Interview met Graham Swift
‘In al mijn boeken heb ik geprobeerd mijzelf onzichtbaar te maken, steeds meer’
Door Guus Bauer (31 maart 2016)
Ruim dertig jaar na zijn eerste verhalenbundel verscheen in het voorjaar van 2015 een tweede bundeling van Graham Swift, Engeland en andere verhalen.
Swift: ‘Ik ben begonnen met korte verhalen, was er tevreden mee, dacht niet dat ik ooit een roman zou schrijven. Uiteindelijk schreef ik negen romans en dacht ik dat ik het korte verhaal voorgoed had verlaten. Na dertig jaar kwamen de verhalen ineens achter elkaar aanzetten. In een periode van misschien een maand of negen, resulterend in de bundel Engeland en andere verhalen. Ik heb het altijd vreemd gevonden dat de verschillen tussen korte verhalen en romans zo worden benadrukt. Waarom niet naar de overeenkomsten kijken. Beide maken overduidelijk gebruik van de vertelkunst en de kracht van taal, ze onderzoeken beiden de menselijke status.’

Ik heb begrepen dat de verhalen als het ware vanzelf zijn gekomen, dat u er nagenoeg niet aan heeft hoeven schaven. Komen ze daardoor zo natuurlijk over?
‘Het lezen van het werk van Isaac Babel deed de wens om schrijver te worden bij mij echt ontvlammen. Ik was alleen bang dat ik geen “natuurtalent” was. Pas later begon ik te denken dat een “natuurlijk schrijver” een mythe is. De basis voor mijn vurige wens om schrijver te worden, ligt vanzelfsprekend in mijn jeugd, ook al was ik me daar toentertijd natuurlijk niet van bewust. De vroegste kinderboeken gaven me, net als zoveel andere kinderen, een gevoel van magie. Op een bepaald moment moet ik in gedachten een stap verder zijn gegaan. Hoe mooi zou het zijn om zelf die magie te maken. Niet veel verschillend van de wens om een treinmachinist te worden. Het idee is onderbewust blijven hangen. Ik had geen literaire of artistieke achtergrond – integendeel, mijn achtergrond was heel conventioneel – niemand dwong me om schrijver te worden, of stimuleerde me in die richting. Ik heb nooit een mentor gehad, moet mezelf het schrijven leren. Een langzaam, solitair, behoorlijk geheimzinnig proces.’

‘Dat klinkt echt alsof het heel moeizaam ging – en toegegeven, dat was het soms ook – maar als ik terugkijk, voelt het toch voornamelijk als het vervullen van een droom. Dat is misschien nogal naïef, maar het is een eerlijke beschrijving. Eigenlijk een patroon dat ik volg met alles dat ik schrijf. Ik heb aanvankelijk een “droom”, een flard, een kleine schittering, en het is mijn taak om het waar te maken. Het is mijn manier om te zeggen dat ik nooit begin met iets dat “reeds bestaat”, zoals mijn eigen ervaringen of iets waar ik onderzoek naar heb gedaan. Ik begin slechts met een tinteling, een prikkeling, een vleugje van iets. Een enkele zin, een woord, net gekanteld wat betekenis betreft, een gebaar dat iets oproept. Ik geloof in het maken van iets van bijna niets. Het is de creativiteit in fictie – het maken van iets dat er eenvoudigweg voorheen niet was – dat ervoor zorgt dat elk verhaal tot leven komt, dat het hart en ziel krijgt. Iets dat onderhuids opzweept. Het is de creativiteit die de fictie maakt en die is – ook al handel je vaak met moeilijke zaken – altijd positief, altijd aan de kant van het leven.’

Een mooi rond schrijversleven, beginnen en eindigen met verhalen. En toen was er ineens, vrij snel ook, een nieuwe roman: Moeders zondag. Heeft het werken aan de verhalen de weg voor dit boek vrijgemaakt?
‘Het is goed mogelijk dat het schrijven van de verhalen mij onlangs op een bepaalde manier heeft “bevrijd” – ik heb het werk eraan zeker verfrissend gevonden – maar ik voelde me geen andere schrijver, niet echt bezig met een andere discipline. Waarschijnlijk ben ik in de loop der tijd geleidelijk weggedreven van mijn favoriete ik-vorm naar de derde persoon enkelvoud. Maar ik denk dat een algemene waarheid is, dat wanneer je iets nieuws wilt schrijven, je in feite al het voorgaande nodig hebt.’

‘Ik wist direct dat het een roman was en geen verhaal. Geen dikke pil, maar eentje die je in je armen kunt sluiten, als het ware in één ademteug. Geen delen of hoofdstukken, alleen af en toe een witregel. Het heeft, als ik het zelf even mag zeggen, diepte, reikwijdte én dichtheid en capaciteit, de tekst onderzoekt mogelijkheden – alles wat een roman zou moeten doen – en tegelijk heeft het werk de kracht van bondigheid. Zo kort als het moge zijn, Moeders zondag is naar mijn gevoel compleet, het hoeft beslist niet langer te zijn.’

De essaybundel Het maken van een olifant is bewust persoonlijk, maar deze roman lijkt nog meer over de mens Swift en zijn werkwijze te zeggen.
‘In Het maken van een olifant heb ik geprobeerd om de goede dingen van het schrijven samen te brengen. Ja, schrijven is soms een hemeltergende bezigheid, maar er kan ook immense vreugde zijn. Mensen zien mij vaak als een schrijver over smart en pijn. En waarom niet, het is overal om ons heen? Maar de creativiteit – in dit geval het tot leven brengen van de taal – kan voor fundamentele vreugde zorgen. Een vreugdevolle kern die meestal verborgen zit onder een taaie schil van smart en pijn. Ik denk dat Moeders zondag die schil zo goed en zo kwaad weet te kraken. Ja, er is duisternis aan de randen van het verhaal – denk maar eens aan al die gestorven jongens in de loopgraven – maar het is toch in eerste instantie een boek over een wees die weet uit te groeien tot iets wezenlijks. Ik ben geen autobiografisch schrijver. In al mijn boeken heb ik geprobeerd om mijzelf onzichtbaar te maken, steeds meer. Maar tijdens het verdwijnen uit mijn boeken heb ik altijd naar zoveel mogelijk intimiteit gestreefd. Dit is mijn meest intieme boek tot dusver. Om te beginnen is er veel meer lichamelijkheid dan ooit tevoren.’

En voor het eerst schrijft u in fictie ook over het schrijven zelf.
‘Daar ben ik altijd voor teruggedeinsd. Ik hoop dat ik tenminste een ongebruikelijke manier gevonden heb en dat wat het boek zegt over een schrijver en het schrijven, wat het uitbeeldt, wat het belichaamt, de lezer in elk geval terugbrengt naar het begin, de behoefte schept om met de opgedane kennis – de bijzondere manier waarop de hoofdpersoon Jane schrijfster is geworden – de roman nog een keer met andere ogen te lezen. In het grootste gedeelte van deze relatief korte roman is Jane alleen een dienstmeid die bij Peter, de adellijke zoon van de buren, glorieus in bed ligt. Ze is alleen daar in het onherhaalbare hier en nu. Haar boeken zijn verre toekomstmuziek. Tegelijkertijd is wat daar gebeurt de basis voor haar schrijverschap. Haar meest intieme verhaal, dat ze nooit aan iemand zal vertellen. Behalve aan de lezer, die krijgt het in het boek cadeau!

Dat is een van de zegetochten van het schrijven: het kan het hier en nu herhalen, het voor altijd bewaren. Dat is de echte kracht van verhalen, van fictie die verschillende waarheden kan vastleggen, die zoveel meer dan de kale feiten kan omarmen. Hoe armzalig zou het leven zijn zonder fictie, zonder verhalen? Misschien ben ik in deze roman wel zover verdwenen dat alles binnenstebuiten is gedraaid, dat het mijn “testament” is geworden. Ik ben Jane Fairchild niet, hoe zou ik dat ook kunnen zijn? Maar tegelijkertijd ben ik één met haar, met het meest intieme verhaal dat je nooit zal vertellen. Het startpunt van het leven in verhalen. Maar vergeet dit alles. Het is een liefdesverhaal, een verhaal over immens verlies (denk ook aan al die zonen die zijn omgekomen) én over triomf.’

Je moet lang ‘in verhalen geleefd hebben’ om een dergelijk testament te kunnen schrijven?
‘Ik zou Moeders zondag twintig jaar of zelfs tien jaar geleden niet hebben kunnen schrijven. Het is een distillatie van alles wat ik intussen heb ervaren over het schrijven en misschien wel over het leven. Het is waarschijnlijk mijn beste werk, mijn schrijfcredo zelfs, maar ik wil mijn eerdere werk niet tekortdoen. Ook daarin ben ik heel close met de karakters en tegelijk helemaal niet. Jane lijkt nog het meest op het hoofdpersonage uit mijn debuutroman The Sweet Shop Owner. Zou mijn schrijfleven daarmee rond zijn?’

Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)