Interview met Erik Vlaminck
'Ik wil aanzetten tot een creatief proces'
Door Guus Bauer (24 februari 2012)


In de roman Brandlucht van Erik Vlaminck, geselecteerd voor de longlist van de Libris Literatuur Prijs, zetten de personages alles op alles om los te raken van hun verleden. Onder het motto ‘als iets niet meer leefbaar is, kan het beter afbranden’ nemen ze daarvoor soms letterlijk het luciferdoosje in de hand. Maar het is de vraag of je zelfs met de meest rigoureuze maatregelen helemaal bevrijd wordt van de bouwstenen van je leven, zijnde voorouders, de jeugd en de plek waar je vandaan komt.

Hoofdpersoon Elly is geboren en getogen in Saint Thomas in Canada. Haar vader Gaston is Vlaams en haar moeder Mina Nederlands. Dat blijkt een onmogelijke combinatie. De vader gaat er op een dag ineens vandoor. Jaren later krijgt Elly met haar eigen dochter Linda problemen. Die ontdekt dat haar moeder en oma elk met een andere waarheid over het verleden leven.

Waar komt die naar het schijnt onoverbrugbare kloof tussen Nederland en Vlaanderen toch vandaan?
Ik kan alleen maar namens mijzelf spreken. Ik ben opgegroeid op vijf kilometer van de grens in Kapellen ten noorden van Antwerpen. Op zaterdag reed mijn vader altijd naar Putte om daar benzine en boter te halen omdat die toen goedkoper was in Nederland. We gingen er ook naar de kapper. Als kind zag ik daar al de grote verschillen, op schootsafstand haast. Dat vond ik opmerkelijk. Dat een door mensen afgesproken scheidslijn dergelijke fundamentele verschillen kan bewerkstelligen.

Waarom vertelt u het verhaal uit verschillende perspectieven?
Dat is een zeer bewuste keus. Wat is waarheid? Dat is mijn uitgangspunt voor het vertellen van een verhaal. Mijn stelling daarbij is dat de absolute waarheid niet bestaat. Iedereen liegt zijn eigen waarheid, zo u wilt. Ik vind het belangwekkend om vanuit verschillende invalshoeken over een kwestie te schrijven, vanuit de overtuiging dat iedereen weer anders kijkt. Op die manier kan ik ook de lezer verschillende opties geven. Daaruit kan hij of zij een eigen conclusie trekken. Al wordt de kans op de waarheid kleiner naarmate je over meer informatie beschikt.

U maakt de lezer graag aan het twijfelen?
Ik vind dat een literair schrijver door zijn boek in communicatie moet gaan met de lezer. Ik wil aanzetten tot een creatief proces. Het activeren van de lezer. Dat beoog ik in al mijn romans. Ik word veel uitgenodigd door leesclubs. Die mensen hebben als het goed is je boek gelezen en daar kun je een ander gesprek mee voeren dan wanneer je ergens een lezing geeft. Ik constateer bij dergelijk bijeenkomsten dat iedere lezer weer een andere film van het boek heeft gemaakt.

Speelt wellicht mee dat u uw personages zelden beschrijft?
De lezer moet de kans krijgen om zelf invulling te geven aan het verhaal. Wanneer ik met lezers praat, kunnen ze me allemaal een beschrijving geven van een personage. Iedereen heeft gelijk. Ik ben een democratisch schrijver. Wat ik kwijt wil, maak ik duidelijk door dialoog en actie. De verschillende perspectieven zorgen daarbij voor diversiteit. Als beloning krijg je na gesprekken met lezers zelf ook een andere kijk op je werk.

Ook in deze roman worstelen de personages met hun identiteit. Een weinig hoopvolle gedachte dat je nooit van je voorgeschiedenis afkomt, of je hem nu affakkelt of niet?
Elly is helemaal vastgelopen in haar verleden, maar de hoop schuilt in kleindochter Linda. Zij zal haar leven wel maken. Waarschijnlijk omdat ze écht Canadees is. Ze is minder beladen door haar wortels. Ik ga er vanuit dat elk mens rondloopt met een rugzakje waar een stuk afkomst inzit en een stukje van de plek waar je bent opgegroeid. Dat neem je overal mee naartoe. De een zal het meer als ballast ervaren dan de ander. De personages in Brandlucht dragen behoorlijk zware rugzakken.

De verschillen tussen de Vlamingen en Hollanders en tussen mannen en vrouwen zijn behoorlijk stereotiep?
Op dat punt schuw ik de clichés niet. Ik vergroot ze zelfs bewust uit. Ook onze samenleving anno nu denkt weer steeds meer in stereotypen. Misvattingen blijven bestaan en worden door het ideaalbeeld dat in de media wordt geschetst zelfs uitvergroot. Het boek is ook een protest tegen de tendens dat we tegenwoordig weer meer in hokjes worden geduwd. Verschillen hoeven toch niet problematisch te zijn. Ik beschouw ze eerder als een aanwinst. Toen ik deze roman schreef, ben ik twee keer in Zuid-Ontario geweest en het viel mij op dat de Nederlandse en Vlaamse emigranten juist heel krampachtig vasthouden aan oude tradities. Zaken die bij ons als voorbijgestreefd worden beschouwd, zijn daar hedendaags.

Waar komt dat aanklampen vandaan? Hebben de emigranten hun flexibiliteit verloren?
De Belgen en Nederlanders klitten bij elkaar. Ze zwijmelen over de respectieve moederlanden. Verplaats mensen en zet ze in een groep en dan krijg je dat conservatieve vasthouden. Als ze zich over het land hadden verspreid, dan waren ze beter geïntegreerd. Hetzelfde zie je nu in West-Europa. Immigranten die veertig jaar geleden groepsgewijs naar hier zijn gekomen, zoals Marokkanen en Turken, leven vaak ook nog in de oude tradities.

De emigranten in Canada praten vaak over definitief teruggaan, maar doen het, anders dan voor een kort familiebezoek, eigenlijk zelden?
Zij hebben een vastgeroest beeld van Vlaanderen of Nederland, zien het moederland nog steeds zoals het was in de jaren vijftig en zestig toen ze vertrokken. Een soort vangnet. Tegelijkertijd weten ze ook wel dat het niet meer zo is, maar kiezen er op een of andere manier voor om dat weg te stoppen. Dat leidt tot ontheemding, maar ook tot het besef dat er geen weg terug meer is. Het gezinnetje in Brandlucht is gestoord. Ze zijn nergens thuis. Ze zijn de grond onder hun voeten overal kwijt, vooral Gaston. Gaston en Mina hebben allebei in Europa een valse start gemaakt. Van dochter Elly is de grootste hoek af. Zij is de optelsom van haar beide ouders.

U schrijft veel over familie. Heeft u zelf ook een zware rugzak?
Ik heb niet het gevoel dat ik er zelf mee zit. Een auteur die te hard met dingen overhoop ligt, kan daar naar mijn mening geen literatuur van maken. Als het te hard op je eigen vel zit, wordt het te emotioneel. Je moet natuurlijk er wel iets van gevoeld hebben.

U springt in Brandlucht soepeltjes in tijd en plaats, van de jaren zestig naar nu en van Canada naar Vlaanderen en Nederland en terug. Bent u een constructeur?
Integendeel. In een artikel werd ik de meester van de montage genoemd, maar ik schrijf al mijn boeken lineair. Ik schreef al boeken toen er nog geen computers waren, dus ik kan niet anders werken. Er zou eens een behoorlijke studie gemaakt moeten worden naar de breuklijn van het schrijven op de typmachine en met de computer. Het ambacht is daardoor wezenlijk veranderd. Sommige boeken zijn echte puzzels door al het geknip en geplak.

De achtergrond van het verhaal is duister, maar er zit ook veel humor in. Je merkt het schrijfplezier.
Het feitelijke schrijven haat ik, maar ik ben heel graag bezig met de voorbereiding, de research, het plannen van een boek. Het verhaal groeit in mijn hoofd en ondertussen stel ik het schrijven alsmaar uit. Dat doe ik pas wanneer het boek in mijn hoofd helemaal af is en ik andere ideeën in een virtueel laatje heb kunnen doen.

En dan gaat u zitten en ratelt het in één keer van A tot Z op papier?
De laatste twee romans heb ik helemaal in de trein geschreven. Wanneer je thuis vastloopt, is de neiging erg groot om iets anders te gaan doen. Ik erger me aan elk geluidje. Ik heb welhaast de beroemde stofzuiger van Vestdijk nodig. In de trein irriteren de geluiden van anderen me niet. De gesprekken leveren me af en toe zelfs wat inspiratie op. Bovendien kan ik daar niet gaan lopen. Ik neem om negen uur in de ochtend de trein naar het verste punt in Vlaanderen. Ik schrijf met de hand in schriftjes. Op de plaats van bestemming lees ik om half een de krant en drink wat koffie. Op de terugweg tik ik het geschrevene in mijn laptop. Zo heb ik bij thuiskomst direct een tweede versie.

Voordien was ik zes weken in Canada geweest. Toen het boek begon te groeien, ben ik teruggegaan en heb ook daar met de trein gereisd. Misschien had ik voor deze twee boeken de cadans nodig. Voorheen schreef ik vaak in cafeetjes.

Krijgt de generatie geboren in de jaren vijftig en zestig niet verhoudingsgewijs veel verwijten op het bord?
Onze ouders hebben de oorlog meegemaakt en hebben daar vaak behoorlijke trauma’s door opgelopen. Zij krijgen kinderen die, om het in de woorden van mijn eigen vader te zeggen, ‘in het landeke van belofte opgroeien.’ In hun ogen was dat zo. Bijna vanzelfsprekend ontstaat er dan iets van afgunst en spijt over de eigen gemiste kansen. De jeugd weet niets af van het lijden van de oudere generatie. Ik denk dat het van alle tijden is, telkens weer anders geschakeerd. Wij vinden onze kinderen vaak ook weer verwend.

In de loop van de roman krijg je toch sympathie voor de ‘verwijtende’ moeder van Elly?
Dat komt weer door de perspectiefwisseling. Aanvankelijk zie je haar alleen door de ogen van Elly. Elly geeft haar moeder de schuld van het vertrek van haar vader die zij onterecht is gaan idealiseren. Daarnaast zit de moeder Elly steeds op de huid. Als kind van de jaren zestig moet ze zich daar natuurlijk tegen verzetten. Linda heeft een heel andere kijk op haar oma, ze kijkt feitelijk naar haar op. Genuanceerder. Dat is een keuze van mij om al die personages een stukje nuance te geven. Ook nadat Gaston aan het woord is geweest ga je net iets anders over hem denken. Je krijgt begrip voor hem. Dat is de taak van de schrijver: het aanschouwelijk maken van de nuance. De wereld is al veel te zwart-wit.


Foto's Erik Vlaminck: Klaas Koppe (boven) en Fleur Speet (onder).
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Door Guus Bauer (22-03-2019)
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)