Interview met Jean-Marie Blas de Roblès
‘Je moet een boek als een machine zien’
Door Ezra de Haan (29 juni 2011)


De schrijver is net klaar met een interview als ik binnenkom. Jean-Marie Blas de Roblès is een kleine, donkerharige en brildragende man. Als ik zijn naam in mijn opnameapparatuur fluister en hij Bla hoort in plaats van Blas verbetert hij mij en legt uit dat het een Spaanse naam is. Nadat ik mijzelf heb voorgesteld, leg ik uit dat ik aan de hand van zinnen uit zijn boeken, die ik als metafoor ga gebruiken, wil praten over zijn schrijven. Meteen zie ik interesse ontstaan.

In Middernachtsberg komen diverse opmerkingen voor over de waarheid. Zo schrijft u: ‘Mensen verkiezen waarheden die hun het beste uitkomen’. U laat Paul een roman schrijven maar de moeder vertelt ‘de waarheid’. ‘Waarheid op een leugen maakt het eenvoudiger om het te geloven. Tussen vertellen en niet vertellen bevindt zich de derde weg.’ Als we deze zinnen als metafoor zien voor uw opvatting over schrijven houdt u ervan met die waarheid te spelen.
Vanzelfsprekend! Het gaat om het spelen met de waarheid en de werkelijkheid. Je gebruikt een beetje van dit en van dat en manipuleert het zo dat de lezer het accepteert. Het gaat om dat wat er tussen de regels gebeurt. Om de onzichtbare verbindingen, de bruggen tussen de verschillende hoofdstukken en personages.

U schrijft in Middernachtsberg: ‘Je koos een vrij gecompliceerde manier om met mij te praten.’ In het boek doelt u op het schrijven van een roman door Paul. Ik zag een link met Waar de tijgers thuis zijn. Want u heeft voor een wel heel gecompliceerde constructie gekozen om een biografie over Kircher aan de man te brengen.
Ik wilde veel meer dan dat... Maar, inderdaad het begon met de biografie over Kircher. Die moest geschreven zijn voor ik met de rest van het boek verder kon. Dat betekende veel research. Ruim tien jaar heb ik aan dat boek gewerkt. Het voorwerk, het inlezen is ook gevaarlijk, want het is heerlijk om dagenlang over iets te lezen. Voor je het weet vergeet je dat je ook schrijven moet. Toen ik genoeg over Kircher wist, ben ik aan de door Caspar Schott geschreven biografie begonnen. Ik schreef die in een archaïsche stijl, passend bij de tijd van mijn onderwerp. Na een pagina of tien begreep ik dat dit niet de vorm was. Het was onleesbaar. Vervolgens ben ik mij gaan verdiepen in vertalingen van Kircher en zijn tijdgenoten. Tegelijkertijd legde ik een woordenlijst aan en aan de hand van die informatie ben ik opnieuw begonnen. De biografie is namelijk het raamwerk, het skelet waaraan de hele roman is opgehangen. Ik besloot van Kircher een soort Don Quichot te maken en zette het karakter naar mijn hand.

Voor de lezer is het vaak de vraag wat feiten zijn en waar de schrijver zijn fantasie de vrije teugel heeft gegeven. Het ene moment zie je een gelijkenis met de Duitse wetenschapper en ontdekkingsreiziger Von Humboldt, dan kom je een variant op Monthy Pythons Flying Circus tegen in de scène met het kattenorgel, da Vinci en zelfs Sherlock Holmes, u schijnt overal uw inspiratie op te doen...
Sherlock Holmes, ik ben dol op Sherlock Holmes en inderdaad is de wijze waarop Kircher een oplichter ontmaskert exact volgens de regels van deductie geschreven. Een schrijver gebruikt alles. Zo merk je duidelijk de invloed van een schrijver als Alexandre Dumas op mijn werk. Ik wilde een boek schrijven waarin alles voorkomt, alle schrijfvormen, diverse genres... Zo komt niet alleen de biografie maar ook de avonturenroman er in voor, de politieke roman, een roman noir, hoe noemt u dat...maar ook brieven, notities, gedichten, liefst scabreuze... Waar de tijgers thuis zijn was voor mij de meesterproef. Als u mijn eerste boeken bekijkt, zal het u meteen opvallen dat diverse personages uit de korte verhalen van toen later in Waar de tijgers thuis zijnweer een rol spelen. En dat is ook in Middernachtsberg het geval. Eigenlijk schrijf ik een groot, dik boek in diverse delen. Om Waar de tijgerste kunnen schrijven heb ik eerst ongelooflijk veel voorbereid. Iedere scène was uitgestippeld, plattegronden waren getekend, ik heb die losse scènes met veel moeite in de juiste volgorde gekregen, zeg maar gecomponeerd. Als je naar het tempo van de diverse verhalen kijkt zul je merken dat ook die iets muzikaals hebben, je komt hier een fuga tegen, daar weer een scherzo…

Komt het nog voor dat u, ondanks alle voorbereidingen, door uw personages wordt verrast?
Nee, eigenlijk niet. Alles is doordacht. De verrassing zit in het uitwerken ervan en in het spelen met de taal. Al moet ik toegeven dat een van mijn personages belangrijker werd naarmate het boek vorderde. Dat was niet mijn bedoeling, toch pakte het anders uit.

Als je uw boek vergelijkt met dat van een Dan Brown, valt meteen op dat hij eenvoudiger schrijft, meer voor Hollywood. Zijn cliffhangers zijn pijnlijk opvallend. U gebruikt ze ook, maar heel subtiel. Voor mijn gevoel was het verhaal van Elaine de cliffhanger van het boek. Je wilt immers weten hoe het verder gaat omdat het zo spannend is. Toch laat u de lezer soms hoofdstukken lang wachten.
Inderdaad is dat een van de redenen waarom ze in het boek staat. Belangrijker is echter mijn uitgangspunt. In uno Omnia, alles in een, daar gaat het mij om. Je moet het boek als een machine zien. Ieder radertje doet ertoe. Ik maak gebruik van spiegels, neem de te vergelijken denkwereld van de mensen ten tijde van Kircher en die van het gewone volk in Brazilië. Ze weten niets van de wereld en kennen hem dan ook niet. Door verleden en heden naast elkaar te zetten zie je de gelijkenis. Dat gaat natuurlijk ook op voor de gruwelen in het boek. Sommige scènes in het boek hebben de bedoeling iets te laten zien maar ook om te shockeren. Net zoals ze mij schokten. Ik las rapporten over dat wat de politie en militie ten tijde van Pinochet deden. Ze tonen helaas de hedendaagse gruwelen die zich in Brazilië afspelen.

Ik las dat u voor uw werk zowel in Tibet als in Brazilië was. Is het belangrijk voor u om de omgeving te kennen waarover u schrijft?
Ik ben in Tibet geweest, zij het illegaal, doordat ik op dat moment in China werkte. Zoals ik het land in mijn boek beschrijf, was het toen. Ik ben in die tempel geweest en heb de zendmast, die toen nog bedevaartsoord was, bezocht. Dat mag nu niet meer. Het helpt als je het land kent, maar het is niet noodzakelijk om erover te kunnen schrijven. Zo heb ik in China over Brazilië geschreven.

Hoe kwam u op het idee om Middernachtsberg te schrijven?
Een vriend vertelde mij het verhaal van zijn moeder, wat haar was overkomen in de tweede wereldoorlog. Ik noteerde het met het idee om het ooit uit te werken in een kort verhaal. Een collega vertelde mij het verhaal van de conciërge die alles over Tibet wist en wiens grootste wens het was om ooit naar Tibet te gaan. Dat hij die man naar Tibet had meegenomen en dat hij daar een hartaanval had gekregen. Het onderwerp fascineerde mij en ik begon mij erin te verdiepen. Stuitte vervolgens op de broodje aap verhalen over de nazi's, Harrer, Pauwels en Bergier, De dageraad der magiërs, vliegende schotels en begreep dat er een roman in zat. Esoterie trekt mij persoonlijk niet aan en als u mijn boeken goed leest zal het u opvallen dat ik steeds weer laat zien dat het charlatans zijn, dat het onzin is etc. Wat die nazi's betreft moest ik natuurlijk voorzichtig zijn. Je kunt niet alles meer schrijven. Dat is gevaarlijk geworden. Over Kicher wel, dat maakt niemand wat uit. Desnoods doet hij mee aan een orgie...

Het wijzen op onzin en leugens in uw werk, het onderuit halen van de waarheid en god, komt dat voort uit de wetenschapper in u?
Als er een boodschap is, dan is het dat.

Meduse en son miroir et textes d'autres is nog niet vertaald. Waar gaat het boek over?
Het is een boek waarin korte verhalen en essays staan. Die essays zijn deels een literair verhaal, ik houd ervan om daarmee te spelen, om genres te mengen. Er staat een verhaal over Borges in, die ik bewonder, over fotografie. Een verhaal over een dichter. Een beschrijving van mijn ontmoeting met Julien Gracq. Het is een boek waar ik meer ruimte gaf aan de poëzie...

Als het interview beëindigd is, vraagt Jean-Marie aan de medewerkster van Ailantus of ze de Franse versie van Waar de tijgers even wil pakken. Hij wil mij pagina 22 laten zien. Daar staat een gedicht. Als je van ieder woord steeds de eerste letters leest ontstaat er een erotisch gedicht, een priaap. Een taalgrapje zoals de anamorfoses die Kircher in het boek ontwerpt. Alles is anders dan het lijkt. Meteen vraag ik mij af of de schrijver mij met zijn antwoorden en verhalen niet in het ootje heeft genomen. Wellicht waren die verhalen door vrienden verteld wel hersenspinsels van Blas de Roblès. Misschien wil hij het ook geheim houden waar ze vandaan kwamen. Een geheim kan immers alleen met een geheim beantwoord worden.

Hij neemt afscheid van mij met de woorden: Jij bent de lezer waar de schrijver op hoopt als hij een roman schrijft. Meteen denk ik aan een zin in Middernachtsberg: Toeval bestaat niet, er zijn alleen noodzakelijke ontmoetingen, en glimlach terwijl ik hem de hand schud.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Chrétien Breukers Door Guus Bauer (27-11-2019)
Interview met Marijke Schermer Door Guus Bauer (13-11-2019)
Interview met David de Poel over Frans Pointl Door Guus Bauer (01-10-2019)
Interview met Robert Pollack Door Guus Bauer (20-09-2019)
Interview met Max Porter Door Guus Bauer (03-07-2019)