De schipbreuk van de Batavia, gevolgd door Prosper
anatomie van een slachting
Simon Leys
Auteur:
Uitgegeven:
Amsterdam [etc.], 2006
Uitgeverij:
Taal:
Nederlands
Met betrekking tot de oorspronkelijke uitgave
Titel:
Les naufragés du Batavia suivi de Prosper
Jaar van uitgave:
2003
Plaats van uitgave:
Paris
Uitgever:
Arléa
Vertaald uit:
Frans
(Overige) personen
Illustraties:
Vertaling:
Indeling
Medium:
Boek
Fictie / Non-fictie:
Fictie
SISO's:
Zeevisserij (639.6)Geschiedenis van de scheepvaart (658.2)
NUR:
Vertaalde literaire roman, novelle (302)
Codes
ISBN:
90-450-0598-0
EAN:
9789045005980
ASW:
Algemeen boek
Technische gegevens
Formaat (hoogte):
20 cm
Omvang:
125 pagina's
Met illustraties
Bindwijze:
Ingenaaid
Bibliografische annotatie
Vert. van: Les naufragés du Batavia suivi de Prosper. - Paris : Arléa, 2003.
Annotatie
Beknopt verslag van het vergaan van de Oostindiëvaarder 'Batavia' aan de westkust van Australië in 1629, gevolgd door een autobiografisch relaas over de jeugdervaringen van de schrijver aan boord van een van de laatste zeilende Bretonse vissersschepen.
Flaptekst
In 1629 leed de Batavia, de trots van de Verenigde Oost-Indische Compagnie, schipbreuk aan de rand van een groep koraaleilanden op ongeveer tachtig kilometer van het Australische continent. De driehonderd overlevenden, ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontkomen, raakten in de greep van een van hun medeschipbreukelingen, een visionaire psychopaat die hen stelselmatig begon af te slachten, daarin bijgestaan door een handvol volgelingen.

Simon Leys, die de plaatsen waar het drama zich afspeelde heeft bezocht, stelde vast dat de schipbreukelingen er paradoxaal genoeg heel goed 'een vreedzaam bestaan dat veel van geluk weg heeft' hadden kunnen leiden. Zouden we die absurde moordpartij niet kunnen beschouwen als een microkosmos van de gruwelen die in onze tijd zijn veroorzaakt door de krankzinnige ideologie?n die het paradijs op aarde beloven?

De inspiratiebron van het tweede verhaal, dat dit boek afsluit, is van een heel andere aard. De schrijver doet erin verslag van een ervaring uit zijn jeugd. Hij vaart een zomer lang mee op een Bretonse tonijnvisser - een van de laatste zeilende vissersschepen - en wordt ingewijd in het beroep van zeevisser, waarvan hij de gebruiken, de beproevingen en de gevaren beschrijft. Hij heeft de herinnering vastgelegd aan medeopvarenden met wie hij zich verbonden voelt, en aan een wereld die voorgoed tot het verleden behoort.
Literaire adressenbank
Uitgever
Delen