Interview met David Grossman
‘Wij schrijvers laten de donkere kanten zien’
Door Guus Bauer (18 februari 2013)
David Grossman is een van Israëls beroemdste schrijvers. Hij kwam in januari 1954 ter wereld in Jeruzalem en studeerde aldaar filosofie en theaterwetenschappen. In 1979 publiceerde hij zijn eerste verhalen, naast zijn werk als radioverslaggever. Omdat hij niet onverbloemd over de Palestijnse kwestie mocht berichten, nam hij in 1988 ontslag om zich volledig aan het schrijven te wijden. Inmiddels omvat zijn oeuvre negen romans, essaybundels, een toneelstuk en kinderboeken. Oktober vorig jaar ging de film naar zijn jeugdboek Het zigzagkind in roulatie. De eerste vertaling van zijn in Israël juichend ontvangen nieuwste roman over de rouw om een kind is in het Nederlands verschenen onder de titel Uit de tijd vallen. Een bijzondere poëtische en tegelijk daadkrachtige vertelling die de schrijver zelf een verhaal in stemmen noemt.

Overweldigende reacties
‘In Israël heb ik geen interviews of lezingen gedaan. De eerste publieke optredens deed ik hier in België en Nederland. Nog nooit heb ik zulke overweldigende reacties gekregen. Pas hier werd het me duidelijk wat deze roman mij als schrijver heeft gegeven en wat het voor de lezer kan betekenen.’

Lang gold Grossmans roman over de Shoah Zie: liefde als zijn magnum opus, een boek dat past in de internationale canon omdat het probeert uit te leggen waartoe de mens goedschiks of kwaadschiks in staat is. ‘Een groots visioen van de mens en de geschiedenis,’ kopte de New York Review Of Books direct na verschijning.

Confrontatie
‘In 2004 begon ik aan een roman over de moeder van een tankcommandant. Er is een grote militaire operatie op handen en op een of andere wijze voorvoelt zij de dood van haar zoon. De vrouw wil het slechte nieuws niet horen en ontsnapt op een voetreis dwars door het land. Ik was drie jaar en drie maanden bezig aan deze roman, en net aan de wandel in de woestijn, toen mijn zoon Uri werd gedood in Libanon, een paar uur voordat een bestand van kracht werd. Na de verplichte rouw van zeven dagen kwam de bevriende schrijver Amos Oz op bezoek. Ik zei tegen hem dat ik de roman niet kon redden. Oz bezwoer me dat het boek mij juist zou redden. Confrontatie in plaats van ontkenning. Op de achtste dag ben ik verder gaan schrijven. Twee jaar later verscheen Een vrouw op de vlucht voor een bericht.’

Een paar tellen
Het boek bereidde Grossman zogezegd voor op de tragedie. Schrijvers hebben, in tegenstelling tot niet-schrijvers, niet de luxe om te kunnen vluchten voor zaken die pijn doen of angst aanjagen.

‘Andere mensen hebben misschien ook wel eens een voorgevoel, maar doen er niets mee. Wij schrijvers laten de donkere kanten zien. Alsof de toekomst is vastgelegd. Het maakt het schrijven beangstigend. Een roman moet voor mij iets aanraken wat doofstom in mij zit. Ik heb de tekst nodig om het te kunnen articuleren.’

Toch lijkt hij voor de verwerking van het verlies niet genoeg te hebben gehad aan zijn visionaire grote roman, want vijf jaar na de dood van zijn zoon valt hij in de nieuwste roman vrijwel letterlijk uit de tijd om een paar tellen bij zijn zoon te kunnen zijn.

Verlies
‘Erover zwijgen of erover berichten vochten met elkaar. Aan de ene kant is alles al over dit onderwerp gezegd, aan de andere kant ben ik schrijver van beroep. Alleen door er teksten van te maken, kan ik proberen om mijn leven te bevatten. Mensen hebben verhalen nodig, al zijn de woorden eigenlijk te klein voor een dergelijk verlies. Meestal grijpen we naar clichés van anderen die, hoe waar ze ook kunnen zijn, voor ons gevoel niet helemaal passen bij onze gevoelens. Dat vernedert ons. Het verlies van een kind breekt alle wetten. Dus tegelijkertijd moet je de regels van de taal ook vernietigen. Je moet oppassen dat je niet zelf het verlies wordt. Ik wilde er niet door verlamd raken, ook al is alles erdoor veranderd: je zelfbeeld, de manier waarop je met andere mensen en met mortaliteit omgaat en je verhouding met de tijd.’

Personages
Grossman deelt zichzelf in Uit de tijd vallen op in verschillende personages die allen ook hetzelfde lot hebben ondergaan: een stadschroniqueur die zakelijk bericht, de stamelende vrouw van een schoenmaker, een oude onderwijzer die teruggrijpt op zijn vertrouwde cijfers en een man, die je de voortrekker zou kunnen noemen, die na het avondeten plotseling opstaat, afscheid neemt van zijn vrouw en vertrekt naar ‘daar’, waar dat dan ook is, om nog eenmaal hun dode zoon te zien. Steeds meer rouwenden voegen zich bij hem. De stoet trekt in optocht langs de centaur, half mens, half schrijftafel, die er al jaren niet in slaagt om het verdriet in woorden te vangen. Schrijven, zegt hij, is de enige manier om het lot te kunnen bevatten. Hij brult tegen de stadschroniqueur dat hij in koeienletters moet opschrijven dat de dood van zijn kind in de vorm van een verhaal herschapen moet worden. Is gedeelde smart, halve smart? Verdeelt de schrijver daarom de uiteenlopende reacties op de dood over een aantal personages?

Distantie
‘Ik moest distantie creëren. Mijn zwenkende gevoelens bij Uri’s dood, kregen in de loop van de tijd allemaal een eigen stem. Daardoor kon ik alles zeggen, ook al kon dit misschien de relatie met mijn omgeving, mijn vrouw of mijn kinderen treffen. Maar ik werk niet voor hen. Ik werd een regisseur in dienst van mijn acteurs. Bijna als vanzelf – achteraf gezien, ik heb er toch twee jaar lang mee geworsteld – diende zich de vorm aan: een prozatekst in bedrijven, enigszins verhuld door de poëtische gedachte. We hebben een ander idioom of een ander persoon nodig om te vertellen over zaken die we dondersgoed weten, maar bang zijn om over te praten. In elke andere vorm had ik mezelf in de weg gezeten, met mijn beperkingen, mijn vergelijkingsmateriaal en de intense ervaring die – om nog enigszins te kunnen ademen – al die tijd opgeschort is.

De taal is zeer aards en gecondenseerd. Mijn vrouw zei dat ik het zo geschreven heb, om het zwijgen het dichtst mogelijk te benaderen. Het zou heel gemakkelijk zijn geweest, ook niet al te gemakkelijk overigens, om mijn eigen ervaring op te schrijven, maar ik wilde er een kunstwerk van maken waar iedereen wat aan zou kunnen hebben. Het is heel intiem, maar gaat strikt genomen niet over mijn privé-gebeurtenis. Dat bewaar ik voor mijn dagboek. Zoals iedereen besta ik uit verschillende delen. Sommige van mijn brokstukken bevallen mij minder. Om een titel van Herta Müller te gebruiken: er zijn dagen dat ik mijzelf ook liever niet tegenkom. Ik kan en wil niet halfslachtig te werk gaan. Mijn enige mogelijkheid is het documenteren van deze specifieke ziel, met een zekere gêne luisteren naar alles dat in dit menselijk wezen schuilt, ook de minder mooie, getormenteerde kanten.

Woorden geven
Toen ik aan het schrijven was aan Een vrouw op de vlucht voor een bericht, informeerde Uri regelmatig naar de vorderingen. Hij vertelde me van alles over zijn medesoldaten, het kazerneleven en de operaties. Zelfs toen hij gedood was, voelde het alsof wij samen aan de roman aan het schrijven waren. Ditmaal moest ik alleen op verkenning gaan, op zoek naar een toon en een vorm die hem, en alle voortijdig gestorven kinderen, recht zou doen. Met in gedachten zijn leven, beginnend bij zijn geboorte, opdat ik me hem op een gegeven moment ook zonder de dood kan herinneren. Ik heb nog twee jaar gewerkt aan Uit de tijd vallen om alle “roddel” eruit te halen. Het mocht wel emotioneel, maar niet sentimenteel zijn. Ik wil mijn gevoelens niet opdringen aan de lezer, al hoop ik, een beetje ijdel als ik het zo zeg, dat het boek de mensen woorden geeft. Ik denk dat ik door het te schrijven mijn stem weer heb teruggevonden.’

Iemand die zijn partner verliest, heet weduwe of weduwnaar. Een kind kan wees worden, maar ouders van een gestorven kind hebben geen eigen benaming. Schrijvers die geconfronteerd worden met een dergelijke tragedie, lijken in eerste instantie wel geen weg meer te weten met woorden. Om het onaanvaardbare te kunnen begrijpen, moeten zij zichzelf en hun taal opnieuw uitvinden. De Nederlandse schrijver P.F. Thomése zocht na de dood van zijn dochter Isa in Schaduwkind haast naar nieuwe betekenissen voor de woorden onder het motto ‘als ze ergens nog is, dan in de taal.’ Hetzelfde geldt voor Tonio, een wonderschoon fremdkörper in het oeuvre van romancier Adri van der Heijden, die als begiftigd observator het klaarspeelt om literatuur te maken van de verkeersdood van zijn zoon. De rationalist is degene die met zijn onophoudelijke proberen te begrijpen, de situatie onbegrijpelijk maakt.

Op pad
‘De echte schrijver verlaat het realisme. Ik wilde niet rationaliseren, ik wilde mijzelf blootstellen aan alles dat deze situatie met mij deed. Als ik al gedoemd ben om naar dit eiland van straf te gaan, dan wilde ik er in elk geval een kaart van maken. Schrijven is als het maken van een plattegrond. De eerste, meest natuurlijke reactie is het afschermen van je ziel. De pijn is ondraaglijk, maar elk moment van pijn, is ook een moment van contact met hem.’

De hoofdpersoon gaat ook in deze roman ‘op pad’. In alle boeken van Grossman lopen, rennen, zwemmen of rijden de personages.

‘Ik heb de beweging nodig, anders ben je een gemakkelijk prooi voor de catastrofe, een sitting duck. Dat vind ik vernederend. Dan ben je eerder een overlever dan een slachtoffer. Iemand die geen energie heeft om verder te gaan. De ramp is de essentie van zijn of haar wezen geworden. Ik moet letterlijk en figuurlijk nieuwe horizonten ontdekken. Ik wil een vol leven leiden met alles dat me overkomen is. In het Judaïsme hebben we daarnaast het verhaal van de stad Jericho. Als je er zevenmaal omheen loopt, dan vallen de muren. De wandeling die de protagonisten in de roman maken, leidt natuurlijk niet naar een fysieke plaats, maar naar het contactpunt in de rouwenden zelf. Wij zijn bang om dat aan te raken, we bouwen heel veel verdedigingsmechanismen op. De verschillende personages zijn heel uitgesproken, maar tegelijkertijd moest ik een delicate balans vinden. Op het moment dat ze assimileren vormen ze een koor, als in een Grieks drama. Alleen wanneer ze slaapwandelen, in een sluimertoestand verkeren, kunnen ze met hun geliefden praten. Ze zijn zich bewust van het isolement dat veroorzaakt wordt door het verdriet. Zelfs in een zeer hechte familie treuren de verschillende familieleden elk anders. Dat heeft te maken met de kwaliteit van het contact van de achterblijvers en de overledene. De plaats waar je revitaliseert, is een heel intieme plaats. In je borstkas, namelijk. Je geeft zoveel ervaringen aan de dode door, dat je als het ware zijn snorkel naar de buitenwereld bent.’

Tegen het einde van Uit de tijd vallen realiseert centaur Grossman zich dat hij bijna de betekenis van de dood van zijn kind kan bevatten. Het is mooi en gruwelijk tegelijk als hij concludeert dat zijn hart breekt vanwege het feit dat het kan, dat hij, de schrijver het kan: er woorden voor vinden.


David Grossman (midden) met zijn uitgevers Christoph Buchwald en Eva Cossee (Amsterdam, 3 juni 2004) (foto: Klaas Koppe)

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)