Literatuur en handen
Column door Rodaan Al Galidi (14 november 2018)
Recensies zijn voor een schrijver belangrijk, en de beste recensie ooit kreeg ik dankzij mijn handen.

Ik schreef een groot deel van mijn boeken toen ik in het azc woonde. Mijn boeken waren onleesbaar, daarom verkocht ik ze alleen soms tijdens de weinige lezingen die ik gaf. Mensen kochten ze omdat ik nog in het azc woonde en niet mocht werken. Ik weet nog dat een vrouw in Heerenveen drie gedichtenbundels kocht.

‘Doe je ze ook aan anderen cadeau?’, vroeg ik haar.
‘Nee’, zei ze eerlijk.
‘Waarom koop je er dan drie?’ De eerlijkheid van de vrouw bracht haar even in verlegenheid, daarna zei ze: ‘Een voor in de slaapkamer, een voor in de wc en een voor in de woonkamer.’ Van de inkomsten van mijn boeken kon ik niet leven. Het werk dat ik vond was werken met handen. Schoonmaken, in tuinen werken of klussen.
Als je boeken kan schrijven, leken de mensen te denken, ben je niet dom en niet handig, en kun je dus alleen geld verdienen met je hoofd. Op de een of andere manier verbaasde het de mensen dat iemand die boeken schrijft ook met zijn handen kan werken.

Eens was ik aan het werk in een tuin. De man schrok toen hij me zag. Ik dacht dat hij iets kwijt was en dacht dat ik de dief was. Hij riep mij naar binnen.
‘Kijk, jij staat in mijn boekenkast, en ook in mijn tuin!’, zei hij. Ik vond het niet heel raar, maar de man leek niet goed te weten hoe hij ermee moest omgaan. In de woonkamer tijdens de pauze sprak hij met mij als dichter en in de tuin deed hij zijn best te doen om niet met mij als asielzoeker te praten.
Ik weet ook nog dat ik een keer een kapotte gitaar wilde kopen. Ik was van plan het te repareren om weer te verkopen. Een vrouw opende de deur van het opgegeven adres, en ook zij schrok, omdat ze nu ineens zag dat ik het was die met haar via internet had onderhandeld over de prijs. Nu wilde ze me het instrument ineens gratis geven, maar ik weigerde.

Ik hou van werken met handen om geld te verdienen. En tot nu toe verbaast het de mensen als ze weten dat ik ook boeken schrijf.
Een paar maanden geleden repareerde ik bij een bejaarde vrouw een muurtje. Ze keek me mijmerend aan en daarna zei ze: ‘Je lijkt op een schrijver. En ook op een dichter.’ Ik ging verder met werken, in de pauze bracht ze me broodjes kaas en thee en begon te vertellen over een dichter die Rodaan al Galidi heet, en over een schrijver, die ook Irakees is en in het Nederlands schrijft en waarvan ze de naam was vergeten. Ik kauwde op haar kaas en luisterde naar de beste kritiek ooit. ‘Als die dichter Al Galidi stopt om grappig te zijn, zou hij een goede dichter worden. Maar hij doet te veel zijn best om grappig te willen zijn en dan worden zijn gedichten moppen.’
‘En die schrijver op wie ik lijk?’
‘Hij zou wat grappiger moeten worden’, zei ze. Half vijf ging ik terug naar huis. In mijn portemonnee vijftig euro verdiend door mijn handen, maar haar kritiek was zeker 5000 waard in mijn hoofd.
Delen
Koppelingen
Personen
Meer columns
Oude demonen, nieuwe goden Door Annelies Verbeke (03-12-2018)
De val / Pech / Smithy Door Annelies Verbeke (02-11-2018)
Lang leve het KNIR! Door Rodaan Al Galidi (17-10-2018)
Een vleesgeworden Alice in Wonderland Door Annelies Verbeke (01-10-2018)