Interview met Gerbrand Bakker
‘Schrijven is bijna altijd laveren in de hoop dat men de nuance aanvoelt’
Door Guus Bauer (6 juli 2016)
Het aantal reacties van het lezerspubliek op Jasper en zijn knecht overtreft tot mijn verbazing met gemak die met betrekking tot mijn vier romans samen. Over die boeken kreeg ik eerlijk gezegd eigenlijk nauwelijks post. Bij lezingen wilde men nog weleens een opinie kwijt, maar dat was het dan ook wel. Er bereikten mij dit keer stapels mails en brieven via de uitgever. En ook in mijn brievenbus in Amsterdam zat ineens allerlei al dan niet goedbedoelde post. Kennelijk kun je het adres gewoon van het net plukken.

‘Mensen houden van gluren’
Een meneer wist op basis van het interview in de Volkskrant zeker dat ik alle kenmerken had van een full-blown Aspergerlijder. Let wel, hij had het boek niet gelezen. Een mevrouw had het daarentegen in één dag uitgelezen en deelde me mee dat ze het allemaal heel erg vond, dat ze zeer met me was begaan. Waarvan akte, denk ik dan. Ik heb geen idee wat ik daar precies mee aan moet. Voor het publiek is dit boek kennelijk een letterlijke neerslag van mijn leven. Waarschijnlijk is het dan makkelijker om daarover een bericht te sturen, voelen mensen die behoefte dan ook sterker.

Of men graag de achtergrond wil weten van de schrijver van die paar romans weet ik niet. Mensen houden van gluren. Het is natuurlijk wel zo dat als je niet een zekere naam hebt gemaakt, de uitgave van een dergelijk autobiografisch getint boek weinig zin heeft. Het is dan veel te particulier.

Momentopname
Het schrijven op mijn weblog, waarop ik dagboekachtig tekeerga, waarop ik ‘alles’ vertel – niet dat ik daar nu hemelschokkende bekentenissen doe – heeft het publiceren van dit deel in reeks Privé-domein vergemakkelijkt, maar het is toch alsof die stukjes en dus ook dit boek los van mij staan. De ik-figuur in het boek neemt bijna de gedaante van een personage aan. Ik schaam me dan ook nergens voor, ben verbaasd – stiekem misschien wel geamuseerd – wanneer vrienden met hoogrode konen reageren op bepaalde passages, over dat ik ineens wakker word met een zwarte lul in mijn mond bijvoorbeeld. Ik heb daar geen ‘passend’ antwoord op. Het is allemaal autobiografisch, in zekere zin, maar zo voelt het voor mij niet. Iets dat voor mij als schrijver, voor alle schrijvers, denk ik, vanzelfsprekend is. Jasper en zijn knecht staat net zo ver van mij af als een roman. Het was wel een stuk gemakkelijker schrijven.

Van de mevrouw die Jasper ooit van het Griekse eiland heeft geplukt, kreeg ik een verongelijkte, beetje verdrietige brief. Ergens schrijf ik namelijk dat ik haar weleens ‘zachtjes heb vervloekt’ omdat ik met die heel moeilijke hond zat. Ze zei dat ze dat niet verdiende. Daar heeft ze ergens wel gelijk in, maar het is een uiting van mijn wanhoop, een momentopname, eigenlijk geen aantijging aan haar adres. Ik heb haar in mijn antwoord proberen uit te leggen wat het betekent om een boek te schrijven, best lastig aan een leek. Dat ik punt één niet alles kan opschrijven. Dat uit het hele boek toch wel blijkt dat ik ontzettend van die hond hield. Gelukkig is het goed gekomen. Schrijven is bijna altijd laveren in de hoop dat men de nuance aanvoelt.

Droste-effect
Van een vriendin kreeg ik ongenadig op mijn kop omdat ik mijn docente etymologie een ‘dikke zeug’ noem. Ze vond het uiterst lullig dat ik haar met naam en toenaam heb opgevoerd. Maar er staat toch een heel verhaal omheen. Ik durf de naam van de docente te noemen, omdat het feitelijk niets met haar te maken heeft. Het was mijn dwanggedachte die ik in de collegezaal niet uit mijn hoofd kreeg. Ik schrijf nota bene dat de docente in kwestie helemaal niet dik is. Als je op al dit soort commentaar in zou gaan, er rekening mee zou houden, kun je geen dagboeken meer schrijven. Ik sta er liever niet bij stil wat er allemaal loskomt na een publicatie. Wat je ook schrijft, het komt als een boemerang naar je terug. Dat Droste-effect is een gegeven waar je mee moet om zien te gaan.

Mensen voelen zich tegenwoordig heel snel aangevallen, gekwetst. Iedereen denkt ‘recht te hebben’ op een mening, op een weerwoord, op inspraak, dat ze dat op z’n minst verdienen. Niemand heeft ergens recht op, verdient het. Punt. Uit. Af.

Terughoudend zijn
Ik ben begonnen aan een volgend Privé-deel, dacht dat ik wel even lekker kon voortborduren, maar het viel vies tegen en ik ben dus meteen weer gestopt. Het is toch noodzakelijk om van tevoren een idee te hebben waar het over zou moeten gaan, een centraal thema, en misschien ook wel een soort constructie. Hoe los uit de pols dit Privé-domeindeel er ook uitziet, het heeft evengoed een duidelijke vorm. Ik wilde een aantal dingen uitzoeken voor mijzelf, over mijzelf. Jasper was natuurlijk de aanleiding voor dit boek. En ik kan moeilijk, als ik straks in november mijn nieuwe hond Snor heb, over hém gaan schrijven. Zie je het voor je, een hele vervolgserie, te beginnen met Snor en zijn knecht. In het Duits Schnurrbart. Nee, er moet tussen dit soort boeken flink wat tijd zitten. De tweede hond moet een aanhankelijke lieverd zijn, die alleen af en toe in een bijzin voorbij komt huppelen.

Ik schrijf ergens dat mijn moeder zei wanneer ze viel: ‘Laat mijn maar even liggen.’ Dat is een mooi beeld, iets dat meer mensen zouden moeten doen. Niet meteen reageren, de dingen een beetje rust gunnen, terughoudend zijn. Misschien is dat steeds meer een basis voor mijn schrijven. Ik heb dit boek geschreven omdat ik een zekere weerzin heb tegen het schrijven van een roman, misschien zelfs wel angst om het schrijven aan fictie weer op te pakken. Dat heeft nog niet eens te maken met het hele publicitaire gedoe rond de verschijning. Wanneer ik me goed voel, kan ik echt wel een tijdje meedraaien in het circus. Het heeft ook z’n charme. Het is meer de weerzin tegen de aard van een roman zelf. Dat fictieve vind ik op een of andere manier niet meer ‘goed’, of zo. De literaire vorm is me tegen gaan staan.

Etymologisch vogelboek
Dat betekent niet dat ik zelf geen enkele roman meer zou kunnen lezen. Als ik begonnen ben, leg ik ze ook bijna nooit weg. Maar die roman is niet van mij, is niet mijn schuld. Ik vind het tegenwoordig lastig, ongemakkelijk om in fictie bezig te zijn. Jasper en zijn knecht is het logische gevolg daarvan. Ik zit nu meer te denken aan een etymologisch vogelboek. Waarom heet het vogeltje in Engeland zo en in Duitsland en Nederland weer anders. Dat lijkt me heerlijk om aan te werken. Eindelijk een boek dat weer over taal gaat! Ik zie het omslag al voor me, met veel blij gekwetter. Ik zou er weer echt plezier in kunnen krijgen. Ik heb een duidelijke taak nodig. ‘Kun je een stuk maken over de vervagende grenzen tussen Nederland en Duitsland?’ Nee, zonder duidelijke kapstok kan ik niet werken.

Ik heb vaag in mijn achterhoofd nog wel een idee voor een roman. Misschien moet ik er toch weer eens voor gaan zitten en zonder drang, met plezier in de taal, aan de slag gaan. Gebruikmakend van mijn ervaring. Het echt als werk zien. Ik zou ook een thriller kunnen schrijven. Het lijkt me fijn om te werken met al die aanwijzingen, met het mondjesmaat weggeven van kennis. Zou ik het erg vinden als er de komende tien jaar geen roman uit mijn pen vloeit? Ik denk het niet, maar dan moet er wel af en toe een leuk dingetje tussendoor komen. Zo’n vogelboek, of het zelf meespelen in het toneelstuk naar Juni in Zeeland. Of dat ik zoals nu, begin juli, ineens naar Macedonië vertrek, voor de vertaling van Boven is het stil. Een boek van tien jaar oud, dat daar ineens verschijnt. Als nieuw.

Herwaarderen
Het onderzoek naar het waarom van bepaalde gebeurtenissen in Jasper en zijn knecht was voor mij de allerbelangrijkste drijfveer. In sommige recensies werd gezegd dat ik in het boek veel klaag, maar dat zoiets natuurlijk hoort bij dagboeken. Ja, ik kaart wel het een en ander aan met betrekking tot de Nederlandse literaire scène, maar draai de boel ook direct weer om, met zelfspot, of met het belichten van de keerzijde van het verhaal. Stel, iemands boeken lopen enorm goed, maar ik zeg over de inhoud iets kritisch. Wanneer er dan wordt gereageerd met: ‘je bent jaloers’, dan slaat dat de discussie dood. Na het trekken van de dooddoenerkaart ben je uitgepraat.

Wat ik wel doe in het boek is mijn roman Juni herwaarderen met hulp uit het buitenland. Toen ik Jasper en zijn knecht aan het schrijven was, verscheen Juni in het Engels en kwamen er recensies los. Wat ik geprobeerd heb, is om voor mijzelf duidelijk te maken wat er gebeurd is met de tekst, hier en in het buitenland. Het is geen aanklacht tegen Nederlandse recensenten, maar, excuus, excuus, een zelfanalyse. Een verslag van een stille strijd, zonder dat je eigenlijk precies weet waartegen je strijdt.

Alternatieven
Zodra je iets opschrijft, is het meteen daarna onzuiver, een van de waarheden. Ik hou niet zo van foto’s. Vroeger op school bestelde ik ze bijvoorbeeld bijna nooit na. Een foto is een momentopname. Herinner ik me het maken van de foto, of de gebeurtenis die vast is gelegd? Wat is er daadwerkelijk gebeurd, wat is herinnering en wat interpretatie?

Met betrekking tot de vertaling in het Duits is er nu iets opmerkelijks aan de hand. Namen moeten aldaar opeens gefingeerd worden. De juridische afdeling van de uitgeverij is bang voor schadeclaims. Duitse schrijvers timmeren dat kennelijk van tevoren allemaal heel goed dicht, vragen personen vooraf om toestemming. Het levert me veel werk op, moet het boek helemaal nalezen en alternatieven bedenken. De redactie heeft ook voorgesteld om bepaalde passages te schrappen die ‘niet goed zijn voor de Duitse lezer’. De kritische passage over boekhandelaren bijvoorbeeld. ‘Gerbrand, je weet hoe de boekhandelaren hier van je houden,’ kreeg ik te horen. Zal ik dan maar toevoegen: ‘Dit geldt vanzelfsprekend alléén voor Nederlandse boekhandelaren.’ Dag hoor. Ze hebben waarschijnlijk bij Suhrkamp niet goed ingeschat dat het een dagboek is. Het is zeer de vraag of ik overal in meega. Dan wordt het namelijk echt een roman!

Foto's Klaas Koppe: Gerbrand Bakker in Waterland.

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)