Interview met Eva Rovers
De Comédie Büchienne. ‘Het leven van Büch was kunst en vliegwerk’.
Door Guus Bauer (11 november 2016)
De biografie Boud, het verzameld leven van Boudewijn Büch, van Eva Rovers wordt, geheel terecht, ondersteund met een eigen soundtrack. Büch (1948 – 2002) was minstens zo begeistert van muziek als van de dood en de literatuur. In de epiloog geeft de biografe aan dat ze beoogt heeft om een wat genuanceerder beeld te scheppen van de dichter, schrijver, presentator en verzamelaar, van het totaalfenomeen Büch. Daarin is ze wel geslaagd, binnen de lastige grenzen die haar onderwerp zelf heeft opgeworpen.

Na het overlijden van Boudewijn Büch lag de nadruk namelijk vooral op het fantastische karakter van zijn schrijverij, op het waarheidsgehalte van de gedichten en romans. Was zijn moeder van Joodse afkomst, had zijn vader zelfmoord gepleegd, was er daadwerkelijk een jonggestorven kind geweest? De verontwaardiging was groot toen dit, en vele andere zaken, verzinsels bleken te zijn. Maar wat zou het? De schrijver liegt zijn eigen waarheid en in dit geval bespeelde Büch de media met verve. Journalisten willen nu eenmaal een ‘doorleefd’ verhaal vertellen, aanhaken bij de actualiteit of in ieder geval bij een ingrijpende gebeurtenis in het leven van een mens. Het tonen van de ware emoties. Ja, ja. In feite nam hij de domheid, de goedgelovigheid van de mediamensen constant op de hak. Het is het abusievelijk totaal identificeren van de schrijver en zijn tekst.

Wat heeft je doen besluiten om deze caleidoscopische figuur te kiezen als onderwerp voor een biografie?

‘Ik zat op de middelbare school toen Büch regelmatig op de tv was te zien en artikelen van zijn hand in allerlei kranten en bladen verschenen. Een aantal van zijn romans heb ik toen gelezen, maar ik verslond niet alles. Ik vond hem een interessante figuur, maar was geen fan. Zijn persoon en zijn verhaal begonnen mij pas echt te fascineren toen na zijn dood de verontwaardiging uitbrak. Ik vroeg me af waarom iemand die zo geliefd was opeens zo werd verguisd.’

Hoe ben je vervolgens te werk gegaan?

‘Büchs persoonlijke archief was overgedragen aan het Literatuurmuseum te Den Haag en wordt pas in 2030 openbaar. Ik kreeg toestemming van de nabestaanden om daarin research te doen. Allereerst heb ik dat archief geïnventariseerd. Om het overzicht te houden in de massa aan informatie heb ik een groot Excel sheet gemaakt waarin ik zoveel mogelijk heb proberen onder te brengen. Daarna ben ik begonnen met het lezen van de dagboeken en de correspondentie. Vervolgens heb ik zoveel als mogelijk chronologisch gesproken met de mensen uit zijn leven. Eerst met zijn moeder en zijn broers, daarna met jeugdvrienden en tenslotte met vrienden en mensen waarmee hij zakelijk te maken had. In totaal heb ik met honderdvijftig mensen gesproken uit alle periodes van zijn leven. De laatste tweeëneenhalf jaar heb ik gewijd aan het schrijven. Muziek speelde een grote rol in zijn leven, dat wilde ik ook prominent in het boek hebben, maar niet door afzonderlijke beschouwingen daarover te schrijven. Daarom heb ik songteksten opgenomen en een soundtrack gemaakt, zodat mensen onder het lezen kunnen horen waar hij van hield.’

Je hebt je vijf jaar intensief met Büch beziggehouden. Is je visie op hem veranderd door het schrijven van de biografie?

‘Ja, toen ik aan het onderzoek begon, kende ik hoofdzakelijk de buitenkant: de charismatische presentator, de relschopper bij Sonja Barend en de schrijver die zijn eigen leven had verzonnen. Toen ik zijn archief begon uit te pluizen, ontdekte ik wat er achter dat karikaturale beeld schuilging. Hij was niet de simpele fantast waar iedereen hem na zijn dood voor versleet. Er bleek toch wel een heel plan aan die verhalen ten grondslag te liggen. Al heel jong gebruikte hij zijn dagboeken om zijn leven te herkneden. Hij richt zich als achttienjarige al tot een publiek of een toekomstige biograaf met opmerkingen als “mijn toekomstige tekstediteur mag dit weglaten.” Voor harde feiten had ik dus niet veel aan die dagboeken, maar ze lieten wel heel mooi zien hoe hij van zichzelf een personage maakte. Wat mij duidelijk is geworden is dat zijn poëzie veel autobiografischer is dan zijn proza. Zijn gedichten, dagboeken, brieven, interviews, al zijn werk, is één groot weefsel waaruit zichzelf als personage opbouwde. De Comédie Büchienne.’

Heeft Büch met zijn verbeelding voor een verscherping van de verhoudingen in de familie gezorgd?

‘Als kind had hij al ontdekt dat hij met zijn verhalen in staat was om het leven naar zijn hand te zetten. Hij bouwde met behulp van atlassen, poëzie en muziek een eigen wereld op en wist daarin iedereen die hij sprak mee te krijgen. In zijn jeugd was hij met zijn grappen en verhalen de vredestichter in huis. Zijn moeder was later niet erg gelukkig met zijn boeken, omdat hij de familie een andere geschiedenis gaf: een vader die zelfmoord had gepleegd, een moeder van Joods-Italiaanse afkomst, een jong gestorven zoontje. Broer Patrick Buch heeft daarom in 1995 een interview gegeven aan De Telegraaf waarin hij een aantal mystificaties doorprikte, onder meer dat Boudewijn een zoon had. Daarna heeft Boudewijn nooit meer iets van zich laten horen.’

Je hebt de grote lijn goed vastgehouden. Er is ruime aandacht voor de (vaak moeizame) relaties op het zakelijke en persoonlijke gebied.

‘Ook de totstandkoming van zijn poëzie en proza en de reacties daarop komen uitgebreid aan de orde. Het is een biografie, geen literatuur-historisch werk en dus beschrijf ik niet alleen zijn werk maar ook zijn leven. Bovendien hadden zijn relaties en zijn dagelijkse leven veel invloed op zijn werk; het is de bodem waarop zijn oeuvre is gegroeid. Dat moet je dus wel beschrijven, wil je zijn spel met feit en fictie inzichtelijk kunnen maken. Daarnaast heb ik ook veel aandacht besteed aan zijn rol als boekpromotor, door het revolutionaire van zijn boekenprogramma’s te belichten en de kritische reacties daarop van het establishment.’

Terwijl Büch juist een vernieuwer was waar veel programma’s, zoals Floortje naar het einde van de wereld en De wereld draait door, op voortborduren?

‘Hij was de eerste die “naast” de camera praatte met zijn crew, waardoor het leek of hij niet presenteerde maar zich rechtstreeks tot de kijkers richtte. Nog vernieuwender waren zijn boekenprogramma’s in de jaren tachtig. Hij was de eerste die op zo’n toegankelijke manier over literatuur sprak; daarmee brak hij volledig met het heersende idee hoe men een boekenprogramma “heurde” te maken. Verschillende programma’s zijn schatplichtig aan hem.’

Zijn roman De kleine blonde dood was zijn grootste literaire succes, maar toch ook de veroorzaker van zijn uiteindelijke eenzaamheid?

‘Al voordat Boudewijn ook maar iets had gepubliceerd, in 1970, vertelde hij aan zijn vrienden dat zijn vriendin zwanger van hem was. Vijf jaar later liet hij het kind “sterven”. De liefde van zijn leven Bernadette dreigde hem voorgoed te verlaten, zou terugkeren naar haar man. Het voorwenden van de dood van een, naar later bleek literair, kind was Boudewijns (wanhopige) manier om Bernadette alsnog aan hem te binden. En het werkte. Dat soort dramatische verhalen waren zijn manier om greep te houden op het leven en de aandacht te krijgen die hij nodig had. Wanneer hij tegen zijn vrienden had gezegd dat zijn relatie over was, hadden ze hem meegenomen naar de kroeg onder het motto: “lullig voor je, maar dat hebben we allemaal weleens meegemaakt”. Boudewijn had een sterkere reactie nodig. Waarschijnlijk dacht hij dat het verhaal met de dood van het kind over en uit was, maar toen begon het eigenlijk pas. Vrienden stonden voor de deur om mee te gaan naar de crematie. Toen moet hij beseft hebben dat hij verstrikt was geraakt in zijn eigen verhaal.

Uiteindelijk heeft hij van de nood een deugd gemaakt. Hij ging over zijn “zoon” schrijven in gedichten, columns en proza, waarmee hij de verwarring over het autobiografisch gehalte van zijn werk met opzet vergrootte. Zo bleef men nieuwsgierig naar hem en zijn werk. Dat was voor zijn carrière heel goed, maar persoonlijk was het een drama. Hij had een modern monster van Frankenstein gecreëerd: de zoon die hij had geschapen stond voorgoed tussen hem en de rest van de wereld, met grote eenzaamheid tot gevolgd. In feite deed hij niets anders dan wat Goethe ook heeft gedaan. Alleen had zijn grote voorbeeld de regie beter in handen. Goethe’s leven was kunst, het leven van Büch was kunst en vliegwerk – zoals hij ergens schrijft in zijn dagboek. Hij wist – en dat is de ware tragiek – dat je met verhalen mensen aan je kunt binden, maar kwam er te laat achter dat hij door diezelfde verhalen niemand echt kon toelaten. Daardoor is hij niet alleen op papier de eenzame romanticus geworden, maar ook in het echt. Terwijl dat laatste nou net niet de bedoeling was.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)