Interview met Elizabeth Hay
‘De klank van iemands stem is heel intiem’
Door Fleur Speet (28 januari 2009)


De Canadese Elizabeth Hay ontving de Giller Prize 2007, de Novel of the Year 2008 en de 2008 Libris Award voor haar nieuwste roman Nachtradio, waarin zij soepel en vol mededogen vertelt over twee verlegen hoofdpersonen, die eerst nog zoekende zijn in het leven, maar uiteindelijk toch durven te kiezen. Nachtradio gaat vooral over alles wat níet gezegd wordt, over de gedachten die in de hoofden van de personages opgesloten blijven. Hoofdpersoon Harry Boyd is in zekere zin een antwoord op het personage Maurice Dove uit Hay’s debuutroman, De man die voor het weer kwam (2001). Waar Maurice niet wist hoe lief te hebben en de relatie tussen twee zussen ontwricht, ontdekt Harry nu de liefde. En waar Maurice een snob was, is Harry zijn tegenvoeter. Hay deed vijf jaar over de roman, die speelt in het hoge noorden van Canada op een radiostation. Ze vertelt kalm en nadenkend over haar nieuwste boek.

Het arctische landschap
Hay werkte zelf in de jaren zeventig, toen ze begin twintig was, voor CBC Radio in Yellowknife, de noordelijkste stad van Canada, gelegen in de merenrijke Northern Frontier-regio, tegen de noordpool aan. Ze wilde nu opnieuw het noorden bezoeken, daarom nam ze Yellowknife als decor: ‘Het vinden van je eigen stem, letterlijk en figuurlijk, daar draait het om in deze roman; de strijd om los te durven laten en een groter mens te worden. Het landschap is daarbij allesbepalend. Zonder de noordelijke sensibiliteit zou de roman niet hebben kunnen bestaan. Mensen uit het arctische noorden zijn vaker melancholisch, zo is mijn ervaring. De lange winters en korte zomers zijn daar verantwoordelijk voor, maar ook het kristallen licht en de ijzige lucht, de extreme kou, de intense duisternis, de enorme ruimte, het tijdloze en de geïsoleerdheid. Het melancholische dat mij raakt is van de breekbare soort: het openstaan voor verlies, het aanvaarden van wat er gebeurt, met een sprankje humor. Vooral op het woord “breekbaar” richtte ik me. Daardoor stond het zo vaak in de eerste versie van het boek, dat ik de hele tekst moest omspitten en de woorden eruit moest plukken als haren van een oude kin.’

In het hart van de roman zit een kanotocht door de arctische toendra van vier mensen, onder wie de twee hoofdpersonen Harry en Gwen, die opeens volledig op elkaar zijn aangewezen. Na de vele dialogen in het eerste deel, volgt nu de stilte van het bevroren en daarna langzaam ontdooiende landschap, waarna de geluiden gaan vloeien. Zoals Hay bijna fluistert: ‘Ze horen het ijs smelten, ze horen de meren en rivieren ritselen. Ieder geluid doet er opeens toe, terwijl ze zelf stil zijn. Die tegenovergestelde situatie, van het landschap dat opeens praat terwijl de radiomakers luisteren, vond ik fraai om te gebruiken.’

De vier volgen het spoor van John Hornby, een excentrieke Brit die viel voor de betoverende kracht van het Canadese noordpoolgebied en die geprezen is om zijn heroïsche uithoudingsvermogen. Hij vond in 1927 de dood in de Barrens. Waarom Hornby? Hay: ‘Hij had geen belangen met zijn tocht. Hij was geen onderzoeker, geen jager, geen goudzoeker. Zijn verbondenheid was diep en puur. Zijn appreciatie voor het arctische als een van de laatste wereldwonderen is ook de mijne. Daarbij volgen de personages dezelfde route als ik in de jaren zeventig volgde. De fenomenale kanotocht die ik toen beleefde bleef steeds een onverwerkt hoofdstuk uit mijn leven. Ik verlangde ernaar die tocht voor een tweede keer door te mogen maken, ik zag het als een uitgelezen kans en een groot genoegen, omdat ik gebeurtenissen veel vollediger ervaar als ik erover schrijf.’ Als Hay over de gebeurtenissen schrijft, zo legt ze uit, moet ze er immers veel meer over nadenken. ‘De vier personages,’ zo vertelt ze, ‘kijken alle vier anders naar de tocht, ze beleven die anders en daardoor maakte ik de tocht eigenlijk vier keer opnieuw. Een geschenk.’

De radio
Doordat de openingsscène op een radiostation plaatsvindt, staat er direct een grote hoeveelheid personages op het toneel. Bijna allemaal worstelen ze met de beeldvorming van zichzelf en van anderen. ‘Kijk,’ zo begint Hay rustig maar tegelijk geestdriftig, ‘luisteraars vormen vreemd genoeg altijd een nauwkeurig beeld van hoe een presentator eruit ziet. Maar wat blijkt steeds opnieuw? Dat wanneer je de persoon in kwestie ontmoet, die er compleet anders uitziet dan de voorstelling die je in je hoofd hebt opgebouwd. Onze verbeelding is met ons aan de haal gegaan. Daar komt Harry in de openingsscène achter, wanneer hij bij de stem van de Hollandse Dido een vrouw fantaseert die zij niet is: ze blijkt een sexy, onconventionele schoonheid met een ongebruikelijke overtuigingskracht, maar niet zo zwoel als hij in gedachten had. Gaandeweg het boek wordt zij steeds bedeesder, terwijl het schuchtere personage Gwen juist steeds meer voet aan de grond krijgt.’

De discrepantie tussen wie we zijn en hoe anderen ons zien vindt Hay ongelooflijk intrigerend: ‘Als radioluisteraars zijn we eigenlijk allemaal vergelijkbaar met fictieschrijvers. De klank van iemands stem is heel intiem en dat roept op een of andere manier heel snel een plaatje op. We vullen aan wat ontbreekt, we verbeelden. De radio is daarom een welkome metafoor. De medewerkers van het radiostation blijken immers ook een onjuist beeld van elkaar te hebben, zelfs al zien zij elkaar wél. Ze zijn mysterieus voor elkaar en voor de anderen, ze hebben ieder hun blinde vlekken. De blindheid van andere mensen ervaren we altijd als hoogst irritant, maar we zouden onszelf vaker en beter moeten realiseren dat we zelf eveneens blinden zijn. Hoewel… ik geef direct toe dat het geweldig is voor een schrijver dat ieder mens contradicties herbergt. Niemand is eenduidig. In de stilte van mijn werkkamer, niet gestoord door echte mensen, leer ik mijn fictieve karakters kennen. En over hen weet ik uiteindelijk meer dan ik weet over welke persoon in het echte leven dan ook. Zelfs meer dan ik over mijzelf weet.’

Harry en Gwen hebben uiteraard ook hun blinde vlekken, maar zij zijn de meest timide personages uit het boek, de een voor zichzelf en de ander voor anderen. ‘Ik wilde schrijven over verlegen mensen,’ licht Hay toe. ‘Als voormalig medewerker van een radio-omroep weet ik dat verlegen mensen zich aangetrokken voelen tot het onzichtbare van de radio. Ik zocht naar een karakter dat flink genoeg zou zijn om een radioprogramma te durven presenteren, maar te schuchter zou zijn om er in uit te blinken. Dat is de jonge Gwen geworden, die uit het zuiden komt en het vak wil leren. Gwen wordt haar twijfels pas de baas als ze dicht op de intieme gloed van de elektronenbuizen en VU-meters op het mengpaneel in een nachtprogramma de vrijheid krijgt. De paradox te werken aan iets waarvan je niet gelooft dat je het kunt – die eindeloze zoektocht naar zelfvertrouwen – fascineert me buitengewoon en kon ik in haar uitwerken. Maar daarmee is die eindeloze zoektocht voor mij nog niet voorbij.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)