Interview met André Brink
‘Hoeveel kan een schrijver tegen al het kwaad op de wereld uitrichten?’
Door Guus Bauer (27 oktober 2009)


André Brink (1935) is een van de belangrijkste schrijvers van Zuid-Afrika. Hij publiceerde meer dan zestig titels, waaronder achtentwintig romans. Zijn bekendste werk is A dry white season dat werd verfilmd met Donald Sutherland in de hoofdrol. Hij wordt ook wel ‘het geweten van Zuid-Afrika’ genoemd, omdat hij ondanks censuur en terreur van de geheime politie bleef protesteren tegen het apartheidregime. Deze week verscheen Tweesprong : Zuid-Afrikaanse memoires.

U vond het tijd worden voor een autobiografie?
Mijn huidige vrouw komt uit Polen. Zij was onbekend met de ingewikkelde politieke historie van mijn thuisland. Oorspronkelijk was dit boek één lange brief aan haar. Ik heb jaren geweigerd om een autobiografie te schrijven. Ik had, en heb nog steeds, een onbehaaglijk gevoel bij een dergelijke gekunstelde en egocentrische onderneming. Kijk eens wie ik allemaal de hand heb geschud.

U hebt het prachtig opgelost. Tweesprong is eerder een roman. En daarnaast een soort liefdesverklaring aan de mensen die belangrijk voor u zijn geweest, zoals Nelson Mandela en de jonggestorven dichter Ingrid Jonker.
De mensen, de ontmoetingen en ook de teleurstellingen hebben mij tenslotte gevormd. Daarnaast spelen muziek, theater, kunst en sport een hoofdrol. En of ik het wil of niet, het is ook een ode aan mijn geboortegrond geworden. Een land waar ik van hou en dat ik haat. Dat is de tweesprong in mijzelf.

U hebt de twijfelachtige eer om de eerste Zuid-Afrikaanse schrijver te zijn wiens boek door de censuur werd verboden. (De roman Kennis van die Aand, 1973)
Achteraf is het grappig. Maar toen was het bloedstollend. Ik telefoneerde met de voorzitter van de censuurcommissie. Ik wilde graag weten of mijn boek verboden werd of niet. Hij zei dat ik dat een maand later in de krant kon lezen. Maar met een sardonisch lachje deed hij mij wel een oplossing aan de hand. Als ik zelf een klacht tegen het boek indiende, kreeg ik de uitspraak binnen twee dagen per post toegezonden. Aldus geschiedde. Ironisch genoeg zorgde de ban er ook voor dat mijn boeken vertaald werden en in het buitenland veel aandacht kregen.

De ellende escaleerde toen de politie in 1960 in Sharpeville 69 vreedzame zwarte betogers doodschoot. U was 10.000 kilometer verder in Parijs. Welke invloed heeft dat op u gehad.
Dat was cruciaal. Daardoor kon ik het als buitenstaander bezien. Als ik er middenin had gezeten, had ik misschien tezamen met mijn ‘blanke broeders’ de rijen gesloten. Mijn ogen gingen toen écht open. De regering van Zuid-Afrika raakte daarna in een isolement. Toen kwam de Apartheid pas echt goed op gang.

Waarom ging u na enige tijd terug naar Zuid-Afrika?
Puur om de financiën. Ik kreeg geen werk in Parijs. En mijn toenmalige vrouw wilde terug. Als het land ten onder ging, wilde ze mee in het zinkende schip. En natuurlijk wilde ik het ook allemaal met eigen ogen zien. Het was niet het land waarnaar ik terugwilde, maar naar de mensen die er gevangen zaten.

Een regime dat de meest onwerkelijke regels verzon. Wreed, maar soms ook hilarisch.
Het was grotesk. Een voorbeeld. Een wit echtpaar ging trouwen, ze wilden een zwart orkest. Blanken en zwarten mochten niet in dezelfde ruimte verkeren. Er moest een speciale vergunning worden aangevraagd. De vertegenwoordiger van de regering bedacht een oplossing. Hang een visnet tussen de band en de gasten. Je kunt ze horen en zien, maar ze horen niet bij het feest.

Waarom bent u al die tijd in Zuid-Afrika gebleven?
De veiligheidsdienst zat de hele tijd achter mij aan. Vreemde telefoontjes, geopende post en onaangekondigde bezoeken. De ene keer namen ze mijn typemachine mee of teksten waaraan ik werkte. Daarna zond ik van elk typoscript een doorslag aan mijn Engelse uitgever, soms dagelijks. Ik werd ook wel meegenomen voor langdurige verhoren. Als ik in het buitenland was, dan wisten ze zelfs wat ik daar in een restaurant had gegeten en met wie ik had gesproken. Ooit las iemand in de vliegtuigstoel naast mij een transcriptie van zo’n gesprek voor. Maar het wonen in Zuid-Afrika had toen een urgentie en directheid die leidde tot betrokkenheid. Het enige wat echt de moeite waard is, is datgene waar we elke dag strijd om moeten leveren.

Hoe houd je jezelf in zo’n toestand in evenwicht?
Je moet je verstand uitschakelen. Alsof je een rol speelt in een toneelstuk, een slecht toneelstuk, maar het helpt je te overleven. Je hebt er een overdreven gevoel voor humor voor nodig. Ik ben een heel rustig type. Ik kon uit een warm nest. Veel generositeit, liefde, begrip en steun.

U wordt ook wel ‘het literaire geweten van Zuid-Afrika’ genoemd.
Een beetje vermoeiend. We spelen elke dag heel veel rollen, maar ineens ben je activist of ‘het geweten’. Het leven is rijker dan dat. In zekere zin deed de dictatuur hetzelfde. Toen was ik de gebrandmerkte auteur. Hoeveel kan een schrijver – zomaar een schrijver – eigenlijk tegen al het kwaad op de wereld uitrichten. Er is geen enkele samenleving zonder loodzware opgaven, problemen, onlusten of gevaar.

En toen was er ineens een democratie en kon u doen wat u wilde.
Een vervreemdend gevoel. Maar het waren ook magische tijden. Het duurde enige tijd voordat de teleurstelling de intrede deed. Tot 2006 heb ik politiek gezien mijn mond gehouden. Toen ben ik in buitenlandse media kritiek gaan geven op de huidige regering van het ANC. Genuanceerd, want ik begrijp dat ze voor bijna onoverkomelijke opgaven staan. De democratie is nog jong. Ditmaal geen geheime politie of iets dergelijks. Ze probeerden mij met literaire prijzen stil te krijgen. Op een oorkonde van de president stond ironisch genoeg dat deze postuum was uitgereikt.
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)