De Volledige Werken van Willem Frederik Hermans
Wie is er nog bang voor de grote schrijver?
Door door Annemiek Neefjes (20 juli 2006)


[Elk van de geïnterviewden in deze reportage heeft uiteraard een eigen ‘favoriete Hermans’. Die favoriete boeken zijn, in deze kleur, te vinden tussen de tekst.]

‘Ik had het er juist met een collega over,’ zegt boekverkoopster Annelies van Ree. ‘Allebei vonden we dat de belangstelling voor Hermans’ Volledige Werken behoorlijk tegenvalt.’ Van Ree werkt bij de goed gesorteerde Adr. Heinen in hartje Den Bosch. ‘We vroegen ons af,’ zegt ze ook, ‘of De Bezige Bij wel met de uitgave door zal gaan.’

Deel 1 (met de romans Conserve en De tranen der acacia’s) van de prestigieuze reeks verscheen afgelopen najaar. Van Ree had flink ingekocht: ruim zestig exemplaren van de publiekseditie. ‘Ik heb toen erg lang tegen die hoge stapel aan moeten kijken,’ zegt ze. ‘Zo’n twintig exemplaren heb ik uiteindelijk naar de uitgeverij teruggestuurd.’ Drie maanden geleden verscheen het tweede deel, Volledige Werken 7 (de reeks verschijnt niet chronologisch), met verhalen en novellen. Van Ree was ditmaal voorzichtiger. Ze liet het bij vijftien stuks. Daar zijn er nu zes van verkocht.

[De boekverkoper (Annelies van Ree): Ik moet bekennen dat ik van Hermans alleen De donkere kamer van Damokles heb gelezen, maar dat is al lang geleden, dat was voor mijn lijst. Dus daar kan ik eigenlijk niets over zeggen.]

Tegenvallende verkoop
Is de tegenvallende verkoop bij Adr. Heinen exemplarisch? En zo ja, betekent dit dan dat Hermans langzaamaan van de top van de Hollandse Olympus wordt verdreven? Dat hij gaat behoren tot ons ‘historisch erfgoed’ – men kent zijn naam maar niet zijn werk? Over deze en andere vragen praat ik met boekhandelaren, de oprichter van het Willem Frederik Hermans instituut, een jonge lezer, de uitgever van Hermans en anderen. Wie is er nog bang voor de grote schrijver?

Adr. Heinen behoort tot de keten Boekhandels Groep Nederland (BGN), die 42 vestigingen telt, met grote boekhandels als Scheltema in Amsterdam en Donner in Rotterdam. Annelies van Ree kan in haar computer zien hoeveel exemplaren er door BGN-winkels in totaal verkocht zijn van de publiekseditie: van het eerste deel 625 exemplaren en van deel 7 162 exemplaren. ‘Wat een enorme daling!’ constateert ze geschrokken.

Eigenaresse Maria Heiden van de onafhankelijke, literaire boekhandel v/h Van Gennep in Rotterdam vindt dat de verkoop ‘wel gaat’. ‘Ik zeg het aarzelend, hoor. Maar ik heb er vanaf het begin ook niet zoveel van verwacht, ondanks dat De Bezige Bij er flink reclame voor heeft gemaakt, met glanzende folders en posters, en ondanks dat de presentatie van het eerste deel zelfs het Journaal haalde. Van deel 7 heb ik maar één boek op voorraad, op basis van mijn ervaring met het eerste deel. De luxe editie heb ik helemaal niet staan, die bestel ik wel als iemand ernaar vraagt.’ Heiden vindt de boeken behoorlijk aan de prijs. De publiekseditie kost 35 euro en de luxe editie – in een Pléiade-achtige uitvoering - zelfs 75 euro. ‘Lang niet iedereen wil of kan deze bedragen neerleggen.’

De tand des tijds
Van Ree is opgevallen dat de kopers voornamelijk vijftigplussers zijn. ‘Het zijn vooral liefhebbers die Hermans al in de boekenkast hebben staan, en die het leuk vinden hem nu ook in een fraaie uitvoering te hebben. Jongeren kopen de delen zeker niet.’ Toch wil ze niet beweren dat Hermans geen nieuwe en jonge lezers meer trekt. ‘De losse titels van Hermans, waarvan de meeste nog altijd leverbaar zijn, doen het een stuk beter. Onder professoren bijvoorbeeld is in februari in een goedkope editie van 12,50 euro uitgekomen en daar heb ik al dertig exemplaren van verkocht.’

Maria Heiden heeft dezelfde ervaring. ‘Van Nooit meer slapen verkoop ik iedere week wel een exemplaar, soms aan een jongere. Dat is toch mooi, een boek dat al veertig jaar oud is! Maar ik ben ook een realist: Hermans was een fenomeen, nu trekken andere schrijvers de aandacht naar zich toe. Ik ben een fan van hem, maar het is de vraag of Hermans de tand des tijds zal doorstaan.’

[De boekverkoper (Maria Heiden): Nooit meer slapen las ik toen ik nog hartstikke jong was. Het boek heeft een enorme luciditeit, die je ook voelt wanneer je zesendertig uur lang niet hebt geslapen. De kille, vervreemdende sfeer van Noorwegen zoals Hermans die beschrijft, komt overeen met hoe ik het land heb leren kennen.]

Adjunct-uitgever Onno Blom vindt niet dat de Volledige Werken het tot nu toe slecht doen. Terwijl het Huygens Instituut de teksteditie en de wetenschappelijke toelichting van de delen verzorgt, begeleidt Blom namens De Bezige Bij het project (en dat zal hij blijven doen nadat hij in september bij de uitgeverij is vertrokken). ‘Volledige werken verkopen altíjd moeilijk,’ zegt hij, ‘dat geldt bijvoorbeeld ook voor die van Multatuli.’ Hij vertelt dat er van de publiekseditie van deel 1 achtduizend exemplaren zijn verkocht, van deel 7 zo’n drieduizend exemplaren. ‘Maar in deel 7 staan verhalen en novellen; die genres verkopen nu eenmaal minder goed. We verwachten dat ook de delen met het beschouwend werk het minder goed zullen doen; daar houden we in de oplage dan al rekening mee. Van de luxe editie zijn van beide delen zo’n tweeduizend exemplaren gekocht; daar is duidelijk een vaste groep kopers voor.’

Maar behalve de zeven delen beschouwend werk die nog gepland staan, komen er nog wel meer lastige delen, zoals een met gedichten, met toneelwerk, met de nooit goed verkochte roman Het evangelie van O. Dapper Dapper, met vertalingen door Hermans. Blom: ‘Van twee fondsen hebben we subsidie gekregen om de exploitatietekorten te dekken. Overigens hebben we nooit louter calculerend naar deze uitgave gekeken.’

[De uitgever (Onno Blom): In ‘Elektrotherapie’ in de bundel Moedwil en misverstand is het diepe gevoel van eenzaamheid hilarisch beschreven, en toch is het verhaal diep ontroerend. Er spreekt een donker besef uit van het leven, terwijl dat besef je tegelijkertijd overeind houdt.]

Gezuiverd van onbedoelde fouten
Raymond Benders is zielsgelukkig dat de Volledige Werken verschijnen. Hij richtte in 1998 - drie jaar na de dood van de schrijver - het Willem Frederik Hermans instituut (WFHi) op. Sinds die tijd is hij voorzitter van het bestuur. ‘Het is belangrijk,’ zegt hij, ‘dat zijn werk in zijn ultieme vorm, en wetenschappelijk toegelicht, voor het nageslacht bewaard blijft. Iedere publicatie van Hermans is gezuiverd van onbedoelde fouten.’

Het WFHi heeft tot taak zorg te dragen voor het Nachleben van de auteur. Het houdt toezicht op de uitgave van de Volledige Werken en beheert namens de erven Hermans het dertig meter tellende archief van de schrijver. Het deed het verzoek aan Willem Otterspeer een ‘intellectuele biografie’ te schrijven, die staat gepland voor 2007/2008. Het verzorgt in samenwerking met De Bezige Bij een reeks publicaties. ‘Zo’n tien tot vijftien mensen werken op dit moment fulltime aan Hermans,’ vertelt Benders vanuit zijn huis in Toscane. ‘Een instituut als dit is in Nederland uniek.’

Benders hoopt dat het zijn instituut lukt te breken met een Nederlandse traditie. ‘Dode schrijvers vergeten wij heel snel; we koesteren ons literaire verleden niet. Terwijl het in Duitsland bijvoorbeeld ondenkbaar is dat je Goethe niet zou lezen. Hermans is de belangrijkste Nederlandstalige schrijver van de vorige eeuw. In mijn ogen is hij ook de eerste Nederlandstalige schrijver die aansluiting heeft gevonden bij de wereldliteratuur. Je leest dat terug in besprekingen van zijn werk in het buitenland – hij wordt de afgelopen jaren steeds meer vertaald. In de Neue Zürcher Zeitung bijvoorbeeld werd hij vergeleken met groten als Céline, Kafka en Sartre. Het zou bizar zijn als een schrijver van dit formaat op een dag in eigen land niet meer zou worden gelezen.’

[De onderzoeker (Raymond Benders): Uit talloos veel miljoenen, met de mooiste openingszin uit de wereldliteratuur: ‘Als Clemens bij uitzondering eerder uit z’n bed kwam dan Sita, ging hij naar de keuken om thee te zetten en terwijl hij wachtte tot het water kookte, dacht hij: Ik ben toch eigenlijk een goed mens, dat ik haar niet vergiftig.’ Een schrijnende roman, een roman vol humor en ironie en tegelijk van een groot mededogen.’]

Handreiking aan jonge lezers
Hoewel op de website van het instituut staat dat de Volledige Werken allereerst zijn bedoeld ‘voor een breed publiek van geïnteresseerden’, zegt Benders dat de belangstelling minder groot is dan hij zelf had gehoopt. Toch ziet hij het als een belangrijke opdracht om ook dat brede publiek warm te (blijven) maken voor de schrijver, en zeker ook nieuwe generaties lezers. ‘Ik neem het jongeren niet kwalijk als zij Hermans niet kennen,’ zegt hij. ‘Het is aan ons instituut, aan leraren, aan de uitgeverij, om ze een handreiking te doen.’

Bob Polak, oprichter en redacteur van het Hermans-magazine (250 abonnees), is een uitgesproken criticaster van het WFHi. Volgens hem doet het instituut veel te weinig om de literaire grootmeester onder de aandacht van lezers te brengen. Hij vindt het instituut een gesloten vesting, schrijft hij me in een mail: ‘Sluit je niet op in die rampzalige literatuurwetenschap die elk enthousiasme voor Hermans doodslaat, maar laat ook andere benaderingen toe! Nu is er nog volop belangstelling voor Hermans, maar hoe is dat als de Haagse doctorandus drs Raymond J. Benders eindelijk van het toneel is verdwenen?’

[De liefhebber (Bob Polak): Herinneringen van een engelbewaarder, vanwege: het beeld van de eerste meidagen van 1940; de zinloosheid en het stomme toeval van van alles en nog wat; het eindeloos malen door de hoofdpersoon Alberegt; en uiteraard het slot, waar ik nog altijd - telkens weer - kippenvel van krijg: ‘Maar mama...’ Zijn stem klonk nu zo bot als een gebarsten klimop. ‘Mama, Rense heeft zich van kant gemaakt.’]

‘Ik zál binnenkort van het toneel verdwijnen,’ onthult Benders. ‘Ik doe dit werk nu bijna tien jaar, anderen zitten inmiddels zes, zeven jaar in het bestuur. We hebben juist een rooster van aftreden opgesteld. Het zou wel erg onhermansiaans zijn om op het pluche – als het pluche is – te blijven zitten.’ Dan vertelt hij dat het bestuur bovendien zeer recent heeft besloten om op zoek te gaan naar ‘twee, drie jonge mensen die van het werk van Hermans houden én die spannende projecten kunnen organiseren, juist om ook de nieuwe generatie aan te spreken. Als iemand zich geroepen voelt, laat hij zich dan melden. Ik ben er erg voor bestaande structuren open te breken.’ Hij voegt eraan toe: ‘Misschien kopen deze nieuwe lezers later dan wel de Volledige werken, als ze echt om Hermans zijn gaan geven.’

Hermans verbijsterend actueel
Jeroen Steenbakkers is leraar Nederlands op het Ludgercollege in Doetinchem. Hij vertelt dat ieder jaar nog altijd zo’n vijf leerlingen (Havo of VWO) Hermans op de lijst zetten, vooral De donkere kamer van Damokles en Nooit meer slapen. Steenbakkers studeerde ooit Neerlandistiek en schreef zijn scriptie over Hermans. ‘Ik ken hem van haver tot gort.’ Zijn eigen enthousiasme over de schrijver zal allicht aanstekelijk werken voor zijn leerlingen, zegt hij, maar dat is het niet alleen. ‘De somberte in zijn boeken herkennen ze niet, dat is bij huidige jongeren geen dominant levensgevoel, maar ze ervaren wel de kracht van Hermans’ visie. Als ze vlak daarvoor Ronald Giphart hebben gelezen, beseffen ze: bij Hermans staat echt iets op het spel. Het thema van de misleiding fascineert de leerlingen enorm. Hoe meer je onderzoekt, hoe minder er duidelijk wordt: dat sluit aan bij wat zij in de kranten lezen naar aanleiding van allerlei onderzoeken. Bij De donkere kamer bijvoorbeeld maakte ik de vergelijking met het zoekgeraakte fotorolletje van Srebrenica. Dan blijkt Hermans verbijsterend actueel.’

[De leraar (Jeroen Steenbakkers): Nooit meer slapen vind ik een transparant, kloppend verhaal. Het pessimistische wereldbeeld van Alfred heeft Hermans sterk invoelbaar gemaakt. Alfred is een en al achterdocht, hij gaat zelfs in zijn eigen achterdocht geloven. Dus wat hij vervolgens krijgt ís bedrog. Hij creëert zijn eigen ellende, dat maakt het tot een tragische roman.]

Een van Steenbakkers’ (pas voor het VWO geslaagde) leerlingen is Siebe Pronk. In de vijfde klas las hij Nooit meer slapen, dit jaar zette hij op zijn eindexamenlijst De donkere kamer van Damokles. ‘De machteloosheid, de doelloosheid sprak me aan,’ zegt hij. ‘Ik merkte helemaal niet dat het in de jaren vijftig geschreven is, het doet juist modern aan. Hermans was met deze roman zijn tijd ver vooruit; ik denk dat het nog lang zal duren voordat het boek in een stoffig hoekje terecht komt.’ Toch verwacht Pronk niet dat hij zo snel nog een Hermans zal pakken. ‘Ik ben geen lezer van mezelf, ik heb er het geduld niet voor.’ Na de zomer gaat hij in Delft studeren, ook daarom zal het er niet van komen. ‘Daar hoef je geen literatuur te lezen.’

[De leerling (Siebe Pronk): Ik kies De donkere kamer van Damokles. Even in mijn leesdossier kijken, hoor. O ja. Hoe meer je van het boek leest, hoe minder je weet. Wat je vaak ook met het nieuws hebt: op een actuele gebeurtenis wordt door de ene na de andere deskundige commentaar geleverd, maar je snapt er steeds minder van. Aan het einde van de roman weet je nog steeds niet of Dorbeck bestaat. Dat vind ik prachtig.]

Terug naar de uitgave van de Volledige Werken. Ook als de verkoop van volgende delen tegenvalt, dan toch zullen alle 24 banden verschijnen. De geplande einddatum is 2017. ‘We hebben vijf contracten gesloten met De Bezige Bij,’ zegt Benders, ‘ze kunnen onmogelijk onder ons uit.’ Maar Onno Blom wíl helemaal niet onder het project uit,’ zeg hij. ‘Iedereen hier in huis beschouwt het als een eer om aan deze uitgave te mogen werken. Het is een schitterend monument voor een van de grootste schrijvers van de vorige eeuw.’
Delen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)