‘Ik werd gek van die rare rekensommetjes en afwijkende redeneringen in Pauls hoofd’
Interview met Erik Jan Harmens over Pauwl
Door Sophie Ham (22 februari 2017)
Erik Jan Harmens is schrijver en dichter en bereikte met zijn indringende autobiografische roman Hallo muur (2015) een groot publiek. Deze week verschijnt zijn nieuwe boek, Pauwl. Dit keer géén autobiografie, Pauwl is het verhaal van een 34 jarige man met autisme. Heel nadrukkelijk staat achterin het boek ‘dit is een werk van fictie’. Maar de thematiek van Pauwl komt wel degelijk heel dichtbij bij de schrijver. De zoon van Erik Jan Harmens, Julian (16), is ook autistisch en was meelezer en commentator.

Paul – bijna niemand spreekt zijn naam goed uit, dus klinkt het vaak als Pal, of Pauwl - woont in het gezinsvervangende huis De Driemaster met acht medebewoners en drie vaste begeleiders. De roman spitst zich toe op de gebeurtenissen op één dag, een dag die net als alle andere rustig begint om 5.30, maar waarop steeds meer van de voor Paul zo belangrijke vaste routines noodgedwongen doorbroken worden: zijn huisdier de baardagaam Wilfred is zoek, hij komt laat op zijn werk in de plantsoenendienst door verkeersdrukte en rustig naar de WC gaan wil maar niet lukken. Dat kan haast niet anders dan tragisch eindigen.

Waarom een boek over een man met autisme?
‘Tot een jaar of vier geleden heb ik gedacht dat ik een autobiografische roman zou schrijven over hoe het is om de vader van een zoon met autisme te zijn. En over het taboe op teleurstelling, want wie een kind krijgt met een beperking mag niet teleurgesteld zijn. Maar toen mijn toenmalige vrouw ook een boek schreef over Julian ben ik maar een boek over mezelf gaan schrijven en dat is Hallo muur geworden.’

‘Ik had al wel veel aantekeningen gemaakt, Julian en zijn vrienden steeds geobserveerd. Maar toen ik na Hallo muur dat andere boek wilde oppikken klopte het gewoon niet meer. Julian was zichzelf aan het vrijvechten uit zijn eigen autisme. Het ‘zware’ eraan was een beetje voorbij aan het gaan, dus het was eigenlijk niet meer zo relevant. Toen besloot ik dat mijn volgende boek een werk van fictie zou worden, weliswaar geïnspireerd door het autisme van mijn zoon, maar toch verzonnen. Alle restjes aantekeningen over mijn zoon die ik erin gefietst had heb ik er – ook op verzoek van Julian - toen weer uitgegooid. Het is ook geen vooruitblik, schrikbeeld of toekomstplaatje. Het is echt fictie.’

Wat voor man is Paul?
‘De hoofdpersoon Paul is in principe heel normaal. Je hebt heel veel boeken en films waarin autisten voorkomen en dan zijn het vaak ofwel klassieke autisten: onbenaderbaar, hard, in hun eigen wereld, niet communicerend, met hun hoofd tegen de muur bonkend. Of het zijn genieën, zoals in het boek The Curious Incident of the Dog in the Night-Time van Mark Haddon, de film Rain Man, of de serie The Big Bang Theory Dat is allemaal Asperger. En ik heb dus geprobeerd een autist neer te zetten die ik zelf ken omdat mijn zoon zo is en zijn vrienden ook zo zijn. Eigenlijk gewoon heel normale mensen. Het zijn net mensen, haha.’

‘Autisme is eigenlijk een verstoorde manier van informatieverwerking. Autisten hebben vaak tijd nodig omdat ze iets niet meteen helemaal kunnen duiden of denken: Wat is er aan de hand? Waarom wordt er gelachen? Waarom fronst iemand met zijn wenkbrauw? Er kan van alles aan de hand zijn waardoor de hersenen extra tijd nodig hebben. En een beetje uitleg. Even terugschakelen en dan is alles okidoki. Op het moment dat die tijd en uitleg niet gegeven worden heb je verschillende mogelijkheden. Sommige mensen vallen stil, andere mensen worden angstig, en een enkeling wordt agressief.’

‘Mijn hoofdpersoon kent – overigens heel anders dan mijn zoon - tekenen van agressie op het moment dat er kortsluiting ontstaat. En hij is niet de enige, ik ken ook in de realiteit wel mensen die gewoon agressief worden in zo’n situatie. Dat is niet omdat zij nou zo gemeen zijn, maar ze slaan op tilt, zien geen uitweg meer, voelen zich in een hoek gedreven. Iedereen wil iets van ze op dat moment, zij kunnen niet leveren en dan gooien ze maar een ovenschaal.’

Pauwl is helemaal geschreven vanuit de ik-persoon Paul, die op zijn incidentele gewelduitbarstingen na heel lief is, zich graag aan regels houdt en goed observeert. Had hij niet toch thuis kunnen blijven wonen?
‘In de liefde die Paul voelt voor Carol zie je zijn eerlijkheid en de puurheid, zijn gevoelens van affectie zijn heel zacht en heel mooi. Maar Paul is als verteller natuurlijk niet objectief. Er zijn een aantal situaties met zijn moeder en zus Danny die uit de hand lopen, dan zie je dat zijn aanwezigheid een te groot stempel drukt op het gezin. Dan knijpt hij de keel dicht van zijn zus. Maar dat is natuurlijk geen incident, dat soort dingen zijn vast vaker gebeurd. Als Danny in een vlaag van boosheid zegt “Jij eruit of ik eruit” wordt dat voor Paul een regel, een formule waar hij een antwoord op wil. Als zij dan niet weggaat, vertrekt Paul en slaapt hij buiten in de regen, omdat het echt heel letterlijk voor hem is: één van ons moest eruit. Zowel voor Paul als zijn moeder is het waarschijnlijk beter dat hij in het tehuis woont.’

Denk je dat Paul eenzaam is?
‘Ik denk dat hij helemaal niet eenzaam is, ik denk dat eenzaamheid voor iemand met autisme toch heel anders werkt dan voor ons. Als niet-autist denk je al snel dat je faalt als je alleen bent met bijvoorbeeld Kerstmis, maar dat is een opgelegd plaatje. Als autist zal je dat niet zo snel hebben: “Wat ga je morgen met Eerste Kerstdag doen?”. “Nou niets lekker thuis”. Ik denk dat Paul meer last heeft van het tegenovergestelde van eenzaamheid, dat hij tevéél mensen om zich heen heeft die steeds dingen van hem willen. Als iedereen hem gewoon lekker met rust zou laten, zou er niet zo heel veel aan de hand zijn.’

‘Wel torent hij eigenlijk met kop en schouders boven zijn medebewoners uit en ‘de leiding’ van de Driemaster is niet helemaal betrouwbaar, al doen ze hun stinkende best. Paul irriteert zich vaak mateloos. Paul wil bijvoorbeeld dat de smeerkaas niet te hard is, maar Marco [een van de groepsleiders] wil daar eigenlijk niets van weten, die vindt het maar onzin en dus heeft Paul een briefje opgehangen op de koelkast: ’06:45 uur: smeerkaas uit de koelkast halen, om op kamertemperatuur te komen’, zodat Marco het wel móet zien. Maar Marco negeert dat briefje. En dat vindt Paul echt zo ongelooflijk dom.’

‘Paul heeft het op zich prima naar zijn zin in de Driemaster. Hij zit er het langst, heeft de grootste kamer, mocht zijn eigen vloerbedekking uitkiezen en heeft best wel wat privileges. Alleen: hij heeft een gele kaart op zak [officiële waarschuwing- vanwege een geweldsuitbarsting, red]. Dat is lastig. Met voetballen is dat lastig en hier is het ook lastig.’

Was het moeilijk om in Pauls hoofd te kruipen?
‘Ja heel erg. Het was erg lastig om de logica van Paul consequent te blijven volgen. Ik werd gek van die rare rekensommetjes en afwijkende redeneringen in Pauls hoofd. Het is niet eens zo’n heel dik boek maar het staat vol met afwijkende redeneringen. Het was moeilijk om die kloppend te houden. En soms kon ik dat omwille van de leesbaarheid ook niet doen. Dan zegt Paul “ik zit hier nu zoveel jaar, zoveel maanden, zoveel weken, zoveel dagen, zoveel uren, zoveel minuten”. Dan moet je dat eigenlijk steeds doen, maar daar word je helemaal gek van. Dus die minuten hebben we er meestal maar uitgehaald.’

Hoe dichtbij jou komt deze thematiek?
‘Nou, niet alleen mijn zoon heeft autisme. Mijn opa was in principe ook autistisch, maar het woord autisme bestond gewoon nog niet. Mijn opa spaarde bijvoorbeeld omroepgidsen. Die schreef hij vol met aantekeningen, niet over zijn gevoel of zo, maar alleen over het weer. Dus dan stond er “ journaal gekeken licht bewolkt” . En hij luisterde elke dag om vijf over twaalf naar de radioberichten voor land- en tuinbouw waarin alle waterstanden werden gemeld. Maar hij was helemaal geen boer of iets dergelijks, het had geen enkele functie voor hem.’

‘Dus hij was autistisch, mijn zoon is het en dan zou ik helemaal niet autistisch zijn? Dat kan natuurlijk, ik weet het helemaal niet, ik heb het nooit laten onderzoeken. Ik denk ook niet dat ik autistisch ben maar het is een interessante vraag. Zou het wat uitmaken?’

Welke rol speelt Rob de Nijs?
‘Rob de Nijs is heel belangrijk. Zijn muziek is voor Paul echt een manier om rustig te blijven. In een eerdere versie liet ik Paul naar Death Metal muziek luisteren als het te druk was, maar dat vond ik saai. Bij Nederlandstalige muziek heb je veel meer houvast aan de tekst. Zolang ik besta, bestaat Rob de Nijs, je hoefde de radio maar aan te zetten en je hoorde een liedje van hem, ‘Het werd zomer’ of ‘Malle Babbe’. Ik heb daar ook altijd al iets mee willen doen. Dat Paul nu zo van de muziek van Rob de Nijs houdt gaf me bovendien de kans om de liedteksten helemaal op zijn Pauls te analyseren, zoals ‘Zet een kaars voor je raam vannacht’.


Ik vind het ook mooi dat Rob op het einde zingt: ‘Bescherm de vlam tegen de adem van de wind’ en dat je ’m dan die kaars uit hoort uitblazen: ‘Pffffff.’ Dat betekent dat ie echt bij zijn liefste in de kamer is aangekomen, en dat de kaars uitkan, want er is niet nog iemand op wie ze hoeft te wachten. Rob is al binnen.


Bovenste foto: Erik Jan Harmens © Iris Koppe
Onderste foto: Erik Jan Harmens, Rob de Nijs, Julian Harmens
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)