Interview met Golnaz Hashemzadeh
‘Ik ben niet geschikt als rolmodel’
Door Guus Bauer (24 april 2015)
Golnaz Hashemzadeh (1983) kwam als kind met haar ouders als vluchteling van Iran naar Zweden. In 2005, inmiddels opgeleid als econoom, werd zij gekozen tot een van de vijftig ‘Global Leaders’ in het uiterst prestigieuze programma dat de internationaal opererende investeringsbank Goldman Sachs, gespecialiseerd in financiële dienstverlening aan multinationals en overheden, samen met het Institute Of International Education in New York aanbiedt aan de volgende generatie topacademici.

Een intensief programma dat niet alleen de leiderschapskwaliteiten en het zakelijke instinct wil aanscherpen, maar ook deze hoogvliegers nog meer bewust wil maken van de globale problematiek en op deze wijze wil helpen om de sociaal-culturele verschillen te slechten.

Hashemzadeh zegde na een tijdje het zakenleven vaarwel en richtte de non-profitorganisatie Inkludera Invest op (inkludera = omvatten), juist om zich volledig in te kunnen zetten voor betere integratie. Het zakenleven is vooral bikkelhard voor buitenstaanders die niet in het juiste milieu zijn opgegroeid, die de ongeschreven wetten niet kunnen lezen. Of er zich eigenlijk niet mee willen conformeren.

In haar debuutroman Zij is mij niet beschrijft zij hoe een immigrantenmeisje zich moet staande zien te houden in een totaal vreemde wereld. Een wereld die vooral onderhuids ook nog eens opvallend vijandig tegenover haar en haar ‘soortgenoten’ staat.

Gevoel van verlies
‘Mijn boek is in eerste instantie een roman, een onderzoek naar hoe mensen reageren op sterk veranderende situaties. Natuurlijk staat dit boek heel dichtbij. Niet voor niets heb ik het aan mijn vader opgedragen. Ik heb het tussen 2009 en 2011 geschreven en kort na zijn overlijden in 2012 gepubliceerd. Hij heeft de eerste versie nog gelezen.

Wat overeenkomt met het naamloze meisje in het boek, maar niet echt is ‘uitgeschreven’, is dat mijn ouders eveneens een sterk gevoel hadden van verlies. Eerst streden ze in de hoop op een vrije democratie tegen de Sjah, en daarna tegen de fundamentalisten die feitelijk een nog strengere dictatuur hadden gevestigd. Door executies verloren ze veel van hun vrienden en, doordat ze wel moesten vluchten, hun huis en in zekere zin ook hun taal. Zweden was voor hen de ideale socialistische staat. De wat naïeve hoop dat het elders veel beter is.

Maar toen we in dat ‘paradijs’ aankwamen, werden ze tot hun ontzetting maar ternauwernood gedoogd. Hoog opgeleid als ze waren, konden ze dat niet begrijpen. Ze hadden moeite om een nieuw bestaan op te bouwen. Ik heb sterk het idee dat het trauma dat ze hebben opgelopen hun leven heeft bekort. Ze zijn beiden voor hun vijfenvijftigste gestorven. Er was een hoop pijn en woede in hun lichamen opgeslagen. Ze zijn nooit over de gebeurtenissen uit de jaren tachtig in Iran heen gekomen. Uiteindelijk hebben ze zich bij hun eigen verlies neergelegd en zagen ze in mij de kans op compensatie. Mijn jeugd werd gevoed door hun pijn. Trauma’s reizen vaak door generaties, dat is de sociale erfenis. Het schijnt bijvoorbeeld zo te zijn dat bij kinderen van overlevenden van de Holocaust er percentueel veel meer anorexia voorkomt.

Glazen plafond
Ik heb lang geworsteld met mijn identiteit. Ik wilde mijn ouders plezieren en heb onnoemlijk hard gewerkt op school. Al vrij snel sprak ik de taal vloeiend, maar ik overdreef en sprak eigenlijk bekakt Zweeds. Ik moest en zou de beste op school zijn. Wilde de buitenwereld bewijzen dat een immigrante het kon maken, de top kon bereiken. Ik slaagde met de beste cijfers, ik werd aangenomen op een eliteschool, schopte het zelfs tot voorzitter van de studentenvereniging. Vrouw en buitenlander, ongehoord op een business-school waar de kinderen van de Zweedse bedrijfstop werden opgeleid. Maar het was niet genoeg. Ik was in feite net zo naïef als mijn ouders. Het doorbreken van het glazen plafond leek niet mogelijk.

En toen mocht ik in 2005 naar New York om als een van de vijftig Goldman Sachs Global Leaders een speciaal programma te volgen. De zakenwereld lag daarna voor me open. Net als het personage in het boek, werkte ik daarna dag en nacht. Ik had geen tijd voor mijn familie, voor mijn vrienden, voor mijn huis en uiteindelijk ook niet voor mijn lichaam. Al ging ik niet zo ver als het personage. Ik had geen anorexia en deed ook niet aan zelfmutilatie, maar heb het om me heen wel veel gezien.

Het werd me snel duidelijk dat ik toch niet zoveel waarde hechte aan geld en prestige. In de zakenwereld moet je heel erg egocentrisch zijn. Het is een kwestie van eten of gegeten worden. In feite had ik jaren voor mijn ouders gezorgd. Dat is een gedeelte van mijn leven, van mijn identiteit. Ik begon een non-profit organisatie. Voor mijn gevoel, voor mijn gemoedsrust moest ik iets zinvols doen. Mijn kwaliteiten in dienst stellen van anderen. Daarvoor moest ik wel afwijken van het pad dat in mijn hoofd zat, dat door mijn ouders was uitgestippeld. Aan de oprichting is een crisis voorafgegaan, een omzetting in mijn hoofd. Voorheen dacht ik dat ik mijn kansen moest benutten. Ik had mogelijkheden die de meisjes die achtergebleven waren in Iran niet kregen. Ik was vrij en kon doen wat ik wilde. Pas toen ik besefte dat ik mijn vrijheid juist zelf inperkte, kon ik verder. Welk nieuw doel moet je nastreven wanneer je het gestelde doel hebt bereikt? Elke dag heeft een eigenwaarde, het gaat er niet om waar de dag je brengt.

Hardnekkige vooroordelen
In de fabrieksstad waar we na onze vlucht uit Iran terechtkwamen, waren we de eerste immigranten. Letterlijk de eerste mensen met een getinte huid. Mijn redacteur heeft me aangeraden om de passages in het boek die vertellen over het racisme af te zwakken omdat ze anders niet geloofwaardig zouden zijn. De werkelijkheid was veel erger. Ik heb veel te maken gehad met woede en angst, met hardnekkige vooroordelen. Voor de Zweden was ik een buitenlander, voor de allochtonen die later in aparte wijken van de fabrieksstad kwamen wonen, was ik Zweeds. Het was behoorlijk verontrustend om te beseffen dat je nergens bij hoort. Toen besloot ik mijn perspectief te veranderen. Ik hoorde gewoonweg bij al deze groepen. Ik kon reizen tussen de verschillende identiteiten en daarna terugkeren naar mijn ‘eigen ik’. De roman heet niet voor niets Zij is mij niet. Dat slaat op het feit dat het personage wordt geleefd en bovendien maakt het duidelijk dat het hier voor een gedeelte fictie betreft.

Zo is het einde van de roman een wensgedachte. De familie redt mijn personage. Zo is het in mijn geval niet gegaan. Twee dagen voor zijn dood kwam mijn vader bij me op bezoek. Ik was druk aan het werk en hij zei tot mijn verbazing dat ik moest uitrusten, dat ik een pauze moest inlassen, dat ik genoeg had gedaan. Ga na de Oscaruitreiking – hij hield erg van films – ga naar Ibiza, vier vakantie, het is genoeg geweest. Het is het niet waard, denk aan de familie, denk aan vrienden.

Uitweg voor de pijn
Soortgelijke woorden stonden in de versie van het manuscript waaraan ik werkte. Die paar pagina’s had hij toen nog niet gelezen. Visionair. In zekere zin heeft hij me daarmee toch een duw in de goede richting gegeven. Allereerst heb ik het boek in de ik-vorm geschreven. Maar ik realiseerde me dat het te emotioneel was. Ik kon mijn eigen verhaal niet aan het personage opleggen. Het slot van het boek werkte niet, omdat ik zelf nog geen oplossing had gevonden, nog niet wist welke stappen ik zou gaan nemen. Ik zat middenin de crisis na mijn zakenavontuur. Langzaam begreep ik dat ik over moest stappen naar de derde persoon enkelvoud. Dat personage kon ik namelijk wel een uitweg bieden voor de pijn.

Toen ik eenmaal mijn perspectief op mijn identiteit had veranderd, kreeg ik ook een andere kijk op Zweden. Ik was dankbaar voor het feit dat ze ons opgenomen hadden en dat ik kansen had gekregen. In 2010 kwam voor het eerst de Zweedse nationalistische partij aan de macht, een populistische partij die mordicus tegen immigratie is. Burgers zijn ontevreden en hebben een zondebok nodig. Toen heb ik mijn stichting Inkludera Invest opgericht. We beperken ons daarbij niet tot allochtonen, maar proberen alle groepen te helpen die buiten de samenleving zijn komen te staan, inclusief etnische Zweden : kinderen van criminelen, verslaafden of ouders met psychiatrische patiënten bijvoorbeeld. Initiatieven die vaak vanuit de groep zelf zijn ontstaan, ondersteunen we. We zoeken er sociale entrepreneurs bij. We proberen te zorgen voor schaalvergroting, een contributie aan een socialer Zweden, aan een socialere wereld.

Eigen leven leiden
Heel veel mensen begrepen niet waarom ik de zakenwereld vaarwel zegde, waarom ik de kans om bijvoorbeeld de eerste vrouwelijke immigrante te worden die een Zweedse bedrijf ging leiden, liet schieten. Ik zie mijzelf niet tachtig uur of meer per week werken in een kantoor. Ik ben niet geschikt als rolmodel. Ik wil mijn eigen leven leiden en tegelijk proberen om een zinvolle bijdrage te leveren. Dat heeft de pijn van mijn ouders me geleerd.'

Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)