Interview met Jan van Mersbergen
‘Schrijven is voor mij beeldende kunst’
Door Guus Bauer (6 november 2011)


Jan van Mersbergen (1971) debuteerde tien jaar geleden met de roman De grasbijter. Zijn zesde roman, Naar de overkant van de nacht, heeft het carnaval, over beter gezegd de Venlose Vastelaovend als decor.

Ralf was vroeger een schipperskind en zet nu verkleed als veerman de carnavalsvierders over naar de overkant van de nacht terwijl hij zich te goed doet aan bier, jenever en Jägermeister. Hij denkt aan zijn thuissituatie en aan zijn jeugd, want tijdens Vastelaovend ben je niet gekleed als iemand anders, je bent eindelijk jezelf.

Na Morgen zijn we in Pamplona opnieuw een feest als achtergrond?
‘Een vergelijkbaar festijn, in de zin dat iedereen in die stad met dat feest bezig is. Dat is met carnaval nog extremer, zeker in Limburg. Natuurlijk is het decor heel belangrijk, maar ik speel alleen maar in op gevoelslagen.’

Je wordt bijna letterlijk dronken van dit boek?
‘Deze roman moest een roes worden. Het tempo, de ingrediënten, de beleving en de associaties staan allemaal in dienst van die roes. Je kunt niet een boek over Vastelaovend in de verleden tijd schrijven. De lezer moet die nacht zelf meemaken. Alleen dan kun je de diepere lagen van het carnaval ontdekken. De warmte, de saamhorigheid en de serieuze ondertoon van alle gein en ongein.’

Hoofdpersoon Ralf heeft het feest nodig om zijn thuissituatie pas echt goed te begrijpen?
‘Hij is overal met zijn gedachten. Dan weer bij zijn jeugd als schipperskind, dan weer bij zijn vrouw Sara en de rol van de stiefvader voor haar vier kinderen. Hij realiseert zich dat hij heel veel heeft gegeven, zich heeft opgeofferd. En hij vraagt zich af of hij dat nog wel wil en of hij misschien er iets voor terug moet vragen.’

Je hebt Ralf thuis ook wel in een lastig parket gemanoeuvreerd.
‘Een vrouw die hem ziet als eindstreep. Ze kon gewoon niet meer voor haar kinderen zorgen. Een puber met een eetstoornis en een jonge tweeling die blind en doof is en dus een scherp ontwikkeld ‘gevoel’ heeft. In Venlo ontdekt Ralf de waarde van die lichamelijke warmte. Hij wordt als het ware opnieuw vader.’

Ralf associeert er op los.
‘Ik schakel razendsnel heen en weer. Een schrijftechnisch trucje, om de lezer af en toe op het verkeerde spoor te zetten, maar op het juiste gevoel. Je moet je als lezer aan de tekst overgeven, net als de carnavalsbezoeker aan de Vastelaovend. Dan komt het begrip vanzelf. In mijn romans staat de ratio in dienst van het gevoel. Ik ben altijd op zoek naar beelden om die emotie duidelijk te maken. Schrijven is voor mij beeldende kunst.’

Je bent op zo’n feest eigenlijk van de buitenwereld afgesloten?
‘Er dringt nauwelijks nieuws van buiten tot je door. En daardoor kun je bij jezelf naar binnen kijken. Een paar jaar geleden was er iets ernstigs gebeurd op de maandag, een bomaanslag, een aardbeving of iets dergelijks. Ik ga altijd vier dagen naar Venlo en daardoor heb ik het pas donderdag gehoord. Het geeft je tijd voor jezelf.’

Zetten ze daarom de klok stil op Vastelaovend?
‘Het afbakenen en ook het vergeten van de tijd is heel erg belangrijk tijdens carnaval. De klok wordt overwonnen. Als we carnaval aan het vieren zijn, dan zijn we groter dan de tijd. Dat is bijna metafysisch. Je zou kunnen zeggen dat mijn boek ook over zenboeddhisme gaat.’

De meeste mensen associëren carnaval toch met veel drinken en schunnige liedjes?
‘Er is een groot verschil tussen het Brabants carnaval en dat uit Limburg. Op radio drie hoor je nog weleens de carnavalhits van het jaar. Dat zijn meestal platte liedjes uit Brabant, of zo je wilt uit Amsterdam. In Limburg draaien ze die nummers niet. Daar zingen ze mee met liedjes uit de jaren dertig en vijftig met heel subtiele teksten. Die liedjes gaan over warmte en echt contact tussen mensen. In die liedjes gaat het eerder over dorst dan over het zuipen. Ik wist pas dat er een boek in zat, toen ik de liedjes begon te begrijpen.’

Hoe wordt het boek in Venlo ontvangen?
‘Vooraf hadden ze twijfels of je zoiets gecompliceerd als de Vasteloavond wel onder woorden kunt brengen. Maar ze zijn helemaal om. De boekhandel heeft het groot ingekocht. De Limburgers overladen me met lof. Op de elfde van de elfde, ook nog eens in het elfde jaar van deze eeuw, wordt het feestelijk gepresenteerd. ‘Met blaaskapel D’n Heiten Haspel erbij. “Ons boek is er,” zeggen ze in Venlo. Wie het geschreven heeft, maakt ze niet uit. En dat is mooi. Een van de jongens met wie ik vanuit Amsterdam afreis, zei: “Wij gaan altijd minstens vier dagen. Deel een is er nu.” Mijn maten verwachten een vervolg.’

Hoe gaan de Limburgers met buitenstaanders om?
‘We worden er volledig opgenomen, letterlijk en figuurlijk omarmd. We zijn als Amsterdamse groep bij de sleuteloverdracht geweest in het stadhuis. Daar komen normaal alleen een stuk of vijftig notabelen. Ze hadden een artikel van mij gelezen over Vasteloavend. Carnaval is geven en nemen. Wanneer je iets geeft aan het feest, krijg je het dubbel weer terug. Ik heb veel bewondering voor de liedjesschrijvers, maar schrijf nu eenmaal boeken.’

Naar de overkant van de nacht is mijn bijdrage aan de Vastelaovend. Als je niets “geeft”, dan moeten ze je niet. De burgemeester heeft ons Amsterdamse groepje in zijn toespraak als integratiemetafoor gebruikt. Iedereen van buiten Limburg is een buitenlander, maar als je je aanpast aan hun tradities, ontvangen ze je met open armen. Wij zorgen dat we een goed “pekske” hebben en dat we de liedjes kunnen meezingen.’
Delen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)