Interview met Aleksandr Skorobogatov
‘Ook het vrije Westen kent het vergif van de censuur’
Door Guus Bauer (23 december 2015)
De niet-schrijvende mens heeft de mogelijkheid zich steen voor steen op te bouwen. De schrijver moet steeds weer opnieuw bij het fundament beginnen.

Op zijn achttiende, toen hij aan de toneelschool studeerde, besloot Aleksandr Skorobogatov (1963) zich, gelukkigerwijs voor de rechtgeaarde literatuurliefhebber, volledig aan het schrijven te wijden. Maar van publiceren kon in het Sovjettijdperk geen sprake zijn. Skorobogatovs teksten waren weliswaar goed genoeg, maar ideologisch onacceptabel. En in die dagen was er in Wit-Rusland slechts één staatsuitgeverij. Totdat de Berlijnse Muur viel was hij derhalve veroordeeld tot ‘zelfwerkzaamheid’.

Zijn onlangs in het Nederlands vertaalde roman Portret van een onbekend meisje opent met een stomp in het gezicht. ‘Ter nagedachtenis aan mijn zoon Vladimir (1987-2002)’,. Desgevraagd blijkt zijn zoon op vijftienjarige leeftijd vermoord te zijn en is, wat kan de mens die met woorden leeft anders, dit gruwelijke misdrijf de aanleiding geweest tot het schrijven van deze roman, een dermate subtiel geschreven epos dat je het met een gerust hart geniaal kunt noemen.

Rusland radicaliseert
‘Woonachtig in Antwerpen bekijk ik Rusland met de ogen van een buitenstaander. Ik zie langzamerhand hoe de situatie dramatisch verslechtert. Denk aan wat er met die meiden van Pussy Riot is gebeurd. Er is geen wet die de actie tegen deze groep reglementeert. Het gedeelte van de kerk waar ze optraden, wordt normaal gesproken afgehuurd voor feesten en partijen. Bovendien was er op dat moment ook elders in de kerk geen dienst. We hebben het hier ook niet over het Russische equivalent van de Sixtijnse kapel. Ik heb erover geschreven in De Standaard en in Le Monde. Het laatste artikel werd in vertaling integraal in de Russische media overgenomen, met een vloedgolf van protest tot gevolg. Een aanval op het regime wordt daar namelijk beschouwd als een aanval op moedertje Rusland zelf. De strekking van de reacties is dat ik buitengesloten moet worden, geëxcommuniceerd, alsof Rusland een kerk is en ik de duivel zelf. Grappig als het niet zo droevig was. Rusland radicaliseert, net zoals de rest van de wereld. We worden allemaal nationalistischer, geslotener, staren zo naar onze navel dat die begint te schitteren.

Oeroude angst
In de Oekraïne zijn rond de anderhalf miljoen mensen op drift geraakt, hetzij naar Rusland, hetzij naar het westen van het land. Dat is in zekere zin ver van ons bed, wordt ook wel afgedaan met de traditie van de contreien. Maar nu wordt ook Noord-Europa overspoeld door vluchtelingen uit het Syrische oorlogsgebied. Xenofobie is een basisangst. De oeroude angst voor een man met een speer van een andere stam, iemand die er anders uitziet.

Die angst staat ook aan de basis van mijn roman Portret van een onbekend meisje. Mijn tienerzoon leefde met zijn moeder in Rusland. Hij was met vrienden uitgenodigd bij een barbecue op een buitenverblijf. Rond die tijd waren er op een kerkhof grafstenen vernield. De priester had verkondigd dat dit het werk was van satanisten en opgeroepen om de daders te vinden en te straffen. Jammer genoeg heeft daarna weer de wodka gesproken. Drie mannen zijn dronken op pad gegaan en sloegen lukraak jongens in elkaar, allemaal tieners die zich niet konden verweren. Vóór mijn zoon zijn er twee jongens van veertien ontvoerd. Ze hebben hen met een auto naar een afgelegen plek in het bos gebracht. Eentje moest staan, werd niet vastgehouden, maar er werd wel tegen hem gezegd dat als hij zou vluchten, zijn maat zou worden doodgeschoten. Ze werden beiden meer dood dan levend achtergelaten.

Op zoek naar slachtoffers
Kennelijk hadden de mannen er nog niet genoeg van. Ze bleven op zoek naar slachtoffers. Mijn zoon maakte met wat van zijn vrienden aan het einde van de barbecue een ommetje. Het was hoogzomer, rond elf uur, het was gaan schemeren. Ze waren hoogstens een paar honderd meter ver toen er achter hen een auto stopte en ze gesommeerd werden om te blijven staan.

Zonder waarschuwing kreeg de maat van mijn zoon een klap met een fles. Gelukkig struikelde hij net op dat moment en schampte de fles alleen zijn hoofd. Een geluk bij een ongeluk. Op dat moment realiseerden de jongens zich dat het menens was en vluchtten ze alle kanten op, iedereen behalve mijn zoon. Aan de grond genageld waarschijnlijk, we weten het niet. Na een tijdje zijn de jongens teruggekomen om naar mijn zoon te zoeken. Ze vonden niets en gingen er vanuit dat hij terug was gegaan naar de stad, naar Moskou. Een beetje naïef van hen want er is in dat gebied geen openbaar vervoer.

Ontmenselijking
Ze hebben mijn zoon een hele nacht gemarteld. Tegen hem waren ze genadeloos. Naar wat ik gehoord heb omdat hij niet gehuild of gesmeekt heeft. Toen ze in de ochtend dachten dat hij dood was, hebben ze hem in de greppel gegooid. Er liepen niet veel later twee vrouwen langs. Ze zagen een naakte jongen liggen en belden naar de eerste hulp. Het ziekenhuis antwoordde dat er wel wat beters te doen was dan naar de zoveelste dronkaard te komen kijken die langs de weg ligt. Hij moest zijn roes maar uitslapen. De vrouwen zijn niet eens naar beneden gegaan om een kind te checken. Deze reacties geven de graad van ontmenselijking in Rusland goed aan. En dan heb ik het nog niet eens alleen over de moordenaars. Een passerende boer heeft hem uiteindelijk op zijn tractor naar de eerste hulp gebracht, maar het was te laat, sowieso te laat.

Jarenlang gezwegen
Ik kan dit alles vertellen, nee, móet erover spreken omdat ik wil dat mijn zoon niet dood is. Het is de herinnering aan hem. Het is het gevoel dat aanleiding is geweest voor deze roman. Ik heb jarenlang gezwegen. De eerste angst was dat er geknoeid zou worden met politiedocumenten. Dat de zaak op een of andere manier in de doofpot zou verdwijnen. We wisten in eerste instantie niet wie de daders waren. In de buurt waar het is geschied, heeft het leger een basis. De daar ingekwartierde soldaten hebben in Tsjetsjenië gevochten. Dat zijn getraumatiseerde mensen, regelmatig betrokken bij gewelddadige incidenten. Maar tegen het leger begin je niets. Ik wilde het zo openbaar mogelijk maken, belde al mijn perscontacten op. Eén krant durfde het aan om er over te berichten. Ze vroegen het telefoonnummer van mijn ex-vrouw. Die weigerde elke medewerking. Uit angst, vermoed ik. Ze heeft het me niet verteld. Rusland is een harde wereld. Je wordt voor bijna niets toegetakeld, vermoord. De daders zijn ongeveer na een maand gepakt. Er waren overlevers en veel mensen hadden de auto gezien en zelfs delen van het kenteken.

Boven de wet
Tijdens het proces heb ik aan de aanklager gevraagd of de priester eigenlijk ook niet bij de strafzaak moest worden betrokken. Hij is in elk geval moreel schuldig. De aanklager, een kordate jonge vrouw, heeft me ervan weten te overtuigen om deze weg niet in te slaan. We zouden de zaak onnodig compliceren en maanden lang rekken. Er volgden veroordelingen van respectievelijk 21,5 en 20,5 en 19,5 jaar. De laatste dader was naar zijn zeggen alleen maar toeschouwer. Iets dat ze overigens alle drie beweerden. Waarschijnlijk was de advocaat van de derde dader gewoon beter.

Ik kon in die tijd niet helder denken, had steeds het gevoel dat ikzelf in de strafbank zat. Ik was schuldig, was niet samen met mijn zoon, had hem niet beschermd. Ik schaamde me zo voor hetgeen er gebeurd was, dat ik zelfs geen haat kon voelen voor de daders. Achteraf gezien wil ik naar de Russisch orthodoxe kerk wijzen. De kerk in het post-Sovjet Rusland krijgt zo langzamerhand iets van de status van de communistische partij. Als zijnde boven de wet, als dé wet. Tijdens het Sovjettijdperk was naar de kerk gaan een van de vormen van protest. Na de val van de Muur kreeg de kerk de vrijheid, begon aan geestelijke, maar zeker ook aan maatschappelijke macht te winnen, vulde het machtsvacuüm in met steeds luidere stem, werd van een kaars naast de weg, een vlammenwerper op je pad. Door de revolutie van 1917 is de morele codex van Rusland uitgewist. Vijf generaties zijn opgegroeid met de Sovjetideologie. Die werd plotseling nietig verklaard.

Overleven
Ik heb zoals gezegd jarenlang gezwegen. Eerst is daar de moord – ik woonde in Antwerpen, de afstand is op dat moment dodelijk – dan de rechtszaak en de nasleep. Een enorm trauma, een zware depressie. Maar je bent schrijver in hart en nieren. Je maakt normaal een boek omdat je wil, omdat je moet vertellen. Je hebt een verhaalidee, of meestal een gevoel van waaruit je vertrekt. Ditmaal was het helemaal anders. Ik zocht naar een manier om de ontvoering en moord op mijn tienerzoon te overleven.

Toen ik begon te schrijven bestond de Sovjet-Unie nog. In die tijd had je ruwweg drie groeperingen: de conformisten, de onverschilligen, zeg maar de overlevers, en de idealisten. Ik was jong en onverschrokken en een superidealist. Daardoor heb ik tien jaren ‘verloren’. Achteraf gezien valt dat mee. Je kunt wel blijven hangen in een zekere verbitterdheid, maar het kan erger. In de tijd van Lenin en Stalin was iedereen een overlever. Er zijn oudere schrijvers die hun hele leven aan literaire schizofrenie hebben moeten doen.

Kleine verzetsdaad
In het laatste jaar van de Sovjettijd kreeg ik het nieuws dat mijn debuut, Sergeant Bertrand, zou worden uitgebracht. Een wonder, omdat men had gezegd dat ik nooit zou publiceren als ik mijn toon en thema niet zou aanpassen. Ik kon direct bij de uitgever komen, er was al wat redactiewerk gedaan waardoor ‘de roman sterk was verbeterd’. Ik studeerde toen aan het fameuze literaire instituut van de universiteit van Moskou. Somber stond ik in het trappenhuis door mijn getypte manuscript te bladeren en zag hoe de tekst was ontdaan van hart, ziel en kloten. De rector – later de eerste cultuurminister van het onafhankelijke Rusland – zag me staan en nam me mee naar zijn kantoor. Geen redactie, maar censuur, was zijn oordeel.
Ik dacht dat dat me niet kon overkomen. De vrouw die mijn tekst had geredigeerd, bleek de strengste censor van de Sovjet-Unie te zijn. De rector raadde mij aan het te publiceren zoals ze wensten en iets nieuws te gaan schrijven. Ik heb nog twee non-conformistische schrijvers om hun mening gevraagd. De een zei dat ik het niet kon laten lopen, wellicht kwam er eventueel later in het buitenland een kans om de ware tekst te publiceren, de ander zei dat een imago met één publicatie is gemaakt. Na een aantal dagen nadenken, ging ik naar de uitgever en vertelde hem dat ik afzag van de uitgave. Hij verklaarde me voor gek en nam me mee naar de redactrice c.q. censor en verzocht haar met mij samen te werken aan de tekst. Zo heb ik datgene dat voor mij belangrijk was, weer de tekst in weten te smokkelen. Een kleine verzetsdaad, voor mij een wereld van verschil.

Het vergif van de censuur
Ik verhuisde na de val van de Sovjet-Unie naar Antwerpen. Daar schreef ik de roman Aarde zonder water. De uitgever wilde dat ik de laatste vier pagina’s zou bewerken. Mijn hoofdpersonage moest zelfmoord plegen. Bovendien was het beter als ik het zou indikken naar 160 pagina’s. Dit alles uit commerciële gronden. Terwijl men in het Westen denkt dat er geen censuur bestaat, is die wel degelijk aanwezig. Ik had het gevoel in een spiegeltheater beland te zijn. Zowel de tirannieke Sovjet-Unie als het vrije Westen kennen het vergif van de censuur, enkel de aanleiding is anders: de ideologie of de dictatuur van de commercie. De kern blijft hetzelfde: een auteur heeft de volle vrijheid om binnen de lijnen te kleuren, aan kunst te doen binnen vastgestelde grenzen.

We gaan hier steeds meer in de richting van journalistiek proza. De media heeft kapstokken nodig, thema’s waarop kan worden aangehaakt, hapklare brokken. Entertainment, maar een beetje moeilijker dan de tv. We praten over postmodernisme, maar ik heb het idee dat we terug moeten naar het modernisme. Een neo-modernisme om mensen opnieuw ‘te leren lezen’, om zaken die niet vanzelfsprekend zijn te kunnen verwoorden.

Vlucht in een totaal ander verhaal
Mijn uitgangspunt met Portret van een onbekend meisje was zo veel mogelijk weggaan van de tijd na de dood van mijn zoon. Een vlucht in een totaal ander verhaal. Een verhaal over liefde, vol pracht en praal, waar nog niets echt gevolgen heeft. Het leven is mild in het begin en wordt alleen door ouders, door de maatschappij verzwaard. Pas toen ik de proeven aan het lezen was, realiseerde ik me dat het ook een afrekening was met mijzelf, dat ik over mijn eigen jeugd aan het vertellen was en op die manier samenvloeide met mijn zoon. Een maand na het proces was ik teruggekeerd van Moskou naar Antwerpen, met de gruwelijk details in mijn voorhoofd gebrand, en ik voelde dat ik het aan het begeven was als mens.

Ik was niet in staat om te werken, maar zette me aan het schrijven. Elke dag voor enkele uren weg uit de realiteit. Ik ben daarbij beducht voor het cliché. De schrijver die zijn pijn wegschrijft. Ik geloof niet in het zogenaamde therapeutische schrijven, ik geloof alleen in de therapie van het schrijven zelf. Ik wilde een grote tekst schrijven die pal staat tegenover wat er is gebeurd. Ik wilde licht scheppen op de duistere plek waar ik me bevond. Wat is mooi, wat is mooi op zich. Mijn kindertijd was tot op zekere leeftijd gelukkig, totdat je zogezegd uit het paradijs wordt gezet. Daarna dacht ik aan de eerste liefde, meestal intens en zuiver. Zonder dat ik het doorhad, trok daarna de echte wereld naar binnen. Het wonder van onze psyché. De moord op mijn zoon, mijn schuldgevoelens, ze zijn er allemaal op gekantelde wijze in terechtgekomen. Met de brandende ogen van de buitenstaander.

Delen
Meer interviews
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)