Interview met Frank Martinus Arion
‘Je taak als mens is om de schepping te verbeteren’
Door door Annemiek Neefjes (13 oktober 2006)


Frank Martinus Arion stapt op witte gymschoenen de herfstzon in. Ik heb hem uitgenodigd voor een ochtendwandeling door Amsterdam, met als vertrekpunt zijn appartement in het hartje van de stad. Daar verblijft hij de komende drie maanden als writer-in-residence. ‘Zullen we,’ stelt hij voor, ‘om de hoek eerst koffie drinken?’ Na de koffie komt een jenevertje op tafel en daarna nog een. ‘Ach,’ zegt de schrijver met een grijns, ‘de rieten stoelen hier zitten goed.’

Café ’t Camperhooft is dus plaats van handeling. Waarschijnlijk zou er buiten ook helemaal geen tijd geweest zijn om om ons heen te kijken. Arion stoot me al pratend voortdurend enthousiast aan of hij klapt, ter onderstreping van een verbluffende anekdote die hij vertelt, zijn handen luid lachend op elkaar. Er is het verhaal – en de rest is overbodig.

De Curaçaose schrijver is hier omdat zijn romandebuut Dubbelspel centraal staat tijdens de nieuwe bibliotheekactie Nederland leest. Het boek kwam in 1973 voor het eerst uit. Voor de actie zijn maar liefst 575.000 exemplaren gedrukt. Tussen 20 oktober en 17 november kunnen bibliotheekleden een (door Anthon Beeke ontworpen) exemplaar krijgen. In de boekwinkel is een gebonden uitgave voor een tientje te koop.

Schrijven om te kunnen experimenteren
‘Het is een enorme oplage,’ zegt Arion tevreden, ‘maar ik heb nooit voor de lezersaantallen geschreven. Ik schrijf omdat ik dan volledige vrijheid heb, omdat ik kan experimenteren. In werkelijkheid waren er nog nooit doden gevallen bij het dominospel, maar in Dubbelspel laat ik twee van de vier spelers doodgaan. Het experiment was: met welke literaire middelen kan ik een moord en een zelfmoord onontkoombaar maken?’

In de roman spelen Janchi Pau, Chamon Nicolas, Manchi Sanantonio en Boeboe Fiel op een zondagmiddag domino. Het is het spel van de armelui (een beetje welvarende doet aan bridge) en het is het spel van de gezelligheid, zoals de vier mannen verschillende keren benadrukken. Binnen de heldere vorm van eenheid van plaats, tijd en handeling voeren de mannen ondertussen een gruwelijke, mentale oorlog met elkaar.

‘In twee weken tijd heb ik het boek geschreven,’ herinnert Arion zich nog precies. ‘Nadat ik in Leiden Neerlandistiek had gestudeerd, ging ik, vlak voordat ik afstudeerde, terug naar Curaçao. Daar woonde ik bij mijn tante in huis. Mijn vriendin uit Suriname, de dichteres en mijn latere vrouw Trudi Guda, kwam een keer ’s ochtends vroeg bij me. Mijn tante dacht dat ze bij me had geslapen en schopte me gelijk het huis uit.

Trudi huurde twee weken een vakantiehuisje en ik trok bij haar in. Ik wist dat ik het boek toen moest schrijven, want daarna zou ik geen onderdak meer hebben. Iedere avond drúmde ik op de typemachine – overdag gingen we zwemmen of vissen, het was erg idyllisch – en om een uur of een ‘s nachts las ik haar voor wat ik had geschreven. Vaak viel ze uiteindelijk in slaap en ik riep dan: “Als het straks als een meesterwerk wordt herkend, zal ik zeggen dat jouw ogen erbij dicht vielen!”’

Een zeldzaamheid in de hele Nederlandse literatuur
En het wérd als een literair hoogstandje herkend. Gerrit Komrij noemde het in Vrij Nederland ‘een volwaardige politieke roman, geschreven in een haast ongelooflijke stijl’. Jacq Vogelaar prees het in De Groene Amsterdammer om zijn vakmanschap en fantasie. W.F. Hermans schreef in 1975 over Dubbelspel: ‘Een boek, niet alleen maar curieus als staal van koloniale bellettrie, maar een grootse roman op zichzelf, een zeldzaamheid in de hele Nederlandse literatuur.’ ‘Ha ha,’ reageert Arion, ‘maar dat schreef hij nadat hij eerder schamper had geschreven dat ik een gesjeesde student was.’

De roman werd indertijd ook enthousiast onthaald omdat hier eindelijk eens vanuit het perspectief van Curaçaoënaars zelf was geschreven. Tussen het spelen en het drinken van de vele glazen rum door bespreken de vier mannen de politieke en maatschappelijke situatie van het eiland. Ze klagen, tieren en jennen elkaar, ze klinken opstandig en dan weer machteloos, en uit al die gesprekken tezamen ontstaat een genadeloos portret van het land. De blanke elite heeft de touwtjes in handen, de macht van buitenlandse bedrijven (Shell) is desastreus voor de ontwikkeling van de Curaçaose bevolking en corruptie is er alomtegenwoordig.

‘Ik heb de roman niét als politiek pamflet geschreven,’ roept Arion. ‘De mannen praten over politiek omdat ze domino spelen, dan heb je het daar nu eenmaal over, net zoals ze het over vrouwen hebben.’ Hij verzet zich tegen het hardnekkige beeld van hem als schrijver met een politieke boodschap. ‘Het artistieke belang staat in mijn schrijverschap altijd voorop,’ zegt hij.

Politieke items in een roman zijn in Nederland al snel verdacht, vindt Arion. ‘Laatst zei Tommy Wieringa, van Joe Speedboot, tegen me dat hij zich niet kon voorstellen dat in zijn werk politiek een rol zou spelen. Dat vond ik ontstellend om te horen. Als je als schrijver a-priori die kant van de werkelijkheid afdekt, beperk je jezelf enorm. Nederlandse schrijvers staren zich blind op hun eigen, blanke, hoog opgeleide navel. Hier op de Wallen zie je heel andere navels, dáár zou ik wel eens een roman over willen lezen.’

De schepping verbeteren
Als mens noemt Arion zich wel een idealist. ‘Idealisme is de enige zin van het leven. Er is geen God, samen vormen we zelf de goddelijkheid. Het is een spinozistisch uitgangspunt. Je taak als mens is om de schepping te verbeteren. Die taak geeft me trouwens ontzettend veel plezier.’

Eind jaren tachtig richtte hij de politieke partij Kara op (‘Snelle verandering’), die hij korte tijd later weer ophief, want wat hij eerder al in Dubbelspel had beschreven, ondervond hij nu aan den lijve: dat fraude in de Curaçaose politiek de gewoonste zaak van de wereld is. In die periode stichtte hij ook de humanistische basisschool Kolegio Erasmo. Hier was niet het Nederlands maar de taal van Curaçao zelf, het Papiamentu, voertaal. De school bestaat nog altijd, met Arion als bestuursvoorzitter. Daarnaast is hij op dit moment lijstduwer van de politieke partij Pueblo Soberano (‘Soeverein Volk’).

En kort geleden begon hij met vrienden een actiegroep, die een keer per week het oude marktplein van Willemstad omdoopt tot ‘Plein van de Onafhankelijkheid’ en er dan speeches houdt over pensioenen, de status tegenover Nederland, scholen. ‘Ai,’ verzucht Arion, ‘kon ik maar meer doen.’
Want, zegt hij, het gaat slecht met zijn eiland, slechter nog dan dertig jaar geleden. ‘Er wordt minder dan ooit aan landbouw gedaan, er wordt te veel geld geleend van nationale en internationale instellingen, de intentie om het land tot welvaart te brengen is kleiner dan ooit.’

Schrijver, activist, linguïst, dichter…
Is de schrijver Arion door al die activiteiten in de verdrukking geraakt? Na Dubbelspel schreef Arion nog slechts vijf romans en een verhalenbundel. ‘Ik loop met twee vage plannen rond voor volgende romans,’ zegt hij, ‘maar ik weet nog niet wanneer ik eraan beginnen zal. Mijn vrouw noemt me wel eens een eenmansleger: als schrijver en activist vorm ik de infanterie, die begeeft zich in de strijd. Als linguïst van het Papiamentu ben ik de luchtmacht, veilig boven het strijdgewoel verheven. Als dichter ben ik de zeemacht. En mijn school, dat zijn de cadetten. Pas door dit alles tezamen ben ik gevaarlijk.’ Zou hij slechts één onderdeel kunnen behouden, dan weet hij wat hij kiezen zou: de school. ‘Op onze school worden de onderwijzers “tante” en “oom” genoemd. Laatst kwam er een klein meisje op me af en ze zei: “Dag knappe oom!” Mooooiii toch?’

Arion begon zijn eigen school omdat hij vond dat kinderen in hun eigen taal les moesten krijgen. ‘Uit taalverwervingstheorieën blijkt dat de moedertaal een belangrijke rol speelt in het proces van tweedetaalverwerving. Omdat ze eerst goed Papiamentu leren, beheersen de meisjes en jongens van mijn school het Nederlands uiteindelijk beter dan die van andere scholen op Curaçao. Ze zeggen niet “de boek” en ook niet “één boek” als ze “een boek” bedoelen. Andere scholen werken bovendien vaak met verouderde leermethoden.

Nog maar pas geleden heeft de overheid me gevraagd een doorgaande leeslijn te ontwikkelen voor alle scholen op Curaçao. Eindelijk willen ze iets van mijn ideeën overnemen. Hoewel, dat hebben ze in het verleden ook al wel gedaan hoor. Er is gepikt! Je wilt het niet geloven.’

De school heeft zeshonderd leerlingen van drie tot achttien jaar. Arion hoopt nog eens een universiteit te stichten. ‘Het gaat allang niet meer alleen om het Papiamentu,’ zegt hij, ‘maar ook om de humanistische grondslag. Onze aanpak gaat richting het Montessori-onderwijs, maar dan minder individualistisch. Onze leerlingen springen eruit tussen de andere kinderen op Curaçao. Ze zijn zelfbewuster.’

Zijn beste boek?
De komende maand zal Arion door Nederland trekken om in bibliotheken en boekhandels over Dubbelspel te spreken. En als lezers hem vragen of dit echt zijn beste boek is, zoals critici altijd al beweren en hijzelf onlangs in een interview met tegenzin toegaf? Arion sputtert (‘ik werd in dat interview onder druk gezet!’) en zegt dan: ‘George Orwell werd altijd gezien als de schrijver van 1984 en Animal Farm, aan de rest van zijn werk ging men voorbij, dat maakte hem ontzettend boos. Maar bij hem werden er in ieder geval twéé romans geprezen. Bij mij moet er ten minste nog één literair hoogtepunt bij.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Door Guus Bauer (22-03-2019)
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)