Gewoon
Column door Rodaan Al Galidi (22 februari 2018)
Voor een genie is Nederland niet het juiste land. Nee, niet voor een genie die geboren is als genie. Nederland is goed voor een gewone die zijn best doet om genie te worden.

Stel je voor dat Messi… Sorry, weer spreek ik over voetbal als ik iets wil zeggen over literatuur, maar in Nederland kom je nu eenmaal meer mensen tegen met kennis over de voetbalwereld dan de literaire wereld. Stel je voor Messi, geboren als genie, met een voetbal in zijn hand uit de baarmoeder gekomen, als kindje van vier al geniaal. Stel je voor dat die kleine Messi in Emmeloord geboren was en dat zijn vader hem naar een voetbalclub stuurde, dan had de kleine geniale Messi daar een groot probleem gehad: ‘Nee, Leo’, zouden zijn trainers roepen. ‘Samen spelen! Niet de hele tijd jij aan de bal! Het voetbalveld is niet alleen voor jou, ook van de anderen!’ Messi zou bang geworden zijn, want stel dat de voetbal naar hem komt rollen, omdat hij een genie is en de bal hem leuk vindt, dan zullen zijn trainers zeggen: ‘Leo! Waarom vergeet je altijd waar je hoort te staan? Je bent een deel van een team. Ieder heeft toch zijn eigen positie!’ Voordat Messi zeventien is, dat garandeer ik je, is hij bang. Niet alleen voor de voetbal als die te lang bij hem blijft, of niet lang genoeg, maar bang voor de big-brothertjes in zijn hoofd, die zeggen: ‘Messi, dit. Messi, dat!’ Hij zal niet denken aan de goal, maar aan hun geroep. Messi zal zeker een prachtige voetballer worden, maar niet geniaal. Zijn trainers zullen het egoïsme en de eigenwijsheid in hem doden, waarin zijn genialiteit had kunnen groeien. Nee, Nederland is niet het land van extreem goed, maar het land van extreem normaal.

Daarom wordt er veel gepraat over ‘de gewone Hollanders’, degenen die hebben geluisterd en geluisterd en geluisterd, tot ze gewoon geworden zijn, ook als ze niet gewoon geboren waren.

Altijd ga ik graag naar het Prinsentuin-festival in Groningen, waar jaarlijks meer dan 80 dichters komen voordragen. De helft van hen heeft nooit iets gepubliceerd. Eens hoorde ik er een dichter voordragen. Een jongen van een jaar of 22. Hij had alleen zijn gedichten in een notitieboekje en moest soms goed kijken om zijn eigen handschrift te kunnen lezen. Ik had die dag al naar zo’n veertig dichters geluisterd, en in mijn hele leven naar veel meer, maar die jongen met zijn hele gewone, zuivere, eerlijke woorden, greep mij, bond mij vast aan zijn woorden. Ik wilde alleen maar luisteren.

‘Je bent een groot dichter, een prachtig vrij talent’, zei ik na zijn voordracht. ‘Ik hoor niet vaak iemand als jij, die niet naar de taal luistert, maar de taal naar hem.’ De jongen schrok. Hij werd bleek. Misschien dacht hij dat ik overdreef, of dat ik een grap maakte.

‘Sorry, ik ben maar heel gewoon’, zei hij. ‘En dit zijn de eerste gedichten die ik schreef.’ Onzeker draaide hij zich om en ging.
Ik vroeg me af waarom hij zo bang was voor een compliment. Waarom wilde hij niet weten hoe diep zijn woorden in mij geworteld waren? En liet hij mijn woorden niet diep wortelen in hem en zijn talent?

Jammer, dacht ik. Hij is dus gewoon. En dat is Nederland al gek genoeg.

Foto: Klaas Koppe
Delen
Koppelingen
Personen
Meer columns
Oude demonen, nieuwe goden Door Annelies Verbeke (03-12-2018)
Literatuur en handen Door Rodaan Al Galidi (14-11-2018)
De val / Pech / Smithy Door Annelies Verbeke (02-11-2018)
Lang leve het KNIR! Door Rodaan Al Galidi (17-10-2018)
Een vleesgeworden Alice in Wonderland Door Annelies Verbeke (01-10-2018)