Interview met David Vann
‘Herinneringen kunnen rijker zijn dan het moment waaruit ze zijn voortgekomen’
Door Ezra de Haan (20 oktober 2011)


Van de in 1966 op de Aleoeten geboren David Vann zijn thans twee boeken in het Nederlands vertaald. Legende van een zelfmoord (Legend of a Suicide, 2009) bestaat uit een novelle, ‘Sukkwan Island’, en vijf verhalen die samen lezen als een roman. Alle gaan ze over Roy en zijn vader die zelfmoord pleegde toen Roy nog jong was. De verwerking daarvan wordt door Roy in elk van de verhalen anders beleefd. Een belangrijk element is het ruige landschap van Alaska. Dat is het ook in Caribou Island (Caribou Island, 2011), waarin de mid-vijftigers Gary en Irene op een verlaten eiland in een meer in Alaska een hut bouwen. Daar te gaan wonen is een oude droom van Gary. Hun dochter Rhoda heeft een heel andere droom, trouwen met de elf jaar oudere tandarts Jim en met hem verkassen naar Hawaï. Jim heeft inmiddels de jonge toeriste Monique ontmoet en heeft heel andere plannen. Dat het huwelijk van Gary en Irene op de klippen loopt, heeft ook te maken met haar herinneringen aan de zelfmoord van haar moeder.

David Vann oogt energiek met zijn erg kortgeknipte haren en staalblauwe ogen. Tijdens het interview eet hij een zalmsalade. Net als de personages in zijn boeken is hij er dol op, zolang het maar geen dunne plakken zijn. ‘Gerookt’ moet het zijn, net zoals in Alaska. Zijn spraakwaterval wordt tijdens het gesprek slechts één keer onderbroken… als hij zich in zijn jus d’orange verslikt. Maar ook dan refereert hij direct aan grote schrijvers, hun laatste moment en datgene wat ze dronken. Als ik zijn succesvolle debuut Legende van een zelfmoord vergelijk met een dubbele hamburger schiet hij in de lach.

Hagiografische traditie
‘Twee sterke, lange verhalen als de hamburgers, tussen dunne stukken brood, tomaat en sla…Twaalf jaar lang wist ik, door de vreemde vorm, geen uitgever voor het boek te vinden. Het is een novelle, omringd door vijf korte verhalen. Ik heb er tien jaar, van mijn negentiende tot mijn negenentwintigste, aan gewerkt. Gooide de eerste drie, vier jaar weg. ‘Ichtyologie’ was het eerste verhaal dat ik bewaarde. Daarna schreef ik ‘Een legende over goede mannen’ en de novelle ‘Sukkwan Island’. Pas toen die was voltooid, zag ik hoe het boek er uiteindelijk uit zou moeten gaan zien. De vorm kwam voort uit het derde verhaal van de bundel, ‘Een legende over goede mannen’, dat is gebaseerd op Chaucers ‘Legende van de goede vrouwen’. Hier probeerde ik wel dezelfde taal te gebruiken als in ‘Ichtyologie’.

De structuur wordt bepaald door een reeks portretten, de hagiografische traditie van de beschrijving van heiligenlevens. Die beschrijven de mannen rond de moeder van de jongen in het verhaal. Het zijn plaatsvervangende vaders voor hem. Die reeks maakte mij duidelijk hoe ik het verhaal van Roy moest schrijven. Het moest een serie portretten van een zelfmoord worden. Geen van de verhalen gaat over de vader. Ik bekijk het op zes verschillende manieren. Ik had het niet op die wijze gepland. Dat ontstond al schrijvend. Ik zocht in die tijd nog naar mijn vorm en werd sterk beïnvloed door andere schrijvers. Je kunt het boek ook zien als tien jaar bezig zijn met het leren van schrijven.

Karakters
‘Ichtyologie’ werd beïnvloed door Marilynne Robinsons roman Housekeeping en Elisabeth Bishops poëzie. ‘Rhoda’ is een oefening in minimalistisch schrijven in de stijl van Raymond Carver. Het toont de gewelddadige en zinsbegoochelende seksualiteit van de relatie met de stiefmoeder en de vader, gezien vanuit het perspectief van de zoon. Het is in een stijl geschreven waar ik niet erg van houd. ‘Sukkwam Island’ ontstond na het lezen van zes boeken van Cormac McCarthy en Faulkner. De weg (The Road) van McCarthy was toen nog lang niet verschenen. Ik hield mij in die tijd bezig met het effect van landschapbeschrijvingen en vooral met wat het met de karakters in een boek doet, zoals in Blood Meridian. Natuurlijk las ik ook Hemingway.

‘Ketchikan’ is het enige verhaal in Legende… dat poëtisch van taal is en waar je de invloed van Elisabeth Bishop herkent. Het is het gedeelte van Legende… waarvan ik het meest houd. Ook Gabriel García Márquez vind je erin terug. Ik vind het mooi om al aan te kondigen wat gaat komen. Je moet in een boek bezig zijn met de karakters en proberen te begrijpen waarom ze doen wat ze doen. Wat hen overkomt, gebeurt door hoe ze zijn. Ik vind dan ook dat het verhaal het boek niet bij elkaar moet houden. Het gaat om de karakters, de plek waar het zich afspeelt en het schrijven. ‘Het hogere blauw’ schreef ik na het lezen van Donald Barthelme, Het is fabulerend proza. Het is een vreemd verhaal in een afwijkende stijl.

Ook houd ik van het deel in Sukkwan waar de jongen zichzelf doodt. Hoe krankzinnig de twintig, dertig pagina’s daarna zijn. Die bladzijden zijn belangrijk voor mij. Weinig mensen kunnen ‘Ketchikan’ echt waarderen, het verhaal is niet populair. Je kunt het alleen maar langzaam lezen. De roman waaraan ik op dit moment werk, heeft weinig dialoog en staat vol met beschrijvingen. Graag zou ik een boek schrijven dat dichterbij het oud-Engels lag, een waarin proza en poëzie samenkomen. Het is ook mijn ambitie om dat te proberen. Iets wat qua drama minder biedt maar wel mooi is.

Traditionele tragedie
Caribou Island is een droom waarin je opgaat. De roman ontstaat uit het landschap en het probleem dat Irene heeft. Na dertig jaar huwelijk dat niets heeft opgeleverd, probeert ze te ontkomen aan de effecten van de zelfmoord van haar moeder veertig jaar geleden. Het levert een crises op als in een Grieks theaterstuk. Het personage zit in een vreselijke situatie die alleen maar erger wordt, tot ze breekt en alles gaat openbaren. Het is een traditionele tragedie. Meteen na de voltooiing van Legende… ben ik aan een nieuw boek begonnen. Ik schreef vijftig pagina’s, liep vast en moest stoppen, ik wist niet waar het heen moest, wat ik met de personages wilde… Ik wilde een licht, grappig boek schrijven, net als de roman The End of Vandalism van Tom Drury.

Twaalf jaar later, twee jaar geleden dus, liep ik in januari op Skilak Lake. Het was bevroren. Ik zag wat Irene op Caribou Island ziet. Ze ziet zwart ijs, heeft geen idee hoe dik het is en daar stond ik zelf ook bij stil. Kon je erover lopen, was het wel veilig? Ik deed het toch en was verbaasd over de diepte, ik zag haar verhaal, begreep waar het in het boek om zou draaien, ging naar huis en schreef die scène. Ook al wist ik dat die pas later in het boek zou voorkomen. Ik schreef de roman in vijf en een halve maand. Zeven dagen per week. Geen scène is geschrapt of toegevoegd. De volgorde is hetzelfde gebleven. Het enige wat er, op verzoek van mijn redacteur, bijkwam is achtergrondinformatie over Irene. Zeg maar duizend woorden, meer niet.

Als in een droom
Ik schreef het boek als in een droom. Ik wist niets over het huwelijk, wist niets over de verschillende gezichtspunten die het op zou gaan leveren. Ik ging ervan uit dat het om Irene zou gaan. Ik dacht dat het in de lente zou eindigen. Het boek is compleet anders geworden dan ik voor ogen had. Toen het eerste hoofdstuk af was, veranderde het idee dat ik voor het vervolg had. Het verhaal groeide. Daardoor werd het groter dan Legende van een zelfmoord. Dat was een novelle, dit werd een roman. Ook mijn laatste, nog niet verschenen, boek ontstond op die manier. Ik wilde iets anders schrijven tot ik begon. Vijf maanden later lag er weer een roman op tafel.

Ik schrik er steeds van. Dat boek zal wat er nog over is van de relatie met mijn moeder danig verstoren. Het bestaat uit verhalen die al tientallen jaren lagen te wachten om verteld te mogen worden. Nu was mijn moeder erg behulpzaam bij het schrijven van mijn vorige boeken, die vooral over mijn vader gingen. Het boek dat in mei uitkomt, gaat over haar en zal alles veranderen. Mijn oom staat achter me omdat hij nooit iets van mij las. Zijn moeder las het verhaal ‘Ichtyologie’. Ze huilde drie dagen lang. Ze vond dat ik geen respect voor mijn vader had getoond en dat ik mij tot Jezus moest wenden. Toen mijn oom dat hoorde, besloot hij niets van mij te gaan lezen.

Alaska
Ik ben ooit begonnen met schrijven om te begrijpen waarom mijn vader zelfmoord had gepleegd. Toch wist ik van tevoren niet waarover Caribou Island zou gaan. Ik had geen idee dat Alaska of een huwelijk erin voor zou komen. Ik ontdekte dat pas tijdens het schrijven. Er staan wat regels in over die heel kleine, desperate stadjes. Mensen gaan daarheen om iets te bereiken. Lukt het hen niet, dan vallen ze van de wereld af. Er zit iets wanhopigs in mensen die erheen gaan, het is hun laatste kans. Zeg maar de Amerikaanse droom waarin je jezelf de vorm kunt geven waarvan je altijd droomde. In plaats daarvan wordt hun leven vaak kleiner en nog meer geïsoleerd. Sommigen houden van Alaska, zijn dol op jagen en vissen, die genieten ervan. Zelf zie ik Alaska als een podium waar je de druk op mensen, op je personages, mooi kunt opvoeren. In de wildernis kun je niet ontsnappen.

Uit dat prachtige, prehistorisch lijkende landschap van Alaska ontstonden mijn verhalen. Als je aan de kust naar een afgelegen eiland gaat, zie je wat je duizenden jaren terug ook had kunnen zien. Geen teken van mensen, het water vol vis, dat levert iets mythisch en prachtigs op. Mijn eerste herinneringen worden daardoor bepaald. Wolven of beren konden mij doden en opeten. Ik kon door de eerste vloer van het bos heen zakken, er lag zoveel dood hout dat je erin kon verdwijnen. Liefst ga ik terug naar dat gevoel. En ook naar het gevoel van niet langer verantwoordelijk moeten zijn. Misschien is dat wel de wens: terug naar Eden, het paradijs, te kunnen gaan. Wat ik uiteindelijk probeer is terug te gaan naar de basis: wie zijn we, waar komen we vandaan? Daarvoor versimpel ik het verhaal door de tijd en de cultuur weg te halen door terug te gaan naar de wildernis.

Dat beide boeken zich op eilanden afspelen is intuïtief ontstaan. Later begreep ik pas dat een eiland een rond podium is. Het is van alles en iedereen verlaten, je kunt niet ontsnappen. Het zet de karakters onder druk. De natuur werkt daarbij als een spiegel, een alles vergrotende spiegel. De natuur verklapt wat er zich werkelijk afspeelt en zegt meer dan wat de personages vertellen. Alaska is een perfecte plaats voor een drama. Daar kun je door de afzondering pas werkelijk zien hoe een huwelijk of een vader/zoon relatie functioneert. Niets leidt af. In Legende… verban ik de vader, na de dood van de zoon, zelfs van hun eiland. Op een ander eiland moet hij het dode lichaam van zijn kind dragen. Ik denk dat het een soort van wraak op mijn vader was. Ik heb zelf zolang met zijn zelfmoord rond moeten lopen… dus liet ik hem in mijn boek met mij rondslepen. Dat ik daarvoor koos was lastig. Het moment dat hij het eiland verlaat in ‘Ketchikan’ zorgt voor een breuk in het verhaal. Liefst blijf ik, als ik schrijf, op dezelfde plek. Maar het moest. Hij moest inzien hoe zijn leven voortaan zou zijn, wat de consequenties van zijn daden waren.

Eerste of derde persoon
In ‘Sukkwan Island’ gebruikte ik de derde persoon enkelvoud voor het eerst. Ik probeerde daarin mijn vaders zelfmoord te beschrijven. Het einde zou zijn dood beschrijven. Ik dacht dat ik daarin zijn wanhoop zou kunnen benaderen. De verhalen die ik daarvoor schreef, waren mooi maar laf, ze kwamen niet tot de kern. Ze waren te literair en brachten mij niet tot inzicht in de laatste momenten van mijn vader. Het is vreemd dat ik, om dichter bij te willen komen, koos voor de derde persoonsvorm. Daarna heb ik het vaker gedaan, zowel in Caribou Island als in de roman die ik nu aan het schrijven ben en die zich in Californië afspeelt.

Tegenwoordig vind ik de eerste persoon lastig om te gebruiken. Wat mij verbaasde is dat ik leerde dat de derde je dichterbij brengt dan de eerste persoonsvorm. Men leert en vertelt je het omgekeerde. De ik-vorm zou ervoor zorgen dat je je eerder met het personage zou identificeren, je kunt de gedachten en emoties makkelijker kwijt… Ik denk dat het niet waar is. Ik denk dat de hij-vorm veel beter werkt. Neem een zin als: Hij liep door de straat. In de goot lagen bladeren. Wanneer zou iemand die eindelijk eens opruimen? Je kunt in deze vorm dus net zo dichtbij komen. Maar de ik-vorm is eigenlijk ongelooflijk kunstmatig. Die zit de lezer in de weg. Dat is niet het geval met de hij-vorm.

Tegenwoordige of verleden tijd
Ik kwam daardoor dichter bij de zoon, bij de vader en zijn schuldgevoel. Overigens leerde ik ook dat het gebruik van de tegenwoordige tijd erg artificieel is. In de jaren tachtig geloofde men dat als je in de eerste persoon enkelvoud, in de tegenwoordige tijd schreef, alles snel en direct en echt zou zijn. Ik denk dat ze compleet ongelijk hadden. De derde persoon verleden tijd, zoals men die al eeuwenlang hanteert, is veel praktischer. Het wordt intiemer. Tijdens mijn studie heb ik mij verdiept in de oude sagen en legenden van Engeland en IJsland. Mijn vader vertelde graag verhalen en die verhalen van toen keren terug in beide romans. Verhalen komen ouder en meer tijdloos over als je ze op die wijze brengt. Als je verhalen in porties durft op te dienen, niet mooi gearrangeerd, dan ontstaat er rust, stilte. In Alaska zorgt het landschap ervoor dat je het gevoel hebt duizend jaar terug in de tijd te gaan. Met taal gaat dat lastiger maar ik wil het wel proberen.

In mijn jeugd werd er weinig gelezen. Verhalen werden er wel verteld. Ik groeide op in een jagers- en vissersfamilie. Verhalen hoorden bij een plek. Als je daar was kwam het verhaal. Ieder jaar, als we gingen jagen, vertelden mijn familieleden verhalen. Hier wist Buck dat hert te raken dat toch nog wist weg te komen... Wie we waren, hoe onze vrienden en familieleden waren, werd aan de hand van een plek verteld. Ze vertelden verhalen en leugens. Ieder vissersverhaal had zijn variant. Of de beste versie. Grote leugens vertelden ze graag. Dat mijn stiefmoeder verantwoordelijk was voor de dood van mijn vader, wat niet waar was. Als kind schreef ik ieder jaar jagers- en vissersverhalen en gaf ze weg als kerstcadeau. Ik wilde altijd al schrijver worden. Alleen kreeg ik niets gepubliceerd en verdiende ik er dus geen geld mee. Ik werkte op zeilboten, bouwde boten, was leraar…

Familieverhaal als materiaal
Ik gebruik de namen van Jim en Rhoda in beide boeken. Het zijn de namen van mijn vader en mijn stiefmoeder. Ik wilde duidelijk maken dat ik mijn familieverhaal als materiaal gebruikte. In de boeken zijn het verschillende karakters. In Caribou Island heeft Jim geen zoon en is hij niet suïcidaal. Ik denk dat een schrijver aan een oeuvre hoort te werken. Alle boeken vormen een geheel. Dat ontstaat vanzelf door de verhalen waaruit het leven van de schrijver bestaat. Ze werken als een magneet, je kunt er niet uit de buurt blijven. Je kiest die verhalen, dat materiaal niet uit. Zowel in Legende van een zelfmoord als in Caribou Island onderzoek ik het effect van zelfmoord op mensen. Het gaat om de wisselwerking tussen Irene, haar moeder die zelfmoord pleegde, en Rhoda. Belangrijk in de boeken zijn ook de antagonisten. Jim zet net zoveel druk op Roy, zijn zoon, als Gary zet op Irene. Ze gedragen zich op dezelfde wijze. Daarin komen de boeken het meest overeen. Ze spelen zich af in Alaska, het landschap speelt een belangrijke rol, ze leven in blokhutten maar de belangrijkste overeenkomst zijn de antagonisten. In Legende… speelt de directe invloed van een zelfmoord een rol, in Caribou Island zijn er tientallen jaren verstreken.

Ik probeer in dat boek te bedenken wat het effect van de zelfmoord van mijn vader op mij en mijn leven zal zijn. In Legende… laat ik zien dat de zoon door het gedrag van de vader zich als een volwassene, als de vader gaat gedragen. Ik wilde het effect van wanhoop laten zien. Wie zover heen is, ziet andere mensen niet meer staan. Jim is zo met zichzelf bezig dat hij zijn zoon pas ziet staan als hij die zelfmoord pleegt. Het enige dat hem bezighoudt is zijn tweede, mislukte huwelijk redden. Veel mannen in mijn familie maakten die fout. Dat vind ik het ergst aan Legende…

Een kind zou nooit op die wijze voor zijn vader moeten zorgen. Jim voelt zich onverantwoordelijk en is dat ook. Daarom houden de lezers niet van hem. De druk op zijn zoon is te groot. Hij doet niet wat hij als ouder zou moeten doen. Gary zet net zoveel druk op Irene, zij het minder onverantwoordelijk. Hij wil eigenlijk alleen zijn. In zijn droom komt Irene niet voor. Maar hij is te lui om zich van haar te laten scheiden. Hij kan niet alleen zijn, is zwak… Dat is op mijzelf gebaseerd. Mij, in het echte leven. Ik kon, en daarin lijk ik op Gary, toen ik nog vrijgezel was als het donker werd, niet bedenken wat ik moest doen totdat ik ging slapen. Daar werd ik gek van. Ik kon slecht alleen zijn. Dat is ook de reden waarom Gary bij Irene blijft ondanks het slechte huwelijk. Nu ik getrouwd ben, is het probleem van de eenzaamheid opgelost. Het liefst schrijf ik ’s ochtends. ’s Avonds kijk ik meestal naar films.

Plaatsvervangende vader
John L’Heureux is altijd mijn mentor geweest. Na twintig jaar zie ik hem nog steeds zo. Hij zorgde ervoor ik dat ik mijzelf kon zien als een schrijver. Hij is een plaatsvervangende vader voor mij. Iemand die ik vrees en liefheb op hetzelfde moment. Het was nooit gemakkelijk. Ik kan niet ontspannen als hij er is. Ik zag hem in juni in Londen. Bij hem heb ik het gevoel dom te zijn, een beginnende schrijver. Ik ben bang voor hem. Hij kan erg streng, zelfs honds zijn. Zijn kritiek is eerlijk. Hij legt mij uit wat wel en niet werkt in mijn boeken. Hij is een goede schrijver en ik leerde veel van hem. Ik las al zijn boeken. L’Heureux heeft een flink oeuvre van wel twintig boeken. In zijn tijd was hij beroemd en belangrijk.

Maar de carrière van een schrijver gaat op en neer. Meestal gaat het neer. Dat zegt niets over de kwaliteit van het schrijven of de waarde van de boeken, het zegt iets over de tijd. Zijn boeken inspireren mij nog steeds. Helaas worden ze nog weinig gelezen. Dat is jammer, want ze zijn fantastisch! Zijn korte verhalen zijn juweeltjes. Wild en gek…en absoluut niet gedateerd. Maar ze publiceren het niet meer. We houden van nieuwe dingen en vergeten was goed was. Als ik zie hoe weinig men nog over zijn werk schrijft, maakt mij dat droevig. Ik ben bang dat mij dit ook gaat overkomen. Sommige schrijvers blijven…maar het is moeilijk te voorspellen wie.

Herinneringen kunnen rijker zijn dan het moment waaruit ze zijn voortgekomen. Het kan zelfs je eigenbeeld veranderen. Als ik naar plekken terugga, zo was ik in Ketchikan na een afwezigheid van negentien jaar, merk ik dat alles kleiner is. Koud, nietszeggend en nutteloos. Een herinnering kan op schitterende wijze verbindend en zingevend zijn. Al die toevalligheden in ons leven vormen de eerste stap naar een verhaal. De herinnering maakt ze zoveel beter en rijker dan hoe je het ooit beleefde.'
Delen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)