Christine D’Haen

Christine D’Haen (Sint-Amandsberg, 1923 – Brugge, 2009) studeerde Germaanse Filologie, gaf les in Brugge en werd later curator van het Guido Gezellemuseum. Ze vertaalde gedichten van hem in het Engels en schreef een fascinerende biografie over deze dichter uit de negentiende eeuw. Naast poëzie schreef Christine D’Haen autobiografisch proza waarin de constructie van een leven via het schrijven belangrijker was dan de feitelijke autobiografische informatie.

Unieke stem
Christine D’Haen was ongetwijfeld een van de belangrijkste vrouwelijke dichters van de naoorlogse Nederlandse poëzie. Haar poëtische werk heeft een unieke stem, een opmerkelijk rijk bereik en is onvoorstelbaar rijk in vorm en inhoud. In 1992 kreeg ze, als eerste vrouw in een rij van illustere voorgangers, de belangrijkste prijs in het Nederlandse taalgebied: de Prijs der Nederlandse Letteren.

Erotiek en spiritualiteit
D’Haen debuteerde in 1943 met de publicatie van het lange, narratieve gedicht ‘Abélard en Héloïse’ in een literair tijdschrift. Haar vroege gedichten leken op het eerste gezicht erg veel op de vooroorlogse neoklassieke poëzie met hun verfijnde ideeën over vorm en hun gemeenschappelijke thema: het conflict tussen een zinnelijke erotiek en een intellectueel verlangen naar spiritualiteit. Haar vroege werk werd zeer gewaardeerd, maar de doorbraak van het experiment in de jaren vijftig overschaduwde haar poëzie.

Vernieuwing van het oude
Haar oeuvre werd niet alleen een symbool van alles wat traditioneel was in de ogen van de experimentelen, critici en lezers ontwikkelden ook een blinde vlek voor de persoonlijke en experimentele wijze waarop D’Haen vastgeroeste vormen nieuw leven inblies. In later werk gebruikte ze bijvoorbeeld rigoureuze structuren als neuvains, dizains en douzains, die bestaan uit negen, tien of twaalf lettergrepen, maar experimenteerde ze ook binnen deze traditionele structuren met verrassende enjambementen, opvallende assonanties, contrastieve thema’s en motieven en semantische ambiguïteiten. ‘De vernieuwing van het oude’, een versregel waarmee ze een gedicht uit de bundel Mirabilia afsloot, was een van haar poëticale principes.

Tijdeloosheid
Hoewel de tijd steevast in het hart van haar poëzie staat, en hoewel haar gedichten in de tijd verankerd zijn door het gebruik van citaten uit en verwijzingen naar de mythologie, de kunst, wetenschap en literatuur, straalt haar oeuvre een bepaalde tijdeloosheid uit. Dat verklaart het grote aantal ‘klassieke’ gedichten dat steeds opnieuw gebloemleesd wordt. Diezelfde tijdeloosheid maakt het ook mogelijk voor verschillende generaties om bepaalde aspecten van haar werk te herwaarderen. De postmoderne poëzie die opkwam aan het einde van de jaren tachtig bracht haar werk weer op de voorgrond door de interesse voor intertekstualiteit.

Reflectie
Zeker is dat het oeuvre van Christine D’Haen steeds nieuwe lezers zal weten aan te trekken. Deze poëzie vraagt veel van de lezer, maar geeft in ruil brede vergezichten die uitnodigen tot reflectie over leven en cultuur. Mirages is een bundel die een perfecte introductie biedt tot haar werk.

Tekst: Patrick Peeters
Foto: Chris van Houts

De bundel Mirages (Querido, 2013, 2e dr.)


'Al het werk van Christine D'Haen geeft blijk van een ongewoon vormbesef. Of zij nu korte haiku-achtige maangedichten schrijft of in lange ademloze regels een tuin tot leven wekt, haar beheersing van vrije en gebonden verzen, van ritme en metriek, van rijmschema en strofebouw is weergaloos.' - Paul Claes bij de uitreiking van de Anna Bijns Prijs.



Een gedicht uit Mirages: Jom Echad

Maar rondomheengerold Nacht met elastisch galactisch lichaam

De donkere duur
nu wordt het al avond, licht valt nog
vol de Duizend Dingen – een seraf vlucht hoog
met faun en alruin – hier stoelt licht op erts, porfier
basalt. Er stond brokaat, hard goud, met wat pacotille.
O hoeveel zand voor unciaal en lens, passie, metafysiek
met rust van rimpels, nu drup per drup het bloed uit kelk van vlees neerwelt.
Violen, hoornen, dat is zijn vrucht, de Middag, sacrament met star ceremonieel.
Men bakt leem voor steen voor de oven voor de pot voor het graan voor het brood voor het kind.
Karpov & Kasparov zit, hoor trompet voor toernooien en vlooientheater,
terwijl men lang praat over postzegels en thee drinkt.
Het vonkt af van luchtschip en sneeuw, sluiers in waaiers van water
Rups, rat, fret, nerts, das, lynx, mink.
Op elk blad zinkt dauw van Con-
Stable. Alle vogels der aarde stuiven tezamen op naar het licht van Turner en de Zon.


Video's







Juryrapport Prijs der Nederlandse Letteren 1992


In de geschiedenis van de Nederlandstalige poëzie na de Tweede Wereldoorlog zijn dichterschap en werk van Christine D'haen een geval apart. Zich ontwikkelend buiten groepsvorming en literaire mode om - geen interview of het komt ter sprake - heeft ze een oeuvre tot stand gebracht dat, in zijn ogenschijnlijke afzijdigheid van de literaire actualiteit, - in sommige stadia van zijn ontwikkeling - de ontwikkelingen in groter verband niettemin nauw blijkt te raken.

...De kritiek op op grond van D'haens vroege poëzie, maakt haar als vanzelf partij in de controverse tussen traditionelen en experimentelen. Een traditioneel, maar dan wel een moeilijke: daar ongeveer werd de dichteres van Gedichten 1946-1958 neergezet in het literaire spectrum. Dat daarmee het traditionele element in haar werk gefixeerd werd en de ook aanwezige aanzetten tot experiment onderbelicht bleven, kunnen we, het vervolg inmiddels kennend, gemakkelijk vaststellen.

Maar haar voege poëzie kréég een plaats toegewezen en wérd als belangrijk erkend. Met haar twee kleine bundels uit de jaren zestig en zeventig, met hun aan Vondel ontleende titels en de in het oog springende retorische elementen in de opbouw van de afzonderlijke gedichten, is dat niet meer het geval geweest. Op het eerste gezicht boden ze nauwelijks nog verbindingsmogelijkheden met wat er voor de rest in onze poëzie werd nagestreefd. De gang van een kreeft: van de wereld van Aafjes, Achterberg en Rilke, tegen de klok in naar de wereld van Vondel en Milton, van gematigde moderniteit naar een archaïserend beroep op maniërischtische en barokke concepten en technieken. In het laatste decennium is gebleken dat deze schijnbare tocht terug de poëzie van Christine D'haen op een punt heeft gebracht waar juist haar verbindbaarheid met hoogst actuele literaire vraagstellingen in het oog springt.

Belangrijk is in dit verband de verschijning van de verzamelbundel Onyx (1983). Deze maakt een ontwikkeling in D'haens werk zichtbaar waarin een traditioneel soort van interpreteerbaarheid wijkt voor beweeglijker en diffuzer mogelijkheden van betekenisvorming. Het intertekstuele vermogen van het gedicht wordt daarbij uitgebuit; het gedicht wordt door de citerende en refererende dichteres aangesloten op een netwerk van oudere teksten en tekstsoorten die even suggestief als onbestemd hun schaduwinbreng hebben in de nieuwe tekst. In deze rijke fusie zijn de verbindingsmogelijkheden legio, en dat de taal van het gedicht soms die van Vondel wordt, is niet ongewoner dan dat - het gebeurt in 'Zee-Interludium' - de tennisbal voor wie het nakijken heeft, verandert in de Graal.

Wie het werk van Christine D'haen in deze belichting ziet, ziet een poëzie die op allerlei punten raakt aan up to date literatuuropvattingen waarin begrippen als intertekstualiteit en postmodernisme een hoofdrol spelen. De kritici Paul Claes en Hedwig Speliers hebben, met alle verschil in aanpak en uitkomst, beiden daarop gewezen. Van Aafjes tot Derrida: het zou de vlijtige ontwikkeling kunnen zijn van een dichteres die veertig jaar lang haar vakliteratuur goed heeft bijgehouden. Maar het is anders.

De bronnen van haar dichterschap kan men plaatsen binnen de moderne traditie, maar binnen dat gegeven is haar ontwikkeling een volkomen authentieke geweest, dwars tegen de dominerende ontwikkelingen in en met als instrument een gedurfde, moedwillige gekunsteldheid die, gecultiveerd in onmodieuze afzondering, betaald werd met nog meer afzondering. Wat sinds Onyx zichtbaar is en met Mirages (1989) is bevestigd, is dat zij in een consistente ontwikkeling een dichtersleven lang telkens weer gedichten heeft weten te schrijven die de lezer - bij deze poëzie steeds ook een hoorder - de adem benemen. Alle barok, alle retorica, alle maniërisme, alle archaïsmen: met alle risico die ze meebrengen, worden ze in haar beste gedichten - en dat zijn er veel - dienstbaar aan een geheel dat aangrijpend is op een manier die niets met old finish te maken heeft. Om zover te komen moet de lezer zich inspannen. De weerstand die deze poëzie biedt is er een wezenlijk element van; hij dwingt de lezer tot de inspanning die voorwaarde is voor het vinden van de begaanbare wegen binnen deze soms ongastvrije structuren.

Niet iedereen houdt van veel Zodiak of veert uit zichzelf al op bij Pomona of Osiris. Die lezer zal bij veel gedichten van Christine D'haen aanvankelijke vluchtneigingen hebben. Als hij daar niet aan toegeeft, zal hij daar, vaak, voor worden beloond. De weerstand wordt winst: waar Christine D'haen erin slaagt in haar poëzie attributen van de verzonken werelden die in haar universum samenscholen tot leven te wekken, wordt ook het alledaagse fond van het gedicht daardoor geraakt. In de duizeling die resulteert uit deze vermenigvuldiging van tijden en werelden, nemen de dingen nieuwe levensvormen aan.

In dit zichzelf steeds herziend dichterschap - de geschiedenis van Christine D'haens bundelingen laat een voortdurende herwaardering van eigen werk zien, waarbij ze niet schroomt ook sommige via bloemlezingen populair geworden gedichten aan de roulatie te onttrekken - staat, zoals vermoedelijk in elk dichterschap, een met leven en dood verbonden thematiek centraal. Erotiek, seksualiteit, kosmogonische voorstellingen - ook de laatste variant daarvan, de evolutieleer - zijn daarmee bij haar nauw verbonden.

Terecht beroemd zijn D'haens grafgedichten; de Twaalf grafgedichten voor Kira van Kasteel, ontstaan over een periode van vijfentwintig jaar, tonen binnen de beslotenheid van hun reeksvorm tegelijkertijd ook de spectaculaire verschuivingen in Christine D'haens poëzie. Het begin van het elfde gedicht is er een prachtig voorbeeld van hoe de alledaagse werkelijkheid getransformeerd wordt door de archaïsche elementen in de vormgeving en de archaïserende voorstellingen in de directe context. Het gedicht wordt aangekondigd als een propemptikon - antiek tekstgenre, waarin de vertrekkende vriend of geliefde een goede reis wordt toegewenst - en begint als volgt:

Vrees greep u zeker aan, lieve vriendin, toen gij zoo plots alleen, beroofd van 't heerlijk Amsterdamsche huis en 't Zeelandsch vaderland, uw warmen man, Katja en Koen uw kinderen, uw weefgetouw, uw zeilboot en uzelf,

- de menschen ademen midden het licht, men menschet, koffie en woorden, -toen gij zoo plots alleen, zonder u zelve waart.


Antieke tekstsoort, archaïsch taalgebruik, zeilboot en koffie verbinden zich op het ritme van dit doodsgedicht tot een nieuw geheel. Zo ook krijgt in het slotgedicht van de bundel Mirages de dagwereld van krant en Journaal een nieuwe dimensie. Temidden van het tumult waarmee zich de kosmos in versnelde beweging van begin tot eind ontrolt, vangen we daar een glimp op van Karpov die "bij Kasparov zit". Het te boven komen van de tijd: het is een klassiek motief dat bij Christine D'haen nieuwe, ongedachte vormen aanneemt. In Gedichten 1946-1958 is het soms nog, à la Boutens, een getuigenis van de alomtegenwoordigheid van een 'Gij' die is 'verzonken in verborgenheid,/en zonder einde nog beginnen'. Dit soort getuigenis is al snel verdwenen uit haar werk, het haalde Onyx niet. Het verlangen de tijd te boven te komen wordt niet meer bezongen, maar wordt in plaats daarvan de kracht die deze poëzie van binnenuit - ook in formeel opzicht - organiseert.

Poëzie maken is 'in verbinding treden met een tijd die niet ophoudt', schreef Christine D'haen in een poëtisch credo uit 1962. Veel van wat ze in dat stuk nog meer poneert, heeft later voor haar waarschijnlijk aan geldigheid verloren, maar het zoeken naar "een tijd die niet ophoudt" lijkt te zijn gebleven tot aan haar laatste gedichten. Door de beperktheid van de individuele ervaringswereld in haar poëzie aan te sluiten op een veelheid van in de tijd dichtbij en verweg gelegen voorstellingwerelden, kan de eigen werkelijkheid vervloeien met en - in spiegelingen - vermenigvuldigd worden tot een wereld die nergens ophoudt. Belangrijke elementen in haar werk - zoals het zware intertekstuele element, het werken met symbolen uit allerlei cultuurperioden, de voorkeur voor mythologische allusies in vooral haar middenperiode, en ook haar spelling, die woorden toch gauw een paar honderd jaar extra leeftocht meegeeft, want magere woorden zijn sneller moe - kunnen hieraan ondergeschikt geacht worden.

En in het hart van dit systeem zit de metamorfose: onder steeds wisselende belichting metamorfoseert alles zich onophoudelijk in de poëzie van Christine D'haen. Kinderen worden vruchten, hun kamer een fruitschaal, zonnebaadsters worden Isispriesteressen, het bed een altaar, het altaar een Armada, woorden vlees, wonden monden, de monden een oor, elk oor een 'gekreukte roos van navel', elke navel 'een keel die kreunt om meer'. Wat zich zo onophoudelijk weet te vernieuwen, kan nooit gepakt worden. En omgekeerd: wat dood is, wordt met zoiets als een anti-metamorfose bij het leven gehouden. In het 'Grafschrift voor Bérénice' wordt van de levende Bérénice gezegd:dagelijks at zij van Hebe den hartelijke appel der huwelijksvruchtbaarheid;sliep uitgestrekt, zooals zij nu nog is.In de terloopse bijzin is de grootste verandering onzichtbaar gemaakt.

Onyx bevat een aantal gedichten, zoals 'Daaimoon megas' en 'De mol', die tot de meest gebloemleesde van de Nederlandstalige literatuur horen. In Christine D'haens recentere poëzie lijken zich geleidelijk enkele gedichten af te tekenen - zoals 'O caro lacteo' - die op weg zijn naar dezelfde status. Het moge duidelijk zijn dat de bewondering van de jury voor haar poëzie zich uitstrekt tot ver voorbij deze kleine canon. De jury wijst in het voorbijgaan op de essays die Christine D'haen in de loop der jaren heeft geschreven. Ze zijn, evenals de recente prozaboeken Zwarte sneeuw (1989) en Duizend-en-drie (1992), uiterst verhelderend voor haar dichterschap. Met grote waardering maakt de jury melding van Christine D'haens 'dichtersbiografie' van Guido Gezelle, De wonde in 't hert (1986). Deze monumentale studie toont hetzelfde streven als haar latere poëzie: zo goed als de dichteres terughoudend is met haar regie, om ruimte te laten voor het mogelijke, zo beperkt de biografe zich tot het aanbod van allerlei dooreengewerkte reeksen gegevens. Aan de lezer is het, uit dit aanbod zijn "diffuse sfeer van begip" bijeen te weven.

Deze enkele karakteristieken mogen een indruk geven van de grote kwaliteiten van het rijke, verwarrende, eigenzinnige en soms aangrijpende oeuvre van Christine D'haen en van de uitzonderlijke positie die deze uitheemse verschijning inneemt in de Nederlandstalige letterkunde. Naar het oordeel van de jury verdient Christine D'haen de belangrijkste literaire prijs in ons taalgebied.

Leden van de jury: Anne-Marie. Musschoot (voorzitter), Herman de Coninck, Geert van Istendael, Benno Barnard, Ed Leeflang, Dick van Halsema, Rik Gyles (secretaris).

Naar de overzichtspagina

Agenda

Radio en televisie

Film

  • Er zijn voor vandaag geen films aangemeld

Video's & Podcasts

  • Ronald Snijders

    Podcast van Erik Jan Harmens met Ronald Snijders over diens gedichtenverzameling Kopdichtbundel.

    Opname: 13-03-2017
    Erik Jan Harmens
  • Teun van de Keuken

    Podcast van Erik Jan Harmens met Teun van de Keuken over diens romandebuut Goed volk.

    Opname: 08-02-2017
    Erik Jan Harmens
  • K. Michel

    Podcast van Erik Jan Harmens met K. Michel over zijn dichtbundels Speling zoeken en Te voet is het heelal drie dagen ver

    Opname: 17-01-2017
    Erik Jan Harmens

Meer video's & podcasts

Canon van de Nederlandse geschiedenis

  • 1. Hunebedden
  • 2. De Romeinse Limes
  • 3. Willibrord
  • 4. Karel de Grote
  • 5. Hebban olla vogala
  • 6. Floris V
  • 7. De Hanze
  • 8. Erasmus
  • 9. Karel V
  • 10. De Beeldenstorm
  • 11. Willem van Oranje
  • 12. De Republiek
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie
  • 14. De Beemster
  • 15. De grachtengordel
  • 16. Hugo de Groot
  • 17. De Statenbijbel
  • 18. Rembrandt
  • 19. De Atlas Major van Blaeu
  • 20. Michiel de Ruyter
  • 21. Christiaan Huygens
  • 22. Spinoza
  • 23. Slavernij
  • 24. Buitenhuizen
  • 25. Eise Eisinga
  • 26. De patriotten
  • 27. Napoleon Bonaparte
  • 28.  Koning Willem I
  • 29. De eerste spoorlijn
  • 30. De Grondwet
  • 31. Max Havelaar
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid
  • 33. Vincent van Gogh
  • 34. Aletta Jacobs
  • 35. De Eerste Wereldoorlog
  • 36. De Stijl
  • 37. De crisisjaren
  • 38. De Tweede Wereldoorlog
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging
  • 40. Indonesië 1945-1949
  • 41. Willem Drees
  • 42. De watersnood
  • 43. De televisie
  • 44. Haven van Rotterdam
  • 45. Annie M.G. Schmidt
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945
  • 47. Srebrenica
  • 48. Veelkleurig Nederland
  • 49. De gasbel
  • 50. Europa
  • 1. Hunebedden

    1. Hunebedden

    Circa 4.000 tot 3.000 v.Chr.
    Hunebedden zijn door mensenhanden geordende steenformaties die dienden als begraafplaats. In Drenthe zijn er ruim vijftig bewaard gebleven.

    Bekijk details
  • 2. De Romeinse Limes

    2. De Romeinse Limes

    47-ca. 400.
    Bij het begin van onze jaartelling vormde de Rijn, die van Xanten via Utrecht en Alphen aan den Rijn naar Katwijk stroomde, de Limes, de grens van het Romeinse rijk.

    Bekijk details
  • 3. Willibrord

    3. Willibrord

    658-739.
    De Engels monnik Willibrord kwam in 690 aan land bij de monding van de Rijn om zich in te zetten voor de verspreiding van het christendom in het land van de Friezen.

    Bekijk details
  • 4. Karel de Grote

    4. Karel de Grote

    724-814.
    Karel de Grote, op kerstdag van het jaar 800 door de paus tot keizer over het Westen gekroond, had het Frankische rijk zo weten uit te breiden dat het grote delen van het huidige Europa omvatte, waaronder de latere Nederlanden.

    Bekijk details
  • 5. Hebban olla vogala

    5. Hebban olla vogala

    Omstreeks 1100.
    Om zijn ganzenveer te scherpen krabbelde een Vlaamse monnik omstreeks het jaar 1100 een paar zinnen neer uit een liefdesliedje. Het is de oudst bewaarde tekst in het Nederlands.

    Bekijk details
  • 6. Floris V

    6. Floris V

    1254-1296.
    Floris V was de graaf die in de dertiende eeuw het machtsgebied van Holland aanzienlijk wist uit te breiden, tot drie van zijn vazallen zich tegen hem keerden.

    Bekijk details
  • 7. De Hanze

    7. De Hanze

    1356-ca. 1450
    Door het Hanzeverbond tussen steden in Nederland, België, de Baltische Staten, Noorwegen en Polen waren Zutphen, Deventer, Tiel, Kampen, Zwolle en meer steden in het oosten van het land van de twaalfde tot de zestiende eeuw welvarende handelscentra.

    Bekijk details
  • 8. Erasmus

    8. Erasmus

    1469?-1536
    Naast etiquetteboeken, vorstenspiegels, samenspraken en traktaten die heersers en burgers moesten opvoeden tot wijze christenen, publiceerde Erasmus onder meer Adagia, een verzameling klassieke spreekwoorden, en de satire Lof der zotheid.

    Bekijk details
  • 9. Karel V

    9. Karel V

    1500-1558.
    Zo groot was het rijk waarover Karel V heerste dat de zon er letterlijk nooit onderging. Tot dat rijk behoorden de Nederlanden, die hij tot een bestuurlijke eenheid probeerde te smeden.

    Bekijk details
  • 10. De Beeldenstorm

    10. De Beeldenstorm

    1566.
    Dit was het wonderjaar waarin edellieden die zich geuzen noemden, zich steeds openlijker tegen het landsbestuur keerden en waarin in de hele Nederlanden kerken en kloosters werden geplunderd en ontdaan van hun katholieke symbolen.

    Bekijk details
  • 11. Willem van Oranje

    11. Willem van Oranje

    1533-1584.
    Willem van Oranje was een ambitieuze edelman die min of meer zijns ondanks uitgroeide tot een rebel en later werd vereerd als de ‘vader des vaderlands’, als de grondlegger van een nieuwe Nederlandse staat.

    Bekijk details
  • 12. De Republiek

    12. De Republiek

    1588-1795
    Na de oorlog waren de Nederlanden uiteengevallen in de zuidelijke Spaanse Nederlanden en de noordelijke Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. In het vroegmoderne Europa was een republiek een uitzondering.

    Bekijk details
  • 13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    13. De Verenigde Oostindische Compagnie

    1602-1799
    De Verenigde Oostindische Compagnie had het Nederlandse monopolie op de handel in de Aziatische wateren en mocht oorlogen voeren, verdragen sluiten en gebieden besturen. Zo ontwikkelde de VOC zich tot een geduchte macht.

    Bekijk details
  • 14. De Beemster

    14. De Beemster

    1612
    Nadat met 43 windmolens de Beemster was drooggelegd, werd in 1612 met de inrichting van de polder begonnen. Aan het strak geometrische patroon waarvan werd uitgegaan, heeft de Beemster zijn roem te danken.

    Bekijk details
  • 15. De grachtengordel

    15. De grachtengordel

    1613-1662
    Bij de uitbreiding van Amsterdam vanaf 1613 werd nut gecombineerd met schoonheid. Een van de projecten was de grachtengordel, met zijn karakteristieke halfronde vorm en zijn residentiële functie, met tal van ‘stadspaleisjes’ voor kapitaalkrachtige inwoners.

    Bekijk details
  • 16. Hugo de Groot

    16. Hugo de Groot

    1583-1645
    Hugo de Groot is vooral bekend gebleven door zijn ontsnapping in een boekenkist uit slot Loevestein in 1621. Hij staat echter ook te boek als een groot rechtsgeleerde die de beginselen van het volkerenrecht formuleerde.

    Bekijk details
  • 17. De Statenbijbel

    17. De Statenbijbel

    1637
    In 1618 gaf de gereformeerde synode opdracht een Nederlandse vertaling van de bijbel te maken. Die verscheen in 1637 en zou in de loop der eeuwen een groot stempel drukken op de Nederlandse taal en cultuur.

    Bekijk details
  • 18. Rembrandt

    18. Rembrandt

    1606-1669
    Van de circa 175 kunstschilders die Amsterdam omstreeks 1650 rijk was en die de culturele bloei in de Gouden Eeuw symboliseren, was Rembrandt een van de succesrijkste. Met zijn dure portretten en schilderijen bediende hij een elite van welgestelde burgers en kunstkenners.

    Bekijk details
  • 19. De Atlas Major van Blaeu

    19. De Atlas Major van Blaeu

    1662-1665
    Met kennis van zaken zette Willem Jansz Blaeu in 1605 in Amsterdam een drukkerij en uitgeverij van hoogwaardige kaarten en atlassen op, die door zijn zoon Joan werd voortgezet, onder meer met de uigave van de Atlas Major.

    Bekijk details
  • 20. Michiel de Ruyter

    20. Michiel de Ruyter

    1607-1676
    Conflicterende handelsbelangen leidden ertoe dat de Republiek in de zeventiende eeuw voortdurend oorlog op zee moest voeren. De beroemdste van alle zeehelden was Michiel Adriaenszoon de Ruyter, die het bracht tot luitenant-admiraal van de marine.

    Bekijk details
  • 21. Christiaan Huygens

    21. Christiaan Huygens

    1629-1695
    Christiaan Huygens was een van de grootste geleerden van zijn tijd, wiens verdiensten op vele terreinen liggen. Zo vond hij onder meer het slingeruurwerk uit en ontdekte hij de maan Titan bij de planeet Saturnus.

    Bekijk details
  • 22. Spinoza

    22. Spinoza

    1632-1677
    Al behoort hij tot de filosofen die het westerse denken hebben gevormd, tijdens zijn leven moest Spinoza zo voorzichtig zijn dat zelfs zijn hoofdwerk, de Ethica, pas na zijn dood werd uitgebracht.

    Bekijk details
  • 23. Slavernij

    23. Slavernij

    1621-1863
    De Nederlandse slavenhandel begon in 1621 met de oprichting van de West-Indische Compagnie en eindigde bijna 250 jaar later met de afschaffing van de slavernij in Suriname.

    Bekijk details
  • 24. Buitenhuizen

    24. Buitenhuizen

    17e en 18e eeuw
    In de Gouden Eeuw lieten vooral rijke Amsterdamse kooplieden langs de Vecht en andere rivieren riante buitenhuizen bouwen, met vaak prachtige tuinen.

    Bekijk details
  • 25. Eise Eisinga

    25. Eise Eisinga

    1744-1828.
    Geïnspireerd door de Verlichting bouwde Eise Eisinga in zijn werkkamer een bewegend model van het zonnestelsel, nu nog altijd het oudste werkende planetarium ter wereld.

    Bekijk details
  • 26. De patriotten

    26. De patriotten

    1780-1795
    Na de bloeitijd van de Republiek werden burgers een politieke macht die zich tegen stadhouder Willem V keerde en ernaar streefde het land tot een politieke eenheid te smeden.

    Bekijk details
  • 27. Napoleon Bonaparte

    27. Napoleon Bonaparte

    1769-1821
    Als keizer bracht Napoleon zowat heel Europa onder zijn gezag. In Nederland introduceerde hij aanvankelijk de monarchie en moderniseerde hij het bestuur en de rechtspraak.

    Bekijk details
  • 28.  Koning Willem I

    28. Koning Willem I

    1772-1843
    Na het congres van Wenen in 1815 werden noord en zuid samen het Verenigd Koninkrijk, onder koning Willem I. Ondanks diens inspanningen de economie te verbeteren, kwam het zuiden in 1830 in opstand.

    Bekijk details
  • 29. De eerste spoorlijn

    29. De eerste spoorlijn

    1839
    Ondanks de aanvankelijke scepsis heeft de komst in 1839 van de trein in Nederland veel bijgedragen tot de ontsluiting van het land en een versnelde industrialisatie ervan.

    Bekijk details
  • 30. De Grondwet

    30. De Grondwet

    1848
    Omdat de Grondwet bepaalt wie de macht uitoefent en hoe dat gebeurt, is het voornaamste wet van een staat. De Nederlandse Grondwet werd ingevoerd in 1798 en herzien in 1815 en 1848.

    Bekijk details
  • 31. Max Havelaar

    31. Max Havelaar

    1860
    De ervaringen van Eduard Douwes Dekker als assistent-resident in Nederlands-Indië vormden de basis voor de felle aanklacht tegen het koloniale regime die hij als Multatuli in de vorm van de roman Max Havelaar zou schrijven.

    Bekijk details
  • 32. Verzet tegen kinderarbeid

    32. Verzet tegen kinderarbeid

    19e eeuw
    Toen kinderen door de Industriële Revolutie ook massaal in fabrieken aan het werk werden gezet, nam het verzet daartegen toe. Het zou tot 1874 duren voordat een wet de inzet van kinderen in fabrieken verbood.

    Bekijk details
  • 33. Vincent van Gogh

    33. Vincent van Gogh

    1853-1890
    Met zijn kleurrijke, eigenzinnige schilderijen en zijn door amoureuze, persoonlijke en zakelijke tegenspoed getekende leven is Vincent van Gogh een van de meest tot de verbeelding sprekende kunstenaars.

    Bekijk details
  • 34. Aletta Jacobs

    34. Aletta Jacobs

    1854-1929
    Haar hele leven heeft Aletta Jacobs gestreden voor de rechten van vrouwen, onder meer voor het in 1919 ingevoerde algemeen vrouwenkiesrecht. Ook als arts kwam ze op voor de belangen van vrouwen.

    Bekijk details
  • 35. De Eerste Wereldoorlog

    35. De Eerste Wereldoorlog

    1914-1918
    Al wist Nederland in 1914 neutraal te blijven, toch zou de Grote Oorlog niet helemaal aan het land voorbijgaan. Ook de Nederlanders voelden steeds meer de consequenties ervan.

    Bekijk details
  • 36. De Stijl

    36. De Stijl

    1917-1981
    Opgericht in de chaos van de Eerste Wereldoorlog, streefden de beweging en het tijdschrift De Stijl naar harmonie door het gebruik van geometrische vormen en van de primaire kleuren en de niet-kleuren.

    Bekijk details
  • 37. De crisisjaren

    37. De crisisjaren

    1929-1940
    Elke dag urenlang aanschuiven in stempellokalen. Dat was het vernederende lot van de steuntrekkende werklozen in de jaren van 1929 tot 1940, die de geschiedenis zijn ingegaan als de crisisjaren.

    Bekijk details
  • 38. De Tweede Wereldoorlog

    38. De Tweede Wereldoorlog

    1940-1945
    Na het bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 capituleerde de Nederlandse legerleiding. Het was het begin van de Duitse bezetting van Nederland, die zo’n vijf jaar zou duren.

    Bekijk details
  • 39. Anne Frank / Jodenvervolging

    39. Anne Frank / Jodenvervolging

    1942-1945
    Door de publicatie van het dagboek zij tijdens de onderduik bijhield, groeide Anne Frank uit van een naamloze dode, omgekomen in Bergen-Belsen, tot het internationale symbool van de Holocaust.

    Bekijk details
  • 40. Indonesië 1945-1949

    40. Indonesië 1945-1949

    1945-1949
    Op 17 augustus 1945 riep Soekarno de onafhankelijkheid van Indonesië uit, maar pas na twee ‘politionele acties’ en onder grote internationale druk legde Nederland zich daar eind 1949 bij neer.

    Bekijk details
  • 41. Willem Drees

    41. Willem Drees

    1886-1988
    Van 1948 tot 1958 was Willem Drees als minister-president leider van de rood-roomse coalitie. Het waren de jaren waarin de verzorgingsstaat werd opgebouwd, met regelingen als de AOW.

    Bekijk details
  • 42. De watersnood

    42. De watersnood

    1 februari 1953
    De watersnood van 1953 kostte ongeveer 1800 mensen het leven, nog eens 72.000 werden dakloos. De Deltawerken moesten verhinderen dat zich nog eens een ramp van die omvang zou voltrekken.

    Bekijk details
  • 43. De televisie

    43. De televisie

    Vanaf 1948
    In 1948 gestart met experimentele uitzendingen, heeft de televisie vanaf eind jaren ’50 een enorme vlucht genomen. Zowel in tijdsbesteding als in meningsvorming bracht het nieuwe medium ingrijpende veranderingen.

    Bekijk details
  • 44. Haven van Rotterdam

    44. Haven van Rotterdam

    Vanaf circa 1889
    Net als Schiphol is de haven van Rotterdam een mainport, een knooppunt voor de Nederlandse handel met het buitenland. Er wordt dan ook voortdurend gewerkt aan de verdere uitbouw ervan.

    Bekijk details
  • 45. Annie M.G. Schmidt

    45. Annie M.G. Schmidt

    1911-1995.
    De versjes en liedjes, toneelstukken en musicals, verhalen en hoorspelen van Annie M.G. Schmidt waren zo geliefd en tegelijk zo invloedrijk dat zij wel de echte koningin van Nederland werd genoemd.

    Bekijk details
  • 46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    46. Suriname en de Nederlandse Antillen vanaf 1945

    Nadat Suriname in 1975 onafhankelijk was geworden, is gaandeweg ook de verhouding tussen Nederland en de eilanden van de Nederlandse Antillen in meer of mindere mate aangepast.

    Bekijk details
  • 47. Srebrenica

    47. Srebrenica

    1995
    Dat Dutchbat de genocide op zevenduizend moslimmannen in de door haar beveiligde enclave Srebrenica niet heeft kunnen voorkomen, heeft ook in Nederland diepe sporen nagelaten.

    Bekijk details
  • 48. Veelkleurig Nederland

    48. Veelkleurig Nederland

    Vanaf 1945.
    In de vorige eeuw is het aantal inwoners in Nederland verdrievoudigd, van vijf naar meer dan vijftien miljoen. Vanaf de jaren ’60 is ook de diversiteit van die inwoners sterk toegenomen.

    Bekijk details
  • 49. De gasbel

    49. De gasbel

    1959-2030.
    De gaswinning uit het veld bij Slochteren is de kurk genoemd waarop onze welvaart drijft. Maar de eindigheid ervan en een toenemend aantal bevingen vergen wellicht ingrijpende politieke keuzes.

    Bekijk details
  • 50. Europa

    50. Europa

    Vanaf 1945.
    Na de Tweede Wereldoorlog heeft de Europese samenwerking gestalte gekregen. Lag het initiatief in 1951 bij 6 landen, inmiddels telt de Europese Unie 27 landen en willen er nog meer toetreden.

    Bekijk details

Poëzie

  • Paul Bogaert
  • Charlotte Van den Broeck
  • Hugo Claus
  • Herman de Coninck
  • Ellen Deckwitz
  • Jules Deelder
  • Charles Ducal
  • Christine D’Haen
  • Andy Fierens
  • Maarten van der Graaff
  • Judith Herzberg
  • Hester Knibbe
  • Geert De Kockere
  • Gerrit Kouwenaar
  • Ted van Lieshout
  • Lieke Marsman
  • Els Moors
  • Ilja Leonard Pfeijffer
  • Alfred Schaffer
  • Peter Verhelst
  • Miriam Van hee
  • Paul Bogaert

    Paul Bogaert

    Paul Bogaert is een dichter met een bijzonder scherp oor voor de kleinste nuances waarmee de hedendaagse taal uit verschillende domeinen bewust of onbewust geladen is. Hij weet die nuances op bijzonder ingenieuze wijze uit te buiten.

    Bekijk details
  • Charlotte Van den Broeck

    Charlotte Van den Broeck

    Nadat ze als performing poet naam had gemaakt, debuteerde Charlotte Van den Broeck met Kameleon, in januari 2016 bekroond met de Herman de Coninckprijs voor het beste debuut.

    Bekijk details
  • Hugo Claus

    Hugo Claus

    Na in 1947 zijn debuut te hebben gemaakt met de lyrische Kleine reek, evolueert Hugo Claus in zijn poëzie naar het modernisme van de jaren vijftig met als hoogtepunt De Oostakkerse gedichten uit 1955. Zijn later dichtwerk mag dan weer klassiek genoemd worden.

    Bekijk details
  • Herman de Coninck

    Herman de Coninck

    Herman de Coninck maakte de poëzie voor veel lezers toegankelijk. Vanaf zijn debuut in 1969 met De lenige liefde excelleren zijn gedichten in relativering, lichte ironie en hun grote toegankelijkheid.

    Bekijk details
  • Ellen Deckwitz

    Ellen Deckwitz

    De poëzie van Ellen Deckwitz is broeierig en griezelig en vliegt hier en daar uit de bocht, maar wel op zo’n manier dat je wenst dat dit bij meer dichters zou gebeuren.

    Bekijk details
  • Jules Deelder

    Jules Deelder

    Tijdens optredens lardeert Deelder zijn gedichten met anekdotes en moppen – of misschien is het andersom. Vaste thema’s in die gedichten zijn de Tweede Wereldoorlog, voetbalclub Sparta en Rotterdam.

    Bekijk details
  • Charles Ducal

    Charles Ducal

    Naast poëzie publiceerde Charles Ducal (pseudoniem van Frans Dumortier) ook een veelgeprezen verhalenbundel en onder meer een Gedichtendagessay. In 2014 werd hij gekozen tot de eerste Dichter des Vanderlands van België.

    Bekijk details
  • Christine D’Haen

    Christine D’Haen

    Het oeuvre van Christine D’Haenzal steeds nieuwe lezers weten aan te trekken. Deze poëzie vraagt veel van de lezer, maar geeft in ruil brede vergezichten die uitnodigen tot reflectie over leven en cultuur.

    Bekijk details
  • Andy Fierens

    Andy Fierens

    Wie nog dacht dat de poëzie steeds verheven onderwerpen bezingt op een haast sacrale, eerbiedige toon, moet die opvatting na lectuur van de gedichten van Andy Fierens grondig bijstellen.

    Bekijk details
  • Maarten van der Graaff

    Maarten van der Graaff

    ‘Een uiterst beweeglijke en vindingrijke dichter,’ zo typeerde de jury van de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie 2014 Maarten van der Graaff op basis van zijn door haar bekroonde bundel Vluchtautogedichten.

    Bekijk details
  • Judith Herzberg

    Judith Herzberg

    Het is vreemd dat Judith Herzberg nog niet verkozen is als Dichter des Vaderlands, want ze is een van de meest toegankelijke en invoelbare dichters die er zijn. Maar hoe toegankelijk en invoelbaar ook, er is altijd een diepere betekenis.

    Bekijk details
  • Hester Knibbe

    Hester Knibbe

    Vanaf haar debuut in 1982 is Hester Knibbe een klassieke dichteres in een moderne wereld. Ze schrijft poëzie die het niet zoekt in onbegrijpelijke formuleringen, maar in de wereld aan betekenis die schuilgaat achter een heldere zin. Haar gedichten zijn helder en precies en getuigen immer van een groot vakmanschap.

    Bekijk details
  • Geert De Kockere

    Geert De Kockere

    Geert De Kockerede debuteerde in 1989 met Vingers in de jam, een poëziebundel voor kleuters. Daarna volgden snel ook prentenboeken, filosofische verhalenbundels, fotoboeken en, meer recent, boeken voor volwassen lezers.

    Bekijk details
  • Gerrit Kouwenaar

    Gerrit Kouwenaar

    Het barst van de emotie, maar je moet het er wel uithalen.’ Dat zei Gerrit Kouwenaar in een interview met Kenneth van Zijl op Cultura over het vooroordeel dat hij een kille, emotieloze dichter van kille en emotieloze verzen zou zijn.

    Bekijk details
  • Ted van Lieshout

    Ted van Lieshout

    Iedere keer weer bewijst Ted van Lieshout dat hij in geen enkel hokje past en niet vastzit aan één vorm en één doelgroep. Deze geanimeerde verteller en tegendraadse vernieuwer publiceerde al meer dan zestig kinderboeken.

    Bekijk details
  • Lieke Marsman

    Lieke Marsman

    Lieke Marsman debuteerde als dichter in het tijdschrift Tirade. Voor de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud werd ze driemaal bekroond. De eerste letter is haar tweede bundel.

    Bekijk details
  • Els Moors

    Els Moors

    Els Moors werd door de kritiek met lof overladen voor haar debuut Er hangt een hoge lucht boven ons (2006). In 2008 debuteerde zij als prozaschrijver met Het verlangen naar een eiland, een roman over liefde, seks en de hunkering naar de ander. Daarna verscheen nog de verhalenbundel Vliegtijd.

    Bekijk details
  • Ilja Leonard Pfeijffer

    Ilja Leonard Pfeijffer

    ‘Ik heb het nog nooit zo koud gehad/ als toen ik alles snapte,’ dichtte Ilja Leonard Pfeijffer in de niet separaat verschenen bundel Doka, die is opgenomen in De man van vele manieren, zijn verzameld dichtwerk.

    Bekijk details
  • Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer

    Alfred Schaffer (1973) publiceerde vijf dichtbundels en won de Jo Peters Poëzieprijs, de Hugues C. Pernathprijs, de Ida Gerhardt Poëzieprijs en de Jan Campertprijs. Hij doceert aan de universiteit van Stellenbosch in Zuid-Afrika.

    Bekijk details
  • Peter Verhelst

    Peter Verhelst

    Naast dichter is Peter Verhelst ook romancier en regisseur. Voor zijn werk ontving hij prestigieuze prijzen als De Gouden Uil, de Vlaamse Cultuurprijs, de F. Bordewijkprijs, de Herman de Coninckprijs en de Jan Campertprijs.

    Bekijk details
  • Miriam Van hee

    Miriam Van hee

    Veel bundels van de in 1952 geboren dichter en slaviste Miriam Van hee werden bekroond, onder meer met de Herman de Coninck-prijs 2008, en genomineerd, onder meer voor de VSB Poëzieprijs 2014.

    Bekijk details

Boekenweek 2017



Van zaterdag 25 maart tot en met zondag 2 april wordt voor de 82ste keer de Boekenweek gehouden, met tal van evenementen in bibliotheken, boekhandels en scholen. Het thema is dit jaar 'Verboden vruchten'.

Log in

Inloggen

Inloggen hoeft alleen als u een reactie wilt plaatsen of aan een discussie wilt deelnemen.

 

Personaliseer

Personaliseer het Literatuurplein

Bepaal zelf welke rubrieken op de homepage worden getoond.

Kies een paginakleur

  • Verras mij
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •