Interview met Jan Brokken
‘Schrijven is voor negentig procent herschrijven’
Door door Annemiek Neefjes (15 december 2006)


‘Waarom wordt er toch zo neerbuigend over schrijfcursussen gedaan?’ vraagt Jan Brokken zich af. ‘Niemand vindt het een schande dat er een kunstacademie bestaat. Rond literair schrijven hangt een wolk van belangrijkheid: alleen de uitverkorene kan het, te leren valt er niets. Maar talent is meer dan geïnspireerdheid en een groot taalvermogen. Het is ook: ijver, energie, doorzettingsvermogen, jezelf op het spel durven zetten, kritiek kunnen verdragen.’

Brokken, bekend van romans en literaire non-fictie als De blinde passagiers en De regenvogel, geeft sinds drie jaar een cursus creatief schrijven. Nu is De wil en de weg verschenen, met de voordrachten die hij iedere avond als startschot gaf. Bij elkaar zijn het achtendertig korte hoofdstukken over, om er een aantal te noemen: het schrijven van de openingsscène, inlevingsvermogen, de komma, beeldspraak, seks, humor, dialoog en de innerlijke monoloog. Ook vertelt Brokken over het uitgeefcontract en geeft hij een inkijkje in de ‘harde werkelijkheid’ van de verkoopcijfers. ‘De wil en de weg is op dit moment het meest gepikte boek op de uitgeverij,’ grinnikt hij. ‘Redacteuren, publiciteitsmensen, schrijvers: allemaal zijn ze kennelijk in het schrijfproces geïnteresseerd.’

Een wezenlijke behoefte
Brokken zei aanvankelijk nee, toen Norman de Palm hem in 2003 als cursusleider vroeg. Hij had nog nooit lesgegeven, en bovendien, hij zou af en toe op reis zijn. Beide bezwaren wimpelde De Palm weg. Brokken is blij dat hij toch op het verzoek is ingegaan. ‘Ik heb lol in het lesgeven. Schrijven kun je niet leren, tenzij je talent hebt. Een aantal mensen met talent heb ik echt kunnen helpen. En ik leer er zelf van. Mijn cursisten stoppen veel te veel informatie in hun verhalen en ik ontdekte dat ik dat zelf soms ook doe. Ik heb ook geleerd wat losser te schrijven. De personages van de cursisten ouwehoeren eindeloos, daar kan de helft uit, maar bij mij kan er een kwart bij. Een beetje ouwehoeren heeft z’n charme.’

Toen Brokken met zijn cursus begon, wist hij niet dat het in Nederland wemelde van dat soort cursussen. Hij had vijftien jaar lang in het buitenland gewoond en geschreven. De overvloed stoort hem niet in het minst. ‘Schrijven is een wezenlijke behoefte. Na het overlijden van mijn beide ouders kreeg ik de brieven in handen die mijn moeder van 1935 tot 1940 aan haar zus had geschreven. Mijn moeder woonde toen in Nederlands-Indië, vanaf haar eenentwintigste. Ik kon haar ervaringen en gevoelens van week tot week teruglezen. Ze schrijft niet alleen over leuke dingen maar ook dat ze zich eenzaam voelt, dat ze geen contact krijgt met de mensen in haar omgeving. Ze schrijft dat ze niet zwanger kan worden en wanhopig is. Fundamentele gevoelens willen mensen op papier zetten.’

Had zijn moeder in de jaren zeventig in het buitenland gezeten, dan had ze af en toe naar huis gebéld, zegt Brokken. ‘Dan zou er over die jaren niets op papier staan. Had ze in deze tijd geleefd, dan zou ze mails schrijven. Maar mails zijn meestal korte, informatieve berichten. Nu mensen geen lange brieven meer schrijven, willen ze voor zichzelf verslag van hun leven doen. Veel mensen die een cursus volgen, doen dat omdat ze wat begeleiding nodig hebben.’ Dat sommigen hun schrijfsels in druk willen zien, desnoods via printing-on-demand, vindt hij begrijpelijk. ‘Pas in druk bestaat een tekst echt. Je eigen boek uitbrengen is trouwens een betere besteding van je geld dan een ticket naar Benidorm kopen.’

Waardering voor het woord
Brokken vindt dat het vak creatief schrijven onderdeel zou moeten zijn van de universitaire studie letteren. ‘Zoals in de Verenigde Staten. Alle grote schrijvers daar hebben lesgegeven: Saul Bellow, Philip Roth, John Updike, noem maar op. In de Angelsaksische wereld is de waardering voor het woord altijd hoog geweest. Dat blijkt alleen al uit de toespraken van Amerikaanse presidenten. “Ich bin ein Berliner” van John F. Kennedy is vormtechnisch een zeer geslaagde zin in zijn redevoering. Martin Luther King was omgeven door begaafde zwarte tekstschrijvers. Of neem Engeland. Aan het hoge stilistische niveau van de biografieën zie je dat de auteurs ervan uitstekend schrijfonderwijs hebben gehad.’

Op dit moment biedt uitgeverij Querido een ‘masterclass’ schrijven aan, met als gastdocenten niet de minsten, zoals A.F.Th. van der Heijden, Kristien Hemmerechts en Arnon Grunberg. De uitgeverij spreekt van colleges en noemt de deelnemers ‘studenten’. Het klínkt in ieder geval universitair. Brokken vindt het niet zo’n geweldige actie. ‘Vroeger stuurde je een verhaal naar een tijdschrift en dan hoopte je dat het werd geplaatst. Uitgevers lazen die tijdschriften en ontdekten zo nieuw talent. Nu probeert Querido via die cursus aan debutanten te komen, ze hebben een commercieel motief. Het lijkt me niet in het voordeel van de jonge auteurs. Ik heb nu iemand die met taalexperimenten bezig is. Ik laat hem rustig doormodderen, terwijl ik al zie dat dit niet zijn stijl is. Hij moet het zelf ontdekken. Die tijd zal Querido de cursisten niet gunnen; er moet zo snel mogelijk een debuut op de markt.’

Brokken begeleidt nog altijd cursisten van het eerste uur. Een deel is afgevallen en er zijn nieuwe deelnemers bijgekomen. Eén cursiste komt komend voorjaar met haar eerste boek. ‘Toen ik met de cursus begon, had ik niet verwacht dat juist zij zover zou komen,’ bekent Brokken. ‘Ik had drie anderen in mijn hoofd en juist die zijn afgevallen. Een jongen kon prachtig schrijven. Maar hij vond zichzelf geniaal. “Ik wil alleen maar complimenten,” zei hij. Hij was niet bereid zichzelf te ontwikkelen. Dan mislukt het dus.’

De literatuur als leermeester
Hij hamert bij zijn leerlingen op twee dingen: ‘lees je tekst hardop’ (om het ritme van de zinnen te horen) en: ‘herschrijf’. Vooral dat laatste advies wordt hem niet in dank afgenomen. ‘De ellende van de computer is dat je hier en daar een zinnetje kunt veranderen,’ zegt Brokken. ‘Cursisten beseffen niet dat het veranderen van één zin van invloed is op de rest van het verhaal. Ik geef ze voorbeelden van grote schrijvers voor wie het herzien van de tekst onderdeel van de schepping is. Ik probeer ze ervan te overtuigen dat schrijven voor negentig procent herschrijven is.’

Brokkens eigen leermeester is altijd de literatuur geweest. Het blijkt onmiskenbaar uit zijn boek. Léés, schrijft hij meerdere malen, léés als je vastloopt, als je inspiratie zoekt, als je inzicht wilt krijgen in de techniek van het schrijven. In De wil en de weg staat een rijke hoeveelheid anekdotes over het schrijverschap van Flaubert, James Joyce, Karel van het Reve, Hella S. Haasse, J.M. Coetzee, Oek de Jong, Truman Capote, Dostojevski, Stendhal en vele anderen. Brokkens analyses van (passages uit) literaire werken maakt dat zijn boek ook aantrekkelijk is voor wie een betere lezer worden wil.

Grandioos inzicht in het bestaan
Brokken: ‘Er waren cursisten die nog nooit van Thomas Mann hadden gehoord. Sommige jongens vonden Stephen King geweldig. Ik ben dat toen gaan lezen, en inderdaad, het is spannend en het steekt goed in elkaar. Maar in Tolstoi of Márquez zit óók spanning en zij geven je bovendien een grandioos inzicht in het bestaan. Ik wil mijn cursisten doordringen van de veelzijdigheid van de wereldliteratuur.’

Dient zich straks een school-Brokken aan? Frikkerig zegt de schrijver: ‘Wie mij gaat nadoen, wijs ik de deur.’ Dan schiet hem toch iets te binnen: ‘Als ik school maak, dan in de zin dat ik mijn cursisten leer onderzoek doen. De rol van de fantasie wordt enorm overschat. Ik heb genoeg voorbeelden van heel grote schrijvers die veel van hun materiaal uit de werkelijkheid plukken. Maak niet al je personages student, zeg ik mijn cursisten, geef ze ook eens een beroep. En documenteer je dan. Ik stuur mijn leerlingen de wereld in.’
Delen
Koppelingen
Personen
Boeken
Meer interviews
Interview met Sara Baume Door Guus Bauer (15-05-2018)
Interview met Olivier Guez Door Guus Bauer (26-04-2018)
Interview met Jaroslav Rudiš Door Guus Bauer (09-04-2018)
Interview met John Banville (I) Door Guus Bauer (23-03-2018)
Interview met John Banville (II) Door Guus Bauer (23-03-2018)