Interview met Chrétien Breukers
De genadeloze lezer
Door Guus Bauer (27 november 2019)
Wat heb ik eigenlijk gelezen? Dat vraag je je kortstondig af na het tot je nemen van de nieuwe roman En in de nacht een riem van Chrétien Breukers (1965). Een koortsdroom? Een terugblik van een middelbaar schrijver, die tot het uiterste wikt en weegt, een rapportage, een laconiek overzicht over de liefde, de bewustwording van lichamelijkheid? Eén zaak is duidelijk, Breukers schuwt het experiment niet, gaat all-in met deze bijzondere, naar surrealisme neigende roman. Je zou het verhaal van Thomas Meerman fragmentarisch kunnen noemen, maar in dit boek gebeurt tenminste daadwerkelijk wat, voornamelijk met de lezer. De schrijver getuigt hiermee van moed.

Breukers: ‘Wat mij betreft is het een lyrische liefdesroman. Er is zo veel keurig aangeharkte literatuur dat het pijn doet. Het experiment is een uitweg. Een uitweg uit een malaise die zo groot is, dat een aanklacht tegen massatoerisme het bestverkochte literaire boek van 2019 dreigt te worden. Daartegen in verzet komen is pas zinvol, als je met je werk iets geheel nieuws weet te brengen. Ik hoop dat ik dat heb gedaan. Heel lang vond ik “experimenteel” een vreemd woord, maar alle klassieke Nederlandstalige romans, van Betje Wolff en Aagje Deken via Multatuli, Hugo Claus en De Grote Drie tot en met Niña Weijers, Maartje Wortel en Rob van Essen, ze zijn allemaal min of meer “experimenteel”. Voor dit boek heb ik overigens het meeste geleerd van Kathy Acker. Op haar werk werd ik vlak voor en tijdens het schrijven hopeloos verliefd. Het experimentele van mijn boek zit ook in de benaderingswijze van de taal. Ik schrijf als een dichter, alleen schrijf ik geen gedichten meer. Ik schrijf nu proza.

Thomas Meerman verzucht op een bepaald moment over zijn positie in de Nederlandse literatuur: ‘Ik vertel dat ik helemaal Oek de Jong ga, nauwelijks meer schrijven en een beetje nadenken, een snuif Oosterse filosofie en erotiek uit de handboeken van de NVSH. Laura zegt dat ik erg grappig kán zijn, en dat ik daar beter mijn best voor moet doen. Ik zeg, grappig, hoezo, en noem de naam van een schrijver met wie ze ooit naar bed is geweest, en ze zegt, ja, we weten het nu wel.’

‘Ja, nou ja, inderdaad. Die arme Oek de Jong. Al die ernst. En al die “grote romans”. Wat is er toch gebeurd, sinds De hemelvaart van Massimo en Opwaaiende zomerjurken? Is De Jong misschien een beetje al te vroeg moe geworden? Ik bedenk nu dat ik Jeroen Brouwers vergat te noemen hierboven. Zijn eerste romans en prozaboeken, met Zonsopgangen boven zee als hoogtepunt: daar kun je veel van leren. Helaas gaat Brouwers ook al jaren, waar het zijn romans betreft, helemaal Oek de Jong.’

Thomas Meerman, de hoofdpersoon, lijkt verdacht veel op Chrétien Breukers. Alsof hij op sommige momenten niet alleen tegen de schrijver aanschurkt, maar als een schaduw met hem meeloopt, bijvoorbeeld wanneer Breukers zijn eigen hartverscheurende boek Voor de verre prinses op het nachtkastje van Thomas legt.

’En in de nacht een riem is autobiografisch, wat niet niet wil zeggen dat alles wat ik beschrijf echt is gebeurd. Hoewel, het is, als ik dat even mag zeggen, een oprecht boek. Ik word bijna niet goed als ik het zeg. Toch is het zo. Dit is wat ik op dit moment te vertellen heb. En wat het opduiken van mezelf betreft: er is één personage dat ik door-en-door ken, waar ik altijd op kan terugvallen en dat ik ongegeneerd kan neerzetten. Dat ben ikzelf. Ik ben in mijn boeken als het ware gedoemd tot mijzelf.’

Chrétien Breukers woont en werkt in Praag en zijn van nature al laconieke insteek lijkt door zijn verblijf aldaar, in het land van de gewiekste argeloosheid van de Brave soldaat Švejk, nog versterkt, met als gevolg het voorlopige hoogtepunt In de nacht een riem. Mister zelfspot Breukers, ‘Ik heb me lange tijd als een kunstenaar gedragen ’, heeft immers een gigantisch ongeschreven oeuvre. De lichamelijkheid in deze roman is te vergelijken met het werk van de Tsjechische schrijver Marek Šindelka, Anna in kaart gebracht bijvoorbeeld. In feite brengt Breukers Meerman, zichzelf en twee vrouwen, de liefdes van het leven Leonie en Jitka, zo goed als mogelijk in kaart.

‘Dat klopt. Sinds 2017. Op een dag zocht ik een baan en die kreeg ik. In Praag. Een stad die ik toevallig al een beetje kende. Het was een gewone baan bij een gewoon bedrijf. Met zogenaamde “mogelijkheden”. Nu werk ik ergens anders, waar ik die mogelijkheden heb kunnen waarmaken. Ik woon op afstand van mijn kinderen, van een paar mensen van wie ik hou. Dat is niet prettig. Toch geeft het andere perspectief je de gelegenheid om dingen anders te zien. Een van mijn eerste gesprekken met een Tsjechische collega ging over de “Hollandse nuchterheid”. Mijn collega zei tegen me dat die niet bestaat. “Nederland is een hysterisch land,” zei hij. Sinds dat gesprek zie ik dat wel, en merk ik het als ik de (politieke of literaire) discussies probeer te volgen. Er is inderdaad meer sprake van hysterie dan ik ooit voor mogelijk had gehouden toen ik er nog woonde. Ik ben mijn land gaan zien en het valt niet altijd mee.’

Thomas Meerman belandt in een discussie over zijn idioom en krijgt het advies om naar een eigen taal op zoek te gaan. Hij respondeert dat hij daar al jaren mee bezig is en alleen losse zinnen, brokstukken vindt. Zou dat dan misschien zijn nieuwe taal zijn?

‘Je komt op een punt en plotseling is alles wat je op wilde schrijven futiel geworden. Je kunt pas opnieuw beginnen als je je eigen taal hebt gevonden – daar ben ik in Praag twee jaar mee bezig geweest. Ineens had ik die. Van het ene op het andere moment. Daarna heb ik de eerste versie van het boek weggegooid en deze versie geschreven. En in de nacht een riem werd me, zoals het cliché wil, gedicteerd. Ik wist wat erin moest staan, ik wist welke scène moest volgen op welke scène. Ik schreef het in een stemming waarin ik altijd wel wil verkeren, al zou je dan waarschijnlijk knettergek worden. Altijd ontvankelijk, dat moet wel een psychotische hel vertegenwoordigen.’

Deze roman had evengoed De waarheid van het lichaam kunnen heten, weet van begin tot eind te boeien juist door de bliksemflitsen die door het hoofd van de verteller schieten.

‘De roman “gaat” over het lichaam en over pijn. Ik heb die twee dingen niet gethematiseerd, ik voer ze letterlijk op. Het lichaam dat ziek is en het lichaam dat via pijn erachter komt wat het voelt. Hoe het moet voelen. Ik denk dat de taal in het boek behalve lyrisch ook mystiek is. Ik zing en ik zoek de grens op. De brug, zoals ik het in het boek noem.’

Chrétien Breukers zet via Thomas Meerman het Nederlandstalige literatuurlandschap – dat klinkt op zichzelf al behoorlijk plat en benepen – even duidelijk neer, neemt er afstand van.

‘Ik weet niet of ik afstand neem van wat dan ook. Ik schrijf immers een Nederlandstalig boek, dat door een Nederlandse uitgever op de Nederlandstalige markt wordt gebracht; ik probeer “erbij te horen”. Of dat gelukt is weet ik natuurlijk niet. De Nederlandse literatuur is soms inderdaad een beetje benepen, het is een club van lieve mensen die lieve dingen doen en elkaar op liefdevolle wijze naar het leven staan. Het zou om te lachen zijn, als het niet zo treurig was. Het zou treurig zijn, als je er niet soms om kon lachen.’

In de verklaring van Meerman over kunst zit een legitimatie ingesloten van de ‘ruwheid’, van de directheid van En in de nacht een riem .’Ik hou de laatste jaren niet meer zo van kunst. Ik vind iets al ingewikkeld genoeg als het gewoon is. Er hoeft niets mooier te worden gemaakt. Iets mooi maken is een teken van zwakte. Wie iets mooi moet maken, heeft iets te verbergen.’

‘Dat is een poëticale uitspraak waar ik volledig achtersta. Wat dit betreft ben ik het volledig met Thomas Meerman eens. Wat weer niet wil zeggen dat Meerman niets te verbergen heeft. Maar hij doet zijn best om te vertellen hoe het, volgens hem, in elkaar zit. En daar prijs ik hem om. Ik zou hetzelfde doen, als ik hem was.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)