Een vleesgeworden Alice in Wonderland
Column door Annelies Verbeke (1 oktober 2018)
'Ik klom op de rug van het paard en aanschouwde een bijzonder wonderlijk tafereel: met een zweep in de hand gaven de juffrouwen Cunningham-Jones de groenten er links en rechts van langs. Daarbij riepen ze: 'Lijden brengt loutering. Zonder korset komt men niet in de hemel.' Maar de groentengewassen bevochten elkaar ook onderling en onder vurige strijdkreten bekogelden de grotere groenten de dames met de kleinere.'

Het leek me aangewezen om met een citaat uit een verhaal van Leonora Carrington (1917-2011) te beginnen. De toon en beeldenregen in deze verhalen zijn zo eigenzinnig, dat elke beschrijving immers gedoemd is tekort te schieten. De meeste van haar verhalen (ook 'Oom Sam Carrington' waaruit het citaat stamt), die vorig jaar in het Engels heruitgegeven werden ter ere van wat haar honderste verjaardag zou zijn geweest, schreef ze als jonge twintiger. Er spreekt een komisch maar daarom niet minder intens verzet uit tegen het 'korset' dat haar werd opgedrongen. Aan haar nicht en biografe Joanna Moorhead vertrouwde ze toe dat al haar verhalen autobiografisch zijn. En dat moet dan ook gelden voor haar surrealistische schilderijen, waarop dezelfde elementen als in de verhalen terugkeren: veel dieren (vooral paarden, hyena's en kraaien), groenten en personages met grappige namen als McHooligan, CĂ©lestin des Airlines-Drues of Lady Hoog in de Bol. Nu en dan treedt er in de verhalen ook een ik-figuur op die 'de kunstenares' wordt genoemd.

Tijdens het lezen krijg je de indruk dat Leonora Carrington je een van haar schilderijen in trekt, al dacht ik even vaak in haar dromen rond te wandelen. Hoewel die dromen doorgaans een montere droomlogica hanteren, liggen de nachtmerrie en de waanzin op de loer. Een van de terugkerende beelden is dat van verrot vlees. In 'Mijn moeder is een koe', een verhaal dat ze midden jaren vijftig schreef, vraagt de ik wanhopig aan een Godin waaraan ze het lot mens te zijn heeft verdiend. 'Mens betekent: geschreven in vlees, en het woord is pijn en pijn en nog eens pijn...' Ook een aan verval onderhevig, in een lichaam gevangen mens van vlees en bloed te zijn, moet voor Carrington als een korset hebben gevoeld. Onherkenbaar is dat gevoel niet. De enigen die er aldus de Godin in het verhaal aan weten te ontsnappen zijn 'degenen die niet langer doen alsof ze weten wie ze zijn.'

Toen Carringtons eerste geliefde, de beroemde kunstenaar Max Ernst, tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's werd opgepakt, stortte ze in. Ze werd ondergebracht in een psychiatrisch ziekenhuis in Madrid. De stof waarmee ze werd behandeld, cardiazol, leek haar in contact te brengen met een voor anderen onzichtbare wereld. We lezen echo's van die ervaringen, zoals: 'Zijn gezicht is gespannen, als probeerde hij stemmen ver weg te verstaan, stemmen tussen nachtmerries en dode werkelijkheid.' Bij uitgeverij Orlando, waar Carringtons Alle verhalen in een vertaling van Lisette Graswinckel en Nelleke van Maaren verscheen, werd ook Beneden uitgegeven, over haar verblijf in de instelling.

Leonora Carrington rees echter weer op uit haar as, vluchtte met een ex-toreador naar Mexico en stichtte daar een gezin met een andere man. Haar verhalen schreef ze trouwens zowel in het Engels, Frans als Spaans, en de Mexicaanse invloeden (omgeving en rituelen) zijn duidelijk aanwezig. Haar latere verhalen vond ik de meest interessante. De beelden blijven even surrealistisch als voorheen, dezelfde symbolen keren terug en de aandacht voor lichtinvallen, kleuren en geuren is onveranderd. Maar het korset waaruit ze zich tracht te bevrijden is niet langer een feest waar een opstandige dochter niet heen wil, maar een grote wereld van schadelijke machtsverhoudingen en bulderende geschiedenis waar haar hoofdpersonages zich als vanzelfsprekend boven verheffen, de knagende wanhoop ten spijt.

Zo is er het schitterende verhaal 'Hoe begin je een farmaceutische onderneming', waarin een rubberen kistje wordt ontdekt met daarin het sterk gekrompen lijkje van Jozef Stalin, ooit als kerstgeschenk geschoken door Dwight Eisenhower - 'Ook een Rus, wellicht?' denkt het hoofdpersonage - aan koningin Elizabeth de Tweede. De snorhaartjes van de kleine dode Stalin blijken een krachtig hallucinogeen effect te hebben. De protagonist kijkt hoofdschuddend terug op deze onbekende tijden, waarin de mensen nog elektriciteit gebruikten en er zich een machtsstrijd afspeelde tussen de Verenigde Schade en de Unie van Solo Sepulcrale Regressie.

Wie met argwaan en onbehagen naar het kille, doorslaande heden kijkt, zal zich getroost en verkwikt voelen door de verhalen en schilderijen van Leonora Carrington, een vleesgeworden Alice in Wonderland, dankzij deze heruitgave weer wat minder vergankelijk.
Delen
Koppelingen
Meer columns
Oude demonen, nieuwe goden Door Annelies Verbeke (03-12-2018)
Literatuur en handen Door Rodaan Al Galidi (14-11-2018)
De val / Pech / Smithy Door Annelies Verbeke (02-11-2018)
Lang leve het KNIR! Door Rodaan Al Galidi (17-10-2018)