Interview met Hans van Velzen
‘Het meest van alles heb ik genoten van de schrijversontmoetingen’
Door Guus Bauer (1 juli 2014)
Ik ben met het bibliotheekvak in aanraking gekomen in mijn geboorteplaats Alphen aan de Rijn. Eigenlijk wilde ik naar de sportacademie in Den Haag. Bij de tweede ronde werden de eisen strenger. Je moest heel hard kunnen lopen en handstandjes kunnen maken; veel kunst- en vliegwerk – iets dat ik in zekere zin in mijn carrière toch vaak heb moeten doen. Het liep al tegen augustus en ik had nog geen uitsluitsel gekregen. Omdat het niet lukte om me zo snel nog ergens bij een studie in te schrijven, ben ik bij uitgeverij Samsom gaan werken. Een van hun belangrijkste uitgaven was de Belastinggids.

Haarlem
Op een gegeven moment vroegen ze me de bedrijfsbibliotheek te ordenen. Dat bleek ik leuk te vinden. De bibliotheek, we spreken over begin jaren zeventig, was toen sterk in opkomst en er was net een bibliothecarisopleiding in Den Haag gestart. Na twee jaar ben ik in Tilburg verder gegaan met de opleiding voor leidinggevenden.

Daarna zond ik open brieven rond en werd in Haarlem aangenomen. Daar was ik erg verheugd mee, aangezien ik ook toen al lid was van het Godfried Bomans Genootschap. Degene die op de academie het vak titelbeschrijving gaf, was in Haarlem leidinggevende. Ze vond me blijkbaar, ahum, een modelleerling. Haarlem had toen nog een apart indelingssysteem. Ik moest zorgen voor de omvorming naar het landelijke systeem van de Nederlandse Bibliotheek Dienst. Ik kreeg daarbij hulp van uitkeringsgerechtigden die bij ons ‘tewerk waren gesteld’. Eentje van hen was de latere schrijver Auke Kok.

Spijkenisse
Ik werkte drie jaar in Haarlem toen ik een advertentie zag waarin een directeur voor Spijkenisse werd gevraagd. Dat was een bibliotheek die tot dat moment onder de zogenaamde Provinciale Bibliotheek Centrale viel en verzelfstandigd moest worden. Alles moest worden opgezet. Daar had ik bijna geen ervaring mee, maar ik kreeg, nota bene als zesentwintigjarige, van het bestuur wel de kans. Je kunt ambitie hebben en hard willen werken, maar de gunfactor is heel belangrijk. In de eerste jaren hield de voorzitter van de raad van bestuur een hele dikke vinger aan de pols. Elke vrijdag kwam hij langs om de facturen mede te ondertekenen. Dat heeft mij gevormd, want deze man, hoofd van het grondbedrijf, had een scherpe blik, stelde altijd de goede vragen.

Daar heb ik in de praktijk geleerd om een organisatie van de grond af aan op te bouwen. Omdat Spijkenisse was bestempeld tot groeigemeente, kreeg ik ook te maken met nieuwbouw. Daarnaast werd daar een proef gedaan met automatisering. Spijkenisse was de eerste bibliotheek in Nederland die daartoe overging. Een vrij simpel systeem natuurlijk nog, maar ik heb er veel ervaring opgedaan die me later goed van pas is gekomen.

Belevingsbibliotheek
Ik ben altijd een groot literatuurliefhebber geweest. In het theater waarmee we gelieerd waren, begon ik schrijvers uit te nodigen. De eerste was Simon Vinkenoog, een groot succes. Hij droeg de gedichten voor van beginnende poëten bij ons uit de stad. Met zijn gebruikelijke flair – bovenop de tafel springen, grote gebaren, uithalen afwisselen met intieme momenten – bracht hij ze tot leven. Ze praten er bij wijze van spreken nu nog over. Daarna bleven we van alles organiseren. Acteur Hens van Ulsen kwam bijvoorbeeld voordragen, we vertoonden Een vlucht regenwulpen en samen met Jef van Gool van de toenmalige overkoepelende organisatie van bibliotheken exposeerden we Schatten uit de Nederlandse literatuur. In Spijkenisse is eigenlijk mijn idee van de ‘belevingsbibliotheek’ ontstaan. Niet alleen maar beheren en uitlenen van boeken, maar activiteiten organiseren en faciliteren.

In Amsterdam bouwde ik dat uit. Het was natuurlijk een eldorado voor mij. Op elke hoek zat bij wijze van spreken een uitgeverij. Schrijvers liepen bij ons in en uit. Je kwam ze op straat gewoon tegen. Dezelfde activiteiten als die ik in Spijkenisse had georganiseerd, kregen hier veel meer aandacht in de media. Dat is de kracht van Amsterdam.

Amsterdam
Toen ik na tien jaar werken in Spijkenisse in 1988 naar Amsterdam ging, was dat, hoe vreemd dit ook klinkt, in eerste instantie een stapje terug. Op de Prinsengracht was eigenlijk geen ruimte om iets te organiseren, hoogstens konden we de personeelsfoyer omtoveren. We hebben er ons niet door laten weerhouden en toch van alles gedaan.

Er is veel discussie geweest toen ik voor de nieuwbouw van de hoofdvestiging in 2007 op het Oosterdokseiland een eigen volwaardig theater wilde. Dat had volgens de sceptici geen kans van slagen. Amsterdam telde al zoveel podia. Na een studiereis tezamen met een paar gemeenteambtenaren naar Los Angeles, San Francisco en Seattle ging men overstag. In de bibliotheken aldaar was een theater én een horecagelegenheid. Kleinschaliger dan hier in Amsterdam. Nu komen, ha, de Amerikanen bij ons kijken. En onlangs de Japanners, de Chinezen en de Zuid-Koreanen. Het theater en de vestiging van restaurant La Place zijn succesvol.

Droombaan
Ik heb altijd de ambitie gehad om naar ‘de grote stad’ te komen. Het directeurschap van de OBA was mijn droombaan. Ik had nooit verwacht dat ik zo snel aan de beurt zou komen. Ik was pas vijfendertig toen ik solliciteerde. ‘Bijna zesendertig’ schreef ik in mijn brief. Gelukkig was mijn voorganger ook op die leeftijd begonnen. Er waren in tegenstelling tot de meer dan honderd kandidaten van kaliber nu, maximaal twintig sollicitanten. Amsterdam had niet echt een goede naam. Tot mijn verbazing was ik na twee rondjes aangenomen. Iemand van het bestuur is toen met me meegegaan naar Spijkenisse om te kijken of mijn ‘mooie verhalen’ wel waar waren. Een goede zaak, vond ik. Ze gaven me, gezien ook alle heikele kwesties die moesten worden geregeld, toch maar weer die kans. Die ik vervolgens natuurlijk ook heb genomen.

Ik ben competitief ingesteld. De OBA heeft een traditie van lang zittende directeuren. Dat is goed voor een organisatie. Betrokken leiders zorgen voor continuïteit. Het is natuurlijk geen competitie, maar op dit moment ben ik de directeur die het langst in dienst is geweest met zesentwintig jaar. Dat zie ik zo snel niet iemand mij nadoen.

Toegang tot kennis
Nu is de functie heel politiek gericht. Ik heb ook heel bewust die netwerken binnengebracht bij de OBA. De bibliotheek is eigenlijk ook een sociaaldemocratische instelling. Ik ben echt uit de tijd van Joop den Uyl. Toegang geven tot kennis. Je moet als een grote bibliotheek ook verantwoording nemen. Je moet buiten de deur kijken, daar de inspiratie uit halen. Een wisselwerking met de regio.

Ik zou op zich nu in de politiek kunnen gaan, maar uitsluitend omdat ik een man van de praktijk ben geweest. Ik heb me altijd erg betrokken gevoeld. Schrijvers ontvangen, een inleidend praatje houden. Daar ging het me ook om. Het is belangrijk dat je aanwezig bent, bij een voorstelling, om na afloop een handje te geven, een praatje te maken en wat te drinken. Daar krijg je van de schrijvers ook weer veel voor terug.

Tropenjaren
De beginjaren waren echt tropenjaren. Ik had veel met scepsis te maken. Alles moest veranderen en men zat als het ware met de armen over elkaar achterover om te zien of ik het aankon. Er zijn zelfs weddenschappen afgesloten over hoe lang ik het zou volhouden. Ik ben in het begin onderschat. Men vergat dat ik in Spijkenisse al tien jaar directeur was geweest. In principe praatte je daar over dezelfde onderneming, maar op een veel bescheidener niveau.

Had ik daar drie vestigingen, in Amsterdam waren het er toen dertig. Ik was ineens verantwoordelijk voor vierhonderd in plaats van dertig personeelsleden. Alleen mijn salaris, ha, werd niet vertienvoudigd. De overgang van filiaalhoofd in Haarlem naar Spijkenisse was naar mijn gevoel lastiger dan die van Spijkenisse naar Amsterdam. Dat was feitelijk gezien alleen schaalvergroting.

Automatisering
Ik werd in Amsterdam gelijk geconfronteerd met een forse bezuiniging. En daarnaast moest alles geautomatiseerd worden. Ik weet niet hoe het nu is, maar ik was in de eerste jaren beslist niet populair. Dat kan je ook niet verwachten, want de directeur is de officiële gezagsdrager. Maar goed, men had zeventig jaar alles met de hand op kaartjes genoteerd. Ze werkten in Amsterdam niet met de Nederlandse Bibliotheek Dienst. Er was een afdeling met wel dertig mensen die boeken bestelden bij boekhandels, beschrijvingen maakten en kaartjes tikten. Aan het einde van het tweede jaar werd die hele afdeling opgeheven.

Er kwam veel protest. Werknemers gingen een tijd lang in het zwart gekleed onder het motto: de OBA is in rouw. Er gingen petities naar het bestuur. Het was fijn dat ik door hen gesteund werd. Ik deed dan ook precies wat we hadden afgesproken. Ze zijn ook met me mee geweest naar de ondernemingsraad. Ik was ook met een hoop rare regelingen opgezadeld waar ik doorheen moest breken. Zo was er door mijn voorganger een arbeidsplaatsengarantie afgegeven. Na bezuinigingen en automatisering kon ik het aantal arbeidsplaatsen niet aanhouden. Ik ben een vechter en liet me niet kapotmaken. Ook in die tijd hadden we overigens geen slechte pers. In het algemeen niet in de afgelopen jaren. Daar prijs ik me gelukkig mee.

Na een paar jaar kwam de kentering. Ik zette de automatisering namelijk gewoon door. Ik gaf werkopdrachten, dat waren de werknemers ook niet gewend, en die moesten worden uitgevoerd. De sanctie voor werkweigering is bekend. Aan de andere kant was men toch ook weer gezagsgetrouw. Maar het viel niet mee om een bedrijfscultuur in te voeren in deze instelling. De projectleider die voor de automatisering was benoemd, werkte heel secuur en schematisch. Toen tien vestigingen klaar waren, merkten de overige dat ze achterliepen. Men realiseerde zich dat ik het toch voor elkaar zou krijgen.

Centralisatie
De vijfentwintigste jaarrekening van de Openbare Bibliotheek Amsterdam is net goedgekeurd. Mooier kan ik dit bedrijf niet meer maken. De vestiging op IJburg is onlangs geopend. Daar zijn we wel vijftien jaar mee bezig geweest. Toen ik kwam in 1988 begon net de decentralisatie van de stad. In de ultieme vorm kregen wij geld van twintig subsidiegevers. Die opsplitsing én de op stapel staande automatisering was voor mijn voorganger de reden om te stoppen.

Ik vind het feit dat nu weer alles gecentraliseerd wordt een mooie, bijna symbolische afsluiting. De jaarrekening gaat nu met een briefje naar de dertien stadsdelen. Mijn opvolger heeft voor de begroting weer met de centrale stad te maken. Beleidsplannen worden doorgaans voor een termijn van vier jaar gemaakt. Wanneer je doorgaat, moet je die periode ook helemaal vol willen en kunnen maken. Ik word in juli tweeënzestig en ben nu nog gezond. Ik heb de laatste tijd ook het geluk gehad dat de bibliotheek, in weerwil van de crisis, in rustig vaarwater verkeerde. In feite is het leiden van een dergelijke organisatie topsport. Ik heb een hoog verantwoordelijkheidsbesef en wil dus altijd optimaal presteren.

Discipline
Je hebt natuurlijk een zeker talent nodig voor een functie als deze, maar bovenal een ongekende discipline. Ik ben vrijwel dagelijks aanwezig geweest. Dat lijkt niets, maar is uiterst belangrijk. Personeel aanstellen, het bewaken van de budgetten, handtekeningen zetten, zorgen dat alles draait. Dat vindt men gewoon, maar dat is het natuurlijk eigenlijk niet. Het is allemaal niet zo spectaculair, maar het moet wel gebeuren.

De andere zaken maken een dag leuk. De verschillende voorzitterschappen en adviesfuncties bijvoorbeeld. Een goede gezondheid, werklust en de wil om iets tot stand te brengen zijn voor mij belangrijk. Ik moet een uitdaging hebben. Het zal dan ook nog lang duren voordat ik voorgoed achter de geraniums verdwijn. Ik zou stiekem wel een kleine, goed gesorteerde boekhandel willen runnen.

Bomans en Vestdijk
Ik zal het Bomans Genootschap en de Vestdijkkring blijven steunen. Godfried Bomans was eigenlijk de eerste schrijver die een publiek figuur werd. Men moet niet vergeten dat in zijn tijd er nog maar één tv-net was. Zijn optredens waren legendarisch. Bomans in triplo maakte op mij een verpletterende indruk. Daarnaast las ik zijn boeken graag. Er steekt ook iets van een verzamelaar in me. Het opbouwen van een eigen bibliotheek. Bomans was de eerste auteur die ik volledig op de privéplank had staan. Na de boeken van De Kameleon natuurlijk. Ik kom uit een groot gezin. Tweemaal per jaar kregen we een cadeau, met de verjaardag en met kerst. Van de boeken over Hielke en Sietse verschenen er precies twee per jaar. Ze wisten wat ze me moesten geven.

Op 24 december 1971, toen ik nog bij uitgeverij Samsom werkte, ben ik naar de begrafenis geweest van Bomans. Ik voelde me heel betrokken. Op het moment van de teraardebestelling op het kerkhof in Bloemendaal begon het te sneeuwen. Simon Vestdijk stierf datzelfde jaar, maar dat is aan me voorbijgegaan omdat ik hem toen nog niet las. Ik ben ‘tot Vestdijk’ gekomen door Maarten ’t Hart. Zijn boeken heb ik ook verzameld en hij schreef ooit in een essaybundel het naar mijn mening compleetste stuk over Vestdijk. Daarin onderscheidt hij heel precies de verschillende soorten boeken van de veelschrijver en weet echt te enthousiasmeren. Toen ging ik de Anton Wachter-reeks lezen. Ik was natuurlijk al lang puber af, maar het was heel herkenbaar. Naar aanleiding van de eerste biografie over Vestdijk van Hans Visser heb ik een bijeenkomst georganiseerd. Niet wetende dat ik later Visser als voorzitter van de Vestdijkkring zou opvolgen. Achteraf gezien vallen veel puzzelstukken samen.

Bestuurs- en adviesfuncties
Ik ben altijd enthousiast geweest over de literatuur in het algemeen. Ik denk dat dit wel is overgekomen bij de mensen. Mijn moeder wist van bijna niets een mooi verhaal te maken. Een zeker verteltalent heb ik wel van haar geërfd. Al heb ik in de laatste jaren voornamelijk speeches gehouden. Ontelbaar veel, bij openingen, jubilea en afscheidceremonies. We hebben in Amsterdam heel veel grote manifestaties gehad, het IFLA congres bijvoorbeeld (International Federation Library Associations) en in 2008 natuurlijk Amsterdam Wereld Boeken Stad.

Ik was en ben betrokken bij vele andere organisaties, in bestuurs- dan wel adviesfuncties, zoals bij de CPNB. Daarnaast natuurlijk de branchegerichte overkoepelende organisaties zoals WOB, de werkgeversorganisatie, de VOB en het SIOB. Ik verzorg de commissie van inkoop van de e-books en onderhandel mee aangaande het leenrecht. Dit zijn functies op persoonlijke titel, buiten de OBA om, en die ga ik dan ook nog een tijdje doen.

Schrijversontmoetingen
Het meest van alles heb ik genoten van de schrijversontmoetingen, de OBA als podium. Abdelkader Benali die in de OBA zijn doorbraak beleefde door het winnen van de El-Hizjra literatuurprijs. Hij heeft de bibliotheek altijd gesteund en het bij een zomerprogramma van AT5 zelfs de mooiste plek van Amsterdam genoemd. Kader Abdolah heeft in het Theater van het Woord zijn hertaling van de Koran gepresenteerd. ‘Komt allen’ had de uitgever gezegd. Er stonden dus ruim zeshonderd mensen voor de poort. Toen hebben alle deelnemers tweemaal ‘het toneelstukje’ opgevoerd. Het zorgde voor een goede band met schrijver en uitgever.

Later hebben we op hetzelfde podium nog avonden georganiseerd rond de beide Nobelprijswinnaars Gustave Le Clézio en Herta Müller, beiden eveneens publicerend bij De Geus uit Breda.

Annie en de bibliotheek
Annie M.G. Schmidt is gedurende mijn directeurschap diverse malen geweest. Ze was natuurlijk zelf ooit directrice van de bibliotheek in Vlissingen en behalve dat ze bij Het Parool werkte, was ze ook betrokken bij de jeugdbibliotheek. We wilden toen in de Waag op de Nieuwmarkt een kinderboekenmuseum vestigen. Alles was rond. Annie had een behoorlijk bedrag geschonken, maar de gemeente stribbelde tegen inzake het huurcontract. Toen is het op het laatst afgeketst. We hebben mevrouw Schmidt het bedrag terugbetaald.

De gemeente liet toen als een soort compensatie een portret van haar maken. Dat hangt nog steeds in de kinderafdeling van de hoofdvestiging. Als huldebetoon aan haar hebben we het kindertheater naar haar vernoemd. Een paar jaar geleden is er nog eindejaarsgeschenkboekje getiteld Annie en de bibliotheek verschenen. Een gezocht werkje.

Hella Haasse
De zalen in de hoofdvestiging wilde ik verbinden met schrijvers. Harry Mulisch heeft op 7 juli 2007, de opening van de nieuwe hoofdvestiging, zijn eigen zaal geopend. Hella Haasse sprak toen de laudatio uit. Je voelt in die tekst de twijfel die ze had bij de nieuwe weg die de bibliotheek in is geslagen. Ze was toch wel gehecht aan de oude stille leeszaal, maar zag in dat het wel anders móest. Wij kregen haar Indische bibliotheek. Ik ging die zelf halen en ze verontschuldigde zich voor de overlast. Een jaar later vierden we haar negentigste verjaardag in het Theater van het Woord en werd tegelijkertijd het digitale Hella S. Haasse Museum geopend.

Na haar overlijden heeft de OBA een borstbeeld van haar aangekocht, dat staat uiteraard in de Hella Haassezaal. Ik houd van die complete verhalen. De Haassezaal zit naast de Vestdijkzaal en beide zijn te combineren door het openen van de schuifwand. Als er iemand is die mooi over Vestdijk heeft geschreven, dan is het mevrouw Haasse wel.

Steenbeek, Wolkers, Hermans, Vinkenoog…
Rosita Steenbeek brak door met haar boek over haar relatie met Fellini. Zij trok en trekt altijd heel veel bezoekers. Mannen zowel als vrouwen. Tijdens een lezing was er iemand die maar foto’s bleef maken. Met die meneer is Rosita nog steeds samen. Zij heeft de liefde gevonden in de bibliotheek en draagt dus onze instelling begrijpelijkerwijs een warm hart toe. Laatst heb ik nog met haar opgefietst toen ze een tournee per fiets door Nederland deed. Uiteraard was de slotmanifestatie in ons theater.

Ik zie nog Jan Wolkers zitten tijdens de Boekenweek, denk nog aan het gesprek met Willem Frederik Hermans. De tachtigste verjaardag van Simon Vinkenoog met een heel bijzonder programma met bijvoorbeeld Spinvis. Van Simon staat ook een borstbeeld in het gebouw en zijn gedicht over Amsterdam is te lezen bij de ingang, net als de speciaal voor de OBA geschreven gedichten van de achtereenvolgende stadsdichters. Simon heeft ook voor een prachtig pandemonium gezorgd toen we hier het gemeentebusje ‘de opstapper’ introduceerden.

Samenspel
Alles stond altijd in het teken van toegankelijk maken, kennis en literatuur. De OBA is een heel open instelling. Iedereen is welkom. Mijn mooiste beloning is als ik door het gebouw loop en al die mensen zie zitten. Ze lezen een boek, zijn aan het studeren, zoeken informatie, bekijken een krantje of een tijdschrift of spelen een spelletje. De OBA is echt een begrip geworden. Er zijn veel Amsterdammers die trots zijn op wat er nu staat naast het CS, het zelfs showen aan hun familie van buitenaf. Leesbevordering, of kennisbevordering zo men wil, is een mooie taak van de bibliotheek en daar is dit gebouw bij uitstek voor geschikt.

Ik ga weg bij de bibliotheek, maar de bibliotheek gaat niet weg. Ook nu kom ik niet elke dag op alle zesentwintig vestigingen, maar ze zijn er wel en ik ben er zogezegd apetrots op. Ze zien er allemaal goed uit, Reigersbos is net verbouwd, en er wordt goed gebruikgemaakt van de faciliteiten. Dat schrijf ik toch een beetje op mijn conto. Ik realiseer me heel goed dat me veel vertrouwen is geschonken. Ik kwam bij de gemeente aan met een koffertje met ideeën. Zei dat ik graag een nieuwe hoofdvestiging wilde met een oppervlak van dertigduizend vierkante meter. Voor hetzelfde geld – een hele hap minder eigenlijk – hadden ze deze jongen vriendelijk bedankt en naar huis gebonjourd, maar ze namen negentig procent van mijn plannen over. Dat is ook een groot geluk, dat samenspel.

Inspirerende plek
Ik denk dat die nieuwe gebouwen een garantie geven voor het voortbestaan van de bibliotheek als instelling. Je hebt enerzijds natuurlijk de digitale versie, niets op tegen, prima als informatieverstrekker, maar de mensen hebben toch ook, ondanks dat ze thuis kunnen internetten, behoefte om naar de bibliotheek te komen met hun laptop omdat ze het een inspirerende plek vinden. Als ik straks door de stad loop of fiets, zie ik overal nog dat logo staan en dan weet ik zeker dat me dat een goed gevoel geeft. Kijk maar eens hoe die stad er nu bijstaat. Het muziekgebouw, het conservatorium, de musea… Er is hier heel veel moois gerealiseerd. Om dat in te zien, moet je misschien een buitenstaander zijn.


Foto’s
1. Hans van Velzen. Foto OBA.
2. Hans van Velzen. Foto Klaas Koppe.
3. Simon Vinkenoog in 1987. Foto: Klaas Koppe.
4. Bij de nieuwbouw van de OBA in 2007. Foto: Klaas Koppe.
5. Met minister Jet Bussemaker en de 10.000.000ste bezoeker aan de OBA.
6. De openbare bibliotheek aan de Keizersgracht. Foto: Streetview.
7. Bij de afsluiting van Nederland Leest De gelukkige klas in 2007.
8. Met Candy Duinker bij het Goudbeladen Boekenbal in 2013. Foto: Klaas Koppe.
9. De begrafenis van Godfried Bomans in Bloemendaal op 24 december 1971.
10. Als voorzitter van de Vestdijkkring bij het symposium Vestdijk verwerkt Kafka op 9 november 2013. Met v.l.n.r. Joan Verheyen, Niels Bokhove, Boris van de Wijngaard en Willem van Toorn.
11. Cover van Annie M.G. Schmidt en de bibliotheek.
12. Met beeldhouwster Ellen Wolff bij het borstbeeld van Hella S. Haasse.
13. De OBA kort na de opening op 7 juli 2007.
14. Bij de tentoonstelling van Teigetje en Woelrat in het Reve-museum in de OBA. Rechts ook Herman Finkers. Foto: Klaas Koppe.

Delen
Koppelingen
Personen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)