Interview met Gerda Blees
'Elk moment kan het leven op losse schroeven komen te staan.'
Door Guus Bauer (17 mei 2017)
Gerda Blees (1985) debuteerde begin dit jaar met de verhalenbundel Aan doodgaan dachten we niet, een verzameling die opviel door het constante niveau en de sterke eenheid. Ze geven stuk voor stuk een goed inzicht in het menselijke gedonder: goede bedoelingen, verkeerde interpretaties, het noodlot dat onverbiddelijk toeslaat, gevechten die niet te winnen zijn. Een bundel die bruist van leven.

Een titel met dood erin is volgens sommige uitgevers marketingtechnisch een doodzonde.

De uitgeverij raadde het in eerste instantie inderdaad af. Maar deze titel dekt de lading helemaal. Van de verhalen die ik geschreven heb, bleken vooral die goed te werken waarin de dood een belangrijke rol speelt. De dood zorgt ervoor dat situaties in het leven op scherp worden gezet. Het werken met contrasten is interessant. Het zorgt er ook voor dat je het mooie van de dood in kunt zien. De werktitel van de bundel was Sterfscènes, een leidraad om verder te gaan spitten, verder te gaan schrijven. De verhalen moesten natuurlijk wel meer dan scènes alleen worden. De titel is ontleend aan het laatste verhaal en zorgt er ook voor dat de bundel rond is.

De eenheid van de bundel is inderdaad opvallend. De verhalen zijn daarnaast speels en beginnen of eindigen met een belangwekkende kanteling. Ben je van die spanningselementen uitgegaan.

In sommige verhalen wel, maar soms overkomt het met ook tijdens het schrijven. In Diepte zien kijkt een vrouw naar een ongeluk. Ze heeft iets soortgelijks ook meegemaakt. De beelden schuiven over elkaar heen. Dat was de eigenlijke achterliggende gedachte. Maar naar mate ik bezig was, merkte ik dat de vrouw daarnaast ook nog eens van het dak moest vallen. Een toegevoegde dimensie. Een ongeluk. Het mooie daarvan is dat iedereen het op een andere manier kan uitleggen. De een zal wellicht meteen denken aan een zelfmoord. Het net even kantelen van een verhaal zorgt voor gelaagdheid.

Je bent tevens (podium)dichter. Verklaart dat de keuze voor het werken op de korte baan?

[img interview volgnr=2 w=320 align=right orig] Ik heb tot tweemaal toe geprobeerd om een roman te schrijven, ben met proza dus niet begonnen met de korte verhalen. Van één roman heb ik een kort verhaal gemaakt. Het ultieme schrappen zou je kunnen zeggen. Dat is het verhaal Naar het Oosten geworden. Toen ik bij uitgeverij Podium kwam met mijn teksten, vond men de verhalen sterker dan de romans. Juist door het condenseren, door het weglaten van alles dat niet essentieel is.

Je schetst hele sterke beelden die de lezer zelf in kan vullen. Het zijn over het algemeen buitenstaanders, derden die observeren.

Dat is me ook op een bepaald moment ingevallen. Ik vond ook bevestiging bij schrijvers als José Saramago en Milan Kundera. Zij hebben een heel duidelijke kijk- en vertelstem. Je hebt als schrijver veel aan lezen. Ik zou er meer tijd voor uit moeten trekken. Ik heb gemerkt dat ik door het gebruik van de buitenstaander afstand kan nemen en dat ik aan de lezer kan laten zien dat ik aan het interpreteren ben. Tegelijkertijd kun je daarbij in je innerlijk afdalen. Ik weet ergens dat het schrijven goed gaat als ik met de net verschoven blik van de dichter naar situaties kijk. Het vangen van het beeld is voor mij heel belangrijk. Al moet ik daarnaast ook altijd mijn personages door en door kennen. Het is het zoeken van een evenwicht. Je dient informatie te geven, maar de uitleg moet beperkt blijven.

De verhalen zijn juist door de kracht van de beperking naar een hoger plan getild. En zeker ook door de krachtige vorm.

Een heel duidelijk voorbeeld van een verhaal waarbij de vorm van tevoren vastligt is Kleine mis. Ik heb in dat verhaal de volgorde van een mis in de kerk aangehouden. Aan de basis staat een muziekstuk van Rossini, bestaande uit veertien delen. Ik heb geprobeerd om voor elk deel tweehonderd woorden te schrijven. Dat is een houvast. Maar een dergelijke dwangvorm kan natuurlijk ook tegen gaan werken.

De vertellende personages in de verhalen hebben vaak alle kans om in te grijpen maar doen het nooit.

Als schrijver kun je natuurlijk elke situatie naar je hand zetten, maar mensen die observeren kunnen dat niet. Ik wilde niet als het ‘alwetende’ personage Gerda opduiken in de tekst. Dat leidt maar af. Het geeft de lezer de mogelijkheid om zelf een idee te vormen over de geschetste scène en hoe hij of zij zelf zou reageren. Ik wil niet iets maken waar je als schrijver doorheen piept. Dat is hinderlijk. Ik wil instinctief, gevoelsmatig schrijven, neem voor elk verhaal zo veel woorden als ik denk nodig te hebben. Daarnaast moet het basisidee wel kloppen. Een verhaal dat ik speciaal voor de bundel had geschreven, is er om die reden uit gelaten.

Verhalenbundels zijn niet echt populair bij boekhandelaren in Nederland. Het is behoorlijk moedig om zo te debuteren.

Een eerste roman kan het heel goed doen. Dan kom je met een knal binnen in de literatuur, zit daarnaast ook wel gelijk in een hokje. Het is niet heel waarschijnlijk dat een verhalenbundel goed verkoopt, of veel aandacht krijgt. Al zijn er in het verleden natuurlijk uitzonderingen geweest. Het past wel bij me. Ik wilde rustig binnenkomen, met naar mijn eigen idee, zo goed mogelijk werk.

Zijn er specifieke aanleidingen geweest voor de verhalen, of wilde je menselijke mogelijkheden onderzoeken?

Ik geef ook les aan de Universiteit van Utrecht bij de sectie Liberal Arts & Sciences. Een studie waarbij studenten zelf voor een groot deel hun programma mogen samenstellen. Daarnaast krijgen ze les in interdisciplinair samenwerken. Ik begeleid scripties, heb zelf deze studie gedaan en ben daarnaast master in communication. Hetgeen tegen taalkunde aan schuurt. Dat verklaart misschien waarom mijn verhalen niet alleen beeldend maar ook er ‘talig’ zijn. Ik heb een avond georganiseerd met als thema het verhaal als onderzoek. Toen heb ik een verhaal gebruikt dat ik net geschreven had en laten zien hoe ik met elke stap meer te weten kom over het verhaal en over het thema. Soms ontdek je tijdens het schrijven een beweegreden van een personage.

Je gebruikt veel telling details, kleine hints. In het verhaal Blauw, blauw bijvoorbeeld sluipt het venijn er heel geniepig in.

Ik wilde allereerst schrijven over een vrouw die dolgraag een kind wilde. Toen kwam het idee dat ze zelfs zo ver gaat om een baby ergens te stelen. Vervolgens dook er ineens een buurman op aan de deur en moest zij het kind ergens verbergen. In haar haast, in haar paniek kiest ze voor de vriezer. Het is gruwelijk, maar toch ‘begrijp’ je de actie van de vrouw. Dat is de essentie van dit verhaal: gruwelijkheid heeft ook vaak een diep-menselijke kant. De vrouw heeft een eigen werkelijkheid gecreëerd die ze koste wat kost wil vasthouden. Ik schrijf verhalen om te laten zien dat het leven niet eendimensionaal is. Grote thema’s terugbrengen tot begrijpelijke proporties.

Ben je een geëngageerd schrijver?

Ik vind het heel mooi wanneer schrijvers erin slagen om het individu te verbinden met problematiek in de maatschappij, maar zelf heb ik die ambitie met deze verhalenbundel niet gehad. Ik heb de verhalen geschreven vanuit interesse in mijn personages en hun handelen. Natuurlijk bevinden die personages zich in een bepaalde maatschappelijke context, maar die context wilde ik niet per se aan de kaak stellen. Ik heb wel ideeën voor toekomstig werk waarin een maatschappelijke situatie het beginpunt vormt. Maar ook dan zal mijn engagement als schrijver vooral de drijfveren van de mensen in die situatie betreffen en niet de wens om de lezer van een bepaald standpunt te overtuigen. Wat natuurlijk niet betekent dat ik als mens geen maatschappelijke wensen en standpunten koester.

Aan doodgaan dachten we niet. Velen denken dat ze gaan wanneer de tijd rijp is.

Dat is nu juist het ‘mooie’ voor de schrijver. Elk moment kan het leven op losse schroeven komen te staan. De bundel verhaalt eigenlijk van de acceptatie van dit gegeven, zonder dwingend te zijn. Dit is wat het is, de ermee wat je wilt. Dat zorgt voor een zekere mate van laconiek handelen met betrekking tot de dood. Nuchter, maar niet achteloos. De bundel is naar mijn idee niet somber. Er zit meer dan alleen schrijfplezier in.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)