Interview met Carlos Ruiz Zafón
‘De romans moeten elk op zich iets uitgesproken unieks hebben’
Door Guus Bauer (27 september 2012)
De in Barcelona geboren Carlos Ruiz Zafón (1964) was geen onbekende als scenarioschrijver en auteur van een viertal jeugdboeken, maar met zijn losjes op de grote negentiende-eeuwse verhalenvertellers geënte epische roman met humoristische ondertonen De schaduw van de wind brak hij wereldwijd grootschalig door. Via mond-tot-mondreclame – nog steeds de beste weg – maakten miljoenen lezers kennis met de duistere krochten en de geheimen van Zafóns geboortestad, met daarin een hoofdrol weggelegd voor het Kerkhof der Vergeten Boeken.

De opvolger Het spel van de engel, een heuse gothic novel met Faustiaanse trekjes, was te lezen als een ietwat sombere opmaat voor het eerste deel van de cyclus. Het zojuist in Nederlandse vertaling verschenen De gevangene van de hemel sluit naadloos aan bij de eerdere twee romans, maar is tegelijkertijd origineel wat benadering betreft. Het boek heeft veel meer vaart dan de voorganger, bruist van intrige, humor en heftige emotie en heeft hoogstens een paar gothic elementen.

Heeft u voordat u begon met schrijven aan de cyclus een regieplan gemaakt of zijn de invalshoeken gaandeweg ontstaan?
Ik had een ruw idee van het groter geheel en welke personages het verhaal zouden doen, maar de fictieve wereld die ik heb geschapen, lijkt te werken met eigen wetten. De problemen komen zin voor zin. Oplossingen leiden weer tot nieuwe complicaties. De schrijver moet vooruitlopen op het verhaal. Omdat ik van het slotdeel al een ruwe versie had gemaakt, kon ik ditmaal frank en vrij aan de nieuwe roman beginnen. Ik heb me geconcentreerd op de humor en op de spanningsboog. Deze cyclus is begonnen als experiment. Ik wilde bewijzen dat een goed verhaal een mengsel is van veel elementen. Of dat nu geschiedenis is, een liefdesverhaal of een mysterie.

Met hoofdpersoon Fermín Romero de Torres, publiekslieveling uit De schaduw, laat u voor het eerst een niet-schrijver aan het woord. Is de toon daarom minder bloemrijk en het boek dus korter?
Ik moest het karakter van Fermín juist bedienen. Hij is recht door zee en gebruikt dus geen lange zinnen. Het verhaal is meer teruggetrokken. Je voelt de connectie met de eerdere delen, maar het boek heeft een ander decor. De romans moeten elk op zich iets uitgesproken unieks hebben. Fermín is een aimabele schavuit die in de tijd van Franco de hel van de gevangenis heeft meegemaakt. Het is gruwelijk wat ze allemaal uithalen met de gevangenen, maar op het moment dat Fermín vertelt over de martelingen, bijvoorbeeld het afhakken van lichaamsdelen van zijn celgenoot, kan je door zijn lichtironische vertelwijze toch bijna je lachen niet houden.

Ik ben een liefhebber van donkere humor. Die lijkt me gepast wanneer je over de Tweede Wereldoorlog en het Franco-regime vertelt. Al is de balans heel delicaat. Je loopt het gevaar om gruwelijke zaken te frivool voor het voetlicht te brengen. Je moet op zoek gaan naar het surreële element van het dictatorschap. Voor mijn doen heb ik dit boek heel snel geschreven. Het is de meest toegankelijke van de cyclus. Ik hoop dat het plezier dat ik eraan heb beleefd af te lezen is. In deel vier keer ik weer terug naar mijn comfortzone: een duisterder en donkerder Barcelona.

U introduceert een nieuw personage: gevangenisdirecteur Mauricio Valls, een almachtige heerser die zichzelf een groots literator vindt. De belichaming van het kwaad ten tijde van het Franco-regime?
Mijn boeken gaan over schrijvers en het schrijven, vandaar de keuze voor een megalomaan persoon die de boeken van Dumas en Dickens in de gevangenisbibliotheek laat vervangen door zijn eigen onuitgegeven ‘meesterwerken’. Gek is degene die zichzelf voor verstandig houdt en gelooft dat hij boven de zotten staat. Feitelijk gaat het over hebberige en ijdele personen die in elke gemeenschap voorkomen. Don Mauricio maakt gebruik van de geschiedenis om zijn eigen belang te dienen. Door de tijden heen zijn er veel van dergelijke mensen geweest. Normaal moeten ze hun ongebreidelde ambitie onderdrukken, maar in het geval van een dictatuur krijgen ze een blanco volmacht. Ze geloven niet in de denkbeelden van een bepaald regime, maar ruiken een kans om op te klimmen in een corrupte structuur zonder maar een moment stil te staan bij het feit dat ze levens van anderen vernietigen. Dat deert ze helemaal niet.

Er wordt in Spanje bij uitstek sektarisch gedacht?
Waarschijnlijk heb je overal wel last van ‘groepsdenken’, maar in Spanje is het historisch diepgeworteld. Je hebt voor- en tegenstanders. De ontkenning van de individualiteit. Als er geen reden is om je buren te haten dan ga je op zoek. De paranoia heeft geleid tot bizarre haat tussen verschillende regio’s en controverses waarvan niemand eigenlijk meer de aanleiding weet. Terwijl we eigenlijk allemaal op dezelfde boot zitten. Het is als een ruime kamer met een paar mensen erin, een portier verspert je de toegang en de ramen mogen niet open voor een frisse wind. Bezittingen en voorrechten worden overdreven beschermd. Haat en nijd zijn daarbij uiterst krachtige drijfveren. De schrijver kan gelukkig focussen op het individu.

U bent ook vaak inzet geweest van een strijd. Bijvoorbeeld tussen de Catalanen en de Spanjaarden tijdens de Frankfurter Buchmesse.
Het is zelfs een onderwerp geweest in het nationale parlement. Ik werd heen en weer gegooid als een speelbal van de politiek. Vooral in je eigen land word je in een hokje geduwd. Je wordt gedwongen om de ‘ongeschreven wetten’ te volgen. Ik probeer vrij te zijn als mens en als schrijver. Voor groepsdenkers is niets zo beangstigend als iemand die zijn eigen weg gaat. Als je je niet laat gebruiken voor een of ander hoger doel, dan kraken ze je werk af. Het liefst willen je ze compleet negeren. Het is zaak om je daar helemaal niets van aan te trekken. Laat ze een label op me plakken. Het maakt me niet uit. Mij gaat het om de lezer. Ik geef toe dat het voor mij gemakkelijk is, aangezien ik een wereldwijd publiek aan mijn kant heb.

U deelt in De gevangene van de hemel ook sneren uit aan de politiek en het bankwezen. Kan Spanje uit de crisis geraken?
Vaak ben je het niet noodzakelijkerwijs eens met je personages, maar Fermín heeft het mogelijk gemaakt om een hoop van mijn persoonlijke zaken naar buiten te brengen. Hij en ik lijken erg op elkaar. We zijn beiden een beetje schelmen. Er is iets mysterieus dat het moeilijk maakt voor Spanje om verbinding met de rest van Europa te houden. Net na de Tweede Wereldoorlog, de meeste surreële en sinistere tijd van de moderne geschiedenis, was het land al een beetje afgescheiden. Langzaam vonden we weer aansluiting. Door de crisis komen er meer en meer slechte aspecten van de Spaanse samenleving aan het daglicht. In sommige gebieden is meer dan zestig procent van de jongeren structureel werkloos. Een compleet verloren generatie. In de jaren zeventig stierf de dictator, maar een groot gedeelte van de sociale dynamiek is nooit veranderd. Het nadeel van een gelijdelijke overgang, van een fluwelen revolutie, is dat meestal dezelfde mensen op hun plek blijven zitten: machthebbers die hun ‘jasje’ verruilen en overnacht democratisch worden.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)