een verhalenbundel. Twee romans zijn verfilmd en zijn werk is in meer dan dertig talen vertaald. Laatste ronde werd in 1996 bekroond met de Booker Prize. Zijn meest recente titel is Was je maar hier.

Literaire forens
‘Het is voor mij noodzakelijk om vroeg te starten. Ik zit meestal al ver voor zes uur ’s ochtends achter mijn bureau. Daarvoor heb ik uitgebreid ontbeten, de hond uitgelaten en ben, broodtrommel en thermosfles in de hand, naar mijn schrijfhok gelopen. Alleen, ik zou anders te veel tegen mijn viervoeter gaan praten. Ik, literaire forens, koester de tijd wanneer de wereld ontwaakt. Het brengt me als vanzelf in de juiste stemming. Als er voor negen uur niets op papier staat, kan ik er vanuit gaan dat mijn schrijfdag is mislukt. Op goede dagen, en dat zijn er niet zoveel, voel ik me als een jager die al bij het ochtendgloren weet dat hij niet met lege handen thuiskomt.’

Ideale geleider
‘Om te schrijven heb ik allereerst een pen nodig. Dit eens zo voor de hand liggende statement mag men nu wel archaïsch vinden, maar schrijven met een pen en inkt is voor mij nog steeds de beste en meest opwindende manier om op papier te krijgen wat zich in je hoofd afspeelt. En, waarschijnlijk klinkt het liefhebbers van het toetsenbord vreemd in de oren, ik werk er sneller mee dan wanneer ik mijn laptop gebruik. Met mijn computerkennis is niets mis, toch vind ik de apparaten onhandig en in zekere zin ook vertragend, juist omdat het zo gemakkelijk is om uit te weiden. Kopiëren en plakken. Soms werkt de verbeelding met de snelheid van de bliksem. Ik beschouw mijn pen als de ideale geleider omdat hij een al te hoge spanning afzwakt. Een natuurlijke handrem.’

Strafwerk
‘Uiteraard zit ik ook achter het scherm, meer dan me lief is, maar op dat moment ben ik alleen een typist die zinnen invoert en mondjesmaat redigeert. Voordat ik aan dat strafwerk begin, heb ik de tekst namelijk al een paar keer overgeschreven. Het invoeren doe ik uitsluitend thuis. In mijn schrijfhok staat geen computer, wel een typemachine. Mijn opa handelde daarin. Op zijn zolder stonden allerlei modellen. Daar tikte ik als kind stiekem mijn eerste stukjes. Met mijn typevaardigheid is dus ook niets mis. Ik tik met tien vingers in een behoorlijk tempo en met een stevige aanslag. Wanneer ik problemen heb met het ritme van de zinnen probeer ik een pagina uit op de Triumph.’

Potloodstompje
‘Onderweg heb ik altijd een potloodstompje bij me. Waarom het een stompje moet zijn, weet ik niet. Misschien omdat het me vertelt: “Je denkt zeker dat je aan het einde bent gekomen?” Een hoop ideeën en oplossingen borrelen op wanneer ik besloten heb om iets ander te doen, naar de pub gaan bijvoorbeeld. Ik krabbel overal steekwoorden op. Aan het einde van een dag zit er van alles in mijn jaszak: bierviltjes, reepjes krant, nota’s en zelfs toiletpapier. Een notitieboekje heb ik niet. Die verhoudt zich tot tekst als een paraplu tot de regen. Wanneer je er eentje meeneemt blijft het droog.’



1. Hilary Mantel



Ik heb me suf gepeinsd, aldus Hilary Mantel, maar ik heb geen speciale omstandigheden nodig om te schrijven, noch een aparte pen, oordoppen, een inleidend muziekje of een vaste stoel. Ik heb het geluk dat ik overal en op elk tijdstip de pen of de laptop – ook dat maakt me niet uit, ik krabbel en tik op van alles – ter hand kan nemen, of het nu stil is of juist heel lawaaiig. Dit is niet bedoeld als borstklopperij.

Bloed, zweet en tranen
Denk maar niet dat het schrijven van de teksten mij geen bloed, zweet en tranen kost, integendeel, soms zelfs letterlijk. Ik ben juist bang dat er op een gegeven moment een bepaalde routine nodig is en dat die regelmaat ook in de teksten sluipt. Het zou mij afremmen. Direct na het winnen van de Man Booker Prize voor Wolf Hall in 2009 slokte de promotie zeker anderhalf jaar tijd op. Weliswaar heb ik de grootste stukken van mijn volgende roman, Het boek Henry, thuis geschreven – mijn man leeft noodgedwongen al meer dan een decennium samen met mijn personages – maar ook in het ziekenhuis, in wachtkamers, hotellobby’s, restaurants, op vliegvelden en in treinen zijn gedeeltes ontstaan, soms heel vroeg in de morgen, soms midden in de nacht. Je zult daarvoor maar een bureau moeten meeslepen dat al generaties in de familie is.

Interactie
Na het opnieuw winnen van de Man Booker Prize in 2012 voor Het boek Henry ben ik helemaal een slaaf geworden van mijn verschenen boeken. Er wordt een zesdelige tv-serie gemaakt en los daarvan komt een bewerking aan het einde van dit jaar op de bühne. Ik ben adviseur bij de filmopnames en dien voor de theaterbewerking inleidende teksten te leveren. Voor beide producties moeten de dialogen worden aangepast. Dat ga ik ter plekke bij de repetities doen. Ik pendel daarvoor van de studio naar de repetitieruimtes. Ik verwacht interactie tussen de beide projecten en tussen mij en de acteurs. De atmosfeer van het theater, in de laatste fase het Swan Theatre in Stratford-Upon-Avon, levert hopelijk nog een extra dimensie op.

Nieuw publiek
Ik probeer de producties zoveel mogelijk over te laten aan de experts, wetende dat er een totaal nieuw publiek bereikt kan worden en dat tot op zekere hoogte de problemen van een vertaling worden opgelost doordat woorden gevisualiseerd worden. In het beste geval wordt jouw verbeelding exact op het toneel of het witte doek gebracht, als een droom die versterkt openbaar wordt gemaakt. Iets dat nooit helemaal op papier te realiseren is. Je moet accepteren dat jouw verhaal wordt omgezet in een ander medium, met winst en verlies. Gelukkig vlakken een opvoering en een verfilming het origineel niet uit, net zomin als historische fictie de feiten doet verdwijnen.

Niet afhankelijk
De dubbele bekroning, van twee delen van een trilogie zelfs, geeft tegelijk vertrouwen en druk. Ik wil beslist dat deel drie, De spiegel en het licht, wederom autonoom te lezen is. Dat wordt door mijn betrokkenheid bij de producties, hoe zijdelings dan ook, steeds moeilijker. In het beste geval kan ik de fragmenten die ik nu schrijf over een goed jaar verwerken. Ik probeer bij het schrijven beslist niet afhankelijk te zijn van omstandigheden, tijdstippen, plekken of gewoontes. Dat is wellicht mijn beroepsgeheim.

Agenda

Film

  • Er zijn voor vandaag geen films aangemeld

Video's & Podcasts

  • Teun van de Keuken

    Podcast van Erik Jan Harmens met Teun van de Keuken over diens romandebuut Goed volk.

    Opname: 08-02-2017
    Erik Jan Harmens
  • K. Michel

    Podcast van Erik Jan Harmens met K. Michel over zijn dichtbundels Speling zoeken en Te voet is het heelal drie dagen ver

    Opname: 17-01-2017
    Erik Jan Harmens
  • Simone van Saarloos

    Podcast van Erik Jan Harmens met Simone van Saarloos over haar debuutroman De vrouw die.

    Opname: 20-12-2016
    Erik Jan Harmens

Meer video's & podcasts

Canon van de Nederlandse geschiedenis

  • 1. Hunebedden
  • 2. De Romeinse Limes
  • 3. Willibrord
  • 4. Karel de Grote
  • 5. Hebban olla vogala
  • 6. Floris V
  • 7. De Hanze
  • 8. Erasmus
  • 9. Karel V
  • 10. De Beeldenstorm
  • 11. Willem van Oranje
  • 12. De Republiek
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie
  • 14. De Beemster
  • 15. De grachtengordel
  • 16. Hugo de Groot
  • 17. De Statenbijbel
  • 18. Rembrandt
  • 19. De Atlas Major van Blaeu
  • 20. Michiel de Ruyter
  • 21. Christiaan Huygens
  • 22. Spinoza
  • 23. Slavernij
  • 24. Buitenhuizen
  • 25. Eise Eisinga
  • 26. De patriotten
  • 27. Napoleon Bonaparte
  • 28.  Koning Willem I
  • 29. De eerste spoorlijn
  • 30. De Grondwet
  • 31. Max Havelaar
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid
  • 33. Vincent van Gogh
  • 34. Aletta Jacobs
  • 35. De Eerste Wereldoorlog
  • 36. De Stijl
  • 37. De crisisjaren
  • 38. De Tweede Wereldoorlog
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging
  • 40. Indonesië 1945-1949
  • 41. Willem Drees
  • 42. De watersnood
  • 43. De televisie
  • 44. Haven van Rotterdam
  • 45. Annie M.G. Schmidt
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945
  • 47. Srebrenica
  • 48. Veelkleurig Nederland
  • 49. De gasbel
  • 50. Europa
  • 1. Hunebedden

    1. Hunebedden

    Circa 4.000 tot 3.000 v.Chr.
    Hunebedden zijn door mensenhanden geordende steenformaties die dienden als begraafplaats. In Drenthe zijn er ruim vijftig bewaard gebleven.

    Bekijk details
  • 2. De Romeinse Limes

    2. De Romeinse Limes

    47-ca. 400.
    Bij het begin van onze jaartelling vormde de Rijn, die van Xanten via Utrecht en Alphen aan den Rijn naar Katwijk stroomde, de Limes, de grens van het Romeinse rijk.

    Bekijk details
  • 3. Willibrord

    3. Willibrord

    658-739.
    De Engels monnik Willibrord kwam in 690 aan land bij de monding van de Rijn om zich in te zetten voor de verspreiding van het christendom in het land van de Friezen.

    Bekijk details
  • 4. Karel de Grote

    4. Karel de Grote

    724-814.
    Karel de Grote, op kerstdag van het jaar 800 door de paus tot keizer over het Westen gekroond, had het Frankische rijk zo weten uit te breiden dat het grote delen van het huidige Europa omvatte, waaronder de latere Nederlanden.

    Bekijk details
  • 5. Hebban olla vogala

    5. Hebban olla vogala

    Omstreeks 1100.
    Om zijn ganzenveer te scherpen krabbelde een Vlaamse monnik omstreeks het jaar 1100 een paar zinnen neer uit een liefdesliedje. Het is de oudst bewaarde tekst in het Nederlands.

    Bekijk details
  • 6. Floris V

    6. Floris V

    1254-1296.
    Floris V was de graaf die in de dertiende eeuw het machtsgebied van Holland aanzienlijk wist uit te breiden, tot drie van zijn vazallen zich tegen hem keerden.

    Bekijk details
  • 7. De Hanze

    7. De Hanze

    1356-ca. 1450
    Door het Hanzeverbond tussen steden in Nederland, België, de Baltische Staten, Noorwegen en Polen waren Zutphen, Deventer, Tiel, Kampen, Zwolle en meer steden in het oosten van het land van de twaalfde tot de zestiende eeuw welvarende handelscentra.

    Bekijk details
  • 8. Erasmus

    8. Erasmus

    1469?-1536
    Naast etiquetteboeken, vorstenspiegels, samenspraken en traktaten die heersers en burgers moesten opvoeden tot wijze christenen, publiceerde Erasmus onder meer Adagia, een verzameling klassieke spreekwoorden, en de satire Lof der zotheid.

    Bekijk details
  • 9. Karel V

    9. Karel V

    1500-1558.
    Zo groot was het rijk waarover Karel V heerste dat de zon er letterlijk nooit onderging. Tot dat rijk behoorden de Nederlanden, die hij tot een bestuurlijke eenheid probeerde te smeden.

    Bekijk details
  • 10. De Beeldenstorm

    10. De Beeldenstorm

    1566.
    Dit was het wonderjaar waarin edellieden die zich geuzen noemden, zich steeds openlijker tegen het landsbestuur keerden en waarin in de hele Nederlanden kerken en kloosters werden geplunderd en ontdaan van hun katholieke symbolen.

    Bekijk details
  • 11. Willem van Oranje

    11. Willem van Oranje

    1533-1584.
    Willem van Oranje was een ambitieuze edelman die min of meer zijns ondanks uitgroeide tot een rebel en later werd vereerd als de ‘vader des vaderlands’, als de grondlegger van een nieuwe Nederlandse staat.

    Bekijk details
  • 12. De Republiek

    12. De Republiek

    1588-1795
    Na de oorlog waren de Nederlanden uiteengevallen in de zuidelijke Spaanse Nederlanden en de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het vroegmoderne Europa was een republiek een uitzondering.

    Bekijk details
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    1602-1799
    De Verenigde Oostindische Compagnie had het Nederlandse monopolie op de handel in de Aziatische wateren en mocht oorlogen voeren, verdragen sluiten en gebieden besturen. Zo ontwikkelde de VOC zich tot een geduchte macht.

    Bekijk details
  • 14. De Beemster

    14. De Beemster

    1612
    Nadat met 43 windmolens de Beemster was drooggelegd, werd in 1612 met de inrichting van de polder begonnen. Aan het strak geometrische patroon waarvan werd uitgegaan, heeft de Beemster zijn roem te danken.

    Bekijk details
  • 15. De grachtengordel

    15. De grachtengordel

    1613-1662
    Bij de uitbreiding van Amsterdam vanaf 1613 werd nut gecombineerd met schoonheid. Een van de projecten was de grachtengordel, met zijn karakteristieke halfronde vorm en zijn residentiële functie, met tal van ‘stadspaleisjes’ voor kapitaalkrachtige inwoners.

    Bekijk details
  • 16. Hugo de Groot

    16. Hugo de Groot

    1583-1645
    Hugo de Groot is vooral bekend gebleven door zijn ontsnapping in een boekenkist uit slot Loevestein in 1621. Hij staat echter ook te boek als een groot rechtsgeleerde die de beginselen van het volkerenrecht formuleerde.

    Bekijk details
  • 17. De Statenbijbel

    17. De Statenbijbel

    1637
    In 1618 gaf de gereformeerde synode opdracht een Nederlandse vertaling van de bijbel te maken. Die verscheen in 1637 en zou in de loop der eeuwen een groot stempel drukken op de Nederlandse taal en cultuur.

    Bekijk details
  • 18. Rembrandt

    18. Rembrandt

    1606-1669
    Van de circa 175 kunstschilders die Amsterdam omstreeks 1650 rijk was en die de culturele bloei in de Gouden Eeuw symboliseren, was Rembrandt een van de succesrijkste. Met zijn dure portretten en schilderijen bediende hij een elite van welgestelde burgers en kunstkenners.

    Bekijk details
  • 19. De Atlas Major van Blaeu

    19. De Atlas Major van Blaeu

    1662-1665
    Met kennis van zaken zette Willem Jansz Blaeu in 1605 in Amsterdam een drukkerij en uitgeverij van hoogwaardige kaarten en atlassen op, die door zijn zoon Joan werd voortgezet, onder meer met de uigave van de Atlas Major.

    Bekijk details
  • 20. Michiel de Ruyter

    20. Michiel de Ruyter

    1607-1676
    Conflicterende handelsbelangen leidden ertoe dat de Republiek in de zeventiende eeuw voortdurend oorlog op zee moest voeren. De beroemdste van alle zeehelden was Michiel Adriaenszoon de Ruyter, die het bracht tot luitenant-admiraal van de marine.

    Bekijk details
  • 21. Christiaan Huygens

    21. Christiaan Huygens

    1629-1695
    Christiaan Huygens was een van de grootste geleerden van zijn tijd, wiens verdiensten op vele terreinen liggen. Zo vond hij onder meer het slingeruurwerk uit en ontdekte hij de maan Titan bij de planeet Saturnus.

    Bekijk details
  • 22. Spinoza

    22. Spinoza

    1632-1677
    Al behoort hij tot de filosofen die het westerse denken hebben gevormd, tijdens zijn leven moest Spinoza zo voorzichtig zijn dat zelfs zijn hoofdwerk, de Ethica, pas na zijn dood werd uitgebracht.

    Bekijk details
  • 23. Slavernij

    23. Slavernij

    1621-1863
    De Nederlandse slavenhandel begon in 1621 met de oprichting van de West-Indische Compagnie en eindigde bijna 250 jaar later met de afschaffing van de slavernij in Suriname.

    Bekijk details
  • 24. Buitenhuizen

    24. Buitenhuizen

    17e en 18e eeuw
    In de Gouden Eeuw lieten vooral rijke Amsterdamse kooplieden langs de Vecht en andere rivieren riante buitenhuizen bouwen, met vaak prachtige tuinen.

    Bekijk details
  • 25. Eise Eisinga

    25. Eise Eisinga

    1744-1828.
    Geïnspireerd door de Verlichting bouwde Eise Eisinga in zijn werkkamer een bewegend model van het zonnestelsel, nu nog altijd het oudste werkende planetarium ter wereld.

    Bekijk details
  • 26. De patriotten

    26. De patriotten

    1780-1795
    Na de bloeitijd van de Republiek werden burgers een politieke macht die zich tegen stadhouder Willem V keerde en ernaar streefde het land tot een politieke eenheid te smeden.

    Bekijk details
  • 27. Napoleon Bonaparte

    27. Napoleon Bonaparte

    1769-1821
    Als keizer bracht Napoleon zowat heel Europa onder zijn gezag. In Nederland introduceerde hij aanvankelijk de monarchie en moderniseerde hij het bestuur en de rechtspraak.

    Bekijk details
  • 28.  Koning Willem I

    28. Koning Willem I

    1772-1843
    Na het congres van Wenen in 1815 werden noord en zuid samen het Verenigd Koninkrijk, onder koning Willem I. Ondanks diens inspanningen de economie te verbeteren, kwam het zuiden in 1830 in opstand.

    Bekijk details
  • 29. De eerste spoorlijn

    29. De eerste spoorlijn

    1839
    Ondanks de aanvankelijke scepsis heeft de komst in 1839 van de trein in Nederland veel bijgedragen tot de ontsluiting van het land en een versnelde industrialisatie ervan.

    Bekijk details
  • 30. De Grondwet

    30. De Grondwet

    1848
    Omdat de Grondwet bepaalt wie de macht uitoefent en hoe dat gebeurt, is het voornaamste wet van een staat. De Nederlandse Grondwet werd ingevoerd in 1798 en herzien in 1815 en 1848.

    Bekijk details
  • 31. Max Havelaar

    31. Max Havelaar

    1860
    De ervaringen van Eduard Douwes Dekker als assistent-resident in Nederlands-Indië vormden de basis voor de felle aanklacht tegen het koloniale regime die hij als Multatuli in de vorm van de roman Max Havelaar zou schrijven.

    Bekijk details
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid

    32. Verzet tegen kinderarbeid

    19e eeuw
    Toen kinderen door de Industriële Revolutie ook massaal in fabrieken aan het werk werden gezet, nam het verzet daartegen toe. Het zou tot 1874 duren voordat een wet de inzet van kinderen in fabrieken verbood.

    Bekijk details
  • 33. Vincent van Gogh

    33. Vincent van Gogh

    1853-1890
    Met zijn kleurrijke, eigenzinnige schilderijen en zijn door amoureuze, persoonlijke en zakelijke tegenspoed getekende leven is Vincent van Gogh een van de meest tot de verbeelding sprekende kunstenaars.

    Bekijk details
  • 34. Aletta Jacobs

    34. Aletta Jacobs

    1854-1929
    Haar hele leven heeft Aletta Jacobs gestreden voor de rechten van vrouwen, onder meer voor het in 1919 ingevoerde algemeen vrouwenkiesrecht. Ook als arts kwam ze op voor de belangen van vrouwen.

    Bekijk details
  • 35. De Eerste Wereldoorlog

    35. De Eerste Wereldoorlog

    1914-1918
    Al wist Nederland in 1914 neutraal te blijven, toch zou de Grote Oorlog niet helemaal aan het land voorbijgaan. Ook de Nederlanders voelden steeds meer de consequenties ervan.

    Bekijk details
  • 36. De Stijl

    36. De Stijl

    1917-1981
    Opgericht in de chaos van de Eerste Wereldoorlog, streefden de beweging en het tijdschrift De Stijl naar harmonie door het gebruik van geometrische vormen en van de primaire kleuren en de niet-kleuren.

    Bekijk details
  • 37. De crisisjaren

    37. De crisisjaren

    1929-1940
    Elke dag urenlang aanschuiven in stempellokalen. Dat was het vernederende lot van de steuntrekkende werklozen in de jaren van 1929 tot 1940, die de geschiedenis zijn ingegaan als de crisisjaren.

    Bekijk details
  • 38. De Tweede Wereldoorlog

    38. De Tweede Wereldoorlog

    1940-1945
    Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 capituleerde de Nederlandse legerleiding. Het was het begin van de Duitse bezetting van Nederland, die zo’n vijf jaar zou duren.

    Bekijk details
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging

    39. Anne Frank / Jodenvervolging

    1942-1945
    Door de publicatie van het dagboek zij tijdens de onderduik bijhield, groeide Anne Frank uit van een naamloze dode, omgekomen in Bergen-Belsen, tot het internationale symbool van de Holocaust.

    Bekijk details
  • 40. Indonesië 1945-1949

    40. Indonesië 1945-1949

    1945-1949
    Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uit, maar pas na twee ‘politionele acties’ en onder grote internationale druk legde Nederland zich daar eind 1949 bij neer.

    Bekijk details
  • 41. Willem Drees

    41. Willem Drees

    1886-1988
    Van 1948 tot 1958 was Willem Drees als minister-president leider van de rood-roomse coalitie. Het waren de jaren waarin de verzorgingsstaat werd opgebouwd, met regelingen als de AOW.

    Bekijk details
  • 42. De watersnood

    42. De watersnood

    1 februari 1953
    De watersnood van 1953 kostte ongeveer 1800 mensen het leven, nog eens 72.000 werden dakloos. De Deltawerken moesten verhinderen dat zich nog eens een ramp van die omvang zou voltrekken.

    Bekijk details
  • 43. De televisie

    43. De televisie

    Vanaf 1948
    In 1948 gestart met experimentele uitzendingen, heeft de televisie vanaf eind jaren ’50 een enorme vlucht genomen. Zowel in tijdsbesteding als in meningsvorming bracht het nieuwe medium ingrijpende veranderingen.

    Bekijk details
  • 44. Haven van Rotterdam

    44. Haven van Rotterdam

    Vanaf circa 1889
    Net als Schiphol is de haven van Rotterdam een mainport, een knooppunt voor de Nederlandse handel met het buitenland. Er wordt dan ook voortdurend gewerkt aan de verdere uitbouw ervan.

    Bekijk details
  • 45. Annie M.G. Schmidt

    45. Annie M.G. Schmidt

    1911-1995.
    De versjes en liedjes, toneelstukken en musicals, verhalen en hoorspelen van Annie M.G. Schmidt waren zo geliefd en tegelijk zo invloedrijk dat zij wel de echte koningin van Nederland werd genoemd.

    Bekijk details
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk was geworden, is gaandeweg ook de verhouding tussen Nederland en de eilanden van de Nederlandse Antillen in meer of mindere mate aangepast.

    Bekijk details
  • 47. Srebrenica

    47. Srebrenica

    1995
    Dat Dutchbat de genocide op zevenduizend moslimmannen in de door haar beveiligde enclave Srebrenica niet heeft kunnen voorkomen, heeft ook in Nederland diepe sporen nagelaten.

    Bekijk details
  • 48. Veelkleurig Nederland

    48. Veelkleurig Nederland

    Vanaf 1945.
    In de vorige eeuw is het aantal inwoners in Nederland verdrievoudigd, van vijf naar meer dan vijftien miljoen. Vanaf de jaren ’60 is ook de diversiteit van die inwoners sterk toegenomen.

    Bekijk details
  • 49. De gasbel

    49. De gasbel

    1959-2030.
    De gaswinning uit het veld bij Slochteren is de kurk genoemd waarop onze welvaart drijft. Maar de eindigheid ervan en een toenemend aantal bevingen vergen wellicht ingrijpende politieke keuzes.

    Bekijk details
  • 50. Europa

    50. Europa

    Vanaf 1945.
    Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Europese samenwerking gestalte gekregen. Lag het initiatief in 1951 bij 6 landen, inmiddels telt de Europese Unie 27 landen en willen er nog meer toetreden.

    Bekijk details

Poëzie

  • Paul Bogaert
  • Charlotte Van den Broeck
  • Hugo Claus
  • Herman de Coninck
  • Ellen Deckwitz
  • Jules Deelder
  • Charles Ducal
  • Christine D’Haen
  • Andy Fierens
  • Maarten van der Graaff
  • Judith Herzberg
  • Hester Knibbe
  • Geert De Kockere
  • Gerrit Kouwenaar
  • Ted van Lieshout
  • Lieke Marsman
  • Els Moors
  • Ilja Leonard Pfeijffer
  • Alfred Schaffer
  • Peter Verhelst
  • Miriam Van hee
  • Paul Bogaert

    Paul Bogaert

    Paul Bogaert is een dichter met een bijzonder scherp oor voor de kleinste nuances waarmee de hedendaagse taal uit verschillende domeinen bewust of onbewust geladen is. Hij weet die nuances op bijzonder ingenieuze wijze uit te buiten.

    Bekijk details
  • Charlotte Van den Broeck

    Charlotte Van den Broeck

    Nadat ze als performing poet naam had gemaakt, debuteerde Charlotte Van den Broeck met Kameleon, in januari 2016 bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut.

    Bekijk details
  • Hugo Claus

    Hugo Claus

    Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische Kleine reek, evolueert Hugo Claus in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt De Oostakkerse gedichten uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden.

    Bekijk details
  • Herman de Coninck

    Herman de Coninck

    Herman de Coninck maakte de poëzie voor veel lezers toegankelijk. Vanaf zijn debuut in 1969 met De lenige liefde excelleren zijn gedichten in relativering, lichte ironie en hun grote toegankelijkheid.

    Bekijk details
  • Ellen Deckwitz

    Ellen Deckwitz

    De poëzie van Ellen Deckwitz is broeierig en griezelig en vliegt hier en daar uit de bocht, maar wel op zo’n manier dat je wenst dat dit bij meer dichters zou gebeuren.

    Bekijk details
  • Jules Deelder

    Jules Deelder

    Tijdens optredens lardeert Deelder zijn gedichten met anekdotes en moppen – of misschien is het andersom. Vaste thema’s in die gedichten zijn de Tweede Wereldoorlog, voetbalclub Sparta en Rotterdam.

    Bekijk details
  • Charles Ducal

    Charles Ducal

    Naast poëzie publiceerde Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) ook een veelgeprezen verhalenbundel en onder meer een Gedichtendagessay. In 2014 werd hij gekozen tot de eerste Dichter des Vanderlands van België.

    Bekijk details
  • Christine D’Haen

    Christine D’Haen

    Het oeuvre van Christine D’Haenzal steeds nieuwe lezers weten aan te trekken. Deze poëzie vraagt veel van de lezer, maar geeft in ruil brede vergezichten die uitnodigen tot reflectie over leven en cultuur.

    Bekijk details
  • Andy Fierens

    Andy Fierens

    Wie nog dacht dat de poëzie steeds verheven onderwerpen bezingt op een haast sacrale, eerbiedige toon, moet die opvatting na lectuur van de gedichten van Andy Fierens grondig bijstellen.

    Bekijk details
  • Maarten van der Graaff

    Maarten van der Graaff

    ‘Een uiterst beweeglijke en vindingrijke dichter,’ zo typeerde de jury van de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2014 Maarten van der Graaff op basis van zijn door haar bekroonde bundel Vluchtautogedichten.

    Bekijk details
  • Judith Herzberg

    Judith Herzberg

    Het is vreemd dat Judith Herzberg nog niet verkozen is als Dichter des Vaderlands, want ze is een van de meest toegankelijke en invoelbare dichters die er zijn. Maar hoe toegankelijk en invoelbaar ook, er is altijd een diepere betekenis.

    Bekijk details
  • Hester Knibbe

    Hester Knibbe

    Vanaf haar debuut in 1982 is Hester Knibbe een klassieke dichteres in een moderne wereld. Ze schrijft poëzie die het niet zoekt in onbegrijpelijke formuleringen, maar in de wereld aan betekenis die schuilgaat achter een heldere zin. Haar gedichten zijn helder en precies en getuigen immer van een groot vakmanschap.

    Bekijk details
  • Geert De Kockere

    Geert De Kockere

    Geert De Kockerede debuteerde in 1989 met Vingers in de jam, een poëziebundel voor kleuters. Daarna volgden snel ook prentenboeken, filosofische verhalenbundels, fotoboeken en, meer recent, boeken voor volwassen lezers.

    Bekijk details
  • Gerrit Kouwenaar

    Gerrit Kouwenaar

    Het barst van de emotie, maar je moet het er wel uithalen.’ Dat zei Gerrit Kouwenaar in een interview met Kenneth van Zijl op Cultura over het vooroordeel dat hij een kille, emotieloze dichter van kille en emotieloze verzen zou zijn.

    Bekijk details
  • Ted van Lieshout

    Ted van Lieshout

    Iedere keer weer bewijst Ted van Lieshout dat hij in geen enkel hokje past en niet vastzit aan één vorm en één doelgroep. Deze geanimeerde verteller en tegendraadse vernieuwer publiceerde al meer dan zestig kinderboeken.

    Bekijk details
  • Lieke Marsman

    Lieke Marsman

    Lieke Marsman debuteerde als dichter in het tijdschrift Tirade. Voor de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud werd ze driemaal bekroond. De eerste letter is haar tweede bundel.

    Bekijk details
  • Els Moors

    Els Moors

    Els Moors werd door de kritiek met lof overladen voor haar debuut Er hangt een hoge lucht boven ons (2006). In 2008 debuteerde zij als prozaschrijver met Het verlangen naar een eiland, een roman over liefde, seks en de hunkering naar de ander. Daarna verscheen nog de verhalenbundel Vliegtijd.

    Bekijk details
  • Ilja Leonard Pfeijffer

    Ilja Leonard Pfeijffer

    ‘Ik heb het nog nooit zo koud gehad/ als toen ik alles snapte,’ dichtte Ilja Leonard Pfeijffer in de niet separaat verschenen bundel Doka, die is opgenomen in De man van vele manieren, zijn verzameld dichtwerk.

    Bekijk details
  • Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer (1973) publiceerde vijf dichtbundels en won de Jo Peters Poëzieprijs, de Hugues C. Pernathprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de Jan Campertprijs. Hij doceert aan de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

    Bekijk details
  • Peter Verhelst

    Peter Verhelst

    Naast dichter is Peter Verhelst ook romancier en regisseur. Voor zijn werk ontving hij prestigieuze prijzen als De Gouden Uil, de Vlaamse Cultuurprijs, de F. Bordewijkprijs, de Herman de Coninckprijs en de Jan Campertprijs.

    Bekijk details
  • Miriam Van hee

    Miriam Van hee

    Veel bundels van de in 1952 geboren dichter en slaviste Miriam Van hee werden bekroond, onder meer met de Herman de Coninck-prijs 2008, en genomineerd, onder meer voor de VSB Poëzieprijs 2014.

    Bekijk details

Log in

Inloggen

Inloggen hoeft alleen als u een reactie wilt plaatsen of aan een discussie wilt deelnemen.

 

Personaliseer

Personaliseer het Literatuurplein

Bepaal zelf welke rubrieken op de homepage worden getoond.

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  

Site nieuws

Nieuw: "Je kunt denken: er staat niks. Of je kunt denken: er staat heel veel." Podcast van Erik Jan Harmens met K. Michel over zijn onlangs verschenen verzamelbundel Speling zoeken. Recensies door Guus Bauer van Vaak ben ik gelukkig van Jens Christian Grøndahl, van Erik Nieuwenhuis en De rode stoeltjes van Edna O'Brien