Interview met Gunnhild Øyehaug
"Je moet lezers nooit onderschatten"
Door Guus Bauer (6 augustus 2018)
De Noorse Gunnhild Øyehaug (1975) schrijft romans, poëzie, essays en verhalen en is daar in eigen land al veelvuldig voor bekroond. Daarnaast doceert ze literatuur aan de Universiteit van Bergen, is ze redacteur van de twee belangrijkste Noorse literaire bladen en schrijft ze kritieken voor onder meer dagblad Morgenbladet. Haar verhalenbundel Knutar + – verschenen in 2012, de plus slaat op de aanvullende verhalen bij de oorspronkelijke uitgave uit 2004 – werd vorig jaar in Amerika jubelend onthaald en veroverde daarna de wereld. Knopen is het eerste werk dat van Øyehaug in het Nederlands is verschenen. Inhoudelijk en vormtechnisch speels, maar daarom niet minder waarachtig.

Poëtisch element
Øyehaug: ‘Knopen is mijn tweede boek. Ik ben in 1998 op mijn drieëntwintigste gedebuteerd met een poëziebundel. Een verzameling waaraan ik lang heb gewerkt, waarbij ik – je bent nieuw in het veld, nog onbevangen ook – mijn buitengrenzen danig heb verkend. Je zou kunnen zeggen dat ik in die tijd nogal lyrisch doordrenkt was. Een zeker poëtisch element kwam dus als vanzelf ook in mijn verhalen terecht. Ik ben al op de lagere school begonnen met het schrijven van verhalen, heb nooit een andere ambitie gehad dan schrijver worden. Ik woonde zo’n beetje in de bibliotheek, las voortdurend en ontdekte dat ik zelf ook hield van het spelen met woorden. De vorm waarin je de tekst giet is voor mij van cruciaal belang. Variatie daarbij houdt een verzamelbundel levend. Wanneer je steeds hetzelfde kunstje laat zien, wordt het saai. Niet alleen voor de lezer, ook voor de schrijver. Ik moet mijzelf blijven pushen, het liefst ook blijven verbazen.’

Knopen is een boek uit het begin van mijn schrijverschap. Ik had zogezegd nog niets te verliezen. Toch zijn een paar van de verhalen nog in een bijna klassieke vorm gegoten. In mijn tweede verzamelaar, verschenen in 2016, ben ik verder gegaan, is het experiment van begin tot eind consequent doorgevoerd. Het is verder van belang dat een verhaal, een roman ook, tegen het einde bij de lezer blijft nawerken. Het is niet dat ik bewust naar een twist toewerk, maar wanneer je het punt van resonantie bereikt, weet je dat je daar moet eindigen. Soms weet ik welke trigger ik ga gebruiken om de lezer tot nadenken te stemmen en heb ik geen idee wat er in de tussentijd gebeurt in het verhaal. Soms schrijf ik en is daar ineens dat “verzadigingspunt”. Dat is de ware beloning voor dit moeilijke vak.’

Vier extra verhalen
‘In het Noors staat er een plusteken achter de titel. Ik schreef twee jaar na de eerste uitgave van Knopen aan een essaybundel, Chair & Extacy in het Engels, een titel ontleend aan Virginia Woolf, die haar literatuur alledaags wilde laten zijn, zoals een tafel of een stoel, maar tegelijk ook verheffend voor de geest. En eigenlijk is dat ook mijn doel. In die essaybundel onderzoek ik dat effect, dat niveau in diverse klassiekers. Daarna schreef ik nog vier verhalen, die achteraf gezien prima in mijn verhalenbundel uit 2004 hadden gepast, de mix hadden versterkt zelfs. Maar in plaats daarvan plaatste ik ze in de essaybundel. Waardoor dat boek een hybride werd waarin de verhalen als het ware een voorbeeldfunctie hadden, testcases waren voor de stellingen in de essays.’

‘De Noorse regering koopt van een groot aantal oorspronkelijk Noorse werken zevenhonderdvijftig exemplaren op voor bibliotheken en scholen. Essaybundels liggen erg moeilijk. De commissie heeft deze essaybundel uiteindelijk wel aangekocht, maar na een behoorlijke discussie omdat het genre niet helemaal duidelijk was. Toen mijn redacteur naar een andere uitgeverij vertrok, ging ik mee. Na een aantal jaren vroeg hij me of ik Knopen wilde heruitgeven. Ik stemde toe, maar vroeg wel of de vier extra verhalen konden worden toegevoegd. Daarmee was de bundel voor mij helemaal rond. Daarna volgde al snel een vertaling in het Engels. Die werd zeer positief besproken in de New York Times en Lydia Davis, de Amerikaanse romanschrijver, essayist en vertaler, vooral bekend van haar (zeer) korte verhalen, werd een grote voorvechter van het boek.’

Stille hints
‘Nadien volgden wereldwijd vertalingen. Ik denk dat door de toevoeging van de vier verhalen de verzamelaar meer een geheel is geworden, een roman in verhalen die de menselijke conditie beschrijft, de vergeefsheid van het vechten tegen het lot. Waarschijnlijk spreekt dat universele thema veel mensen aan. Ik refereer in de verhalen in Knopen veel aan schrijvers, aan filosofen. Dat is niet omdat het een vroeg werk is, ik doe dat nog steeds. Het heeft niets te maken met het etaleren van mijn kennis. Het is eerder speels. Ik heb een hekel aan teksten waar de schrijver doorheen piept. Daarom neem ik mijzelf in de verhalen ook geregeld op de hak. De ‘namedropping’, is functioneel voor de personages, voor de tekst. Het zijn eerder stille hints voor de lezer. Kijk ook eens in die bepaalde richting. Het op een milde manier stimuleren tot anticiperen. Ik probeer Arthur Rimbaud bijvoorbeeld vaak uit mijn teksten te duwen, maar hij komt steeds maar terug. Niet verwonderlijk want ik heb mijn thesis aan hem gewijd. Ik laat door het inbedden van de beroemde intellectuelen, van hun stellingen, zien dat gedachten, gevoelens, reflecties onderdeel zijn van het dagelijks leven. Je moet lezers nooit onderschatten. Uitleg is eigenlijk altijd overbodig.’

‘Daar gaan films vaak aan ten onder. Mijn roman is verfilmd, onder de titel Women in Oversized Men’s Shirts. Het werken met rond de honderd mensen rond die film, het steeds maar weer zoeken naar compromissen voor de kijker met betrekking tot het scenario, deden me beseffen hoe gelukkig ik ben dat ik mag schrijven. Dat ik als enige over een tekst mag beschikken, dat ik geen enkele keer over mijn lezerspubliek hoef na te denken, en het menselijk bestaan steeds weer uit een net andere hoek mag aanvliegen. Ik ben kennelijk een liefhebber van de caleidoscoop.’

Surrealisme
‘Er staan een aantal surrealistische verhalen in de bundel. Ze zijn me erg dierbaar. Het is eigenlijk de manier waarop mijn brein functioneert. Denk ook aan Monty Python’s Flying Circus. Er zit veel humor in hun surrealisme. Het heeft ook te maken met mijn idee dat het decor, de setting van het verhaal, niet zo belangrijk is. Enerzijds is dat bij surrealistische verhalen heel expliciet, maar tegelijk laat het veel ruimte. Je kunt eigenlijk alle kanten op. Een man is in Kleine knoop zijn leven lang via de navelstreng met zijn moeder verbonden, tot in de dood aan toe. Een verhaal dat ergens over verbondenheid gaat, heel symbolisch is. Maar dat was niet de opzet. Ik wilde gewoon onderzoeken wat er in een tekst gebeurt wanneer twee mensen daadwerkelijk fysiek met elkaar verbonden zijn, welke consequenties dat heeft. Ik heb die tekst een keer voorgelezen aan een zaal met rond de honderd vrouwen, bibliothecaressen en boekhandelaarsters. Tot mijn verbazing werd er veel gelachen. Veel herkenning aangaande mannen en kinderen waarschijnlijk.’

‘Het slot van Kleine knoop is essentieel voor mij. Wanneer het was geëindigd met de protagonist zittend op het graf van zijn moeder, was de tekst mij te eenduidig. Juist door een vrouw op te voeren die een dergelijke connectie ook wenst, geeft het een extra lading, opent het verhaal in een andere richting. Een tekst mag naar mijn idee nooit eendimensionaal zijn. Van dat verhaal is een korte film gemaakt. De regisseuse heeft het einde geschrapt, besluit met de hoofdpersoon op het graf. Sindsdien wil ik alleen nog zelf films maken.’

Kafka en Joyce
‘Er waren eigenlijk twee belangrijke invloeden toen ik begon met het schrijven van korte verhalen. Alles van Franz Kafka en Dubliners van James Joyce. Door het gebruik van surrealistische elementen kun je een visuele waarheid overbrengen. Surrealisme is sterk verbonden met poëzie. Het op een net verschoven manier reflecteren op de werkelijkheid. Ik hou ook erg van herhalingen. Niet zozeer binnen een verhaal. Ook al doe ik dat een enkele keer. Maar het herpakken van een onderwerp, van bepaalde personages. Onderdeel ook van mijn vormexperimenten. Je kunt daardoor een andere richting geven aan een eerder verhaal, de lezer even op het verkeerde been zetten. Daardoor dringt hij of zij dieper in de gedachtewereld van de personages. In een van de eerste verhalen, Opstijgen, landen, staat een man met een zware kei aan de winterse waterkant. Hij springt erin. De lezer krijgt iets van zijn beweegredenen mee. Achterin de bundel komt het verhaal terug, maar nu vanuit het perspectief van een toeschouwer, gezeten in zijn warme auto. De lezer leert in Lucht over zíjn wikken en wegen. Tegelijkertijd verandert het inzicht met betrekking tot het eerste verhaal. In herken mijzelf heel erg in de verwarring van de toeschouwer. Hoe zou ik zelf in een noodgeval reageren. Niet dat ik zoiets ooit heb meegemaakt. Maar het is denkelijk wel helder.

Deze verhalen gaan niet over mij. Ze gaan over de emoties achter de woorden. De repetitie maakt ook één ding wel duidelijk. Wát we ook doen, we kunnen het noodlot niet tarten. Met betrekking tot de intermenselijk verhoudingen is Knopen misschien een beetje een donker boek, maar tegelijk heeft het hopelijk ook een zekere lichtheid, door een onderhuidse hint van humor. Alle verhalen zijn gekoppeld, gaan over de onmogelijkheid tot het doorbreken van patronen in verschillende relatievormen. In Dubliners van Joyce staat een verhaal over een jong meisje, dat het huishouden verzorgt onder het juk van een gewelddadige, alcoholische vader. Er is een uitweg. Ze kan met haar verloofde, die wordt geportretteerd als een rechtschapen man, het land uit vluchten naar Buenos Aires. Op de kade laat ze zijn hand los, hij wordt meegevoerd door de mensenmassa. Dat specifieke sentiment is de basis van Knopen.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)
Interview met Peter Abelsen Door Guus Bauer (28-08-2018)
Interview met Marek Šindelka Door Guus Bauer (13-06-2018)
Interview met Sara Baume Door Guus Bauer (15-05-2018)