Interview met Bert Natter
‘Ik vind dat je af en toe de grenzen van de lezer moet opzoeken’
Door Guus Bauer (8 februari 2012)


Voor zijn eerste literaire werk, Begeerte heeft ons aangeraakt, ontving oud-uitgever en redacteur Bert Natter de Selexyz Debuutprijs én de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs. Vogende week, op 16 februari, verschijnt zijn langverwachte tweede roman: Hoe staat het met de liefde?

Hoofdpersonage Maria is een gesjeesde student neuropsychologie. (Net als Natter zelf, die zijn studie Nederlands niet afmaakte.) Met geld van haar moeder heeft ze een boekhandel overgenomen in Baarn (de woonplaats van Natter.) Boven de zaak bewoont ze een kleine etage. Haar vriendin Welmoed heeft alles wat haar hartje begeert: een groot huis, een druk sociaal leven en een knappe man: de psychotherapeut Felix. Samen met hem heeft ze drie kinderen.

Uw debuut schiep hoge verwachtingen. Was het lastig daarmee om te gaan bij het schrijven van de tweede roman?
Als kunstenaar wil je natuurlijk altijd beter, mooier, groter. Ik wilde vooral iets anders maken. Het was eenvoudig geweest, nog niet eens zo heel erg eenvoudig overigens, om gezien het succes voort te borduren op Begeerte heeft ons aangeraakt, waarin de vuurwerkramp in Enschede een centrale rol speelt. Ik heb er met een vroegere versie van mijn nieuwe boek tegenaan geschuurd. In eerste instantie was Maria bevriend met een Amerikaanse docente die als haar aanstelling niet wordt verlengd, tijdens een vergadering met een machinegeweer om zich heen begint te schieten.

En toen kwam het drama in Alphen aan de Rijn?
Inderdaad. Ik vond die scène, hoewel echt gebeurd, al een beetje too much, maar na die schietpartij in Alphen dacht ik helemaal: dit moet ik eruit halen. Ook al omdat ik juist probeerde een ander boek te schrijven dan Begeerte heeft ons aangeraakt.

Is het niet frustrerend dat je dan weer helemaal opnieuw moet beginnen?
Het is inherent aan mijn werkwijze. Ik ben niet iemand die verschillende versies maakt van hetzelfde verhaal. In feite schrijf ik steeds een nieuw boek. Personages en scènes verdwijnen of duiken op. Om van de toon van mijn debuut af te komen, heb ik een soort tussenboek geschreven. Langzaam merkte ik dat ik weer ‘vrij’ was om onbevangen aan nieuw werk te kunnen schrijven.

Misschien kunt u die stukken nog elders gebruiken. U bent toch bezig aan het bouwen van een oeuvre?
Het is wel mijn ambitie om een samenhangend oeuvre te schrijven, al moeten alle boeken nadrukkelijk afzonderlijk te lezen zijn. Maar personages uit een vorig boek duiken op in het volgende boek, dat geeft ze een langer leven. Ik weet heel veel van ze en daar maak ik gebruik van. Ze zijn zich in het ene boek nog niet bewust van het onheil dat ze in het volgende boek boven het hoofd hangt. Wie zich afvraagt hoe het de geliefden uit Begeerte heeft ons aangeraakt verging, vindt het antwoord in Hoe staat het met de liefde?

Er is een ongeschreven wet: vermijdt in een titel de grote woorden zoals ‘haat’, ‘dood’ en ‘liefde’.
Als schrijver lap ik geschreven en ongeschreven wetten het liefst aan mijn laars. Wie wil er nu niet over de liefde lezen? Welke auteur schrijft daar eigenlijk niet over? Wanneer je zo nadrukkelijk over een groot thema schrijft, moet je het grote gebaar proberen te mijden. Daarom heb ik de setting van het verhaal bewust klein gehouden, of eigenlijk in elke nieuwe versie die ik schreef steeds kleiner gemaakt. Ik heb het idee dat op die manier het drama aan het slot zo heftig als mogelijk bij de lezer binnenkomt.

Speelt daarom Texel een rol?
Maria is geboren op een eiland. Wanneer ze dus terug wil naar haar wortels, zal ze die stap bewust moeten maken. Als je verleden bijvoorbeeld in Bussum of Baarn ligt, dan is het mogelijk dat je daar een keer per ongeluk terecht komt. Op een eiland is dat onmogelijk: daar kom je niet toevallig, daar moet je bewust naartoe. En weer vandaan.

U schrijft heel overtuigend uit het perspectief van een vrouw. Was dat lastig?
Verbazingwekkend genoeg was het niet moeilijker dan het schrijven vanuit het gezichtspunt van een man. Ik maakte een foutje toen Maria als een kerel op haar fiets stapte, dat wel, maar gelukkig zag ik dat in de drukproef.

Voor de seksscène met dubbele bodem verdient u een prijs.
Dank u. Het is mijn ambitie de lezer de emoties die ik in een boek stop, lijfelijk te laten voelen. Horatius zegt: als jij, schrijver, wilt dat ik, lezer, huil, dan zul je eerst zelf moeten huilen. Bij een erotische scène wil ik graag dat de opwinding die personages voelen bij de lezer landt. In eerste instantie was het een vrij gewone seksscène. Ik heb daar ontzettend lang aan gesleuteld om er inderdaad een extra lading aan te geven, waarin de ene geliefde onder het vrijen een verhaal vertelt over een eerder beleefde seksnacht met een beroemde schrijver. Je weet als lezer niet wat waar is en wat niet. Ik heb nog steeds het idee dat het hoofdstuk net iets te lang is, maar ik vind dat je af en toe de grenzen van de lezer moet opzoeken.

Waar komt het verrassende slot vandaan? Je zou het haast negentiende-eeuws kunnen noemen.
Misschien ben ik wel een romanticus. Zoals gezegd ben ik een schrijver die teksten steeds weer onder handen neemt. Net zolang tot ze naar mijn idee echt werken. De meeste scènes worden zo steeds een beetje beter, maar bij het slothoofdstuk werkte dat niet; dat moest ik steeds weggooien en helemaal opnieuw beginnen. Het boek had een crescendo nodig en dat lukte alleen als ik het in één keer schreef. Ik ga niet verklappen wat er aan het eind gebeurt, maar ik vond het zo’n eenvoudige vondst dat ik dacht: dit heeft vast iemand al eens eerder gedaan, al zou ik niet weten wie. Bovendien gaat het in de literatuur er vooral om hoe je het opschrijft. Dat einde ontroert me nog steeds. En het werkt alleen als je eerst het hele boek hebt gelezen, anders is het niks.

Maria en Welmoed benijden elkaars leven. Hoe staat het nu met de liefde?
Ja, dat is het gekke. Maria zou Welmoeds gezinsleven willen leiden, al weet ze dat Welmoed er niet gelukkig van wordt. Welmoed is jaloers op de vrijheid van Maria, maar ziet ook dat Maria er juist onder gebukt gaat. Toch willen ze wat de ander heeft. Bij leesclubs vragen mensen mij wel eens: wat is het thema van uw boek? Geen idee, maar over Begeerte heeft ons aangeraakt zeg ik dan maar: van de regen in de drup. Mensen schrijven dat dan ijverig op. Voor Hoe staat het met de liefde? moet ik nog wat verzinnen.

Buurmans gras is altijd groener?
Dat is een goeie! En dan omdat het over vrouwen gaat: buurvrouws gras is altijd groener.


Foto Bert Natter: Bob Bronshoff
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)