Interview met Alexandra Fuller
‘Oorlog is als een rijpe vrucht, overal op de wereld’
Door Guus Bauer (4 april 2012)


Alexandra Fuller (1969) vergaarde wereldroem met het egodocument over haar jeugd in Rhodesië, getiteld We gaan niet naar de hel vannacht. Haar nieuwste boek Onder de Boom van Vergetelheid is opnieuw een memoir. Ditmaal beschrijft ze haar excentrieke familie.

Waarom heeft u voor dit genre gekozen en niet voor bijvoorbeeld de romanvorm?
‘Mijn boeken zijn geconstrueerd als romans. De opbouw is voor mij essentieel. Een egodocument waarin de gebeurtenissen uitsluitend achter elkaar zijn gezet, is niet zo interessant. Ga dan een dagboek schrijven. Helaas zie je vooral in de VS dergelijke boeken steeds vaker. Het gaat daarin om de persoon en niet om het verhaal. De Amerikanen zijn dol op retoriek.’

U gebruikt de familiegeschiedenis om een groter plaatje te schetsen?
‘Natuurlijk zijn mijn ouders en hun beider families de hoofdpersonen in dit boek en is het in eerste instantie ook een liefdesgeschiedenis, maar ik kaart daarnaast onder meer het kolonialisme aan. Ik wilde onderzoeken wat er gebeurt als je er van overtuigd bent dat je tot het superieure ras hoort. Mijn familie is in die zin een spiegel. Ze vonden dat ze recht hadden op de grondstoffen van een land, van een continent, alleen vanwege de kleur van hun huid. Dat kan uiteindelijk alleen maar tot oorlog leiden. Door die rotsvaste overtuiging zijn ze keer op keer alles kwijt geraakt.’

Het is toch erger om onderdrukt te worden dan om de onderdrukker te zijn?
‘Natuurlijk wel, maar het zijn de twee zijden van dezelfde munt. De onderdrukker die zijn duim weghaalt, moet grote persoonlijke offers brengen. Mijn moeder heeft door de oorlog in Rhodesië haar verstand een tijd verloren. Een groot probleem is dat de onderdrukten naderhand vaak zelf de onderdrukkers worden.’

U heeft heel handig, vaak schokkende, stukken geschiedenis van Midden- en Zuidelijk Afrika verwerkt. Bijvoorbeeld over de eerste concentratiekampen die in 1902 door de Britten zijn gesticht om de Afrikaners in vast te zetten.
‘Historie die je verwerkt, moet terloops op het toneel worden gebracht. Dan komt het des te harder aan. Ik vind het nog steeds afschuwelijk dat troepen uit Zuid-Afrika eind jaren zeventig, begin tachtig Rhodesië als een soort proeftuin hebben gebruikt om hun biochemische wapens uit te testen. En waarschijnlijk hebben de Britten en de Amerikanen hun handen ook vuil gemaakt in het land. Maar omdat ik dat niet hard kan maken, heb ik het niet in het boek gezet.’

Je moet compleet eerlijk zijn als je een boek als dit schrijft?
‘Absoluut, anders heeft het geen nut. Dan houd je ook jezelf voor de gek. Na de oorlog in Rhodesië hebben veel mensen gezegd dat ze geen weet hadden van de omstandigheden waaronder de bevolking zuchtte. “Ik was geen racist, dat waren de anderen,” hoorde je vaak. Men zwakt nu eenmaal de eigen rol graag af. Maar er waren slechts honderdduizend blanken die miljoenen zwarte mensen onderdrukten. Dit boek gaat over één familie, maar is daarnaast universeel.’

Een parallel met de Amerikaanse buitenlandse politiek?
‘Oorlog is als een rijpe vrucht, overal op de wereld. Elk moment kan de schil openbarsten. Het heeft te maken met de mentaliteit van de supermachten. Kijk eens naar de VS. Wij zijn op twee, drie fronten in oorlog omdat we het recht denken te hebben op bepaalde grondstoffen. Er bestaat niet zoiets als een goede, schone oorlog. Je moet je als mens afvragen waaraan jij je schuldig maakt.’

Uw toon is laconiek. Is dat noodzakelijk om een dergelijk verhaal te vertellen?
‘Ik ben heel aards ingesteld. Je moet als schrijver van familiegeschiedenissen voyeurisme vermijden. Daarom moet je het verhaal laconiek brengen. Op die manier maak je de lezer tot participant van het grote geheel. Het is voor mij van groot belang dat het duidelijk wordt dat de kwesties die zich in de laatste helft van de vorige eeuw in Afrika hebben afgespeeld, zeer gecompliceerd waren. Ze zijn, excuus, niet zwart-wit af te schilderen.’

Uw moeder krijgt er genadeloos van langs, maar toch is dit boek ook een monument.
‘Mijn moeder was in die tijd niet alleen politiek incorrect, een racist die geen blad voor de mond nam, maar ook een intelligente, meevoelende vrouw en een fantastische verhalenvertelster. Een vat vol tegenstrijdigheden. Ik heb het idee dat ze geen duidelijk zelfbeeld had. Ze voelde zich duidelijk Afrikaans, maar ging daarnaast prat op haar Engelse afkomst. Ze stond erop dat we Engels met een Brits accent spraken. Ze noemt me nu “haar Amerikaanse dochter die akelige boeken schrijft over het feit dat we haar niet genoeg hebben aangehaald”. Ze mag graag choqueren en is wars van sentimentaliteit. Dat maakt haar wreed en humoristisch tegelijkertijd.’

Ze heeft drie kinderen verloren in Afrika. Het leven is ook nogal wreed tegen haar geweest?
‘En zij is wreed geweest tegen het leven. Natuurlijk heeft ze daaronder geleden, maar ze zag het als voldongen feit en stapte er overheen. Ze trok ter zelfbescherming een schild op. In het westen hoor ik vaak dat men vindt dat wij een harde opvoeding hebben gehad en een jeugd met veel geweld, maar de meerderheid van de kinderen in de wereld heeft met dergelijke omstandigheden te maken. Naar mijn moeders idee kan je niet opgroeien tot een weerbaar mens als je de hele tijd verwend wordt. Haar grootste gave, al zal ze dit als afstandelijke Engelse nooit toegeven, is dat ze zichzelf amnestie heeft gegeven. Ze is een heel praktisch mens. In een roman had ik zeer veel moeite gehad om de tegenstrijdigheden van haar goed te kunnen construeren.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)