Interview met Hans Driessen
Dienstbaar aan de auteur en aan de lezer
Door Annemiek Neefjes (15 december 2010)


Hans Driessen is niet een heel bekende naam en toch verricht hij al ruim twintig jaar groots werk: hij vertaalt het filosofische werk van Arthur Schopenhauer, Friedrich Nietzsche en Peter Sloterdijk, om ‘zijn’ belangrijkste auteurs te noemen. Maar een vertaler schreeuwt niet van de daken, hij zit achter zijn bureau en werkt consciëntieus en in alle rust. Hij wordt niet voor niets een ‘schaduwkunstenaar’ genoemd. Op 10 december ontvangt Driessen voor zijn vertaaloeuvre de Vertalersprijs 2010. Voorgangers waren onder anderen Karol Lesman en Margreet Dorleijn & Hanneke van der Heijden.

Voor Driessen is de prijs een erkenning van zijn specialiteit: het vertalen van literaire non-fictie. Het is de eerste non-fictie bekroning in de geschiedenis van deze prijs. Driessen: ‘Ik durf de stelling wel aan dat non-fictie vertalen lastiger is dan fictie. Niet vanwege de taal maar omdat je veel research moet doen. Het is voor heel wat vertalers een reden er niet aan beginnen. En non-fictie vertalen heeft minder status dan fictie, dat is ook een reden.’

Vertaalliefde
In een Amsterdams café praat Driessen bedachtzaam en enorm aanstekelijk over zijn vak. Ooit zette hij als werkloze filosofiedocent gelijk hoog in en stelde uitgeverij Wereldbibliotheek voor De wereld als wil en voorstelling te vertalen, het hoofdwerk van Schopenhauer. Na wat kleiner grut van de Duitse filosoof begon hij eraan. ‘In het begin kende ik niemand in het vertaalwereldje, ik werkte volledig in mijn eentje.’

De Duitse filosoof werd Driessens grote vertaalliefde. Hij nam liefst vijf werken voor zijn rekening, dit jaar nog verscheen Dat ben jij. ‘Ik was opnieuw laaiend enthousiast, ik kwam echt weer thuis. Zijn stijl is helder en beheerst, je kunt hem daarom vrij letterlijk vertalen. Nietzsche schrijft uitbundiger, bij hem kom je gemakkelijk in de verleiding er nog een schepje bovenop te doen.’

Dienstbaar
Driessen vindt dat je als vertaler niet alleen dienstbaar bent aan de auteur maar ook aan de lezer. ‘Natuurlijk hoort de inhoud correct te zijn maar een tekst moet ook leesbaar zijn.’ De beste illustratie van het tevreden stellen van ‘de twee klanten’ is zijn vertaalwerk van de Duitse denker Sloterdijk, berucht om zijn cryptische taal en vele neologismen. ‘Ik zal het maar eerlijk zeggen: ik ben niet zo’n fan van zijn stijl. Toen ik hem vertaalde heb ik op hem gevloekt - niet soms maar vaak. Tijdens het vertalen van Sphären besloot ik verschillende keren: dit is het laatste dat ik van hem doe.’ Er volgden nog vele titels.

Driessen grijpt regelmatig in Sloterdijks tekst in, met in gedachten Schopenhauers motto: ‘Alle waarheid laat zich helder verwoorden’. ‘Monastisch’ wordt ‘kloosterlijk’ in plaats van ‘monastiek’, ‘alieniert’ wordt ‘vervreemd’ in plaats van ‘gealiëneerd’ en ‘finalität’ wordt ‘doelgerichtheid’ in plaats van ‘finaliteit’. Driessen: ‘Alles vanuit de overweging dat hij al genoeg “dure”, vaak door hemzelf verzonnen woorden gebruikt die ik niet met gangbare woorden kan vertalen. Ik bewijs hem een dienst door hem voor het Nederlandse publiek leesbaar te maken.’

Onzeker bestaan
Is Driessen een vertaler van de trouwe soort: een jawoord is voor altijd? Van Schopenhauer, Nietzsche en Sloterdijk vertaalde hij ieder vijf of zes boeken - alles bij elkaar zo’n drie miljoen woorden. De vertaler schudt zijn hoofd, voor Sloterdijk geldt dit zeer zeker niet. ‘Ik ben gewoon gemakkelijk te vleien. Als de uitgeefster me bezweert dat ik echt de enige ben die hem kan doen, ben ik al snel om. Bij Sphären dacht ik bovendien: hiervoor krijg ik gegarandeerd vier jaar een werkbeurs, dan zit ik ten minste een tijdje gebeiteld.’

Want de schoorsteen moet roken, zegt hij. Met een vast vertaaltarief en werkbeurzen is er de afgelopen decennia enorm veel verbeterd maar vertalen betekent nog altijd een onzeker bestaan. ‘Het jaar 2003 was omineus, ik belde zowat iedere uitgever maar vond geen enkele opdracht. Toen schrok ik wel. Ik heb wel eens overwogen een vaste baan als redacteur te nemen.’

Zelfvertrouwen
Hij deed het niet, en werd met zijn expertise veel meer dan alleen vertaler. Als docent draagt hij zijn kennis over aan vertalers in spe en hij is (hoofd)redacteur van vertalingen, waaronder van de Nietzsche-bibliotheek van De Arbeiderspers en van titels van Rüdiger Safranski en Robert Menasse. Hij schrijft nawoorden voor vertaalde filosofiewerken en publiceerde het Klein cultureel woordenboek van de filosofie.

Ook is hij recensent filosofie voor de Volkskrant. Zijn besprekingen zijn vaak kort. ‘Zelfs hierin ben ik beïnvloed door Schopenhauer, het motto van zijn oeuvre luidt non multa - niet veel.’ Bij Driessen is het schrijven voortgekomen uit het vertalen, en nu voeden beide disciplines elkaar. ‘Als vertaler kon ik me achter de schrijver verschuilen, maar toch verscheen er iets van me in druk. Mijn zelfvertrouwen kon langzaam groeien. Was ik geen vertaler geweest, dan had ik nooit in een krant durven publiceren.’

Kwaliteit
Ziet hij een constante in zijn bezigheden? Hij knikt, die is er wel, hoe zal hij het zeggen? ‘Ik wil mijn steentje bijdragen aan kwaliteit. Het klinkt misschien hard maar er wordt te veel tijd verspild aan shit.’ Liefst zou hij vandaag nog beginnen aan Jahrestage van Uwe Johnson, een monumentale roman in vier delen waarin de uit de DDR gevluchte schrijver zijn levensgeschiedenis vertelt. Geen uitgever zal het financiële risico van deze vertaling willen nemen, zegt hij. ‘Stiekem hoop ik dat ik nog eens de Martinus Nijhoff-prijs krijg, daar staat een flink bedrag voor. Ik weet al wat ik met een deel van dat geld wil doen.’

Hoewel hij het vak van vertaler een ‘tweede keuze’ noemt, is hij over dat vak zo bevlogen dat hij zelfs zijn nieuwe liefde aanstak. Op zijn advies ging ze naar de Vertalersvakschool. Hun eerste gezamenlijke vertaling was - kan het mooier - De liefde van Bas Kast. Dat was in 2006. Inmiddels hebben ze onder meer titels van Pascal Mercier en Andreas Schlumberger gedaan. Driessen: ‘Ik moet zeggen: ik heb best veel van haar geleerd, zoals van de vragen die ze stelt. Als je samen vertaalt, denk je meer na over de keuzes die je maakt. En zij kwam met moderne en vlotte teksten aan, waardoor ik met meer hedendaagse taal te maken kreeg. Ze staat dichter bij het leven, zal ik maar zeggen. Als tegenhanger van mijn eigen voorkeuren kan dat geenszins kwaad.’


Een korte, aangepaste versie van dit interview staat in een feestelijke uitgave ter gelegenheid van de Vertalersprijs.

Foto Hans Driessen: Nederlands Letterenfonds - Mirjana Vrbaski

Delen
Koppelingen
Personen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)