‘Ik heb zijn werk niet willen reduceren tot zijn leven’
Interview met Graa Boomsma
Door Guus Bauer (28 februari 2017)
Leven op de rand, de biografie van Albert Alberts (1911 – 1995) door schrijver en essayist Graa Boomsma (1953) is informatief, bijzonder goed gedocumenteerd en secuur. Maar de gedetailleerdheid gaat nergens ten koste van de vaart, van de helderheid, van de spanningsboog. Dankzij diepgravend onderzoek heeft Boomsma een geloofwaardig, gedegen portret gemaakt van de man die wel bekend stond als de sfinx van Blaricum. Een stijlvolle biografie ook, fijn van cadans, die deze grote stilist, deze koning van de soberheid, recht doet.

‘De aanleiding om mij bezig te gaan houden met de biografie van Albert Alberts was toch echt in eerste instantie zijn literatuur. De wat omvang betreft kleine, maar wat zeggingskracht betreft, grootse romans zoals De vergaderzaal en De honden jagen niet meer hebben mij begin jaren tachtig al geïntrigeerd vanwege de bijzondere stijl. Daarbij zat ik in 1995 in de jury van de P.C. Hooftprijs. Wij kozen unaniem voor Alberts. Ik wilde een echte schrijversbiografie maken, waarbij het leven het werk verklaart. Wanneer het werk er een beetje bij bungelt, maak je het onnodig klein, anekdotisch, alsof verhalen en romans eigenlijk altijd een sterk autobiografisch karakter hebben.’

Een bescheiden man
‘Ik heb de literatuur van Alberts op de voorgrond gezet, ben diep in zijn leven gedoken om zijn teksten beter te kunnen verklaren, om te kijken welke mentaliteit uit dat werk spreekt. Er zijn duizenden anekdotes op te dissen, bijvoorbeeld over het drankgebruik van Alberts, maar ik heb er maar een paar in het boek gebruikt. Het ging mij er niet om een lading van levensfeiten over de lezer uit te storten, ik wilde zien of de kernmomenten in zijn leven duidelijk zichtbaar zijn in zijn literatuur.’

‘Wanneer ik nu zijn werk herlees, begrijp ik hem nog beter dan voorheen. Mijn visie op hem is wel wat veranderd. Alberts was een buitengewoon bescheiden man, aardig, iemand die zichzelf altijd op de tweede plaats stelde, nooit een ander kwaad deed. Het tegendeel van een carrière-schrijver. Uitgever Geert van Oorschot moest hem soms tot in den treuren porren om iets los te krijgen, denk maar eens aan de ruim twintig jaar dat het duurde voordat De vergaderzaal verscheen. Toen ik het archief van De Groene Amsterdammer het omvangrijke dossier Alberts bestudeerde, viel op hoe ongemeen fel hij als columnist en commentator uit de hoek kon komen.’

Nederlands-Indië
‘In de eerste plaats over Nederlands-Indië. Daar wist hij alles van. Hij had op de eerste rij gezeten als ambtenaar, als geïnterneerde in meerdere Japanse kampen en als militair die nadien ingenomen gebouwen weer moest vorderen voor de zogenaamde Nederlands-Indische regering, die natuurlijk op de laatste benen liep. Hij merkte in 1946 dat ze een achterhoedegevecht aan het leveren waren. Dat Soekarno en Hatta donders goed wisten waarmee ze bezig waren en dat ze het land rustig aan de Indonesiërs konden laten. Daarom weigerde hij in 1947 opnieuw naar de archipel terug te keren omdat hij “niet op de punten van de bajonetten hoefde te zitten”. Hij had de Bersiap-tijd aan den lijve ondervonden, zag in dat hij aldaar vermoord kon worden.’

[Bersiap: gewelddadige periode gericht tegen Nederlanders, Indische Nederlanders en Indonesische bestuurs-adel nadat door de Japanse overgave op 15 augustus 1945 een machtsvacuüm was ontstaan.]

‘Alberts was waarschijnlijk het beste van iedereen in Nederland op de hoogte. Zijn positie had een schizofreen karakter. Hij was als ambtenaar totaal verliefd geworden op het land – ze hebben hem er letterlijk moeten wegslepen – en tegelijk wist hij dat Nederlands-Indië niet meer bestond en dat de republiek Indonesië een feit was. Zijn eerste stukken voor De Groene Amsterdammer hadden een sterk essayistisch karakter. Vertellingen als Batavia – Djakarta – de titel is veelzeggend – staan zeer onder de invloed van Du Perron. Daarin schets hij de dualiteit van de ambtenaar. De gordel van Smaragd en het nieuwe Indonesië, een land met totaal nieuwe verhoudingen. Hij had daar niets meer te zoeken. Alleen in zijn verbeelding.’

Tientallen afwijzingen
‘Zijn boeken zijn over het algemeen zeer emotioneel, maar op een totaal andere manier. Wat bij anderen een steekvlam is, is bij hem een klein spaarvlammetje dat bij de lezer opnieuw oplicht. Wat een grote rol heeft gespeeld, is het debacle in de liefde. Hij was verliefd geworden op Liesbeth Dobbelmann. Dat is de reden waarom hij naar Parijs ging, niet vanwege de ambtelijke betrekking, niet vanwege archiefstudie voor zijn proefschrift. Hij ging de vrouw achterna, ook al wist hij misschien wel dat hij geen schijn van kans maakte. Het was een moeizame relatie. Ik denk dat de tientallen afwijzingen hem op het spoor hebben gebracht van zijn teruggetrokken stijl. Een stijl met veel gereserveerdheid, met veel waarnemingskunst, zonder al te veel directe emotie. De indirecte emotie zit er áltijd in. Wanneer je het verhaal Groen bestudeert, bivakkeren daarin twee mannen op de rand van de gekte, veroorzaakt door liefdesverdriet. Eén duwtje en ze gaan de afgrond in. Ze verzuipen hun verdriet.’

‘Ook Alberts moest geregeld zijn angst dempen met alcohol. Zijn werk is geladen met melancholie, maar uiterst goed gedoseerd. Nadrukkelijk met een “s”, hij doceerde nooit. De lezer moest het zelf maar uitzoeken, ervaren. Alberts wilde karakters creëren die weergaloos kunnen verdwijnen. In zijn boeken worden de afwezigen gevolgd. Alberts komt uit een familie van Friese scheepvaarders. Zijn vader was kapitein op de grote vaart, ging lang weg, kwam kort terug om weer lang weg te gaan. Deze cirkelbeweging zit ook in al het werk van Alberts.’

Japanse kampen
‘Het is opvallend dat zijn stijl eigenlijk vanaf het debuut De eilanden (1952) tot en met de laatste roman De vrouw met de parasol (1991) niet is veranderd. Behalve bij het ongepubliceerd gebleven De dreiging. K. Schippers viste dat tijdens mijn bezoek aan hem toevallig uit zijn archief. De tekst bestaat uit twee hoofdstukken in eerste versie. Het is een heel politieke roman, maar aan het einde komt er ineens een driehoeksverhouding in beeld. Nu niet bepaald een centraal thema in het oeuvre van Alberts. En daar stopt de tekst ook. Het is bij een probeersel gebleven. Na vijftig jaar worstelt hij dus nog steeds met het debacle van eind jaren dertig. Hij komt er op terug en stagneert wanneer hij in die fatale liefde duikt. Dan weet je dat dat een van de dominerende zaken is in leven en werk van Alberts. Net als zijn verblijf in de Japanse kampen.’

‘Ik heb van deze biografie geen groot drama willen maken, dat past niet bij mijn onderwerp. Natuurlijk heeft Alberts een enorme opdonder gehad van zijn verblijf in maar liefst vier Japanse kampen. Hij woog uiteindelijk nog maar 78 pond, had verschillende ziektes onder de leden. De oorlog had voor hem niet veel langer moeten duren, of hij had het niet overleefd. Mijn biografie was al zo goed als af, toen ik in het archief van zijn promotor professor Gerretson vijfentwintig brieven van Alberts vond, geschreven tussen 1936 en 1956. Een waardevolle aanvulling aangezien er niet zoveel briefmateriaal beschikbaar was. Uit die brieven bleek dat Alberts geestelijk in het ongerede was geraakt – een van de belangrijkste ontdekkingen. Ik moest goed nadenken hoe ik dat in de biografie kon implementeren.’

Heimwee
Alberts heeft de trauma’s weggedrukt, sleepte dat een heel leven mee. Hij was alles kwijt geraakt, moest opnieuw beginnen. Zijn broer Wiebe, die hem vaak onder de armen heeft gegrepen, bezorgde hem een baantje als secretaris bij het Kinabureau. Alberts wilde schrijver en historicus worden. Het liefst historicus. Dat kwam niet uit. Zijn baan als redacteur bij De Groene Amsterdammer is voor hem een bijzonder belangrijke reddingsboei geweest. Tegelijkertijd artikelen schrijven over Nederlands-Indië/ Indonesië, proza schrijven en misschien ook lector worden aan de geschiedenisfaculteit. Alberts was geestelijk gewond, zijn eerste verhalen zijn buitengewoon therapeutisch. Het drama van het voorgoed verdwijnen. Alberts was gepromoveerd indoloog. Die studie bestond niet meer na zijn terugkeer naar Nederland. Door de opkomst van de farmaceutische industrie, hield het Kinabureau opgehouden te bestaan. De heimwee naar wat nooit meer terugkomt is een van zijn belangrijkste schrijfdrijfveren.’

Waarnemer aan de zijkant
‘Alberts schreef in totaal duizenden en duizenden artikelen. Vijf artikelen per week was niet uitzonderlijk. In het Verzameld Werk zijn er achttien opgenomen, dat hadden er op z’n minst het dubbele moeten zijn. Alberts is als journalist behoorlijk onderbelicht gebleven. Hij was historisch geïnteresseerd, nooit een ideologisch denker, maar iemand die je een liberaal zou kunnen noemen. Niet in de politieke zin, maar in de zin van: laat iedereen de ruimte. Alberts is de scherpe waarnemer aan de zijkant. Zijn journalistieke werk is een kruispunt tussen Alberts als schrijver en als historicus en tegelijkertijd – misschien wat verrassend – als wandelaar. Hij hield van het buitenleven, vond daarin zijn rustpunt. Er zou een prachtig boekwerk zijn te maken van zijn impressies over Amsterdam in de jaren vijftig, zestig. Het stilistische element in de journalist Alberts was natuurlijk ook het literaire element. Hij schreef bijvoorbeeld een subliem artikel van meer dan tweeduizend woorden over de ochtend- en avondspits in de hoofdstad.’

‘Je zou alles wel willen opnemen, maar een biografie is natuurlijk ook een kwestie van keuzes maken. Het boek was eerst ruim tweemaal zo dik, overcompleet, zou je kunnen zeggen. Ik wilde een zo volledig mogelijk portret van Alberts hebben, daarna het ik naar de balans, naar de kern gezocht. Het is vanzelfsprekend dat je als biograaf alles van en over je onderwerp leest. Pas toen ik alle artikelen van Alberts had gelezen, kon ik concluderen dat hij over werkelijk zeer uiteenlopende onderwerpen schreef. De journalist Alberts is de buitengewoon goed geïnformeerde seismograaf die alle kleine verschuivingen in de wereld beziet. Dat was een ontdekkingstocht, want Alberts heeft ook onder pseudoniem geschreven. Artikelen werden soms ook niet ondertekend. Alberts was als scribent een spil op de redactie, maar bleef aan de zijkant door zijn historische waarnemingsblik. Hij werd nooit politiek activist, in tegenstelling tot Wouter Gortzak en Han Lammers, de politieke dieren die hij aangetrokken heeft.’

Levensangst
‘In 1981 nodigde Mulisch bij een tv-programma Haasse en Alberts uit om over de functie van de literatuur in de maatschappij te praten. Alberts vond het aan de ene kant heel vanzelfsprekend dat hij bij deze twee grootmachten aanschoof, maar tegelijkertijd liet hij zich daar beslist niet op voorstaan. Zijn bescheidenheid was echt, ongekunsteld. Bij de persvoorvertoning van de verfilming van De vergaderzaal kwam een grijzige man in een regenjas ergens achterin zitten. Hij werd, als auteur, naar voren genood, maar ging slechts schoorvoetend akkoord. In zijn werk schemert de levensangst door. Een angst die hij deelde met zijn veel jongere vrouw Fientje. Toen het echtpaar eenmaal in Blaricum ging wonen, werd de villa in de loop der jaren verbouwd tot een vesting. De ramen werden nota bene verkleind. Een metafoor op zich. Maar je moet wel oppassen met het toepassen van een anekdote uit het leven op het werk, zonder dat men stilstaat bij het feit dat het werk fictie is.’

‘Wanneer ik zeg dat het personage Dalem in De vergaderzaal Alberts is, bedoel ik daarmee de gesteldheid van het personage, de geestelijk in het ongerede geraakte mens. Ik heb het niet specifiek benoemd, kon de dokter die Alberts op non-actief heeft gesteld en later weer voor halve dagen heeft goedgekeurd niet vinden. Alberts zeulde heel wat trauma’s mee. Zijn vriend, de broer van Liesbeth Dobbelmann, werd door de SS doodgeschoten, de jaren in de Japanse kampen, het liefdesdebacle met Liesbeth zelf. Dat alles heeft Alberts “geïnspireerd”. Alberts die na Nederlands-Indië eigenlijk uit balans was. Dat alles heb ik duidelijk willen maken, zonder dat ik zijn werk reduceer tot zijn leven.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)