Interview met Guadalupe Nettel
'We zijn allemaal ons eigen innerlijk universum'
Door Guus Bauer (11 oktober 2016)


De Mexicaanse schrijfster Guadalupe Nettel (1973) heeft vier verhalenbundels en drie romans gepubliceerd. Haar werk is verschillende malen bekroond en in meer dan tien talen vertaald. De roman Na de winter is het eerste boek dat in het Nederlands is vertaald. Een ingenieus vormgegeven verhaal over liefde, de onmogelijkheid tot werkelijke oprechtheid, diepgravende ontgoocheling, maar ook van de hoop die uit de continuïteit van het bestaan kan worden geput.

Eenzaamheid in Parijs
Nettel: ‘Na de winter is mijn meest persoonlijke roman. Ik heb er van 2001 tot en met begin 2014 aan gewerkt. Tussendoor publiceerde ik nog wat andere titels, maar dit is de roman die me na aan het hart ligt, die ergens gaat over mijn zoektocht naar eerlijkheid, in het leven, in de liefde. Tja, het klinkt wellicht wat clichématig, maar waarin ik via zowel het mannelijk personage Claudio als via de jonge vrouw Cecilia mijzelf heb proberen te vinden. Ik ben net als Cecilia toen ik midden-twintig was van Mexico naar Parijs getrokken en heb me daar behoorlijk vreemd gevoeld. Mensen uit Latijns-Amerika zijn over het algemeen warm en uitbundig, zelfs wanneer er oppervlakkig contact is, nemen ze elkaar nog in de armen.’

‘De nurksheid in een metropool als Parijs, het afwijzende, de state-of-mind die ik abusievelijk voor xenofobie hield, zorgde voor een cultuurshock. Ik trok mij de armoe wat betreft menselijke contact persoonlijk aan, dacht dat er juist aan mij, aan mijn lichaam, mijn uiterlijk, mijn kleding iets schortte. Dat zorgt voor een gevoel van eenzaamheid dat je langzaam verzwelgt. Ik trok me meer en meer terug in mijn appartement met uitzicht op de beroemde begraafplaats Père-Lachaise. De kou in de winter, de armoede, zorgde ervoor dat ik me nog meer geïsoleerd voelde. Ik kon het niet meer opbrengen om naar mijn bijbaan te gaan, hield het studeren even voor gezien. Voor vertrek naar Parijs had ik adressen gekregen van landgenoten, maar ik durfde me bij hen in de staat waarin ik verkeerde niet te vertonen.’

Begraafplaats
‘Ik zat vaak achter mijn raam en keek naar de verschillende begrafenissen. Ik heb geen morbide interesses, was alleen benieuwd hoe de levenden met hun doden omgingen. De ene keer was het zeer uitbundig, de andere keer ingetogen, soms ook erg verdrietig, dan kwamen alleen de doodgravers. Tussendoor had je dan nog de optochten van toeristen, die de graven van de beroemdheden bezochten, de tombe van Jim Morrison voorop. Dat soort bewondering heeft iets leegs, zorgt ervoor dat je gevoel van moedeloosheid, van verlatenheid alleen maar wordt versterkt. ’

‘We denken, we hopen dat we een deel zijn van een gemeenschap, maar, je kunt bijna niet anders concluderen, het is uiteindelijk vrijwel altijd ieder voor zich. We hebben allemaal ons eigen innerlijk universum, zijn op zoek naar waarachtig contact, maar schermen ons er ook voor af. Al mijn personages proberen, net zoals ik heb gedaan tijdens mijn coconperiode, dan maar intimiteit te vinden in boeken. De eerlijkheid, de “ware woorden” van de schrijver die kunnen helen.’

‘Ik heb vooral tijdens de winter veel over de begraafplaats gelopen. Ja, ik heb de tombes van door mij geliefde schrijvers en kunstenaars ook wel bezocht, het ritueel van het bezoeken van familieleden, maar langzamerhand raakte ik meer geïnteresseerd in de verhalen van de levenden. Het verbaasde me hoe gemakkelijk je iemand die een graf aan het verzorgen is, kunt aanspreken. De verhalen die loskwamen gaven me ongekend veel troost. We dragen allemaal onze doden, onze dierbaren met ons mee, maar ik realiseerde me dat er ook weer een nieuwe generatie is, die ons op de schouders zal nemen. Dat geeft ongekend veel hoop. Dat je een deel bent van de continuïteit van het bestaan.’

Isolement
‘Mijn personages in Na de winter bevinden zich ook allemaal in een cocon. Soms zijn ze zich er bewust van, maar vaak helemaal niet. Claudio, afkomstig van Cuba, woonachtig in een appartement ter grootte van een cel in New York, voelt zich wat cultuur en intelligentie betreft ver verheven boven de mensen om hem heen. Hij plaatst zichzelf in een isolement, laat het liefst niemand toe. Op die manier kun je niet worden gekwetst. Hij probeert op deze manier te overleven. Claudio en Cecilia zijn twee uitersten, maar eigenlijk staan ze beiden net zo onbeholpen in het leven. Het leek me interessant om te zien wat er zou gebeuren als ik de twee met elkaar in contact bracht. Ik wilde onderzoeken of deze twee dolende zielen elkaar zouden kunnen redden.’

‘Het is wreed om te moeten concluderen dat de liefde vaak uitloopt op een ontgoocheling. Ik wilde duidelijk maken dat de liefde geen ultiem doel is, geen pot met goud aan het einde van de regenboog. “En ze leefden nog lang en gelukkig, en nooit kwam er een wolkje voor de zon.” Ergens achterin ons hoofd weten we ook wel dat het meestal een romantische illusie is, maar toch blijven we onszelf voor de gek houden. Liefde is voor mij een reis, die soms eerder eindigt dan je denkt.’

> ‘Cecilia realiseert zich tegen het einde van de roman dat ze een schrijfster aan het worden is, dat ze alleen op die manier haar ervaringen kan ordenen. Een behoorlijk louterend moment dat ik zelf in Parijs heb meegemaakt. Ineens wist ik hoe ik de teleurstelling, de besmettelijke droefenis, de kwetsbaarheid, de jaloezie, de onmogelijkheid om helemaal eerlijk te zijn, zelfs als de liefde waarachtig is, in een bevredigende vorm kon gieten. Ik wilde laten zien in de roman wat er mogelijk is wanneer het isolement wordt doorbroken. Alle personages krijgen een kans om gered te worden, maar de meesten van hen onderkennen de mogelijkheid niet.’

Wortels
‘Claudio weet eigenlijk niet hoe te handelen op het moment dat zijn noot wordt gekraakt door het geluk. Hij idealiseert Cecilia en zorgt daardoor juist voor een verwijdering. Noem het lafheid, noem het gemakzucht. Hij durft zijn veilige omgeving niet te verlaten, en ook zijn verleden, zijn achtergrond niet. Uiteindelijk keert hij terug naar de oudere, rijke vrouw die hem altijd heeft onderhouden. Daar vindt hij iets wat op vrede met zichzelf lijkt. Ook omdat de vrouw door medicatie nauwelijks emoties heeft die hem kunnen belasten. Zij heeft zichzelf altijd onder controle. Zo lijkt het althans.’

‘Claudio is niet eerlijk tegen zichzelf. Dat is ook ingegeven door zijn achtergrond. Het harde leven dat hij heeft moeten leiden in zijn jeugd in Cuba, waar hij nooit kon zeggen wat hij dacht en voelde. Hij is, op zijn manier ook een schrijver, heeft voor zichzelf altijd verhalen bedacht, fantaseerde andere leefomstandigheden. Maar hij heeft zijn achtergrond nooit geaccepteerd en kan niet meer terug naar zijn wortels, omdat hij door de emigratie een ander mens is geworden. Door mijn verblijf in Europa en Amerika ben ik voor mijn gevoel ook niet meer honderd procent Mexicaans, al woon ik nu weer in Mexico-Stad.’

‘De spijt van Claudio is in de basis elke keer egocentrisch. Een vrouw was voor zijn ogen ineengezakt bij de Boston marathon waaraan hij deelnam. Als hij haar had geholpen, was hij bij de explosie die volgde niet zijn beide benen kwijtgeraakt. Wonderlijk hoe mensen het lot persoonlijk maken. Alsof we daar invloed op hebben. Over het lot gesproken. Een man belde opgelucht naar zijn vrouw omdat hij ternauwernood de aanslag op het vliegveld in Brussel had ontlopen. Even later kwam hij om in de metro naar huis.’

Kruimels
‘De eerste helft van mijn leven was ik nooit bang voor de dood, eerder voor het leven, voor het heden. Ik heb mijzelf met van alles verdoofd. Nu ik moeder ben, meer gesetteld, ben ik bang om dit leven te verlaten, ook al weet ik dat er dankzij mijn kinderen continuïteit is. Ik geniet nu echt intens. Deze ontwikkeling van mijzelf is goed geweest voor het schrijven van Na de winter. Daardoor kon ik de ontwikkeling van de personages, hun overleven, echt invoelbaar maken.’

‘Lezers lieten me weten dat er zoveel muziek, zoveel eten en drinken in het boek zijn verwerkt. Dat het een hoopvol boek, een boek vol levensvreugde is geworden. Vroeger vond ik gelukkige mensen verdacht, nu weet ik dat het onzin is om voor de hele cake van geluk te gaan. Ik ben happy met de kruimels. Ik geloof in echte vriendschap. Mensen die je daadwerkelijk hebben doorgrond en toch van je houden. De relaties tussen mensen zijn nu eenmaal fragiel. Dat heeft ook iets moois.’

Foto: Maria Theresa Slanzi
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)