Hier woon ik
Column door Annelies Verbeke (6 februari 2018)
Omdat het vandaag mijn verjaardag is, bespreek ik het boek dat ik vermeld wanneer me wordt gevraagd naar mijn 'favoriete boek allertijden' (toch wanneer het is toegestaan met een verhalenbundel te antwoorden). Al bestaat er niet zoiets als één beste boek, De Petersburgse vertellingen van Nikolaj Gogol ervoer ik - voor het eerst meer dan twintig jaar geleden en nog vele keren daarna - als een feest van plezier en vertrouwdheid. Nu ik het boek nog eens heb herlezen als Petersburgse verhalen, de in 2014 in de Russische Bibliotheek van Van Oorschot verschenen vertaling van Aai Prins, neem ik me voor daarbij te blijven.

Enkele jaren wilde ik deze nieuwe vertaling echter niet lezen, omdat het verhaal 'De mantel' er plots 'De jas' heet. Daar voel ik me nog steeds niet comfortabel bij. En de door mij gememoriseerde passage waarin een nieuwe werknemer aanschouwt hoe de kantoorklerk Akaki Akakiëvitsj wordt gepest door zijn collega's, bekte vroeger ook beter. Maar voor de rest kwam de nieuwe vertaling vlot en kundig op me over. Bovendien bevat deze versie een zevende, dus extra verhaal: 'Rome', overigens de stad van waaruit Gogol de meeste van zijn Petersburgse verhalen schreef.

Over 'De mantel' / 'De jas' is beweerd - volgens de ene versie door Toergeniev, volgens de andere door Dostojevski, maar mogelijk enkel door een Franse literatuurcriticus: 'We komen allemaal van onder de mantel van Gogol'. Het verhaal vormt de basis voor het moderne korte verhaal en bij uitbreiding voor de hele moderne literatuur. De rechtschapen antiheld wordt hierin door de ogen van een nieuwkomer een Jezus-figuur: 'En nog lang daarna, op de vrolijkste momenten, kwam hem de kleine kalende ambtenaar voor de geest, en zijn schrijnende woorden 'Laat me met rust, waarom plagen jullie me?' En in die schrijnende woorden klonken andere door: 'Ik ben je broeder.' En de arme jongeman sloeg een hand voor zijn gezicht, om daarna nog vele malen in zijn leven te huiveren als hij zag hoeveel onmenselijks er in de mens steekt, hoeveel hemelschreiende grofheid er schuilgaat in de verfijnde, beschaafde wereldse omgangsvormen en - mijn God! - zelfs in iemand die in de wereld voor nobel en eerzaam doorgaat...'

De meeste van de Petersburgse verhalen spelen zich in Sint-Petersburg af. Toen ik in 2010 voor het eerst op de Nevski Prospect stond wervelden Gogols personages door mijn hoofd. In zijn gelijknamige verhaal bekijkt hij de wijde straat op alle momenten van dag en nacht en vormt ze het decor voor de bittere desillusies van twee mannen die betoverd raken door vrouwelijk schoon en zich verliezen in veronderstellingen. In 'De neus' gaat college-assessor Kovaljov er zijn neus achterna. (Hoe dankbaar ben ik Gogol om zoiets mogelijk te maken in literatuur: iemand ontwaakt zonder neus en vindt het lichaamsdeel na een zoektocht devoot biddend in een kerk.) In 'Het portret' flaneert de op mysterieuze wijze rijk geworden schilder Tsjartkov erlangs. (Hoe grappig is Gogol wanneer hij zijn personages laat opgaan in hun ijdelheid: 'Daar dineerde hij met een hand in zijn zij, waarbij hij de andere gasten heel trotse blikken toewierp en voor de spiegel onophoudelijk zijn krullende lokken schikte.') Akaki Akakiëvitsj wordt er bestolen en het hoofdpersonage uit 'Dagboek van een gek' loopt 'incognito' over de Nevski Prospect, zich de koning van Spanje wanend.

Gogol is grappig op vele gebieden. Zoals namen: een Franse populaire maar onbetekenende schilder genaamd Monsieur Nulle. Of bij een beschrijving van een dronken wordend gezelschap: 'Eén landheer (...) vertelde van een slag die nooit had plaatsgevonden, en later haalde hij om volslagen duistere reden de stop uit een karaf en plantte die in een pastei.' Hij heeft het vaak over 'typisch Russische' eigenschappen en hekelt daarbij de obsessie met status en titels. Illusies en misleidende veronderstellingen zijn eveneens favoriete onderwerpen. Ook de constructies bij het schrijven geeft hij daarbij soms prijs.

In bijna elk verhaal besteedt Gogol bovendien opvallend veel aandacht aan dromen. Fantastisch wanneer hij beschrijft hoe Tsjartkov in 'Het portret' telkens wakker wordt in wat opnieuw een droom blijkt te zijn. Op de laatste bladzijden van dit verhaal verwerkt hij trouwens een artistiek credo, waarvan ik vermoed dat het zowel het zijne als het mijne is. In ieder geval ontroert het me heviger bij elke herlezing. 'Behoed de zuiverheid van je ziel. Wie talent in zich heeft, moet zuiverder van hart zijn dan alle anderen.'

Nikolaj Gogol legt in zijn Petersburgse verhalen een bedrieglijke en onvoorspelbare wereld bloot, die eeuwen later nog steeds de onze is. Je hoeft Rus noch tijdgenoot te zijn om de menselijke hebzucht, ijdelheid, romantische verlangens en pech in zijn spiegel te herkennen. De zuiverheid is bij Gogol een schaars en fragiel goed, maar ze bestaat.
Hier woon ik.
Delen
Koppelingen
Meer columns
De hondenschool Door Annelies Verbeke (06-08-2018)
Boeken over boeken Door Rodaan Al Galidi (31-07-2018)
Bazip, Deibel Door Annelies Verbeke (02-07-2018)
Dat ene boek Door Rodaan Al Galidi (19-06-2018)
De meest gelezen schrijver van China Door Annelies Verbeke (04-06-2018)