'Ik ben – weg met de valse bescheidenheid – een betere schrijver geworden'
Interview met Kluun
Door Guus Bauer (20 maart 2017)
Raymond van de Klundert (1964) heeft met zijn nieuwe roman DJ een kekke, zeer vlot leesbare geschiedenis van de dance geschreven, opgehangen aan de roerige biografie van ene DJ Thor, de podiumnaam van Thorwald van Gestel, de jeugdvriend van het personage Kluun in het boek.

DJ Thor vliegt de wereld over en verdient miljoenen met draaien in exclusieve clubs. Hij baadt in weelde, gaat vergelijkbaar met de hoofdpersoon Jordan Belfort in The Wolf of Wall Street driedubbel dwars door het lint. Kiepwagens vol met geld, badkuipen drank, een spiegelpaleis vol met coke en pronkvrouwen die zich opdringen. Maar alleen bij pa Van Gestel vindt DJ Thor iets van menselijkheid, van geborgenheid, op het kinderlijk-aanhankelijke af. En natuurlijk ook een beetje bij de jeugdvriend Kluun, eveneens afkomstig uit Brabant.

Autobiografisch
‘Ik ben behoorlijk doorgezaagd over wat nu autobiografisch is in DJ en wat niet, zeker ook met betrekking tot mijn scheiding. Ik heb zowat alle praatprogramma’s op radio en tv afgelopen, was bijvoorbeeld bij Koffietijd met Loretta Schrijver, een fijn, humoristisch mens. Menig ‘serieuze’ journalist kan trouwens een voorbeeld nemen aan de voorbereiding bij dergelijke programma’s en bij de redacties van de damesbladen. Als het goed is, speelt elke schrijver een spel met de lezers. Hoe zit het nu, wat laat hij in de tekst over zichzelf zien? Het personage Kluun heeft een zoon en een dochter. Op de achterflap staat dat ik een vriendin heb en drie dochters. Ik heb die ‘verwarring’ nog wat willen aanwakkeren door een voorwoord en een verantwoording toe te voegen, waarin wat tegenstrijdigheden zijn te ontdekken. Dat schepje erboven op, daar heb ik lol in.

Voorwoord: Als ik Thors verhaal had laten liggen, was ik als schrijver geen knip voor de neus waard geweest.

Verantwoording: Thorwald van Gestel bestaat niet. Of amper.


Boekenwereldje
‘Het schrijfwereldje neemt zichzelf wat mij betreft veel te serieus. Toen ik begon zocht ik naar een schrijversnaam. Al vanaf begin jaren tachtig noemden de mensen om mij heen me ‘Kluun’. Dat vond ik wel passen bij mijn rol: Kuifje in literatuurland. Ik wist ook wel dat Komt een vrouw bij de dokter niet direct aansloot bij de toen geldende literaire maatstaf. Je kunt van het boek vinden wat je wilt, maar het is een goed verhaal. Ik heb nooit de ambitie gehad om schrijver te worden, ben er niet voor geboren zoals een Adrie van der Heijden of een Tommy Wieringa. Als mijn vrouw niet was overleden, zou ik waarschijnlijk nog steeds een reclamebureau hebben.’

‘Wanneer ik geen nieuwe titel in de boekhandel heb, volg ik het boekenwereldje niet echt. Ik ben ook geen grote lezer, lees misschien een boek of tien per jaar. Dat komt misschien omdat ik van huis uit een verhalenverteller ben. In vergelijking tot veel andere schrijvers, bij wie vorm voor inhoud gaat. Zo zou het moeten, heb ik me laten vertellen door mensen die zogezegd verstand hebben van literatuur.’

Mai Spijkers
‘Ik kijk daardoor anders tegen het literaire circus aan, tegelijkertijd wil ik natuurlijk ook erkenning. Dat de kenners je eens een keer belonen. Ik zit daardoor heel dubbel in die wereld. Iets dat ook duidelijk uit DJ spreekt. Ik heb veel plezier gehad aan het de draak steken met het circus, en natuurlijk ook met mijzelf daarin. Zonder zelfspot wordt het gezeur. Uitgever Mai Spijkers kon wel lachen om mijn karikatuur van hem, toen ik hem onlangs sprak bij de presentatie van de nieuwe roman van Wieringa. Spijkers popte als vanzelf bij me op toen ik een personage zocht dat Kluun in DJ zou pushen om een verhaal over zijn vriend, de wereldberoemde dj, te schrijven.’

‘Ik wilde Spijkers portretteren als de enorme doorpakker die hij is. Niets ten nadele natuurlijk van mijn ongelooflijk erudiete uitgever Joost Nijsen. Ik herinner me een congres in de Amsterdamse Beurs van Berlage. Na afloop liepen we samen naar onze fietsen en hij zei dat hij iets bijzonders ging uitbrengen: mummyporn. Het zou volgens hem een gigantisch succes worden. Een jaar later vlogen allerlei tinten grijs over de toonbank. Ik ben een enorme fan van Herman Brusselmans en eens in de zoveel tijd vraagt Spijkers aan me of ik een boek over de Vlaming wil schrijven. Maar dat laat ik liever over aan Özcan Akyol. Ik vrees dat ik slechts de helft van Hermans boeken heb gelezen. De karikatuur van Spijkers was iemand die de schrijver in DJ zo onder de duim zou kunnen houden dat hij daadwerkelijk een deadline zou kunnen halen, dat hij voor niets terug zou deinzen, zelfs niet voor verraad met voorbedachte rade van een vriendschap.’

‘Brusselmans is iemand die ogenschijnlijk gemakkelijk produceert. We hebben allebei columns geschreven voor het blad JFK. Brusselmans was menigmaal veel te laat. Tien minuten nadat de hoofdredacteur telefonisch nog een laatste wanhoopspoging had gedaan, lag er ineens een tekst. “Betaal ik daarvoor,” zei de hoofdredacteur. Maar de column was nog goed ook. Brusselmans levert een soort literaire diarree. Ik moet er altijd erg om lachen. Het is knap, geraffineerd.’

Vakjargon
‘Ik ben van oorsprong een oude rocker, ben ook wel in de IT en de ROXY geweest, maar toen liepen die tenten al op het eind. Ik heb vanaf eind jaren negentig een enorme inhaalslag gemaakt, ben diep in de dance gedoken en weet er nu veel van. Maar ik wilde dat mijn boek voor iedereen te lezen is. Ik ben heel trots op de dj-scène op het Amerikaanse festival Burning Man. Dat stuk tekst is lang, wel een pagina of tien. Een scène waarmee ik geworsteld heb. De ik-persoon, Kluun dus, weet niet alles wat die dj doet. Ik moest dus een manier vinden om het te beschrijven zonder vakjargon te gebruiken.’

‘Dj Sander Kleinenberg, die met mij in Amerika was en die natuurlijk weet hoe dat wereldje in elkaar steekt, vond het wel wat lang. Uitgever Joost had geen bezwaar, mijn redactrice Harminke Medendorp vond het zelfs het beste wat ik ooit geschreven had. Een interviewster van Margriet, een dame van achter in de vijftig, nog nooit op een dergelijk feest geweest, kreeg zin om een keer naar een dance-event te gaan. Daar ben ik trots op. Voor die scène ben ik geïnspireerd door de roman Troost van vriend Ronald Giphart. Een aha-erlebnis. Juist, zo denkt dus een topchef. Er wordt toch wel neergekeken op dj’s. Ik heb het wereldje van de dance een behoorlijke trap onder de kont gegeven. Ja, er is veel leegheid, maar ze kunnen echt wel wat. Er is zoals in elke wereld kaf en koren. Maar een goeie dj kan mensen een avond lang collectief gelukzalig maken.’

Entertainen
DJ is misschien geen diep-psychologische roman, maar dat wilde ik ook helemaal niet. Een serie als The Sopranos is Shakespeareaans. Alle psychologische profielen kloppen, iets waarvan ik heel erg kan genieten, maar ik werd voor DJ meer geïnspireerd door het groteske element in een serie als Breaking Bad. Dat zoek ik ook in de literatuur die ik lees. Ik hou ervan wanneer een boek zowel het grote publiek aanspreekt als het gros van de critici. Als iemand die slag weet te maken heb ik daar bewondering voor. Iets dat nooit bewust wordt gedaan. Het is geen knieval aan de commercie. Meestal zijn de boeken die veel verkopen gewoon goed. Al ben ik, sorry Mai, van Vijftig tinten grijs niet zo weg.’

‘Kijk bijvoorbeeld naar de epische romans van Carlos Ruiz Zafón. Daar zit zo veel kwaliteit in, maar tegelijk entertainen ze bijna schaamteloos. Gerbrand Bakker zei vorig jaar in een interview dat hij vaak na lezing van een boek verzucht: “Schrijvertje, schrijvertje, wat heb je nu toch weer verzonnen.” Daar kon ik me erg in vinden. Als je tijd vraagt van mensen, voor mijn roman een uur of vijf, dan moet je ze toch echt wel entertainen. Mannen lezen bijna geen fictie meer, omdat ze het ‘zonde van hun tijd vinden’. Dat kun je lomp vinden, maar als je hen toch mee wilt krijgen in je verhaal, moet je wel echt waar voor hun tijd bieden.’

Recensenten
‘Ik heb liever dat iemand tweet dat hij of zij het zonde vindt dat mijn boek uit is. Bij veel literatuur heb je het idee dat je verplichte kost aan het vermalen bent. Volgens mij is er geen kunstvorm waarin de scheidslijn zo streng is als in de literatuur. Ik heb een tijdje tegenstrijdige recensies verzameld over het werk van Nederlandse schrijvers zoals Nelleke Noordervliet en Adrie van der Heijden. Als het al zo moeilijk is voor mensen die er verstand van horen te hebben, waarom maakt men zich dan zo druk over die vermeende grens tussen wel of niet literatuur?’

‘De welwillendheid bij recensenten lijkt wel zo goed als verdwenen. Natuurlijk ben ik blij met de lof die bijvoorbeeld Jeroen Vullings mij heeft toegewuifd in Vrij Nederland. Er zijn een paar recensenten die hebben willen zien wat ik er in heb proberen te stoppen. Net zo goed kan ik een recensie van Maarten Moll van Het Parool waarderen, die over De Weduwnaar bijvoorbeeld schreef dat ik hem had laten huilen en lachen, en dat het las als een trein, maar dat hij het literair gezien toch geen goede roman vond. Ook DJ recenseerde hij kritisch, maar eerlijk. We hebben aan die recensie wel de mooiste quote overgehouden: ‘Kluuns beste boek tot nu toe.’

‘Meteen in alle advertenties gezet, op de tweede druk en zeer prominent tussen alle vier sterren recensies op een knalrode tram, die vier weken lang in Amsterdam rondrijdt. Joost Nijsen heeft speciaal geregeld dat deze ook langs Paradiso rijdt wanneer iedereen vrijdag 24 maart in de rij staat voor het Boekenbal. Beetje pesten, daar hebben we wel lol in.’

Teamspeler
‘Mijn pr-dame drukte me vooraf op het hart om vooral niet te zeggen dat ik veel baat heb gehad van de inbreng van Harminke. Waarschijnlijk omdat ik in het verdomhoekje van de literatuur zit. Maar waarom zou ik dat niet melden? Ik kom uit de reclame en ben gewend om ego-loos te werken aan een project, ik ben een teamspeler. Joost is iemand die verhaaltechnisch de grote lijnen heel goed weet te bewaken – de uitspraak dat mensen die van dance houden geen boeken lezen is van hem. Gelul van een dronken aardbei. We gaan als een trein – en Harminke is een dijk van een redacteur. Ik ben zelf iemand die heel goed kan schrappen, maar zij is nog strenger. Oorspronkelijk was het typoscript 115.000 woorden groot. Uiteindelijk is het een boek van ruim 81.000 woorden geworden. Het is een kwestie van werken met de suggesties die het team doet om het beste resultaat te krijgen. Uiteraard heb ik altijd het laatste woord, maar ik luister graag naar argumenten. Het boek heeft geen echte plot, maar wel een fijne trap na.’

‘Ik heb Komt een vrouw bij de dokter nooit meer teruggelezen, hoogstens wanneer een lezer iets over een bepaalde passage opmerkte. Nu, dertien jaar later, zou ik het boek misschien aanscherpen. Ik ben – weg met de valse bescheidenheid – een betere schrijver geworden. Het is een momentopname. Daar moet je nu niet meer aan knoeien. Net zo goed als dat je later niet aan een opname van een opkomende bandje moet gaan rommelen. Dat gaat ten koste van de rauwheid en de onbevangenheid. De eerlijkheid, het compromisloze.’

Gewone vissen
DJ heeft lang op zich laten wachten. Een jaar of acht geleden ben ik begonnen aan een roman over een oom waarvan ik idolaat was en die eind jaren negentig zelfmoord heeft gepleegd. Toen ik er eenmaal over kon schrijven, bleek de emotie weg te zijn en heb ik het aan de kant geschoven. Wat later kreeg ik het plan om het te bewerken tot een roman over mijn hele familie. Werktitel: Gewone vissen. Mijn moeder kwam van een familiebuffet en vertelde over lekkere zalm en mosselen en ook over ‘gewone vissen’. Dat zijn wij. Ik kom uit een middenklasse milieu uit Tilburg. De Berend Boudewijnquiz, nasi op zondag met klassieke muziek en dan in de middag ergens naartoe. Dat boek krijgt nu langzaam vorm in mijn hoofd. Het moet een humoristische ode worden aan het gewone Nederland van de jaren zeventig. Het leuke van de burgerlijkheid is de veiligheid. Ik heb een heerlijke jeugd gehad. Ja, die titel moet beslist zo blijven. Maar het kan zo maar zijn dat er nog een of twee boeken voorafgaand aan de familieroman verschijnen. Houd moed, Joost, zou ik zeggen.’

‘Als ik het verhaal niet gelijk te pakken heb, verschuift het ergens naar het achterhoofd. Ooit komt het er weer uit, wanneer ik er klaar voor ben, wanneer het idee is gerijpt. Zo begon het met DJ ook. Een vriend van Nightwriters vroeg me of ik een theaterstuk wilde schrijven over dance. Dat lukte niet echt. Een roman dan maar? Ik ben slecht in het schrijven in de derde persoon. Joost raadde me aan om mijzelf in te brengen. Toen kreeg ik een mooi krachtveld en kon ik dj Thor verwijten wat men mij altijd verwijt, namelijk dat ik commercieel ben. Wel weer met de nodige zelfspot. Denk maar eens aan die zin waarbij Thor tegen Kluun zegt: ‘Alsof jij Dostojewski bent’.’

Geen compromissen
‘De verplaatsing van een gedeelte van het decor van Las Vegas naar Burning man was opnieuw een doorbraak. Dat festival is opgezet op alternatieve basis, maar is overgenomen door de plastic people. Het is net zo fake als Las Vegas. Iedereen gebruikt iedereen om er beter van te worden, om zijn of haar imago op te vijzelen. Ik vond het interessant om te onderzoeken wat er gebeurt wanneer de hele wereld weet wat je uitspookt – een seksvideo is online gezet – terwijl je zelf op dat moment nog van geen kwaad bewust bent. Op social media draagt iedereen een masker. We doen er allemaal vrolijk aan mee. Thor is eigenlijk best een aardige snuiter, maar hij is verworden tot een karikatuur. Ik klink nu behoorlijk cynisch, iets dat ook in de roman doorschemert, maar ik ben eigenlijk een heel positief mens.’

‘Ik heb vaak geroepen dat de roman klaar was. Ach, het heeft ook wel iets geinigs om jezelf zo nu en dan een beetje te kakken te zetten. Het herschrijven, omdraaien, verschuiven en schrappen heeft nu eenmaal veel tijd in beslag genomen. Ik sluit geen compromissen. In elk geval niet met mijzelf. Er gaat bij mij niets uit waarvan ik niet op dat moment voor de volle honderd procent overtuigd ben. In welk hokje men het uiteindelijk ook stopt.’

Foto: Krijn van Noortwijk
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
DJ
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)