Interview met Charles Lewinsky
‘Achter de werkelijkheid gaan veel verborgen geschiedenissen schuil’
Door Guus Bauer (21 mei 2010)


‘Ik lijk soms wel een beroeps-Jood. Elke keer, en dat is vaak, als ergens in de wereld een Joods vraagstuk in het nieuws komt, rinkelt bij mij de telefoon. Ik ben tegen wil en dank de Zwitserse deskundige geworden.’

Niet verwonderlijk, Charles Lewinsky (1946) schreef met Het lot van de familie Meijer een vuistdikke kroniek over een Joodse familie die begint in 1871 en eindigt in 1937. ‘Wat daarna kwam is toch wel gevoeglijk bekend.’ Na het Duitse en Italiaanse succes heeft de roman ook Nederland veroverd. Meer dan 250.000 exemplaren gingen hier over de toonbank, en dan moet de pocketeditie nog verschijnen. Het is daarnaast ook te lezen in het Spaans, Zweeds, Frans, Deens, Hebreeuws en, omdat hij een Chinese staatsprijs kreeg, ook in het Kantonees. ‘Ik vraag me af hoe ze de speciale Jiddische humor in karakters hebben omgezet.’ Ook van de Engelse versie die volgend jaar verschijnt, verwacht men veel. Een Amerikaanse tournee staat op stapel. Lewinsky was een week in Amsterdam vanwege de publicatie van zijn nieuwe roman, De verborgen geschiedenis van Courtillon, die eerder in het Duits verscheen als Johannistag.

U hebt al twaalf boeken geschreven. Toch kennen we u hier pas goed sinds Het lot van de familie Meijer.
Ik ben begonnen in het theater. Ik was net van de middelbare school af toen mijn eerste enscenering een groot succes werd. Mijn tweede werd gelukkig een flop. Ik kreeg het namelijk nogal hoog in de bol. De ruïnes van mijn jeugdige grootheidswaanzin moeten nu nog ergens in de coulissen liggen. Ik maakte kennis met de in Zwitserland en Duitsland beroemde regisseur Fritz Korner. Als ik hem niet was tegengekomen, was ik waarschijnlijk een lokale held gebleven. De meeste mensen zullen overigens wel wat van me gezien hebben. Ik heb honderden krimi’s geschreven voor de tv. Daarnaast schreef ik conferences voor een travestietenact, meer dan dertig hoorspelen, carnavalsliedjes en was ik de scenarist van een film over een Zwitserse band die zeer succesvol door Azië toerde.

Heeft het succes van Het lot van de familie Meijer uw leven veranderd?
Aan de ene kant wel, aan de andere kant eigenlijk niet. Vroeger werkte ik net zo lang aan een literair project totdat het geld op was dat ik als scenarioschrijver met series als Tatort had verdiend. Tijdens het schrijven van Het lot van de familie Meijer heb ik tussendoor een aantal opdrachten moeten doen: komische teksten voor een toneelgezelschap – ik kon er op een gegeven moment de humor niet meer van inzien –, wat songteksten en een paar krimi’s. Voor een serie van zeventien afleveringen kreeg ik drie maanden de tijd. Dat betekent dag en nacht werken. Ik beloofde mijn vrouw een vakantie als alles was ingeleverd. Toen het klaar was, was ik zo uitgeput dat ik een week op bed heb gelegen. Mede door dit soort onderbrekingen, en omdat het natuurlijk een groot project was, heb ik over Het lot van de familie Meijer iets meer dan zeven jaar gedaan. Door het succes kan ik mij nu volledig richten op het schrijven. Mijn dagelijkse routine is niet veranderd. Ik schrijf van negen tot vijf, zeven dagen in de week. Als ik een hoofdstuk af heb, dan beloon ik mijzelf met een vrije dag. Tegenwoordig smokkel is er weleens een klein reisje tussendoor.

Zoals deze trip naar Amsterdam.
Het geven van interviews en het houden van lezingen en signeersessies beschouw ik ook als, vaak zeer inspannend, werk. Door alle commotie rond Het lot van de familie Meijer heb ik lang geen tijd gehad om familie en vrienden op te zoeken. In Amstelveen woont een Nederlands familielid. Die wilde ik weer eens opzoeken. Zij heeft als enige van de Nederlandse tak de Tweede Wereldoorlog overleefd. In mijn jeugd is ze vaak bij ons in Zwitserland op bezoek geweest.

U bezocht ook Westerbork?
Ik verklap maar dat ik bezig ben met een nieuw epos. Daarin speelt het Nederland van net voor en tijdens de oorlogsjaren een grote rol. Het wordt opnieuw een flink boek, misschien nog wel dikker dan Het lot van de familie Meijer.

Hoe bent u daartoe gekomen?
Tijdens mijn vorige bezoeken in Nederland heb ik met veel Joodse lezers gesproken en ik heb ook een lezing gegeven in Westerbork. Daarna ben ik onderzoek gaan doen en toen begon het te beklijven.

De verborgen geschiedenis van Courtillon. U schreef dit boek eerder dan uw bestseller. Maakt het uit in welke volgorde men uw boeken leest?
Geen van mijn boeken, behalve misschien in de toon, lijken op elkaar. Het zijn hoogstens verre neven van elkaar. Ik citeer de schrijver Nick Hornby: ‘Er zijn twee dingen die een schrijver fout kan doen, hetzelfde boek nog een keer schrijven of een compleet ander boek maken.’ Het is dus nooit goed, toch prefereer ik de tweede wijze.

In De verborgen geschiedenis van Courtillon vertelt u over een leraar uit Duitsland die verbannen is naar Frankrijk. Waarom heeft u in dit nieuwe boek gekozen voor een verteller die in (niet verzonden) brieven zijn verhaal doet?
Een verhaal over een Frans dorp, geschreven door een buitenstaander, ook nog een Duitser. Alleen iemand die niet deel uitmaakt van een gemeenschap, kan zien wat er echt gebeurt. Maar dit is een verklaring achteraf. Achter de werkelijkheid gaan veel verborgen geschiedenissen schuil. Daar moet je een aparte voelhoorn voor hebben.

Was dit van tevoren zo gepland? Een prachtige zin die van alles doet vermoeden is ‘Het was voorjaar, het laatste voorjaar waarin de wereld nog in orde was, het voorjaar voor de zomer waarin is gebeurd wat er is gebeurd.’
Ik wist ongeveer wat er in het dorp ging gebeuren. Toch was ik nog steeds verrast door een hoop dingen gedurende het schrijven. Voor mij is de belangrijkste zin de eerste (en tevens de laatste) ‘De wereld is duizend passen lang.’ Het geeft goed de claustrofobische sfeer aan waarin alles in het dorp gebeurt.

Het duurt heel lang voordat je door hebt dat de verteller een man is en aan wie hij zijn brieven richt. Heeft u dat expres in de schemer gehouden?
Mensen geloven me niet als ik zeg dat toen ik begon, ik geen enkel idee had aan wie de man zijn brieven schreef. Ik wist niet eens of het een man of een vrouw was. Dat heb ik zelf pas uitgevonden tijdens het schrijfproces. Daarom moet de lezer dezelfde weg gaan. Stap voor stap zal hij of zij net als ik iets gaan begrijpen van de gebeurtenissen.

Ook in deze nieuwe roman zijn de kleine persoonlijke kwesties subtiel verweven met de wereldgeschiedenis.
Van een geschiedkundige aardverschuiving ben je zelden getuige. In veel boeken zijn de figuren ‘toevallig’ bij belangrijke gebeurtenissen aanwezig. Dat is meestal ongeloofwaardig. Ik vind het ook interessanter om te vertellen hoe de geschiedenis van invloed is op de gewone mens.

Daar moet men toch veel research voor doen?
Je moet alles wel in de juiste context kunnen plaatsen. Een boek is het topje van de ijsberg. De schrijver moet alles weten. De feiten moeten kloppen. Daarnaast kun je van alles in het mozaïek stoppen: anekdotes, veelzeggende details en je eigen ervaringen. Daarom ben ik volgend jaar writer in residence in Amsterdam. Ik heb nog heel wat uit te zoeken.

Delen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)