Interview met Ian McEwan
‘Iedereen die protesteert tegen een kerncentrale zou met een alternatief moeten komen’
Door Fleur Speet (10 november 2010)


In Solar, de nieuwe roman van Ian McEwan, krijgt Michael Beard, een bekende natuurkundige wiens carrière in het slop zit, bij toeval de kans om in één klap zijn relatieproblemen op te lossen, zijn carrière een nieuwe impuls te geven en misschien de energieproblemen van de wereld op te lossen. De roman is bejubeld en opgehemeld, McEwan is een gearriveerd schrijver. Hij wordt nog net niet zo op handen gedragen als Beard die een Nobelprijs heeft gewonnen. Gelukkig maar, want een vergelijking met Beard is geen compliment. Beard is een opportunist die het gedachtegoed van een dode kaapt om er zelf beter van te worden. Maar hij werkt zichzelf enkel in de nesten. Begint hij nog als een apolitieke schouderophaler, die het probleem van de klimaatverandering wel ziet maar verwacht dat de overheid er een mouw aan past, hij eindigt als een democraat die de oplossing voor het voortbestaan van de mensheid lijkt te hebben gevonden.

Een van de eerste missers van Beard is zijn uitspraak over het geringe aantal vrouwen in de natuurkunde. Hij meent dat statisch gesproken de hersenen van mannen en vrouwen aanzienlijk verschillen.
Dat is dus de vraag: hebben mannen en vrouwen verschillende hersens? Ik heb geen idee, maar het zou empirisch te onderzoeken moeten zijn. Warmt de aarde op? Zelfde soort vraag. Het doet er niet toe of je links of rechts bent, de waarheid is een ja of een nee. En toch is de hele zaak volledig doortrokken van ideologieën, zowel de zaak van de hersenen als van het klimaat. Dus Beard blundert op een gebied buiten zijn bekwaamheid.

Maar hij wint de discussie met de Israëlische natuurkundige die zijn stelling weerlegt.
Zijn debat met de Israëlische is een ongelijk debat. Ze wint het pleidooi, maar niemand is geïnteresseerd in wat ze zegt. Het publiek vindt haar niet interessant, omdat ze Israëlisch is en dus de vijand. Misschien is ze wel een generaal in het leger, weten zij veel. Dus zelfs bóven het debat hangt een wolk van ideologie en vooroordelen. Dat vond ik grappig.

Is de grap de enige manier om erover te praten?
Nee hoor, ik kan me best voorstellen dat ik tegen iemand zeg: alle hersens zijn verschillend. Oké, laten we dat onderzoeken. Weer iemand anders kan zeggen: hoe durf je dat te onderzoeken? Of iemand zegt, omdat hij bijvoorbeeld feminist is, dat het stellen van de vraag al een daad van misogynie is.

In onze moderne samenleving lijken we met al die boze bollen voor alles wel een wetenschapper te hebben.
Ja, maar deze kwesties zijn nog steeds niet opgelost. Het is zoveel ingewikkelder dan je zou denken. Als je naar hersenen kijkt, kijk je eigenlijk naar de geest van de mens. Bovendien wordt het brein gevormd door ervaringen, het is niet statisch. Dus wanneer onderzoek je het? Misschien maken jongens en meisjes gelijksoortige opeenvolgingen van gebeurtenissen door. Een vleugel in de wetenschap, de sociologie, die doorgaans weinig oog heeft voor bewijzen, beweert dat het verschil tussen jongens en meisjes louter cultureel bepaald is. Weer een andere tak van wetenschap beweert dat de bedrading bij mannen en vrouwen anders is aangelegd. We hadden het al lang en breed uitgezocht moeten hebben!

Net als de klimaatkwestie.
Het boek refereert op meerdere manieren aan wat we weten en hoe we dat weten. Wie heeft de macht en wie de autoriteit om beslag te leggen op de waarheid? Er ontstaat een komisch geheel als je al die tegenstrijdige visies tegelijk presenteert. Daarom is er een parallel tussen het debat over de hersenen en het debat over het klimaat, dat alleen maar door iemand met hersenen gevoerd kan worden. Aan de ene kant van het spectrum staan de ontkenners, die om ideologische redenen beweren dat er niets aan de hand is. Dan zijn er de sceptici, die volgens mij van het grootste belang zijn, hun kritiek is goed en gezond en bruikbaar. Zij zijn niet helemaal zeker over de uitkomst van de data en vinden dat die data opnieuw bekeken moeten worden om te zien wat ze werkelijk vertellen. De grootste groep, waartoe ik ook mijzelf reken, beseft dat er iets aan de hand is wat nadere bestudering verdient. En aan de andere kant heb je de doemdenkers, die beweren dat we nog maar een paar jaar over hebben en we allemaal doodsbang zouden moeten zijn. Wat hen verleidt tot ontkenning, want als het toch allemaal afgelopen is, kun je maar beter een feestje bouwen. Op dat punt veranderen de ‘alarmisten’ in ontkenners. Er is een boel verwarring over dit onderwerp. Dat maakt het zo dankbaar er een komedie van te maken in de lijn van Balzac.

Omdat er geen antwoorden zijn?
Nee, ik ben een empiricus, dus ik denk dat er wel degelijk antwoorden zijn. Het feit dat we de antwoorden niet hebben, wil niet zeggen dat ze er niet zijn. We zullen steeds meer weten. Het voortschrijdend inzicht van de wetenschap is onomkeerbaar. We zijn al een end op weg.

Maar mensen willen weten wat ze in hun dagelijks leven kunnen doen.
Eerlijkheidshalve denk ik niet dat het uitmaakt. Je zou ook kunnen zeggen, omdat we toch in Amsterdam zijn: rook geen marihuana meer, want marihuana levert enorme problemen op, overal ter wereld. Als je een kleinere auto neemt of je zit alleen nog maar op de fiets, is dat geweldig omdat het iedereen verbindt met het probleem, terwijl het natuurlijk ook het verbruik van vieze energie een tikkeltje vermindert, zodat we meer tijd hebben. Maar het lost het probleem niet op. Het probleem is hoe we zorgen dat Amsterdam blijft draaien op een koude februarinacht als er geen wind waait. Dan kom je er niet met zonne-energie, noch met windenergie.

Ik was altijd erg gekant tegen kernenergie, maar na alle research die ik voor dit boek heb gedaan, kwam ik tot de slotsom dat we niet voldoende tijd hebben om voor iets anders te kiezen. We hebben nog geen oplossing. Tienduizenden kinderen overlijden ieder jaar aan astma, ontstaan door luchtvervuiling. Als ik dan tienduizend jongeren zie protesteren tegen een kerncentrale, denk ik: oké, maar dat betekent dat we gigaton veel kooldioxide in de vorm van verbrande steenkool de atmosfeer in moeten blijven brengen Die doodt niet alleen kinderen, maar ook de mijnwerkers en het milieu. Kool is een ramp die zich iedere week voltrekt, iedere dag. Iedere dag maken we de ramp groter. We hebben 450 kerncentrales over de hele wereld, en behalve Tsjernobil en Sellafield deden ze het prima. We hebben een afvalprobleem en een terroristenprobleem, maar beide zijn oplosbaar. Iedereen die protesteert tegen een kerncentrale zou daarom met een alternatief moeten komen. Het volstaat niet om nee te zeggen.

Is het alternatief van Beard, zonnecellen in de woestijn, niet bruikbaar?
De zon kan een stadsziekenhuis niet voortdurend voorzien van de benodigde energie. Het is te zwak. Er is een plan om in Afrika een enorm zonnepaneel te plaatsen. Daar is veel over gepraat tot de recessie. Maar het kost veertig jaar om dat allemaal op te bouwen en die tijd hebben we niet meer. Het betekent ook dat we nog meer natuurgebied verbruiken: nog meer beton, hekken, geasfalteerde wegen, vrachtwagens… Je installeert een bijna middeleeuwse technologie waarbij je duizenden hectaren aan prachtig land verpest, terwijl vier hectare voor een kerncentrale half Nederland van energie kan voorzien.

Voorheen waren mensen bezig de natuur tegen de mensheid te beschermen, nu is het noodzaak de mensheid zelf te beschermen. Want de natuur maakt het niet uit wat het voor weer is. Nog tien graden warmer? Prima, de natuur past zich wel aan. Een verlies van 95 % van de diersoorten, inclusief de mens? Best. Na tien miljoen jaar krabbelt het milieu weer wat op en ontstaan er weer nieuwe diersoorten. De aarde heeft het eerder gedaan. De simpele vraag die we onszelf moeten stellen is: kunnen we een nieuwe industriële revolutie ontketenen die de beschaving in stand houdt met schone energie? De industrie zal deze revolutie moeten voorbereiden. We kunnen doorgaan met kool verbranden, maar daarmee leggen we als soort uiteindelijk het loodje.

Michael Beard heeft geen kinderen, in beginsel. Dan is de vraag hoe het de aarde vergaat niet zo prangend.
Als we een industriële revolutie doormaken, zal dat waarschijnlijk komen van dezelfde soort mensen die de eerste revolutie ontketenden in de achttiende eeuw in Engeland. Dat waren geen Greenpeace-types, dat waren wrede, gehaaide, egocentrische Michael Beard-types. Er is niets mis met zijn technologie, wel met zijn instelling. Soms denk ik, ik had hem moeten laten slagen, dan was mijn punt duidelijker. Ik snap dan ook niet waarom rechtse regeringen angstig zijn voor milieuvraagstukken. Uiteindelijk lijdt de industrie er enorm onder als er geen oplossing voor vuile energie wordt gevonden. Het zullen ook de industriëlen zijn die de revolutie moeten ontketenen, puur uit eigenbelang.

Tja, en als je kinderen hebt, verandert je wereld. Je wilt dan graag dat het project mens slaagt. Toen ik twintig was, dacht ik: een nucleaire oorlog is vervelend, maar och, ik zal het wel overleven. En ik dacht: ik doe een rugzak om en sluit me aan bij de revolutie. Nu denk ik dat niet meer. Revoluties brengen doorgaans geen geluk, speciaal niet voor kinderen. Dus met kinderen heb je een groter aandeel in het voortbestaan van de mensheid. Of Beard dat uiteindelijk met zijn dochtertje krijgt, weet ik niet. Wat hij vooral krijgt, is het inzicht dat hij niet in staat is om iemand te overtuigen. Er wordt dwars door hem heen gekeken.’



1. Foto Klaas Koppe
2. Cover Solar De Harmonie
3. Foto Annalena McAfee
4. Cover Solar Jonathan Cape
5. Foto Klaas Koppe
6. Foto Fleur Speet
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)
Interview met Gunnar Staalesen Door Guus Bauer (07-06-2019)
Interview met Takis Würger Door Guus Bauer (28-05-2019)
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)