Interview met Elvis Peeters
‘In het echte leven wordt ook niet alles uitgelegd’
Door Guus Bauer (29 maart 2012)


Dinsdag is de titel van de nieuwe roman van Elvis Peeters, die zijn boeken samen schrijft met Nicole Van Bael. Eerder maakte het duo indruk met De ontelbaren (2005) en met Wij (2009).

Een oude man wil geen millimeter inleveren op zijn vrijheid. Daartoe leidt hij het meisje van de Brusselse sociale dienst om de tuin. Hij heeft een turbulent leven achter de rug. Als jongeman doet hij mee aan een groepsverkrachting, wordt naar Afrika gestuurd, leert daar vliegen en sluit zich aan bij rebellen. Op latere leeftijd settelt hij zich, maar zijn twee liefdes moet hij veel te vroeg ten grave dragen.

Hoe schrijf je samen een boek?
‘Nicole en ik vormen een paar en vanaf onze eerste tekst, een theaterstuk, werken we samen. Ik zit meestal boven te werken en Nicole beneden en we mailen de teksten. In wezen herschrijven we elkaars stukken. Naarmate een project dichter bij de deadline komt, gaan we eenmaal per week naar een koffiehuis om over de teksten te spreken. Dat doen we niet thuis omdat het er nogal heftig aan toe kan gaan. In een koffiehuis kun je niet gaan schreeuwen. Ieder van ons vecht tot het uiterste voor de eigen tekst. Het eindresultaat is altijd een consensus. We zijn er bedreven in geworden want we werken al twintig jaar op deze manier. Al liggen er nog wel wat teksten die half af zijn, omdat we het niet eens konden worden over een personage of een wending.’

En geen van jullie brengt dat dan onder de eigen naam uit?
‘Het enige dat ik nog weleens solo doe, is het schrijven van een gedicht of een songtekst. Ik ben tenslotte ook zanger in een band. De interesse van Nicole ligt niet op dat gebied. Theaterteksten, verhalen en romans doen we uitsluitend samen. Het is minder eenzaam en we staan heel sterk ten opzichte van onze redacteur. De tekst is zo goed overdacht dat we een “aanval” van buiten heel goed kunnen pareren.’

Dinsdag lijkt ook te bestaan uit stukken die elkaar aanvullen?
‘Nicole is heel goed in het structureren. Zij houdt de grote lijn in de gaten. Daarnaast heb ik van nature een barokke stijl, die zij in toom kan houden. Al moet ze me wel overtuigen van de noodzaak van het schrappen van woorden.’

Is daardoor de taal in de roman zo laconiek geworden?
‘Ik kan ook poëtisch schrijven, maar Nicole weet een scène heel nuchter neer te zetten. Bedrieglijk eenvoudig, je zou het aards kunnen noemen.’

De naamloze hoofdpersoon heeft een beladen verleden. Waarom gaat hij daar zo nuchter mee om?
‘Het afleggen van verantwoordelijkheid is hierbij de sleutel. Hij heeft geen levensproject, maar pakt wat op zijn weg komt. Hij zegt er niet voor niets over dat het allemaal achter hem ligt en alleen in zijn leven een rol heeft gespeeld. Het heeft niet de loop van de wereld bepaald. Diepe gedachten daarover zijn in zijn optiek verspilde energie.’

Hij heeft nooit geboet voor zijn wandaden. Het lijkt alsof hij dat terecht vindt?
‘Hij heeft heel intens geleefd en alles gedaan wat binnen zijn mogelijkheden lag. Het ging hem gemakkelijk af, het opleggen van zijn macht, het drinken en het rokkenjagen, maar ook het verkrachten en het doden. Als hij zich dan settelt met een vrouw, maken ze aan elkaar ook niet veel woorden vuil. In zijn ogen doet uitleg vaak meer kwaad. Het is zoals het is. Hij heeft het in zijn leven nooit tot spijt laten komen.’

Het menselijk gedrag is wonderlijk?
‘Wij proberen met onze boeken de wereld een beetje dichter bij onszelf te halen. Wat vinden wij van dergelijk gedrag. Al geven we in het boek beslist geen mening. We verwoorden het gedachtegoed van het personage.’

De roman staat vol met korte, rake observaties. Hoe houden jullie die oneliners zo aangenaam vrijblijvend?
‘Ik ben blij dat het opvalt. Een recensent haalde juist een van die stukjes aan als voorbeeld van nietszeggendheid onder het motto: “Waarom schrijft de schrijver niet waarover het gaat?” We proberen uit alle macht pseudofilosofie te vermijden. Het moet goed zijn geformuleerd, moet overbrengen wat we willen aankaarten, maar mag niet verheven zijn. Overpeinzingen moeten geworteld zijn in het alledaagse.’

De vorige roman Wij (2009) besloeg net als Dinsdag niet meer dan 170 pagina’s. In de beperking schuilt de kracht?
‘Je moet de lezer ook niet de tijd afpakken. Het is ronduit vervelend als je na lezing van een boek het idee hebt dat het met honderd pagina’s minder ook, of waarschijnlijk zelfs beter, had gewerkt. Wij condenseren en laten ook wat aan de verbeelding van de lezer over. In het echte leven wordt ook niet alles uitgelegd.’

Zoals het personage op de achtergrond, het meisje van de Brusselse sociale dienst?
‘Ja, zij wordt door de oude man herinnerd of verondersteld. Ze heeft geen stem, maar is in het hele boek dreigend aanwezig.’

De hoofdpersoon heeft het idee dat hij precies in het juiste tijdperk is geboren. Geldt dat ook voor u?
‘Ik ben van 1957 en ben heel blij dat ik de punkperiode heb meegemaakt. Kort na de middelbare school ben ik met een man of vijf een blad begonnen. Over alles wat ons zo bezighield in die tijd, voornamelijk muziek. We deden interviews met bands zoals The Clash. We begonnen met een gestencild blaadje in een oplage van tachtig stuks en eindigden met duizend stuks in offset. Do it Yourself. Dat sprak me heel erg aan. Daarna ben ik een band begonnen met Nederlandstalige teksten.’

Een citaat: ‘Altijd is er wel een moment, soms twee of drie per dag, waarop de tijd een sprong maakt. Een teken van mededogen.’ De tijd speelt een belangrijke rol in de roman?
‘De roman speelt op één dag. De oude man denkt de hele tijd terug aan het verleden en ondertussen verstrijken de uren. We wilden niet zijn hele dag invullen. Dat heeft weer te maken met het condenseren. Daardoor kun je focussen en details sprekend laten worden. Een mens kan intens leven en toch kunnen de details er meer toe doen.’

De man is op z’n zachtst gezegd geen tobber, waarom haalt hij zijn verleden eigenlijk op?
‘Hij zit aan het einde van zijn leven, heeft zijn vrouw aan de dood moeten afgeven. Buiten het meisje van de sociale dienst heeft hij eigenlijk niemand. Het enige dat hem nog rest, is het herkauwen van gebeurtenissen uit het verleden. Zonder trots, heldenmoed of schaamte. Hij is tevreden met wat hij van zijn leven heeft gemaakt.’

Terloops sluipt de wreedheid in het boek?
‘We wilden geen ongenuanceerd personage neerzetten, maar iemand met goede en kwade kanten. Het is iemand die je op straat kunt tegenkomen en je dan afvragen wat voor een verleden iemand meedraagt. Voor hem is het een gepasseerd station. Er valt hem niets meer euvel te duiden. Ondanks zijn zwarte zijde, kun je als lezer toch sympathie voor hem opbrengen.’

Vanwege zijn eenzaamheid? Omdat zijn dagen tot sleur zijn geworden?
‘Het motto is niet voor niets. “Dinsdag? Nee, volgens mij was het woensdag…” Het zou goed kunnen zijn dat zijn dagen zich zo aaneenrijgen.’

Foto Elvis Peeters: Stephan Vanfleteren
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)