Interview met Aart Staartjes
‘Ik sjouw dat kind in me nog steeds mee’
Door Guus Bauer (12 oktober 2011)


Aart Staartjes (1938) heeft een imposante carrière achter de rug als acteur en programmamaker. Wie kent niet het taboedoorbrekende kinderprogramma De Stratemakeropzeeshow of De film van Ome Willem, Klokhuis en Sesamstraat. Staartjes heeft zich na zijn pensionering op het schrijven van jeugdboeken gestort. In deze Kinderboekenweek is De drie helden van Uitdam verschenen. Een gesprek met ‘mijnheer Aart’.

Barry, Klaas en Ilse, drie kinderen van tien jaar, vinden een tas met geld. Ze besluiten niet naar de politie te gaan, maar het geld te verstoppen in een hut op hun eigen ‘schateiland’. Eens in de week nemen ze elk een paar biljetten uit de tas. De eigenaar van het geld is een beruchte crimineel die in een caravan op de camping staat. Het altijd rustige Uitdam wordt op z’n kop gezet. De drie jonge helden raken langzaam verstrikt in het web dat zowel door de ‘Roemeen’ als door de politie wordt geweven.

Waarom juist nu een serie jeugdboeken?
Ik ben weliswaar met pensioen, maar je moet toch altijd met je hoofd bezig blijven. Ik heb eerder twee boeken gepubliceerd, maar die gingen respectievelijk over mijn vader, de oorlogsjaren en het toneel in de jaren zestig. Als je schrijft, denk je onbewust na over het publiek dat je jouw verhaal wilt vertellen. Ik denk dat ik nu voor mijn kleinkinderen schrijf. Ik wil een beetje een tegenwicht bieden voor de enorme luxe waarin de kinderen nu leven, terwijl ze maar klagen omdat hun fietsje net een paar versnellingen minder heeft dan dat van hun vriendjes. Mijn eerste kinderboek Hannes gaat over een jongetje uit een heel arm gezin, waar alles toch heel goed voor elkaar is. Momenteel werk ik aan een vervolg daarop.

U bent pas op achtjarige leeftijd voor het eerst naar school gegaan. Juist daardoor moet u veel van de buitenwereld hebben geleerd?
Het was oorlog en ik kon niet naar school, maar ik heb een prima tijd gehad. Het leven ‘op straat’ vormt je zeer nadrukkelijk. Ik ben altijd een voorstander van de eenvoud geweest. Als je De Stratemakeropzeeshow of De film van Ome Willem goed bekijkt, zie je dat de programma’s eigenlijk heel eenvoudig in elkaar steken. Het gaat alleen maar om de interactie tussen volwassenen en kinderen. Zo ook in De drie helden van Uitdam.

Uw programma’s waren taboedoorbrekend. In dit jeugdboek neemt u ook geen blad voor de mond.
De programma’s waren taboedoorbrekend omdat we uitgingen van het gezichtspunt van het kind in plaats van dat van de volwassenen. Ik heb voor dit boek een immoreel thema genomen. Drie jonge kinderen vinden een tas met heel veel geld en besluiten om de buit voor zichzelf te houden. En waneer alles uitkomt en ze een goed doel mogen kiezen voor het geld, dan kiezen voor hun eigen dorp. Ik denk niet dat je voor kinderen de zaken hoeft te verbloemen. Ze weten nu eerder dan vroeger hoe de wereld in elkaar steekt.

Tussen de regels door levert u kritiek op de Nederlandse samenleving.
Het is toch af en toe te zot wat we hier aan regels hebben. En ook over de politie heb ik wat op te merken. Maar ik doe het wel op een milde toon en er zit ook veel humor in het boek.

Is er een grote verteltraditie in uw familie?
Eigenlijk niet. Ik was al van jongs af een vreemde eend in de bijt. Mijn ouders schrokken toen ik van de opleiding voor onderwijzers overstapte naar de toneelschool. Mijn opa, een timmerman, was wel een verteller. In zijn tijd waren er geen boeken in huis. Hij vertelde over zijn werk. Hoe hij bijvoorbeeld om drie uur ’s nachts opstond om naar een klus in Nieuwersluis te lopen.

Een van de drie kinderen in het boek zegt: ‘Groot worden duurt zo lang.’ Schuilt er in u nog een kind?
Heel veel mensen hebben het kind in zichzelf al snel vermoord. Ik sjouw dat kind in me nog steeds mee. Dat klinkt wat negatief, maar soms heeft mijn oude lijf het zwaar. Het is namelijk een ongeduldig kind vol met dromen en fantasieën.

De moeder van Ilse doet zogenaamd ‘hoofdpijnwerk’ op een kantoor in Amsterdam. U heeft een carrière van pakweg vijftig jaar achter de rug. Ooit met tegenzin gewerkt?
Zelden. Wanneer ik speel, ben ik in mijn element. In de periodes dat ik als eindredacteur of producent grote verantwoordelijkheid droeg, had ik weleens slapeloze nachten. Dan sta je aan de zijlijn, moet je compromissen sluiten. Daarom is schrijven zo leuk, want dat doe je in je eentje.

U laat veel aan de fantasie van de jonge lezer over.
Het mag best af en toe een beetje moeilijk zijn. Het is net als met acteren. Daarbij moet je ook niet alles spelen. De kracht zit in het kleine gebaar. Als je een dronken persoon speelt, dan hoef je maar één keer een ietwat ongecontroleerde beweging te maken. Ook in het boek heb ik daarom stukjes weggelaten.

Foto Aart Staartjes: Janus van den Eijnden
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)