Interview met Almudena Grandes
‘Onze democratie is gebaseerd op collectieve amnesie, het zwijgen van de massa’
Door Guus Bauer (31 oktober 2013)
De Spaanse schrijfster Almudena Grandes (1960) is in eigen land een van de bestverkopende literaire auteurs. Met de epische roman Het ijzig hart wist ze ook het Nederlandse publiek te bekoren. Haar nieuwste werk, De vijand van mijn vader, is geschreven vanuit het perspectief van de negenjarige Nino, woonachtig in een kazerne tijdens de Spaanse burgeroorlog.

In 2004 maakte Grandes met haar man en een van zijn vrienden een reis door het noorden van Marokko, daar waar haar moeder noodgedwongen heen was gevlucht tijdens de Spaanse burgeroorlog. Ter plekke vertelde de vriend van haar man over zijn jeugd. Hij was de zoon van een guardia civil en leefde in een kazerne in Andalusië. De guerrillero’s, de ‘rooien’, verborgen zich in de bergen. Hun leider Cencerro was een mythe die, zo bleek uit onderzoek door Grandes jaren later, tot op de dag van vandaag onder de bevolking voortleeft als een bron van onverzettelijkheid.

Innerlijke blik
Grandes: ‘Mijn innerlijke blik, die veel meer, veel nauwkeuriger en vanaf een veel grotere afstand kan zien dan mijn ogen, zag er onmiddellijk een roman in. Ik had wel meer dan zeven jaar nodig om de juiste vorm te vinden. Ik wilde geen boek over goed en fout schrijven. Aan zwart-wit denken heb je niets. Mensen uit beide kampen hadden goede en slechte kanten. Ik wilde laten zien hoe een burgeroorlog mensen heeft gevormd, of eerder vervormd. Met negen jaar was Nino natuurlijk veel te jong voor sommige overpeinzingen, alhoewel kinderen in harde tijden sneller opgroeien.

De oplossing kwam als het ware vanzelf. Ik las Schateiland van Stevenson, een belangrijk boek voor Nino. In dat boek gebruikt de schrijver een truc om de uitlatingen van de jonge hoofdpersoon geloofwaardig te laten overkomen. “Vele jaren later realiseerde hij zich …” Elke schrijver leert van lezen, net zoals Nino inzicht verkrijgt in zijn bestaan door zijn boeken.’

Guardia civil
Omdat Nino nogal klein van stuk is wordt hij het konijntje genoemd. Zijn vader vreest dat hij uiteindelijk niet in zijn voetstappen kan treden. Voor indiensttreding geldt een minimumlengte. De enige andere eis is dat men trouw zweert aan Franco. Dat trekt ook rouwdouwers en criminelen aan. De oudere zus van Nino zegt dat ze films afdraaien wanneer er vooral ’s nachts weer wordt geschreeuwd en gejammerd in de cellen.

De vader van Nino is eigenlijk bij toeval bij de guardia civil gekomen, een puur geografische kwestie. Na de burgeroorlog verbleef hij in een dorp waar de falangisten zegevierend binnentrokken. Diverse familieleden van hem en van zijn vrouw zijn gefusilleerd omdat ze aan de kant van de republikeinen vochten. Promotie zal Nino’s vader niet snel maken want hij kan maar net lezen en schrijven.

Blanco getuige
‘Nino voelt liefde voor zijn vader, maar een afkeer van diens daden. Hij houdt ook van de mensen die de bergen in zijn gevlucht, omdat hij onderhuids begrijpt dat zij de enigen zijn die een keuze hebben kunnen maken. De vader sympathiseert eigenlijk met de rooien, maar heeft voor een zeker bestaan gekozen voor zijn gezin. Spanje was zeker in die tijd één groot dilemma. Nino is nieuwsgierig en wil dolgraag weten hoe zijn wereld in elkaar steekt, maar tegelijk is hij bang voor de kennis, voor de waarheid. Ik heb gekozen voor een negenjarige jongen als verteller omdat hij de perfecte blanco getuige is. Een kind maakt de historie mee, is niet gevormd door al te veel herinnering. Ik wilde de terreur op een onschuldige wijze laten zien en niet het zoveelste “bloederige” boek over de Spaanse Burgeroorlog schrijven. Nino wil een groots leven leiden maar kan niet ontsnappen aan de realiteit van alledag.’

Veertig jaar dictatuur
De vijand van mijn vader speelt in de jaren 1947 tot en met 1949, een periode die door sommige geschiedschrijvers – over de tijd van de burgeroorlog en de nasleep is men het in Spanje zelfs niet voorzichtig eens – de Driejarige Terreur wordt genoemd.

‘Spanje heeft nooit in hetzelfde tempo gelopen als de rest van Europa. Wij hadden een oorlog toen het op de rest van het continent nog relatief rustig was en de winnaar van onze burgeroorlog was een bondgenoot van de verliezende partij van de Tweede Wereldoorlog.

We leven in Spanje eigenlijk nog steeds in een overgangsfase. Onze democratie is gebaseerd op collectieve amnesie, het zwijgen van de massa. Een paar families hadden het lang voor het zeggen en ook het leger was zeer machtig. Veertig jaar dictatuur poets je niet zomaar weg. Het hele land was door Franco en zijn trawanten gekidnapt. Je kunt wel zeggen dat je alleen aan de toekomst moet denken en niet achterom dient te kijken, maar het verleden is altijd aanwezig en zal er altijd zijn. Je moet eerst de waarheid uit het verleden kennen om die te kunnen vergeten. Hoe fragiel de Spaanse democratie daadwerkelijk is, is in de huidige crisis wel gebleken. ’

Ziek van angst
In de zomer van 1947 komt buiten het dorp in een verlaten molen een ietwat zonderlinge man wonen: Pepe el Potugués. Al snel raakt Nino met hem bevriend. Nino wil geen mensen martelen en doodschieten, maar avonturen beleven en in snelle auto’s rijden.

‘Pepe vertegenwoordigt de vrijheid. Hij is het model van de man die Nino eens hoopt te worden. Maar ook Pepe is niet wat hij lijkt te zijn. Dat is een van de belangrijkste lessen in De vijand van mijn vader. In een repressief regime kan niemand zichzelf zijn. Iedereen is alleen bezig met overleven, zichzelf beschermen tegen de kennis van anderen. Iedereen in dit boek is ziek, ziek van angst.’


Foto: FDV, Wikimedia Commons.

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)