Interview met Carlos Ruiz Zafón
‘De beste film zit in het hoofd van de lezer’
Door Guus Bauer (30 mei 2009)


Na vier succesvolle jeugdboeken te hebben geschreven brak de Spaanse schrijver Carlos Ruiz Zafón (1964) in 2002 door met de roman De schaduw van de wind. Miljoenen exemplaren gingen wereldwijd over de toonbank. Ook in Nederland vond de roman de weg naar meer dan zevenhonderdduizend lezers. Al vier jaar lang staat de titel onafgebroken in de bestsellerlijsten. De omvang van het succes wordt pas echt duidelijk als de auteur bij zijn uitgever in Barcelona voor de kast met vertalingen plaatsneemt. Deze week verschijnt de langverwachte nieuwe roman Het spel van de engel.

Uw nieuwe roman zou je een proloog kunnen noemen van De schaduw van de wind. U gaat verrassend genoeg een paar generaties terug en beschrijft het Barcelona van het begin van de twintigste eeuw.
Het zou misschien logischer en ook commerciëler zijn geweest als ik het verhaal had opgepikt waar het ophield. Mijn project bestaat uit vier delen die spelen rond het Kerkhof der Vergeten Boeken. Het is interessanter om dit mysterieuze universum te ontdekken vanuit verschillende personages en verhaallijnen. De fictieve wereld die ik geschapen heb lijkt te werken met eigen wetten.

Sommige van de personages uit De schaduw van de wind schreeuwen om een rentree maar komen in Het spel van de engel niet terug. Is er al een vastomlijnd plan voor de rest van het project?
Ik heb een ruw idee waar de andere twee boeken over zullen gaan en welke personages het verhaal zullen doen. Het schrijven is een organisch proces. Ik ben heel lang bezig met het werken aan deze boeken. Het is constant op je tenen lopen. De problemen komen zin voor zin. Oplossingen leiden weer tot nieuwe complicaties. Daar moet je als schrijver op voorbereid zijn. Je moet vooruitlopen op het verhaal. De veranderingen zorgen voor een domino-effect. Je geeft een personage een andere eigenschap en voor je het weet moet je het hele boek omgooien. Maar dat is niet erg, als het een betere wending is moet je die gebruiken. Het is van groot belang dat je eerlijk bent ten opzichte van het verhaal. Er zijn schrijvers die aan hun bureau gaan zitten en ‘de muze’ het werk laten doen. Ik moet mijn hersenen echt uitwringen. Soms komt er maar een druppel uit.

Dat uitwringen geldt ook voor de schrijver David Martín, een van de hoofdpersonen in Het spel van de engel.
Het proces is abstract. Er is geen ander materiaal dan je brein waarmee je kunt werken. Het is een eeuwige strijd. Ik heb er moeite mee. Ik geniet pas als het resultaat precies is wat ik voor ogen had. Het is als hardlopen. Wanneer je je longen uit je lijf rent, is dat ook niet bepaald prettig. Achteraf komt de bevrediging. Sommige mensen vragen zich af hoe het komt dat ik aan het eind van een dag uitgeput ben. ‘Je zat lekker een paar uurtjes achter je bureau.’ Die mensen halen typen en schrijven door elkaar. Je probeert bij het maken van een boek iets uit het niets te halen. Een timmerman heeft tenminste nog een paar blokken hout waarmee hij aan de slag kan.

De lezer merkt niets van uw worsteling. Uw boeken laten zich ook lezen als vlot geschreven spannende verhalen.
Het leest alsof het mij allemaal heel makkelijk is afgegaan, maar de constructie van iets eenvoudigs is vaak heel complex. Een lezer moet soepel door een boek gaan alsof hij zwemt door heel helder water. Wanneer je een kathedraal binnenloopt moet je overweldigd worden door het gebouw. Het is inspirerend. Het dient ertoe om je klein te voelen in de aanwezigheid van god. Je moet je niet bezighouden met rekenkunde. Dat is voor de architect, en misschien voor het kerkbestuur. De lezer van een boek moet niet worden lastig worden gevallen met de manier waarop het is ‘gebouwd’. De schrijver moet het weten. En misschien de directeur en de redacteur van de uitgeverij. Elk creatief werk moet goed gewapend zijn. De beschouwer moet erdoor gestimuleerd worden en er het goede uithalen. De worsteling van de schrijver is voor de lezer niet interessant. Ik wilde opnieuw een boek maken met veel lagen, maar bovenal moet iedereen er iets van zijn of haar gading in kunnen vinden. Het stimuleert op diverse niveaus. Maar het is niet verboden om gewoon plezier te beleven aan mijn boeken. Hoe je ze ervaart ligt aan de achtergrond van de lezer en de verwachtingen die men heeft. Hoe meer bagage je hebt, hoe meer verborgen kamers je krijgt in mijn hotel. Maar de vele literaire verwijzingen zijn niet bedoeld als obstakels.

U mengt historische figuren met schrijvers, uitgevers, de wandelende jood, de duivel. Weet u elk moment waar u mee bezig bent? Zijn de personages als marionetten in uw hand?
Dat doe ik expres. Ik ben me heel erg bewust waar ik de personages bepaalde handelingen laat doen. Ik kan niet anders schrijven. Ik moet een ontwerp hebben, ik moet precies weten hoe het geconstrueerd wordt. Al met al een vrij gedetailleerd masterplan. Ik kan niet op instinct werken. Er zijn auteurs die beginnen met een eerste versie en kijken waar het op uit zal draaien. Het zijn lezers van hun eigen werk.

U bent een echte rasverteller. Zat dat er altijd al in? Was dat gewoon in uw familie?
Al heel jong was ik bezig met het verzinnen van verhalen. Ik was zeven toen ik ze begon op te schrijven. In mijn familie werd ik beschouwd als een buitenaards wezen. Ik was als enige gefascineerd door boeken, films en muziek. Ik wilde elke taal onderzoeken waarin wij mensen communiceren. Met een paar klasgenootjes heb ik toen ik negen was een uitgeverijtje opgericht. Ik verzon de verhalen. Een vriendje wiens vader een fotokopieerapparaat had – voor die tijd een technisch enorm geavanceerde machine – werd de productieman. Een ander vriendje was een goede tekenaar. Hij maakte de omslagen. De meest populaire jongen van de school werd de marketingmanager. Hij liep alle klassen af en verkocht de boekjes. Het waren griezelverhalen of teksten over buitenaardse wezens die iedereen op de planeet kwamen doden. Niet meer dan vier pagina’s lang. We waren erg succesvol en hadden, voor onze begrippen, bergen met geld. De leraren begonnen ze ook te kopen. En een of twee van ‘mijn eerste kleine novellen’ belandden bij de rector op het bureau. Hij vond al die horrorverhalen immoreel. We perverteerden de onschuldige schoolkindertjes. Hij was geschokt dat we een bedrijfje binnen de school hadden opgericht. Hij hief de zaak ter plekke op. Dat was mijn eerste ervaring met de uitgeefbranche en de censuur. Ik bleef natuurlijk gewoon doorschrijven en ben nooit meer gestopt. In de tussentijd maakte ik toneelstukken en bracht die waar het maar kon op de planken.

Las u in die eerste jaren ook al veel?
Al sinds ik kan lezen wilde ik alles waar ik mijn hand op kon leggen verslinden. Al toen was ik niet geïnteresseerd in labels. Dit is literatuur met een grote L, dit is platte tekst, dit is SF, dit is een thriller. Ik wilde gewoon verhalen lezen die goed geschreven waren en probeerde te analyseren waarom ze werkten. Ik bestudeerde de taal en de mechanismen en trachtte ervan te leren. Hetzelfde gold voor muziek en film. Alles dat een verhaal vertelde interesseerde mij. Waarom dat camerashot, waarom een solo op die plaats?

Uw boeken zijn niet direct in een hokje onder te brengen.
Het is niet iets dat ik heel bewust heb gepland. Ik heb eerst drie jeugdboeken geschreven. Die zijn nog niet in het Nederlands vertaald. Het vierde boek zou je een hybride kunnen noemen. Mensen zeiden: ‘Dit is niet voor kinderen.’ Ik zei dat ik het niet voor kinderen had geschreven, maar voor iedereen die een goed verhaal wil lezen. Met De schaduw van de wind ben ik begonnen als een experiment. Ik wilde een cyclus van boeken schrijven die, naast een hoop andere thematiek, gaan over literatuur, over taal, over communicatie. Ik wilde bewijzen dat een goed verhaal een mengsel is van veel elementen. Of dat nu geschiedenis is, een liefdesverhaal of een mysterie. De Schaduw is een roman die gaat over lezers die verliefd worden op een boek. De nieuwe roman heeft een ander uitgangspunt: hij gaat over schrijvers en het proces van verhalen vertellen. Het is heel arbitrair dat boeken gelabeld worden. Dit is non-fictie, dit is een thriller, dit is goed, dat deugt niet. Dit moet je lezen, want dat is goede literatuur. Dat is snobisme. Het maskeert vaak de persoonlijke agenda’s en interesses. Het is niet uit generositeit of een noodzaak om de mensheid te verlichten. Ik nodig lezers uit om onbevangen boeken tegemoet te treden. Iets dat goed is gemaakt en van waarde is zal er uiteindelijk altijd uitspringen.

Omdat uw boeken ‘out of the box’ zijn, hebben sommigen er moeite mee om het literatuur te noemen.
Iedereen mag het noemen wat hij of zij wil. Kijk naar de jazz. Eerst was het verdorven en nu is het muziek die zeer serieus wordt genomen. De motieven voor zoiets zijn obscuur. Hetzelfde heb je in de literatuur. Moet een boek saai en pretentieus zijn? Het maakt mij niets uit. Ik ben een verhalenverteller. Cervantes, Shakespeare, Dickens, Dostojevski waren populaire vertellers in hun tijd en behoren nu tot de klassiekers. Dat zijn boeken van waarde gebleken, anders hadden ze geen honderden jaren overleefd.

U verwijst veel naar de klassieken als bijvoorbeeld Great Expectations van Charles Dickens. In uw boek is schrijven voor een uitgever ongeveer hetzelfde als schrijven voor de duivel zelf.
Het gaat over passie. Kijk naar Honoré de Balzac. Hij besteedde al zijn geld aan correcties van zijn boeken. Hij was een commercieel schrijver, maar hij wilde dat zijn teksten perfect waren. Ik wilde een kleine hommage brengen aan deze échte schrijvers en aan alle vergeten inktslaven. Er zijn tegenwoordig te veel pompeuze types die zichzelf als schrijver heel belangrijk vinden. Kijk mij nu slim zijn.

U laat de schrijver David Martín advies geven aan zijn jonge pupil. ‘Een boek moet een sinistere stem hebben, een plot met een geheim boek, er moeten getormenteerde geesten in voorkomen en het subplot moet bovennatuurlijk zijn.’.
Ja, dat is de grap, want dat is natuurlijk precies wat we lezen in mijn boek. Door de hele roman heen refereer ik aan het proces van schrijven en lezen. Het is onderdeel van het spel, van de engel, zo u wilt. Ik wil duidelijk maken dat we een fictiewerk lezen dat binnenin is afgebroken en buiten weer is opgebouwd. Ik wil de hersens van de lezer van alle kanten stimuleren. Moderne lezers zijn heel ontwikkeld. Ze realiseren het zich misschien niet. We worden van heel veel kanten onderwezen. Er zijn kranten, boeken, radio, tv, films, cartoons, internet. We zijn in staat om dat bombardement van informatie te decoderen omdat we ermee zijn opgegroeid.

De lezer wordt helemaal meegezogen in het verhaal. Je krijgt bijna het idee dat Het spel van de engel speciaal voor jou is geschreven.
Dat was een gedeelte van de opzet. Natuurlijk kun je ook achteroverleunen en genieten van de rit. De lezer wordt in Het spel van de engel, met zachte hand hoor, gedwongen om in de schoenen te stappen van de personages en zo in het proces van het vertellen van verhalen. Je wordt gedwongen om jezelf af te vragen wat waar is en wat niet. Ik geef een aantal handvatten. Ik vertel natuurlijk niet het ‘hele’ verhaal. De lezer komt terecht in een hal met spiegels. Zijn of haar interpretatie maakt het boek compleet. Dat is de natuur van dit verhaal. Beetje bij beetje wordt de lezer naar binnen gezogen in de tekst. En dan ga je jezelf vragen stellen. Wie ben ik? Hoe reageer ik op bepaalde situaties? Je legt het boek niet snel weg omdat je iets over jezelf aan de weet wil komen. De spiegels laten je de donkere kanten van je hart zien.

Je gaat zo in uw boeken op dat je omgeving helemaal verdwijnt.
Ik wil boeken schrijven die een intense leeservaring teweegbrengen. De techniek van het vertellen van verhalen probeer ik tot aan de limiet te duwen. Mijn bedoeling is dat het boek verdwijnt uit je handen. Dat je vergeet dat je een stuk papier vasthoudt. Ik wil dat de lezer de beweging voelt, alsof hij of zij een camerashot maakt in een film. Ik wilde dat het boek op allerlei niveaus signalen uitzendt. Een tv-toestel waarop op elk kanaal iets interessants is te zien.

Er komen in Het spel van de engel opnieuw veel labyrinten, verborgen kamers en behekste huizen voor.
Het heeft te maken met beloftes, mysteries. Het komt uit onze jeugd. Op een bepaald punt als we opgroeien verdwijnt het mysterie uit ons leven. Je hebt het idee dat je ongeveer wel hebt uitgevist hoe alles in elkaar steekt. Maar het is net als met adrenaline. Het gevoel vergeet je niet meer, ook al ben je in rust. Wanneer we volwassen zijn geworden denken we dit is ‘as good as it gets’. Niets gaat ons nog meer verrassen. Als kinderen zijn we dol op oude huizen. Dat zijn grote mysteries. Daar valt van alles in te ontdekken. Zodra we volwassen zijn is het niet veel meer dan een bouwval. De eerste gedachte is slopen en een mooi appartementencomplex neerzetten voor yuppen met een ultramodern winkelcentrum. Mijn boeken geven hopelijk weer even het gevoel dat je bezig bent met het onderzoeken van het leven. Dat is beslist ook een functie. Het is een illusie te denken dat het leven een mysterie is, maar eveneens is het een illusie om dat te ontkennen. Over alle succesvolle verhalen licht een zweem geheimzinnigheid. Het zijn altijd queesten op zoek naar de waarheid.

Kunnen schrijvers visionair zijn? Toen u Het spel en de engel schreef was er nog geen sprake van een kredietcrisis. Toch zitten er elementen in die daar op wijzen.
Er wordt veelal gedacht dat het tekenend is voor onze tijd, maar corruptie en hebzucht zijn van alle tijden. Ik ben verbaasd dat de economie niet eerder in onze gezichten explodeerde. Nu weten we nog niet hoe we hier uit zullen komen, maar het zal keer op keer voorkomen. En schrijvers bestuderen de menselijke aard. Ze schrijven over haat, liefde, vrijgevigheid, hebzucht etc. Als je dat in de context plaats lijkt het alsof schrijvers een zekere voorspellende gave hebben. De technologie is veranderd in de loop van de eeuwen, maar de menselijke aard niet. Daarom gebeurt er steeds hetzelfde, ook al krijgt het een andere naam of heeft het een andere vorm.

U heeft altijd veel succes gehad. Toch gaat u in uw nieuwe boek behoorlijk tekeer tegen de uitgeefwereld.
Door het succes kan ik mij nu veroorloven om mij te onttrekken aan de misstanden in de boekenwereld, maar het betekent niet dat ik er blind voor ben. Er is ook nog zoiets als een emotionele waarheid. David Martín zegt ook tegen zijn pupil dat dat de essentie is van het schrijven. De emoties moeten eerlijk en echt zijn. De feiten kunnen fictie zijn.

Ik ben ook ergens begonnen en heb een hoop gezien. Ik wilde dat dit boek dat reflecteert. De meeste mensen die beginnen met schrijven krijgen te maken met afwijzing. En wat iedereen ook zegt, je stopt een groot gedeelte van jezelf in je boeken. Dus elke afwijzing is een pijnlijke ervaring. In het boek komt ook de vaderfiguur Pedro Vidal voor. Hij is rijk en eigenlijk een middelmatig schrijver, maar hij ervaart het anders dan Martin, die het boek van Vidal stiekem als ghostwriter herschrijft. Vidals roman wordt jubelend ontvangen. Die van Martin verdwijnt in de vergetelheid. Het gaat erom dat schrijvers moeten schrijven. Er zijn veel gefrustreerde schrijvers. Je moet je eigen weg volgen, ook al is dat tegen de stroom in. Het gevaar is dat je je objectiviteit verliest en verbitterd raakt. Ik wilde collega-schrijvers een hart onder de riem steken. De jaloezie en de bitterheid heb ik in overdrijving geportretteerd, misschien atypisch maar daarom niet minder waar.

Het lijkt soms alsof u met deze twee boeken een eigen Zafón-religie heeft geschapen. Verklaart dat misschien het fenomenale succes.
Ik geloof in de literatuur, in de taal, in de boeken. Een verhaal, of dat nu een roman of een film is, werkt door de manier waaróp het onderwerp is uitgewerkt. Waarover het gaat is bijna irrelevant voor de lezer, ook al zal deze het ontkennen. Er zijn miljoenen liefdes-, griezel- en avonturenverhalen. Toch zijn er maar een paar die de lezer daadwerkelijk grijpen. Je bent een paardenliefhebber, je koopt een boek over paarden. Je geniet ervan omdat het goed is uitgevoerd. Het had ook over koeien of stoomlocomotieven kunnen gaan. Als het slecht geschreven is zijn er niet genoeg paarden in de wereld om het boek te redden. Maar de lezer hoeft zich dat niet te realiseren.

Een van de hoofdpersonen zegt ‘Zolang mensen boeken lezen, zal god er zijn.’
Uiteraard reflecteren de uitspraken van mijn personages niet noodzakelijkerwijs mijn mening. Ik probeer ze wel zo eerlijk mogelijk te laten argumenteren. Je hebt het over de boekhandelaar Sempere. Zijn leven bestaat uit boeken, dus voor hem geldt dat zeker. Ze hebben een speciale betekenis, ze hebben een soul. De woorden zijn de software van onze hersenen. Als we niet kunnen communiceren in de taal van woorden, film of muziek of bijvoorbeeld wiskunde kunnen we het niet denken. Wat we niet kunnen uitdrukken in een bepaalde taal, kan niet worden gedacht.

Heeft u veel research gedaan voor de beide boeken?
Neen, het speelt zich af in de stad waarin ik ben opgegroeid. Ik gebruik de feiten en verander ze of pas ze aan wanneer dat ten goede komt aan het verhaal. Tot mijn vijfentwintigste woonde ik hier. De afstand heeft mij goed gedaan. Ik kan alleen schrijven over Barcelona als ik in Los Angeles ben. Er moet een zekere afstand zijn. Vanuit ‘ballingschap’ is de beste literatuur geschreven. Afstand geeft je de mogelijkheid om de zaken beter in perspectief te zien. Als je bent ingebed in de plaats waarover je schrijft, ben je niet in staat om je emotionele band met de plek helder te zien. Het is gezond om jezelf op een bepaald moment van je wortels los te rukken. Het isoleert je van de triviale gedeeltes van de context, zoals de enorme supermarkten, de lading met boetieks en toeristenstalletjes. Je kunt teruggaan naar de essentie van de plaats. Het laagje moderne vernis verdwijnt. Er komt een zekere ruwheid boven die echt is.

Er zit een hoop angst, woede en destructie in het boek. De duivel die aan de touwtjes trekt. Was u soms niet bang voor het verhaal?
Wanneer ik precies de toon en de aard van het verhaal heb uitgevist, probeer ik het zo eerlijk mogelijk uit te voeren. Soms denk ik weleens dat het te duister is, maar als ik het gevoel heb dat het verhaal zo verteld moet worden, dan doe ik het. Ik ga het verhaal niet suikeren om een happy end te krijgen, ook al woon ik dan het grootste gedeelte van het jaar vlak bij Hollywood. Ik ben niet bang voor mijn personages omdat ze een deel zijn van mijn brein. Het is meer beangstigend als je jezelf voorliegt, zelfs in een verhaal. Natuurlijk kan ik ook iets schrijven wat de mensen verwachten. Maar wat is daar het nut van?

Soms moet je een Hollywoodeinde schrijven, maar alleen voor een Hollywoodfilm. Dat heb ik ook gedaan als scenarioschrijver. Op dat moment kun je niet zeggen ‘Jump Sartre’, dan gaat het over Indiana Jones. Je moet coherent zijn. In dit verhaal van Het spel van de engel gebeurt niets per ongeluk. In de trant van: hier heb ik nog een los eindje, welke draai zullen we daar eens aan geven. Elk detail is heel erg doordacht, maar dat mag nogmaals niet duidelijk zijn voor de lezer.

U bent jaren werkzaam geweest als scenarioschrijver. Een verfilming ligt voor de hand.
Ik weet hoe de filmindustrie werkt. In de scenario’s die ik schreef zat niets van mijzelf. Mijn boeken zijn daarentegen van mij en van de lezers. De beste film zit in het hoofd van de lezer. Toen ik begon met schrijven aan De schaduw van de wind besloot ik om geen scripts meer te schrijven. Geen broodschrijverij meer voor anderen. Een groot risico, want ik wist dat ik veel tijd nodig zou hebben voor dit project. Ik vroeg de producer waarvoor ik werkte om mij voortijdig te ontslaan, zodat we vrienden zouden blijven en ik tijd en een klein beetje geld had.

Toen het boek uiteindelijk verscheen en het, voornamelijk door mond-tot-mond reclame, een beetje begon te lopen werd ik van alle kanten benaderd. Maar ik wilde het niet. Het had geen enkele betekenis voor mij. Ik zou het dan alleen voor het geld doen. En dat was voor mij geen goede reden. Ik kan het mij veroorloven. Ik heb geen videospelletjes of stickers in de supermarkt nodig. Wat is er verkeerd aan een roman die een roman blijft. Het is een boek over schrijvers, over literatuur, over taal en het leek mij zelfs absurd om dat om te zetten in een film. Dit boek is trots op het feit dat het een boek is. Het zal nooit een film worden. Het geld dat ik daardoor laat schieten is de som die ik betaal voor een zekere innerlijke rust. Ik ga mijn boeken en dus mijzelf niet compromitteren door de ziel van het boek te verkopen. Natuurlijk zou het verhaal een nog groter publiek bereiken. Maar het is goed zo. Zolang als ik niet omkom van de honger zal het niet gebeuren.

Wat interessant is aan de filmwereld is dat je met een groep mensen aan een project werkt. Dat is stimulerend. Maar het is niet iets eigens. Ook al staan de namen van de hoofdrolspeler en de regisseur op de titelrol. Het is iets dat door honderden mensen wordt gemaakt en soms per ongeluk slaagt. Ik zou het maken van een film naar deze boeken die zo dicht bij mij en de lezers staan, een verraad vinden aan mijzelf en mijn publiek. Ik ben bang dat de filmbonzen ze iets aan zouden doen.

Kunt u nog iets over uw werkwijze vertellen?
Vroeger schreef ik alleen ’s nachts. De laatste drie jaar is dat door familieomstandigheden veranderd. Ik leef nu weer in twee landen tegelijk. En als ik aan de promotietour voor De schaduw van de wind denk, eigenlijk in een land of zestig. Een vaste routine is van eminent belang. Je moet het bekijken als een baan. Ook als je zogenaamd ‘geen inspiratie’ hebt. Dat hoort bij het proces. En, zoals je al zei, een writer’s block is voor onprofessionele schrijvers. Voor een schrijver is het allerbelangrijkste om jezelf heel goed te kennen. Je moet weten hoe je hersenen werken. De motor komt uit de fabriek, maar je moet leren om er optimaal mee om te gaan. Naarmate een boek vordert maak ik meer uren. In eerste instantie is het alsof je een grote steen de berg opduwt. Maar er komt een punt dat je over de top bent en dat je heel hard voor de steen moet uitrennen om eerder beneden te zijn. Vooral in het begin als het maar niet op gang komt moet je jezelf niet opsluiten. Veel wandelen en naar muziek luisteren.

Luistert u naar muziek tijdens het schrijven?
Ik heb een speciale playlist met muziek die me niet afleidt. Het mag het ritme van de tekst niet storen. Proza is muziek die in stilte wordt afgespeeld. Als je schrijft met muziek, moet je altijd teruggaan en het nog een keer in stilte constructief lezen om te zorgen dat het werkt en dat de tekst zijn eigen muziek heeft.

Leest u weleens de net geschreven tekst hardop voor?
Dat moet je alleen doen als je dialogen schrijft voor de film. Een roman heeft een andere kamer met echo’s. Het hoeft niet te worden gesproken door een acteur.

Foto's 3, 5, 9 en 10: Janus van den Eijnden.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Door Guus Bauer (22-03-2019)
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)