Interview met Frédéric Beigbeder
‘Ik vecht voor mijn recht op lelijkheid’
Door Fleur Speet (9 januari 2009)


Vier jaar geleden sprak ik Frédéric Beigbeder in de zomerse tuin van Hotel Arena over zijn roman Windows on the World, een boek waarmee hij snel daarna genomineerd werd voor de Prix Goncourt. In de roman liet hij de achterkant zien van 9-11. Hij volgt er een vader in die met zijn zoontje in het restaurant Windows on the World koffie drinkt op het fatale moment en bestudeert tegelijk zichzelf in de spiegel en vraagt zich af wat deze aanslag vertelt over onze maatschappij en onze persoonlijke wensen en mogelijkheden. Er is de wereld van vóór 9-11, en die van erna.

Het perfecte lichaam
Minstens zo geëngageerd is zijn nieuwste roman, Vergeef me. Opnieuw neemt hij het kapitalisme onder de loep, maar nu vanuit het standpunt van een modellenscout die in Rusland het perfecte lichaam hoopt te vinden en vóór zijn zoektocht biecht bij een Russische priester. Omdat het promoten van een gephotoshopt lichaam eigenlijk misdadig is. Na het lezen van een interview in de Volkskrant, waarin hij werd neergezet als zijn personage - een snelle schurk van veertig die pubert en cocaïne snuift (hij is hiervoor opgepakt in Parijs) - was de lust tot interviewen me vergaan. Wat een aansteller. Maar opnieuw blijkt Beigbeder dieper te kunnen reiken.

Als ik hem spreek, heeft hij net een interview met Playboy achter de rug. Het is klef warm in de bibliotheek van het Ambassade Hotel waar hij deze keer verblijft. Buiten snijdt de kou. Playboy? Hét blad bij uitstek dat de wetten van schoonheid dicteert, precies waartegen Beigbeder in zijn boek zo ageert? Beigbeder keek er zelf ook van op en pakt het blad, dat in een doos op een stapel van zijn boeken ligt er nog eens bij. Hij grapt even dat dit blad de trigger vormde voor zijn verhaal, maar het zit anders.

Beigbeder: ‘Ik ergerde me al langere tijd aan het onbereikbare schoonheidsideaal. Sinds kort blijken ook mannen daaraan te moeten voldoen. We zijn een afzetmarkt die te manipuleren valt. En dat begrijp ik niet. Dat we ons een onwerkelijke wereld, een ideaal laten voorschotelen, waar we nooit aan zullen kunnen voldoen. Het schrijven van deze roman was puur eigenbelang: ik vecht voor mijn recht op lelijkheid. Zodat ik oud, vet en afwijkend kan zijn’

Een grote leugen
In zijn roman Euro 99 uit 2000, waarin de hoofdpersoon dezelfde naam heeft als in Vergeef me en eveneens zijn alter ego is, liet hij al zien hoe de wereld koopwaar wordt en de mens een product. Dit keer wilde hij de feministische kant daarvan belichten, ook al denkt hij vaak in de ogen van vrouwen te zien hoezeer zij hem haten. Simpelweg omdat hij man is. En echt begrijpen doet hij vrouwen na zijn tweede scheiding niet meer. Zijn dochter is negen en wil al make-up op. ‘Hoe kunnen vrouwen de dictatuur van jeugdigheid en schoonheid accepteren? Ik noem het in het boek fashionisme; het verkopen van fashion lijdt tot een vorm van fascisme. Het blanke, ultramagere ras met blonde haren domineert de mode-industrie, dát beeld verkoopt alles. Maar het fashionisme is een grote leugen, een onmogelijke droom. We hebben allemaal het diepe verlangen om eeuwig te leven, we zijn allemaal bang voor de dood. Het kapitalisme misbruikt die angst. We denken dat we vrij zijn en in vrijheid leven, maar we worden iedere dag gebombardeerd met beelden die niet waar zijn.’

In zijn wat vereenvoudigde Engels met veel ‘ie’s’ ratelt de Franse auteur door en is hij opeens aanbeland bij de financiële crisis. ‘Plotseling verdwijnen miljarden euro’s, ze verdampen voor onze ogen. Als schrijver zoek je in deze wereld naar wat bizar is en grappig. Ik dacht altijd: kunstenaars zijn dom en goedgelovig, maar mensen met stropdassen die over het geld gaan, die beschikken over de ware intelligentie. Die maken onze maatschappij. Nu blijken zíj de clowns. Dat geeft te denken, niet? Ik zei het vier jaar geleden al, maar het kapitalisme loopt op z’n tandvlees. Het nieuwe systeem wordt kapitalisme zonder democratie, je ziet de eerste tekenen al. Maar wat wil je, het kon niet voortduren. Het kapitalisme maakte verwende kinderen van ons.

Daarom is de crisis wel goed. Het zet op scherp waar we voor leven en wat we belangrijk vinden. Hoe komt het dat we zo’n oppervlakkig leven accepteerden? Alleen maar omdat de reclame ons voorhoudt dat zo’n leven mooi is en we er gelukkig van worden? Maar het is idioot om tien afspraken op een dag af te werken, drie etentjes en vijf feestjes in de week te hebben en je kinderen van hot naar her te slepen. Zo leven was voor mij een manier om mezelf te ontvluchten en geen tijd te nemen voor de vragen die ertoe doen. Stap voor stap laat ik nu steeds meer los van mijn oude leven als racende reclamejongen. Ik bezit niets, maar ik bezit wel steeds meer tijd om belangrijke dingen te doen. Om oud te worden.’

James Bond spelen
Maar hij verkeerde wel in de stinkend rijke upperclass van Sint Petersburg voordat hij het boek schreef… ‘Ik ben een kameleon,’ verklaart Beigbeder. ‘Ik verander in degene die mensen in me willen zien. Zelfs in m’n dromen gebeurt dat. Ik kwam hoofdzakelijk arme mensen tegen in Rusland, maar voor ik het wist belandde ik op de feestjes waar limousines voorrijden en even daarna zat ik zelf in zo’n limousine. Ik schurk graag tegen de rijkdom aan. Fitzgerald had hetzelfde probleem als ik. Hij schreef over de rijken, de welgestelden, waardoor de literaire wereld hem een kunstmatige schrijver vond. Ik hou van zijn werk, hij belicht de verloren generatie van de jaren twintig en dertig. Overigens, je moet niet denken dat ik dronken of met coke achter m’n kiezen ga schrijven. Een schrijver dient te allen tijde serieus te zijn, het zou hem verboden moeten worden champagne te drinken. Het scheelt zoveel corrigeerwerk als je nuchter blijft.’

Wat voor soort schrijver is Beigbeder dan? Niet een die op een zolderkamer de wereld in zijn hoofd bereist, zoveel is duidelijk. Hij is geen Proust of Flaubert. ‘Ik ben zo’n schrijver die dronken wordt en luistert naar idioten die door blijven tetteren tot het ochtendgloren. Ik zet m’n voelsprieten uit om de toekomst te voorspellen, om grip te krijgen op de samenleving. Schrijven is een soort James Bond spelen. Je bent een spion van het leven.’

Fake
Al gaat iedere roman van Beigbeder over een Franse jongen die zich aangetrokken voelt tot de wereld van de glamour en zichzelf vernietigt, in zijn boeken sijpelt ook veel non-fictie door. Beigbeder moet in het verhaal kunnen geloven, zo legt hij uit. ‘Ik wil dat de lezer me gelooft. Ik moet hem ten slotte verleiden om dat hele boek te lezen over een figuur die enkel maar verzonnen is. Door feiten door het verhaal te mengen, hoop ik de lezers vast te houden en aan geloofwaardigheid te winnen. Ik ben ten slotte ook een journalist. Natuurlijk is de tranenfabriek uit de roman fantasie, maar de volgende pagina’s over de belangen van Poetin zouden heel goed waar kunnen zijn.

Kijk, en iedere dag demonstreert weer dat de realiteit net zo absurd is als fictie. Vertel me maar waar echtheid is, ik zie die niet. Daarom is het vandaag de dag moeilijker dan ooit om een romancier te zijn. We omringen ons met de fictie van televisie en reclame en alles waarvan we dachten dat het in kannen en kruiken was, is op losse schroeven komen te staan door de financiële crisis. We zijn allemaal omgeven door een wereld die fake is. De grote vraag is: waarom tolereren we dat? Stiekem hoop ik dat mijn roman leidt tot een opstand, maar ik vrees dat het daarop nog lang wachten is.’
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)