Interview met Joël Dicker
‘Schrijven is de reden van mijn bestaan’
Door Ezra de Haan (22 mei 2014)
Ook al weet ik dat Joël Dicker een Franstalige Zwitser is, het idee dat De waarheid over de zaak Harry Quebert een ‘hard-boiled novel’ is van een Amerikaanse auteur blijft hardnekkig overeind. De jonge schrijver lacht als ik het zeg en ziet het als een groot compliment. Wanneer hij in prima Engels reageert, zeg ik: ‘Dat je Zwitsers bent verklaart ook waarom jouw Engels zoveel beter is.’ Dan lacht hij nog harder. ‘Spiekink laik zet?’ vraagt hij met een overdreven accent. Hij vertelt dat hij vaak in New England geweest is. In Maine, New Hampshire, Massachusetts. De reden is simpel: neven van zijn grootvader woonden in Washington D.C. En die hadden een zomerhuis in Maine. Vanaf zijn vierde jaar bracht hij met zijn ouders daar de vakantie door. De gelukkige dagen van toen vormden de basis voor zijn roman die met vele prijzen werd bekroond en zelfs werd genomineerd voor de Prix Goncourt.

‘Ik heb later veel door Amerika gereisd maar Maine is bijzonder gebleven. Het lijkt los van de rest te staan. Geologisch gezien, als je van het gesteente en de planten uitgaat, past het beter bij Scandinavië. Toen de continentale platen van elkaar gingen en het landschap gevormd werd, bleef een deel van Scandinavië ‘plakken’ aan wat later Noord-Amerika werd. Het is daar zo rustig, het is niet nodig de deuren van auto’s of huizen af te sluiten… Een paar jaar geleden hebben ze het politiebureau gesloten omdat het overbodig was. Criminaliteit komt er niet voor.’

Was je niet bang dat iedereen meteen aan John Irving zou denken wanneer je over New Hampshire zou schrijven?
‘Ik ken de schrijver maar had niets van hem gelezen. Ik heb het mij nooit afgevraagd. Ik zocht naar een plaats waar ik mijn verhaal kon beginnen. Dit is de tweede roman die ik publiceer, de zesde die ik heb geschreven. Mijn eerste boek, een historische roman, situeerde ik tussen Parijs en Londen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het gaat over het verzet en verraad in die dagen. Het verhaal intrigeerde mij omdat de jongens die in die tijd het gevaar opzochten, zo verschilden van de jeugd van tegenwoordig. Die verspilt zijn tijd aan Facebook en andere flauwekul. Ik zag het boek als een “wake-up call”. Vervolgens werd mij steeds gevraagd waarom ik zo’n boek had geschreven. Waarom? Voor mij was dat duidelijk. Omdat ik nog niet geboren was toen het plaatsvond, was de reactie. Hoe kon ik zeker zijn van wat ik beweerde, het was immers 70 jaar geleden gebeurd. Ze begrepen niet dat ik iets te vertellen had…’

Is dat misschien de reden waarom Harry Quebert zegt: Je moet niet schrijven om gelezen te worden. Je moet schrijven om gehoord te worden?
‘Inderdaad, het gaat om de boodschap, niet om het verhaal! Mede daarom besloot ik dat mijn tweede boek fictie moest zijn en geen ballast in de vorm van geschiedenis moest torsen. Ik wilde vrij zijn om een verhaal te kunnen vertellen. Ik wilde tegenover iemand gaan zitten en gewoon verhalen vertellen. Daarom koos ik voor een plek die ik als mijn broekzak kende. De enige andere locatie had Genève kunnen zijn…’

Je kende het goed, maar er was ook enige afstand. Had je dat niet ook nodig? Zodat je toch beter keek dan de mensen die er hun hele leven wonen.
‘Exact. Toen ik terug in Genève was, begon ik pas aan het verhaal. Het denken begon in Maine, het schrijven in Zwitserland. Ik was iets op het spoor, het begon en ik was nieuwsgierig wat er zou gaan gebeuren. Ook vroeg ik mij af hoe ik iets in het Frans kon schrijven dat als echt Amerikaans over kon komen. Dat was erg verwarrend.’

Je boek heeft niets Frans, zeg maar dat trage, overdreven literaire… Het is modern, heeft geen tijd voor vertraging, het beschrijft waar het om gaat en niets anders.
‘Als verhalenverteller ga ik geen tijd verspillen en mijn publiek vervelen. Wie zich verveelt, houdt op met luisteren, verlaat de kamer en dat is meteen het einde van mijn plezier om iets te vertellen. Het gaat om beide partijen. Wanneer ze geboeid blijven luisteren ga ik details toevoegen. Vaak genoeg lees ik iets, of kom ik woorden tegen, vooral tijdens het lezen van Franse romans, die ik nooit in mijn verhalen zou gebruiken. Ik probeer juist ruimte in het hoofd van de lezer vrij te laten…’

Maar de lezer moet wèl genoeg materiaal krijgen om tot een gedachte te komen. Het gaat om de balans.
‘Stel ik vertel: Het was de koudste winter in twintig jaar en de meeste wegen waren door de sneeuw onbegaanbaar. Dan is het niet nodig de temperatuur te vermelden of de hoeveelheid sneeuw. Dat zal iedereen voor zichzelf invullen. Stel dat ik schreef: Het vroor twintig graden. Wie kan inschatten wat het verschil in gevoelswaarde is met min vijf? Mensen stellen zich iets voor. Dat is genoeg.’

Jouw eerste gepubliceerde boek was een historische roman, het tweede een thriller. Vertel eens over de andere vier. Leerde je schrijven door het schrijven ervan?
‘Achteraf gezien zou ik ja zeggen. Zolang je schrijft zie je dat natuurlijk niet. Mijn eerst boek vond ik briljant. Ik stuurde het naar diverse uitgeverijen in Zwitserland en Frankrijk en werd overal afgewezen. Dus schreef ik een nieuw boek. Werd weer afgewezen, en een derde en vierde keer weer… De vijfde werd ook door de meesten afgewezen. Gelukkig zag een uitgever er toch wat in. En ik vind en hoop dat ieder boek beter wordt dan het voorgaande. Je moet je als schrijver daarom steeds afvragen wat je verkeerd doet wanneer een boek niet oplevert wat je ervan verwacht. Wanneer je niet beter wordt ben je fout bezig. Mijn plezier zit in de uitdaging beter te worden, in het creëren, in het schrijven zelf. Niet in uitgegeven worden, in het zoveel mogelijk boeken verkopen. Daar gaat het mij niet om.’

Uiteindelijk schrijf je vooral voor jezelf.
‘Zeker! En als ik je mag corrigeren, is het niet voor mijzelf maar voor mijn plezier. Plezier geeft je een indicatie of je op de goede weg bent. Als je niet staat te popelen om weer verder te kunnen schrijven, kun je straks niet verwachten dat de lezer blijft lezen.’

Sommige schrijvers hebben geen idee waarover ze moeten schrijven, andere lopen weer vast in een boek. Heb jij daar weleens last van?
‘Sommigen klagen dat ze geen inspiratie hebben. Geen idee hebben. Ik zeg dan meestal: Het is moeilijk om bij een idee te blijven.’

Een van de regels voor schrijvers in jouw boek is: Begin alleen aan een boek als je weet hoe het eindigt. Ik kreeg het idee dat jouw boek juist heel associatief geschreven is. Alsof je tijdens het schrijven op ideeën, op inzichten kwam, die je meteen de ruimte gaf. Jouw boek is als een boom, het groeit en het groeit. En dan doel ik op de mogelijke daders van de moord op Nola.
‘Toen ik aan het boek begon, had ik geen duidelijk beeld van de moordenaar. Dat kwam later pas. Ik begon aan het boek met een idee waarvan ik dacht dat het de plot zou zijn. En het grote verschil van dit boek met de vijf voorgaande is dat ik het alle tijd gaf die ervoor nodig was. Ik deed er tweeënhalf jaar over. De andere schreef ik in minder dan een jaar. Ik ontdekte dat de originele plot slechts het begin van het boek was. Ik veranderde die dus en het werd iets compleet anders. Nu had ik al honderd pagina’s geschreven en ik dacht “moet ik nu weer helemaal opnieuw beginnen?” Ja, want het was leuk! Daarvoor schreef ik om gepubliceerd te worden en dat was een grote fout. Wat maakte het uit of het een maand langer duurde? Het is net zoiets alsof je op vakantie bent en via de snelweg van de ene plaats naar de volgende racet. Of dat je kiest voor de kleine wegen door het platteland. Ik begreep tijdens het schrijven van dit boek dat het verwijderen van passages het beter maakte. Voorheen vond ik dat zonde. Ik leerde dat ik het moest schrijven zodat ik kon zien wat ik moest verwijderen. Dat was een grote stap vooruit.’

Wat kun je mij vertellen over het homoseksuele aspect van jouw roman? Neem de oude man die een potentiële moordenaar is maar later juist het alibi van zijn homoseksualiteit heeft. Of zijn relatie met zijn chauffeur. Tot je de ware reden kent, denk je dat die twee iets hebben. Je speelt een beetje met de lezer. Ook Harry Quebert en zijn vriendschap met Marcus Goldman is zo intiem dat je er als lezer ideeën bij krijgt. Is het de vervanging voor een zoon die hij nooit had? Gaat het hem om de man zelf? Ook omdat de relatie zo fysiek is.
‘Daar heeft niemand ooit iets over gevraagd. Dat is heel interessant wat je zegt. Vooral omdat ik dan merk dat iedereen met dit boek een andere kant op denkt. Zelf heb ik hier niet aan gedacht. Wel dat Stern gay was. Dat had ik nodig voor de plot. De relatie tussen Harry en Marcus heb ik nooit als gay gezien. Maar het zou best kunnen, daar heb je helemaal gelijk in. Marcus zoekt een vader. Zijn moeder is te aanwezig in zijn leven. Harry zoekt een zoon en dat zijn onderwerpen die mij persoonlijk erg interesseren. Ik ben altijd bereid een andere visie van een lezer te volgen. Het geeft mij inzicht in de diverse mogelijkheden die het boek blijkbaar biedt. Het zou verkeerd zijn om te zeggen dat ik die bedoeling niet heb gehad. Dat zou kortzichtig zijn. Daarom zijn boeken interessanter dan films. Een film heeft een vast tijdsbestek. In twee uur, in dit tempo, deze karakters. Over een boek kun je een jaar doen òf een nacht.’

Ik was verbaasd over het Lolita-thema in het boek, vooral gezien je leeftijd. Je kon je goed inleven in de relatie van Nola en Harry. En wat dat inleven betreft zeg je iets heel interessants in het boek. Wanneer Marcus de moord op Nola wil oplossen, moet hij zich niet in de moord of de mogelijke moordenaar verdiepen maar in het slachtoffer. Heb je het boek op deze manier geschreven? Want voor de lezer is de beleving totaal anders. Het komt voor als een mistig landschap dat langzaam door het opkomen van de zon zichtbaar wordt. Tot dat moment heeft de lezer steeds net niet genoeg materiaal om de zaak op te lossen.
‘Ik hoop dat de lezer het steeds minder belangrijk vindt om te weten wie Nola heeft vermoord. We weten dat ze stierf. Maar het gaat om de reis, niet om het doel.’

Dat mag duidelijk zijn. Het gaat niet alleen om het verhaal van Nola maar ook om de twee schrijvers, hun carrière, hun ideeën over schrijven. Iets heel anders. Je schreef een boek over iemand die met zijn tweede publicatie internationaal doorbreekt. Vervolgens overkomt het je. Dat is magisch. Maar jij kijkt ook vooruit. Neem Quebert, een schrijver die zijn hele leven worstelt om de schrijver te worden die hij nooit werd. Of Marcus, een schrijver die tegen hem opkijkt terwijl hij meer schrijver is dan zijn leraar. Er is discussie over jouw boek. Is het literatuur of niet? Ik denk van wel. Vooral omdat het om méér dan een spannend boek gaat. Het is ook een boek over schrijven en alles wat daarmee te maken heeft.
‘De vraag wordt mij vaak gesteld. Liefst geef ik er geen antwoord op, want het beperkt mij. Het heeft te maken met het succes. Literaire boeken worden weinig gelezen en verkopen slecht. Mijn boek is het bestverkochte boek in jaren. En bestsellers ziet men vaak als slechte boeken. Een literair boek verkoopt pas als het een bekroning krijgt. Kan een saai boek, dat moeilijk leesbaar is, een goed boek zijn? Waarom moet een generatie opgroeien met het idee dat een literair boek per definitie saai moet zijn? En ik verdedig mijzelf niet. Ik leg alleen maar uit dat mijn boek mensen, jonge mensen, doet lezen. Ik heb een tour langs scholen achter de rug, scholen met erg lastige leerlingen. Vaak vertelden leraren dat mijn boek leerlingen aan het lezen had gekregen. Mensen die in hun hele leven anders nooit een boek gelezen zouden hebben. En dat is voor mij de definitie van literatuur. Het gaat niet om het boek, het gaat om het effect van het boek. Ze moeten meer boeken willen lezen. Het is mijn reactie op Facebook en andere dingen die de jeugd bezig houden.’

Jouw boek leert mensen na te denken over wat waar en waarheid is. Een van de andere regels voor schrijvers in het boek is het belang van het vallen. Waren de ongepubliceerde boeken indertijd jouw vorm van vallen?
‘Zeker. Maar de komende vijf ook. Niemand kan zeggen of ze succesvol zullen zijn. Er komt meer vallen aan, en ik ben mij daar bewust van. Vallen met boeken. Vallen met vrienden. Vallen in het leven… daarom zeg ik ook: schrijven is leven. Het geeft zin aan mijn leven. En die zin vinden is niet altijd makkelijk. Mensen zijn bezeten van het materiële. Van geld of Beyonce. Daar staan de mensen voor in de rij tegenwoordig. Het gaat om narcisme en exhibitionisme en daar heb ik persoonlijk veel moeite mee. Het is zo egoïstisch. Schrijven is de reden van mijn bestaan.’

Foto onder: Ezra de Haan.

Delen
Meer interviews
Interview met Elvis Peeters Door Guus Bauer (06-05-2019)
Interview met Renée Knight Door Guus Bauer (23-04-2019)
Interview met Sander Kollaard Door Guus Bauer (06-04-2019)
Interview met Kristine Bilkau Door Guus Bauer (22-03-2019)