Interview met Daad Kajo
'Ik hunker naar de geheimen van het leven'
Door Guus Bauer (2 augustus 2012)
Daad Kajo (1973) is opgegroeid in Syrië en kwam op vijfentwintigjarige leeftijd naar Nederland. De verleider van Damascus is haar debuutroman.

Hoofdpersoon Balsam blijkt al jong een hoogst getalenteerd bespeler van een inheems snaarinstrument. Hij omarmt zijn oed als ware het een mooie vrouw. Hij weet de snaren zo te bespelen dat dorpsbewoners haast in trance raken, vooral de vrouwen. Hij is voorbestemd om een heel grote kunstenaar te worden, als zijn familie dat toelaat.

Hij is de enige zoon in een gezin met oudere zussen en heel veel tantes. Al vanaf zijn vierde is hij zich heel bewust van seksualiteit en lichamelijk genot. Kajo beschrijft het opgroeien van de jongen op overtuigende wijze. De schrijfster is ten gunste van haar mannelijk personage in de tekst verdwenen. Zo hoort het! Haar taalkeuze is zeer origineel, de wensen, angsten en vragen die Balsam heeft, zijn voor jongens en mannen zeer herkenbaar. En ook voor vrouwen!

U wordt nu regelmatig uitgenodigd om op radio en tv over Syrië te praten. Zou U niet liever over uw boek praten?
Een paar maanden geleden was ik bij Nieuwsuur om over Syrië te praten. Toen was mijn boek nog niet uit. Nu de roman verschenen is, heb ik heel erg getwijfeld of ik wel als ‘Syrië-deskundige’ wil worden gepresenteerd. Het is een aanslag op mijn emoties. Als ik de hele dag aan mijn geboorteland denk, word ik gek. Het onderwerp is pijnlijk, maar ik loop er niet voor weg. Ik schrijf opiniestukken voor kranten en reageer op artikelen over Syrië.

Hoe is het met uw familie daar gesteld?
Tot op heden wonen ze in een gebied dat nog relatief rustig is, maar je weet niet hoe de situatie zich verder ontwikkelt. We weten eigenlijk niet wat er écht gebeurt. Het gevaar komt steeds dichterbij, mijn geboortedorp loopt leeg, er vluchten dagelijks tientallen jonge mensen. Ze zijn vooral bang dat ze worden opgeroepen voor het leger. Het regime is heel erg bruut. Assad gooit open en bloot bommen op de steden. Hij wil de macht behouden en het kan hem kennelijk niets schelen wat de buitenwereld ervan denkt. Het is dus de vraag of het regime wel verantwoordelijk is voor de stiekeme bloedbaden. Misschien brengt het Vrije Syrische Leger deze offers wel om de internationale gemeenschap bij de strijd te betrekken.

Is er een oplossing mogelijk?
Ik ben redelijk wanhopig. Ze zijn zover gegaan dat ik me afvraag of het conflict op korte termijn opgelost kan worden. Het kenmerk van oorlogen: pas decennia later, nadat honderdduizenden zijn gedood, gaan partijen weer om de tafel zitten. We staan nu aan de vooravond van een burgeroorlog. Er is op het moment geen middenweg. Je bent of helemaal voor Assad of helemaal voor de vrije strijders. Arabieren kunnen over het algemeen niet relativeren [ironisch lachje].

Er wordt dus zwart-wit gedacht. Kan de literatuur mensen leren om genuanceerd te kijken?
Ik denk niet dat het de taak van de literatuur is om problemen op te lossen. De literatuur heeft in de loop der eeuwen juist zaken vernietigd. Schrijvers bezitten vaak zoveel fantasie dat ze niet meer van de werkelijkheid kunnen genieten. Ik heb het niet over verbeeldingskracht, dat heb je nodig om je als mens te kunnen ontwikkelen. Zonder verbeeldingskracht is je leven onmogelijk. Door mijn overdosis aan fantasie heb ik een behoorlijk bitter leven geleid, bijna buiten de werkelijkheid om. Zonder fantasie hoef je niet te vluchten. Dan leef je het echte leven en blijft er geen ruimte meer voor angst.

Uw fantasie heeft wel tot prachtige scènes in uw boek geleid. Het jongetje dat over zijn eigen geboorte vertelt bijvoorbeeld. Door de vroedvrouw uit ‘de spaarpot van zijn moeder gepeuterd’.
Hij vertelt het verhaal nadat hij het van zijn ouders heeft gehoord. Zoals elke schrijver onderzoek ik ook hoe herinneringen werken.

In De verleider van Damascus bent u zelf behoorlijk ironisch, op het cynische af.
Humor is noodzakelijk in mijn leven. Vooral bij radeloosheid ben ik geneigd om de spot te drijven. Zeker in de literatuur, waar alles dramatisch wordt neergezet, moet ik de complicatie – waarvoor ik geen oplossing kan vinden - aan de hand van een grapje ontkrachten. Zo maak ik het ook altijd goed met mijn personages. Als ik bij een doodlopende weg kom, weet ik dat er niets voor mij overblijft dan lachen. Dat ontdekte ik per toeval op heel jonge leeftijd. Als kind was ik vaak depressief. Lachen heeft me mijn evenwicht altijd teruggeven. Humor heelt, maakt het leven lichter. Niets kan de zwaarmoedigheid zo goed overwinnen.

Het heeft een tijd geduurd voordat ik wist waar ik in het leven sta. Ik was heel gevoelig en mijn ouders hebben mij niet ‘hard gemaakt’. Pijn moest onderdrukt worden. Je werd als kind niet geholpen om eroverheen te komen. Mijn ouders waren leerkrachten en communisten, actief in het geheim. Een groot deel van de dag was mijn vader bezig met politiek. Het heeft me zeer teleurgesteld dat hij daarvoor zijn literaire aspiraties heeft opgegeven. Ik heb nu zelf kinderen en probeer naar ze te luisteren. In de roman verzucht de hoofdpersoon dat hij ook wel een kind van ‘een onwetende’ had willen zijn. Lekker onbevangen voetballen. Vroeger heb ik mezelf ook weleens op die gedachte betrapt, maar ik had de scholing van mijn vader toch niet willen missen.

Uw roman handelt vooral over de dubbele moraal, die in het bijzonder vrouwen treft?
In het geniep gebeurt er van alles. Hier in Nederland ziet men bijvoorbeeld de buikdans waarschijnlijk alleen als een stukje oosters cultuurgoed, maar er hoort verleiding bij. Arabische mensen vinden het bijna zonder uitzondering verderfelijk als je de dans in het openbaar opvoert. Natuurlijk hebben vrouwen meer last van de dubbele seksuele moraal. Ik doel maar even op het heilige maagdenvlies, de eer van de vrouw, een gezamenlijke obsessie. Ongelukkig degene die het kwijtraakt, nog ongelukkiger degene die het behoudt. Balsam, geobsedeerd door het vrouwelijk lichaam, lijdt net zo goed onder die moraal. Hij kan zich niet seksueel vrij voelen omdat het voor hem heel belangrijk is dat zijn ideale vrouw maagd is. Hij wil haar eigen maken. Ook een vorm van hypocrisie.

U verzucht: ‘Waarom is het mannelijk lichaam niet gekenmerkt met een soortgelijk kuisheidsbewijs?’
Ik heb me weleens afgevraagd of het de bedoeling was van de natuur dat een vrouw kuis zou blijven. Maar als dat zo was, waarom een man niet? Ik stel die vragen niet omdat ik protesteer, bijvoorbeeld vanuit een feministische kijk. Beslist niet, daar heb ik een hekel aan. Ik verzet me niet tegen de natuur, maar ik hunker naar de geheimen van het leven. Ik wil weten waarom elke cel van het menselijke lichaam bestaat. Ik heb me bijvoorbeeld vaak afgevraagd waarom nagels groeien als ze uiteindelijk toch geknipt moeten worden? Dat maakt je allemaal zo nieuwsgierig. Over het algemeen geloof ik niet dat de natuur de vrouw met dat vliesje heeft verzegeld om haar kuisheid controleerbaar te maken, want zij kan na haar ontmaagding nog altijd overspel plegen en dat is oncontroleerbaar.

Balsam vlucht naar de Damascus om te ontkomen?
Ook daar vind hij geen oplossing. Het probleem zit in hemzelf. Hij moet afkomen van zijn fantasie over de wereld. Zijn vrouw is een ware metgezel, maar hij liegt tegen haar en droomt over anderen. Hebben niet alle mannen dat probleem? Hij heeft haar tot een echtgenoot in de traditionele betekenis van het woord gedegradeerd. Hij heeft Damascus geïdealiseerd en raakt teleurgesteld wanneer de realiteit ‘met hamer en beitel toeslaat’.

Mislukt Balsam als muzikant ook door wat hij zichzelf wijsmaakt?
In de jaren tachtig in Syrië en in de hele Arabische wereld werd een ‘platte manier’ van de zangkunst populair. Toen stonden de goede zangers voor een keuze. Of je sloot je bij deze zandstorm aan of je bleef trouw aan de traditionele kunst. Balsam volhardt. Van deze klassieke zangers en componisten hoor je niets meer omdat ze zich niet wensen te conformeren.

Een ontwikkeling die je in de literatuur ook wel ziet?
Die infantilisering geldt inderdaad ook voor wetenschap, kunst en voor literatuur. Maar daar is volgens mij weinig aan te doen. Schrijvers lijken hieronder te lijden, maar ik vind niet dat ze zich hiertegen moeten verzetten. Ze moeten zich blijven ontwikkelen als schrijvers. Literatuur moet zich niet aanpassen aan de massa, want het is nou eenmaal niet voor iedereen.

Wanneer Balsam naar Europa komt om liederen te spelen, worden de toehoorders, het Arabische thuisland in gedachten, heel sentimenteel.
Een vals soort sentiment, meestal ingegeven door drank. Een geïdealiseerd beeld van het verleden. Westerlingen hebben het nog steeds over de prachtige cultuur van de Moslims. Zo mysterieus. Een gemakkelijke benadering, want op die wijze hoef je ook geen standpunt in te nemen. Mensen willen over het algemeen alleen de mooie dingen zien omdat het zo geruststellend is. Ik luister ook graag naar Syriërs in het thuisland die zeggen dat het toch wel goed gaat. Op die manier hoef ik me ook niet zo veel zorgen te maken.

Voor Balsam was de stap naar het westen enorm. Voor u ook?
Ik deed alles in Syrië aan de hand van fantasie. Ik had geen relaties met mannen, was niet verliefd, of hoogstens op een ideaalbeeld. In de roman is een meisje op een gegeven moment bang dat ze zwanger is omdat ze ‘zichzelf heeft aangeraakt’. Een heel persoonlijke ervaring van mij. Ik was naïef, wist niets over seks, moest alles zelf uitvinden. Ik was blij als ik weer menstrueerde. We waren bang gemaakt. Als je iets met een jongen deed, werd je zwanger. Maar wát dat iets precies was, werd ons niet verteld. Het angstbeeld van een niet getrouwde vrouw: zwanger worden en dan moeten worden afgemaakt als een ‘defect product’. Toen ik in Nederland kwam, was alles uitvergroot en open: de vrijheid, de tolerantie, seks, emoties. Ik schrijf: Wat wilde ik anders dan die chaos, waar niemand tijd of redenen overhield om mij iets kwalijk te nemen?

U beschrijft de vertwijfeling en uw zoektocht naar seksualiteit heel open in De verleider van Damascus. Bent u niet bang voor de reacties van de steeds minder tolerante Arabische jongens in ons land?
Ik zou het prachtig vinden als ze mijn boek lezen en me er desnoods op aanvallen. Maar ik heb het boek niet specifiek voor hen geschreven, maar voor mezelf en voor de lezer die geïnteresseerd is in een dergelijke zoektocht. Het is tenslotte een roman. Ik heb me nooit afhankelijk gemaakt van een groep, niet in Syrië en niet hier. Het mag niet ten koste gaan van de literatuur.

Heeft u weleens heimwee naar Syrië.
Sommige geuren doen me heel erg aan mijn geboorteland denken. Als het hier regent, dan ruik je de geur van de aarde niet of nauwelijks. In de herfst ging ik altijd buiten zitten op de veranda van mijn ouders en genoot van de regen. Ik ben drie keer teruggeweest naar Syrië en heb me elke keer misselijk gegeten aan groenten en fruit. Overigens heb ik niet zo veel heimwee dat ik hier ongelukkig ben.

U heeft het Nederlands echt omarmd?
De taal die ik sprak in Syrië, en eigenlijk alle talen in de Arabische wereld zijn dialecten. Ik wil schrijven in de taal die ik gebruik. Dat is nu het Nederlands. Het geschreven Arabisch is de standaardtaal, het is niet de taal die ik gebruik als ik kwaad, verdrietig of blij ben.

Foto: Liesbeth Kuipers




Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)
Interview met Gunnhild Øyehaug Door Guus Bauer (06-08-2018)