Interview met Delphine de Vigan
‘Over familie schrijven is bijna vragen om ruzie’
Door Guus Bauer (10 juni 2013)
De omslag van de onlangs vertaalde succesroman Niets weerstaat de nacht van de Franse schrijfster Delphine de Vigan (1966) toont een knappe jonge vrouw bij een feestdis. Er speelt een flauw lachje om haar mond, maar ze heeft de droeve oogopslag van iemand die voorgoed aan de zijlijn lijkt te staan. Het betreft Lucille, de moeder van de schrijfster, die aan een bipolaire stoornis leed en op haar zestigste zelfmoord pleegde.

De naamloze vertelster, die we voor het gemak De Vigan noemen, vindt op een morgen haar moeder dood in bed. Zij blijkt al een paar dagen eerder te zijn overleden. Haar moeders einde roept een hoop vragen op. En wat doe je dan als auteur? Je schrijft een boek waarin je de persoon en de relatie probeert te duiden.

De Vigan: ‘Ik was me ervan bewust dat velen mij voor zijn gegaan en dat er een groot gevaar in een dergelijk project schuilt. Ook een aangepast verhaal kan als een mes zijn dat in een wond wroet. Over familie schrijven is bijna vragen om ruzie.’

De Vigan hield gesprekken met de talrijke broers en zusters van haar moeder en luisterde naar bandopnames van haar grootvader. Ze doet hiervan verslag tussen de beschrijvingen door van haar moeders ongewone jeugd als kindsterretje in de reclame. De twijfel die de schrijfster tijdens de zoektocht bevangt, wordt mooi geïllustreerd wanneer haar negenjarige zoon een vraag stelt: ‘Grootmoeder … heeft zij eigenlijk zelfmoord gepleegd?’ In dat ‘eigenlijk’ zit een behoedzaamheid verborgen. Dezelfde genuanceerdheid waarmee De Vigan te werk gaat.

‘Ik dacht eraan dat ik niets mocht vergeten van haar droge, fantasierijke humor en van haar bijzondere verbeeldingskracht. Tegelijkertijd wilde ik haar ook niet sparen. Mijn jongere zus en ik hebben moeilijke tijden gehad wanneer Lucille in een psychose terechtkwam. Zodra zij werd opgenomen, belandden wij ineens bij onze vader of een ander familielid. Lucille moest te snel volwassen worden. Net als wij. Mijn zus is een beetje boos omdat ze vindt dat mijn toch overwegend positieve papieren doodsbed geen recht doet aan haar eigen lijden.’

Lucille heeft iets sombers dat ook haar vader Georges kenmerkte. Ze hield zich afzijdig, maar haar ontging niets. Hij overschreeuwde zijn angsten. Langzamerhand wordt duidelijk dat er meer speelde in het vrijgevochten gezin, getuige ook de middels een overzichtstaatje met geboorte- en sterfdata vooraangekondigde sterfte van drie van de negen kinderen. Is het wellicht dat trauma dat uiteindelijk tot de daad van haar moeder heeft geleid? Of ligt het aan wat naturist Georges allemaal uitspookte met jonge meisjes, zijn dochters incluis?

‘Wanneer zoveel kinderen uit één gezin sterven, al dan niet door zelfmoord, weet je niet of je het verdriet moet optellen of vermenigvuldigen. Het meest gevoelige punt in mijn boek is de fragmenten die ik heb opgenomen uit de brief van mijn moeder waarin ze haar vader van verkrachting beschuldigde. Is het waar, of is het uitsluitend ontsproten aan haar doorgedraaide brein? Ze heeft ons twijfel als erfenis nagelaten, en twijfel is als vergif. Zaken die lang met de mantel der liefde waren bedekt, komen nu weer ter sprake. Gelukkig weten de familieleden van mijn moeder wat fictie is. Deze roman is mijn waarheid.’

Ondertussen ontwikkelt het boek zich steeds meer naar een zoektocht van de auteur naar zichzelf. Zijn de stoornissen overerfbaar? Mensen lijden nu eenmaal het meest, door het lijden dat ze vrezen.

‘Ik heb een lange periode gehad waarin ik aan anorexia leed. Daar heb ik de totaal autobiografische roman Dagen zonder honger over geschreven. Ik vreesde in die tijd dat ik de duistere kanten van mijn moeder had geërfd. Nu denk ik dat ik met eten ben gestopt omdat ze me totaal negeerde. Pas toen ik op sterven na dood was, heeft ze belangstelling getoond. Wanneer ik nu ruzie heb met mijn zoon en hij zijn kamerdeur dichtsmijt, moet ik mezelf bedwingen om niet te gaan kijken of hij zelfmoord pleegt. Terwijl daarvoor geen enkele aanleiding bestaat. Maar hij is nu van de leeftijd waarop twee broers van mijn moeder de hand aan zichzelf sloegen.’

De oudste broer van Lucille verzocht De Vigan om de roman op een positieve toon te besluiten omdat ze allemaal uit dat nest komen en Lucille uiteindelijk zelfs nog een studie heeft afgerond.

‘Het is de zoektocht naar mijn verhouding met haar. Ik hoefde bijvoorbeeld ook niet te weten wat voor een echtgenote of geliefde Lucille was. Mijn vader is een gewelddadig en destructief mens. Hoewel hij nauwelijks in het boek voorkomt, heeft hij me bestookt met haatmail. Ooit zal ik ook over hem schrijven. Misschien dat ik niet eens tot zijn dood wacht. De drang om een verhaal te vertellen is groter dan de angst.’

‘De dood van mijn moeder kwam toch nog als een complete verrassing. Haar dokter gaf me ter overweging dat ze het gezien haar toestand nog lang had weten vol te houden. Deze roman is absoluut therapeutisch geweest. Nu pas ben ik in staat bewondering voor haar te voelen. Ze wilde er een einde aan maken zolang er nog wat leven in haar zat. Mijn zoon kwam me te hulp. Hij zei dat niemand een zelfmoord kan voorkomen. Dat is de frustratie van de schrijver: je moet een boek schrijven vol met liefde en schuldgevoelens om vrijwel tot dezelfde conclusie te komen. Ik ben blij dat ik ervan verlost ben.’

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)