Interview met João Ricardo Pedro
‘Kan iemand die creatief is, ook gelukkig zijn?’
Door Guus Bauer (28 november 2013)
De Portugees João Ricardo Pedro (1973) gebruikte zijn ontslagvergoeding van een telecommunicatiebedrijf om een langgekoesterde droom in vervulling te laten gaan: het schrijven van een roman. Jouw gezicht zal het laatste zijn werd prompt bekroond met de prestigieuze LeYa prijs, gedoteerd met maar liefst honderdduizend euro. Het mooie bij die prijs is dat de teksten anoniem vóór publicatie worden beoordeeld. Een prijs voor de inhoud dus! Hulde.

Pedro: ‘De jury was net zo verbaasd als ik. “Welke andere boeken heeft u geschreven?” Tsja, alleen deze roman dus.’

Een familie in Portugal
Pedro beschrijft in deze roman in verhalen een geschiedenis van een familie in Portugal. Opa Augusto is dokter. Hij heeft zich teruggetrokken in een dorp in de verste uithoek van het land. Zijn zoon Antonio is getraumatiseerd teruggekomen van de oorlog in Angola. Zijn kleinkind Duarte is een wonderkind op de piano. Het is via hem dat we de bewogen levens van opa en vader vernemen. Hij moet, zoals dat tegenwoordig zo mooi heet, de familiegeschiedenis een plek geven. Maar ten koste van wat?

‘Ik ben aan het boek begonnen te schrijven zonder een vastomlijnd plan. Ik kreeg bepaalde sterke beelden door. Bijvoorbeeld de vrijheidsstrijder die gevlucht is naar dezelfde uithoek als dokter Augusto. Hij heeft in de strijd een oog verloren. Als cycloop zou hij makkelijk door de politie herkend worden. Augusto die naar het bergdorp is uitgeweken omdat hij sympathiseerde met de opstandelingen, geeft hem een glazen oog en daarmee een nieuwe identiteit. Dit soort waarheden, die vaak abusievelijk uitsluitend voor anekdotes worden aangezien, vormen voor mij de kern van mijn literatuurbeleving. In dit soort kleine verhaaltjes schuilt alle waarheid, elk falen, elke tekortkoming, elke liefde, elke compassie. Kortom: de menselijkheid.’

Orale traditie
‘Misschien is dat ook iets Portugees. Niet voor niets is het bij ons een traditie om tijdens begrafenissen moppen te vertellen. De tragiek zit verstopt in de lach. Waar we bang voor zijn, daar maken we grappen over. Als ik schrijf, wil ik door mijn personages worden ontroerd, maar tegelijk wil ik met ze lachen en ze soms uitlachen. Je moet ze niet altijd heel erg serieus nemen. Mijn eerste contact met literatuur was via mijn opa. Hij vertelde mij verhalen met allerlei uitweidingen, als zo’n Russische pop waaruit tot mijn blijdschap steeds weer een ander popje uit tevoorschijn kwam. Vaak vertelde hij hetzelfde verhaal, aangescherpt, net even anders. Fascinerend! Ik ben opgevoed in de orale traditie.’

‘Ik denk dat wanneer je een lange tijdspanne wilt beschrijven, zoals in dit geval de Portugese geschiedenis vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw, dat je alleen in onderling verbonden segmenten kunt schrijven. Daarom heb ik de hoofdstukken ook titels gegeven. Die bereiden de lezers voor op het hetgeen te gebeuren staat. Als het goed is raken ze in de stemming. Bovendien kun je ze nog eens fijn op het verkeerde been zetten.’

Dwarsverbanden
‘Naarmate ik meer verschillende hoofdstukken had geschreven, zag ik zelf ook de dwarsverbanden. Het was een geweldige ervaring hoe het ene hoofdstuk het andere op een gegeven moment ging ondersteunen. Op een of andere manier, ergens onderhuids, had ik het idee dat literatuur dat met mij, of eerder voor mij, zou doen. Ja, een organisch proces, zeg maar.’

‘Ik moest en zou mijzelf bewijzen dat ik een roman kon schrijven. Daarbij heb ik alles gegeven. Daarom waarschijnlijk verschillen de hoofdstukken zo van stijl. Ik wilde alles uitproberen. Elk personage kreeg zijn of haar eigen aanpak. Wat wil je vertellen en hoe? De worsteling van de schrijver, neem ik aan. Maar wie ben ik? Slechts een beginner, en dat wil ik eigenlijk altijd blijven. De pure ervaring van, ha, de eerste keer. De ontmaagding in de literatuur.’

Verdwijntruc
‘Het onverklaarbare in het proces fascineert me. Er is mij al een aantal maal gevraagd om de titel uit te leggen, maar dat kan ik eigenlijk niet. Ik werd op een ochtend wakker en toen zoemde die zin door mijn hoofd. Lezers kunnen de titel en het hele boek waarschijnlijk beter verklaren dan ik. Er zijn eigenlijk twee verschillende boeken. De roman die ik geschreven heb en de roman die ik had willen schrijven. In mijn hoofd zijn die twee identiek aan elkaar. Literatuur is een verdwijntruc.’

‘En ik houd van trucs, ha. Brieven opnemen in een boek bijvoorbeeld. Daarom voer ik de briefwisseling op tussen dokter Augusto en de gevluchte Policarpo. Wij hebben veel Policarpo’s gehad, mensen die ten tijde van de dictatuur naar het buitenland uitweken en na de revolutie niet terugkwamen omdat ze kwaad waren op het land, een intense droefheid voelden. Het enige contact wat deze mensen met het moederland hadden was via de post.’

Sport als metafoor van het leven
‘Salazar verkondigde dat Portugal trots alleen stond. In de dorpen in afgelegen gebieden was in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw geen informatievoorziening over de buitenwereld. Hoogstens één radio bij een notabele, kranten drukten alleen gecensureerde berichten en bereikten die uithoeken vaak niet. Via de brieven, tussen de regels door, konden de dorpelingen vernemen wat er zich in de rest van de wereld afspeelde.’

‘In de jaren tachtig hebben de ouders van Duarte dan eindelijk televisie. Er wordt de finale gespeeld van het Europese Kampioenschap voetbal in 1988. Van Basten scoort uit een onmogelijke hoek. De moeder van Duarte, ondanks haar katholieke achtergrond een fervent communiste, ziet daarin de ondergang van de Sovjet-Unie. Veel schrijvers zijn wars van sport in hun boeken. Voor mij is sport een prachtige metafoor van het leven zelf. De vader van Duarte denkt bij die wedstrijd aan de oorlog in Angola. Hij denkt eigenlijk altijd aan die dagen.’

Opluchting
‘De oorlog in Angola was een tragedie voor een hele generatie. Mijn eigen vader heeft in 1962 gevochten in Afrika. Al van kinds af aan realiseerde ik me dat er iets met hem niet in orde was. Ha, ik geloof in de therapeutische werking van het schrijven. Toen ik de roman af had, voelde ik me opgelucht. Ik heb onze familiegeschiedenis een plek kunnen geven.’

‘Duarte houdt op een gegeven moment op met pianospelen. Een gave kan op een gegeven moment ook een haast ondraaglijke last zijn. Kan iemand die creatief is, ook gelukkig zijn? Dat is een van de belangrijkste thema’s in mijn boek. Als iemand me nu behandelt als een schrijver, dan voel ik schaamte. Ja, ik schreef een roman met een hoop Europese geschiedenis erin. Iets dat noodzakelijk blijkt te zijn, want wanneer ik op scholen een lezing geef, weten de kinderen bijvoorbeeld niet wat de Sovjet-Unie was en dat er een IJzeren Gordijn dwars door Europa liep. Nog niet eens zo lang geleden.’

‘Een schrijver, nee, dat wordt je niet zomaar. Misschien over een paar decennia, na een roman of vijf, zes. Ik weet niet of ik die gedrevenheid, die rusteloosheid, misschien wel de noodzakelijke droefenis in me heb. Ik ben een vrolijke man.’

Delen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)