Nobelprijs voor Literatuur
Column door Rodaan Al Galidi (19 april 2018)
Al jaren vraag ik me af wat een schrijver of dichter nodig heeft om in aanmerking te komen voor de Nobelprijs voor Literatuur. Er zijn schrijvers en dichters die hem kregen en het verdienden en er zijn schrijvers en dichters die hem kregen en niet verdienden. En dat er daarnaast velen zijn die het niet kregen en wel verdienden, daarover zal iedereen het eens zijn. Ik noem bijvoorbeeld Borges, Tolstoj en Rilke.

Dat er geen Nederlandse dichter of schrijver is bij degenen die het verdienden en kregen of het niet verdienden en kregen, weten we. Wellicht zijn Nederlandse schrijvers en dichters zijn te naïef en te braaf. Er zijn genoeg talenten. Zowel Vasalis als Rutger Kopland zijn bijvoorbeeld beter dan Wislawa Szymborska.
Misschien zijn de Nederlandse schrijvers en dichters wel te druk bezig met zichzelf. Misschien schrijven ze alsof zij het universum zijn. De wereld. Oorlog en vrede. De liefde en de eenzaamheid. En schrijven ze zo alleen maar over zichzelf.
Een voorbeeld: Gooi Hemingway terug in de tijd in de Spaanse Burgeroorlog en hij schrijf een boek over Hemingway in de Spaanse Burgeroorlog. Gooi een Nederlandse schrijver in diezelfde oorlog, en hij schrijft over de Spaanse Burgeroorlog in hem. Te veel psychologie. Dan weten we hoe hij zich voelde, maar we weten niets over de Spaanse Burgeroorlog. Ook goed, maar niet genoeg voor de Nobelprijs. Schrijven is niet alleen talent, maar ook durven.

Maar de tijd is rijp voor de Nobelprijs voor Literatuur voor Nederland. Kom op. De keuken van de Nederlandse literatuur is allang klaar, met de beste afzuigkap, de beste literaire kruiden, alle soorten pannen en bestek. Nu moeten alleen de Zweden het nog opeten en lekker vinden. Laat ik deze gelegenheid aangrijpen voor een goed recept (waarbij ik meteen zal zeggen dat het opeten van een schrijver door een andere niet bedoeld is om te zeggen dat hij beter is dan die ander!):

Neem de twee meest vervelende ouwehoeren in Nederland, Gordon en Gerard Joling, en zet ze met Arnon Grunberg in een boot. Gooi ze in het midden van de oceaan. Grunberg zal een manuscript schrijven met het verhaal hoe hij de babbel opat, in de ik-vorm. Breng dan met een helikopter Tommy Wieringa naar diezelfde boot. Hij zal Grunberg opeten en een manuscript schrijven over hoe hij de AKO- en Librisprijs opat, in de hij-vorm. Gooi vervolgens ABCD van der Heijden in die boot. Hij eet Tommy Wieringa op, leest de twee manuscripten en schrijft zijn verhaal over hoe hij de literatuur opat, in de wij-vorm. Neem al die manuscripten, laat Peter Buwalda er een verhaal van maken. Connie Palmen doet de redactie en daarna wordt het gepubliceerd met de titel De ondraaglijke lichtheid van de babbel, onder het pseudoniem Rodaan Al Galidi. Schijf op de kaft:

‘Weergaloos boek. Geniaal. Klassieker. Je hebt niet door dat een asielzoeker dit prachtige boek schreef, het leest alsof een paar geniale Nederlandse schrijvers het hebben gedaan, alsof je Grunberg, Tommy Wieringa en A.F.Th. van der Heijden tegelijk leest, terwijl je gedurende het hele boek Goor en Geer blijft horen. Geweldig. Verplichte literatuur.´

Vertaal het boek naar Zweeds en schrijf op de kaft van de Zweedse versie: Rodaan al Galidi werd als uitgeprocedeerde vluchteling teruggestuurd naar Irak, waar hij dit Nederlandse boek in de Nederlandse taal schreef. Hij is het beste voorbeeld van een migrant in Europa.

Een jaar later krijgt Irak de Nobelprijs voor Literatuur. Ook goed toch?

Foto: Klaas Koppe
Delen
Koppelingen
Personen
Meer columns
Morgen en morgen en morgen Door Rodaan Al Galidi (17-05-2018)
Knopen Door Annelies Verbeke (30-04-2018)
Barstjes waardoor het licht naar binnen valt Door Annelies Verbeke (03-04-2018)
Literaire prijzen Door Rodaan Al Galidi (21-03-2018)