Interview met John Irving
‘Mijn fantasie is mijn grootste wapen’
Door Guus Bauer (19 november 2009)


Met de roman The World According to Garp vestigde John Irving ruim dertig jaar geleden definitief zijn naam. Ook de verfilming met Robin Williams en Glenn Close in de hoofdrollen werd een wereldwijde kaskraker. Er volgden vele lijvige bestsellers, waarvan er nog vier werden verfilmd. Toch rust de nu laatzestiger niet op zijn lauweren. Hij oogt topfit. De Engelstalige versie van zijn twaalfde roman Last Night in Twisted River had onlangs de wereldpremière in Nederland. Begin volgend jaar komt de eerste vertaling uit: de Nederlandse versie.

Hebt u iets speciaals met Holland?
Ik zou allerlei moois kunnen bedenken, maar ik ben heel goed bevriend met de Nederlandse uitgever.

Waar haalt u de energie vandaan om steeds maar weer een dikke pil te schrijven?
Ik heb natuurlijk een worstelverleden en ben nog dagelijks in de sportzaal te vinden. Ik ben vader van drie zonen. Vanaf mijn 22ste woonde er altijd minstens ééntje bij mij in huis. Dat houd je scherp. Misschien heb ik daarom wel zoveel uit het perspectief van een kind geschreven.

In Last Night in Twisted River figureert de schrijver Danny Angel die net als u met zijn vierde boek wereldwijd doorbreekt. Angel heeft geen last van de roem en het fortuin. Wat voor effect had het op u?
Het is altijd makkelijk voor een oude man om te zeggen: gelukkig maar dat het allemaal geleidelijk ging. Ik was een behoorlijke angry young man. Het echte succes bleef uit bij de eerste drie romans. Het frustreerde mij omdat ik veel grote verhalen in mij had die ik wilde vertellen. De boeken die ik als kind las en die mij tot schrijver hebben gemaakt, waren de epossen van de grote negentiende-eeuwse schrijvers als Dostojevski, Dickens en Hardy. Ik wilde de architect zijn van grote karaktergedreven verhalen met een plot. Daarvoor moest ik eerst een model scheppen. Voor zo’n ‘landkaart’ had ik maximaal een uurtje per dag de tijd. Alle schrijvers uit de negentiende eeuw hadden veel oog voor detail.

Zoals bijvoorbeeld Gustave Flaubert?
In mindere mate. Hij is bijna te modern. Fantastisch maar mij nog te voorzichtig. Ik houd van de weelde van de visuele details. Voor het schrijven van mijn eerste vier romans had ik eigenlijk niet genoeg tijd. Ik gaf les en ik coachte, gewoonweg om aan de kost te komen. Het zat mij allemaal niet lekker, omdat ik veel meer aandacht aan de constructie van de romans wilde geven. Mijn ambitie was dat ik acht uur per dag kon schrijven. Ik wilde een paard zijn met oogkleppen, niet afgeleid door het drukke verkeer om mij heen.

Een visitekaartje met schrijver erop?
Ik wilde de tijd hebben, desnoods zes of zeven jaar per roman. De boeken mochten wat mij betreft uit de band springen wat het aantal pagina’s betreft. Ik vroeg mijn vrienden: kun jij een uurtje per dag dokter of advocaat spelen? Wat voor een praktijk zouden jullie hebben? Ik wilde aan één groot project werken zonder enige deadline.

En toen kwam The World According to Garp en een miljoenenpubliek maakte dat alles plotsklaps mogelijk.?
Het volgende boek, Hotel New Hampshire, was een grote teleurstelling voor mij. Niet wat betreft de inhoud, het afgeronde boek. Maar eerder wat betreft het leven als professioneel schrijver. Ik was succesvol, was financieel onafhankelijk. Maar wonder boven wonder kon ik nog steeds slechts één uur, maximaal twee uur per dag werken. Langer kon ik mij niet concentreren. Nu had ik de tijd en gebruikte die niet. Mijn wens ging niet in vervulling. Ik bleef angry.

Hoe lang heeft dat geduurd?
Toch wel een paar jaar. Pas ergens in het zesde boek (The Cider House Rules) was er een dag dat ik mij ’s middags ineens realiseerde dat ik zeven uur had gewerkt. Dat moment staat mij nog heel helder voor de geest. Sindsdien heb ik gelukkig die focus niet meer verloren. Er wordt mij vaak gevraagd welke roman mijn favoriet is. Ze zijn me allemaal even lief, maar sinds dat zesde boek heb ik als het ware een extra zintuig voor het complete verhaal. Dus die roman heeft wel een speciaal plaatsje in mijn oeuvre.

Nu moet uw vrouw u soms uit de werkkamer trekken?
Schrijven is natuurlijk een van de meest solitaire bezigheden. Zo tegen het eind van een boek moet ik mij echt dwingen om te stoppen. Ik maak dan steeds meer uren. Net zoals Danny Angel in deze laatste roman heb ik een sobere schrijfhut op een eiland. Als ik uit het raam kijk, zie ik de ‘gewonde’ boom die op het omslag staat. Nu ja, ik moet me dan wel in allerlei bochten wringen.

Gelijk even weer de hoek om naar Last Night in Twisted River. In al uw titels komen schrijvers voor. Hier legt de auteur Danny Angel ook zijn werkwijze uit. Het levert een prachtig ‘rond’ boek op met een inkijkje in zijn schrijversleven. Is John Irving zijn schrijverschap aan het inventariseren en wil hij dat delen met de lezer?
Ik heb het in mijn werk wel vaker over auteurs, maar nog nooit heb ik mij geuit over het schrijfproces. Je moet eerst genoeg hebben geschreven voordat je weet hoe het specifiek voor jou werkt. De eerste keer dat ik begon met de laatste zin en mij door het verhaal terug werkte naar het begin, dacht ik dat het een ongelukje was. Grappig: de opening is hetzelfde als het slot. Mijn eerste boek was een historische roman. Ik vermoedde dat het daarbij hoorde. De eerste zin van The World According to Garp is ook weer de laatste zin: ‘In the World of Garp we are all terminal cases.’ Ik heb geprobeerd die ergens anders neer te zetten, maar die zin versloeg mij. Het is geen methode want ik doe het niet bewust, maar het is wel mijn werkwijze geworden. Van achteren naar voren. Daar werd ik opnieuw pas bij The Cider House Rules van bewust.

Waarom wilde u dat nú naar buiten brengen?
Omdat het mij verwonderde. Het is bedoeld voor andere schrijvers, al wil ik niemand zeggen hoe hij te werk moet gaan. De moderne wereld zit vol met mensen die in hun vrije tijd proza of poëzie schrijven. Maar belangrijker is het verhaal. Dat de lezer de geweldsspiraal voelt. Een politieagent die het tot zijn levensdoel maakt om een op de vlucht geslagen kok en zijn schrijvende zoon te vinden. Het is een boek over de grenzen van de wet.

Een kritische noot bij de Amerikaanse maatschappij?
Hoe maak je een einde aan het geweld: je koopt een groter geweer dan je tegenstander. De oude vriend Ketchum denkt dat hij het probleem van Danny en zijn vader oplost door een dubbelloops geweer naar het restaurant te brengen. Je moet alleen weten hoe zo’n ding werkt. Hij begrijpt niet dat iemand afschieten voor sommige mensen moeilijk kan zijn. Hij doodt immers zijn hele leven al. De schrijver Danny maakt hem duidelijk dat er mensen zijn die dat eenvoudig niet kunnen. Dat is wel degelijk een boodschap in dit boek. Ik heb twintig jaar over deze roman nagedacht. Altijd waren er een kok en zijn zoon. Het moest beginnen in een woeste afgelegen omgeving ergens in het noorden. Een vissersdorp, een kreeftenstad of een gehucht met bosarbeiders waar de wet slechts bestaat uit één man die slecht en corrupt is. Dat komt in uithoeken vaak voor. En er moest iets gebeuren in het begin van het boek dat de vader en de zoon op de vlucht doet slaan. Meer dan vijftig jaar lang. Ik wist dus wat de richting was waarheen het verhaal diende te gaan. De zoon moest ten tijde van het gebeuren rond de twaalf zijn. Oud genoeg om het te herinneren, maar te jong om het helemaal te beseffen. Ik wilde de jongen de ervaringen en de verbeelding geven zodat hij een schrijver zou worden.

Tegen het eind is de schrijver Danny in het boek feitelijk bezig met het schrijven van Last Night in Twisted River. De schijnbaar oneindige repetitie. In het Nederlands noemen we dat het droste-effect. Dat maakt het boek beslist interessanter, maar ook een beetje verontrustend?
Een gedeelte van de roman gaat niet alleen over de manier waarop hij schrijft, maar over hoe zijn herinnering bijdraagt aan zijn verbeelding. De dingen die hij niet zelf heeft kunnen zien, maakten van hem een schrijver. Pas na vijf jaar later realiseerde ik mij dat het boek dat Danny Angel aan het schrijven is in feite mijn boek is.

De oude bosarbeider Ketchum lijkt de katalysator te zijn?
Ik miste een sterke derde figuur, iemand met wie de kok een hechte band heeft, maar die geen familielid is. Een tegenstrijdig personage. Drie mannen, totaal verschillend, die een soort ‘contract’ hebben om elkaar te beschermen. Maar er moest ook een conflict zijn. Elke keer als Danny en zijn vader weer moesten verkassen, zou Ketchum de link met het verleden zijn. Hij is de constante in het boek.

Het heeft iets weg van een oud Grieks drama?
Ja, een stuk van Aristoteles of misschien wel eerder een cowboyfilm. Een spaghettiwestern zou je kunnen zeggen, de Italiaanse kok in gedachten. In het begin gebeurt iets dermate vreselijks dat iedereen voor de rest van zijn leven verdoemd is. Het publiek bij de film weet dat er een ‘shoot-out’ komt. Zo zit het ook bij dit boek. De lezer weet gewoon dat er een confrontatie komt tussen de kok en de agent.

Dat is knap gedaan in de roman, je voelt dat de agent ze uiteindelijk gaat vinden.?
Het enige is dat je niet weet hoe, waar en wanneer. Die onrust heb ik bewust in het boek gestopt. Bijna organisch merkbaar moest het zijn. De meeste plannen van mensen zijn gedoemd om te mislukken. Zeker als je op de vlucht bent. Ik kan niet aan een roman beginnen voordat ik de laatste zin heb. Dit boek is langer in mijn gedachten geweest dan welke ander ook. Ik zag het einde gewoonweg niet. Ik realiseerde me niet dat het eigenlijk heel simpel is: het eindigt als Danny begint aan een nieuw boek. ‘He felt that the great adventure of his life was just beginning – as his father must have felt, in the throes and dire circumstances of his last night in Twisted River.’

Misschien was het té duidelijk.?
Waarschijnlijk wel. Wat windt deze schrijver nog op, een man die zoveel heeft verloren? De eerste zin van een nieuw boek natuurlijk. Waarom denkt deze man zo? Toen zag ik het plotseling: het werpt hem terug naar zijn jeugd. De omstandigheden van de laatste nacht in Twisted River.

Veel van uw boeken zijn verfilmd. De schrijver Carlos Ruiz Záfon, zelf werkzaam in de filmindustrie, wil beslist niet dat zijn boeken op het witte doek komen. Als motto hanteert hij: de beste film zit in het hoofd van de lezer?
Ik kan het niet generaliseren. De film naar The Cider House Rules vond ik fantastisch. Ik heb twee middelmatige ervaringen met Garp en Hotel New Hampshire. Iets waar ik honderd procent achter stond, was de film The door in the Floor, naar het eerste gedeelte van A Widow for One Year. Ik vroeg de filmmaker Tod Williams of hij al een eerste en een laatste scène had. Hij had een script, maar geen geld. Ik vond het heel goed en verkocht de rechten voor een dollar. Bij dat project ben ik zelf heel nauw betrokken geweest. Op dit moment ben ik met hem bezig aan een scenario naar The Fouth Hand. Met deze regisseur werk ik heel prettig samen. Ik vind het niet zo belangrijk of een roman wordt verfilmd of niet. Het maakt het verhaal niet completer. Met Garp ging het anders. George Hill kwam naar mij toe en vroeg of hij een film mocht maken van het boek. Ik vond Butch Cassidy and the Sundance Kid en The Sting hele goede films en hij was sympathiek. Daarom ging ik akkoord. Zolang als ik er zelf maar geen scenario voor hoefde te schrijven.

In 1999 won u anders wel een Oscar voor het script van The Cider House Rules.
Ik ben iemand die enorm veel herschrijft, maar op dat scenario heb ik uitzonderlijk gezweet.

Danny Angel zegt in het boek dat hij niets met de filmbusiness van doen wil hebben?
Bij dat Oscarwinnende script zag ik de beelden heel sterk voor mij. Zelfs al toen ik het boek aan het schrijven was. Zo sterk heb ik dat sindsdien niet meer meegemaakt. The Cider House Rules is elliptisch. Het begint met het weeshuis. Homer Wells komt terug nadat weer een set adoptieouders het heeft opgegeven. Het boek eindigt met een vrijwel identieke scène. Ik zag zo’n antieke trein voor mij en een verlaten station. Het was heel visueel. Het is gemakkelijk om in een roman een enorme tijdspanne te overbruggen. Bij films is dat vaak onmogelijk.

In verschillende films had u een zogenaamde cameo?
De schrijver moet natuurlijk wel een buitenstaander blijven. Bij een van de worstelwedstrijden van Garp was ik een official. Dat is een rol die mij wel past, langs de zijlijn. Of zoals in het geval van The Cider House Rules als de afkeurende stationschef op het perron. Ik heb veel goede acteurs aan het werk gezien. Robin Williams, Glenn Close, Rob Lowe, Jodie Foster en zeker ook Michael Caine. Met hen kan ik mij niet meten.

In Last Night in Twisted River blijft de jongen in feite door het hele boek sluimeren in de schrijver Danny Angel.
Juist, en dat is tegelijk het probleem. In een film moet je veranderen van acteur wanneer iemand opgroeit. Zoals de lezer zich in een boek verbonden voelt met een personage, zo voelt het bioscooppubliek zich verbonden met een acteur. In het script van The Cider House Rules heb ik een verhaal van vijftien jaar samengeperst tot achttien maanden. Daarom hoefden we Tobey Maguire niet te vervangen. Van dit nieuwe boek zal dan ook wel geen film komen. Daarvoor zou je het belangrijkste element moeten verliezen. Het heeft de lengte van een mensenleven. Net als de voorganger Until I Find You. Ik ben al benaderd om een script te schrijven, maar dat heb ik categorisch afgewezen. In A Son of the Circus is bijna geen tijdsoverbrugging. De hoofdpersoon heeft geen jeugd. Een complex boek, maar je kunt het om het even waar dan ook openslaan en de mensen zijn hetzelfde. Dat geldt ook voor The Fouth Hand, een van mijn kortere boeken. Daarom ben ik al enige tijd bezig met het maken van het script van deze twee romans. Daarbij moet ik veel verhaallijnen schrappen, maar ik hoef niets te doen met de tijdsboog.

U bewandelt veel zijpaden in uw boeken. Het levert wel eens de kritiek op dat u te veel uitlegt en niet een aanhanger bent van het aloude ‘show, don’t tell’ adagium.
Denk even aan de oude ‘wijsheid’ van Hemingway: ‘schrijf over wat je weet’. Ik heb een uitgesproken hekel aan het werk van Ernest Hemingway. Ik denk dat zijn invloed op de Amerikaanse literatuur triviaal is. Hij heeft het steno-instinct van een journalist in de roman gebracht. Zijn taal is het equivalent van reclamekopij. Voordat ik oud genoeg was om me te interesseren in de grote goede romans…

Hoe oud was u toen?
Ik was vijftien toen ik Dickens las. En dat was al moeilijk genoeg. Ik heb drie zonen. Mijn oudste las Garp toen hij twaalf werd. De andere twee lazen helemaal niets van mijn werk tot ze zestien waren. Het is ongewoon dat een jonge teenager lange gecompliceerde boeken met een plot leest, een literaire roman met een verhalende dimensie. Melville, Hawthorne. Maar ik ging wel naar klassiek theater. Shakespeare bijvoorbeeld. Niet dat ik het helemaal begreep, maar de verhaallijn was duidelijk. Terugkomend op die onzin van ‘show, don’t tell’, hoe zouden die fantastische toneelstukken zijn zonder verteller. Hoe begint Romeo en Julia? Er wordt verteld dat ze doodgaan. Is er iemand die de grootste Engelse schrijver die ooit geleefd heeft gaat vertellen dat dat niet mag? Moderne literaire kritiek ‘sucks’. Iemand die zelf nog nooit een epos heeft geschreven, hoeft mij niet vertellen hoe ik het moet doen.

In uw boeken komen ook veel herhalingen voor. In uw laatsteling geeft u regelmatig door het boek heen dezelfde persoonsbeschrijving. Kunnen we dat als een mantra zien? Injun Jane, de afwashulp met het dikke haar in een paardenstaart.
Absoluut. Het is niet zo dat ik denk dat de lezer niet slim genoeg is. Het is een refrein. Als je iets van waarde hebt te vertellen is herhaling noodzakelijk. Dat komt absoluut van het toneel. King Lear die steeds weer dezelfde vraagt stelt en de nar die daarnaast met een gekke bek effect scoort. Die nar ben ik. Hoe vaak heeft Danny Angel niet gehoord ‘dat het een wereld is met ongelukken.’

De boeken van Danny gaan over wat mensen vrezen. Een oud Nederlands gezegde: een mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest.
Ik krijg altijd dat gezeur over de autobiografische details. Dat ik over beren en over worstelen schrijf. Dat zijn onbelangrijke bijzaken. Natuurlijk schrijf ik weleens over beren. Waar ik de meeste tijd van het jaar woon, zie ik om de paar maanden wel een beer. Laatst nog in augustus. Ik zat in een bootje en er zwom er eentje rustig voorbij. Wat echt belangrijk is in mijn werk en in alle boeken terugkomt, is de vrees dat verschrikkelijke dingen zullen voorvallen en daarnaast dat sprankje hoop dat het niet zal gebeuren.

In de nieuwe roman schrijft u: ‘Hoe kunnen we plannen maken voor de toekomst, alsof deze op zeker komt? De vrees voor het einde. Als we lang genoeg leven worden we karikaturen van onszelf. Soms vallen mensen ineens ons leven binnen, net zoals we dierbaren ook verliezen, terwijl we het idee hadden dat ze altijd in ons leven zouden zijn.’ Dit lijkt me een van de belangrijkste zinnen. In het nieuwe boek verliezen maar liefst vijf personages een kind.

Zeker, dat is de kern van dit boek. Het personage Lady Sky bijvoorbeeld. Danny heeft geen idee waarom, maar hij voelt een onverklaarbare band met haar. Al voor hij weet dat zij ook een kind heeft verloren. Zij komt op een feestje aan een parachute naar beneden, compleet naakt. Danny vraagt zich af waarom ze zoiets doet. Onbewust weet hij dat er iets vreselijks met haar gebeurd moet zijn. In de trant van ‘wat kan nu nog een big deal zijn’. De enige clou die de lezer krijgt is dat de vrouw een litteken heeft van een keizersnede. Wanneer de zoon van Danny als student doodgaat door een auto-ongeluk, schrijft Lady Sky een brief. Maar die wordt onderschept als foute fanmail. Op dat moment is de lezer wel op de hoogte. Ik wilde de zoon van Danny niet dood laten gaan, maar dat drong zich zo aan mij op. Niet alles is vooraf helemaal duidelijk.

Toch is het wel een boek waaruit ook hoop spreekt. Zonder iets te verraden. Het einde is haast romantisch. Natuurlijk wel op de Irving manier.
Er valt al bijna niets meer te verraden. In de tijden van internet staat binnen de kortste keren het hele verhaal online. Dat is een nadeel voor schrijvers van boeken met een plot.

Even over uw politieke kant. Zodra Danny zich irriteert aan een politicus plakt hij briefjes met opmerkingen op de koelkastdeur. Lucht het u ook op als u op een ‘privé-schutting’ schrijft?
Ik werd helemaal gek toen Reagan en Bush president waren. Ik plakte uitspraken van hen op de muur. Op een dag vroeg mijn vrouw waarom ik mijzelf zo kwelde. Die geheugensteuntjes had ik inderdaad niet nodig. Eigenlijk zijn maar twee van mijn romans politiek. The Cider House Rules gaat over abortus en A Prayer for Owen Meany becommentarieert de oorlog in Vietnam. Vanuit politiek opzicht sta ik achter deze twee boeken. In de eerste omdat ik de mening van Dokter Wilbur Larch deel. In de laatste omdat de personages mijn politieke standpunten uitdragen. De politiek van Danny in Last Night in Twisted River is niet de mijne. Eigenlijk is Danny ook niet politiek. Hij is een drop-out. Hij leidt een teruggetrokken leven. Op een gegeven moment laat Danny de schoonmaakster alle notities van de koelkast afhalen. Hij realiseert zich dat hij zich niet zozeer druk maakt om de oorlog in Irak. Hij bedenkt dat hij het onverbloemde commentaar van de dan overleden Ketchum mist. Een heel persoonlijke noot.

Tegen het einde van het boek zit Danny alleen met zijn hond in de schrijfhut. Hoe meer hij tegen de hond praat, hoe minder hij eraan denkt wat de mening van Ketchum zou zijn. Kennelijk maakt een hond je minder politiek. Heeft u ook een hond?
Maar natuurlijk.

Schrijft u graag?
Ik sta heel vroeg op, doe wat gymnastiek en ga dan schrijven. Volgend jaar gaat mijn jongste zoon Everett naar de universiteit. Voor het eerst sinds mijn tweeëntwintigste is er dan geen kind in huis. Ik word, hopelijk, binnenkort achtenzestig. In mijn schrijven voel ik mij sterk verbonden met mijn jeugd en de daaraan verbonden herinneringen. Door de aanwezigheid van één of meer zonen ging schrijven vanuit het perspectief van een kind me gemakkelijk af. Als je met een twaalfjarige leeft, dan herinner je jezelf op die leeftijd. Dingen die je dacht vergeten te zijn komen weer boven. Ik vraag me af hoe dat in de toekomst gaat.

Hebt u daarom dit boek opnieuw opgedragen aan uw zoon?
Ja, er staat niet voor niets: Everett, mijn pionier en held.

U laat Danny zeggen dat alle schrijvers buitenstaanders zijn.
Ja, ik denk dat je als auteur een buitenstaander moet zijn. Ook in de betekenis van iemand die afstand neemt. Daarom laat ik Danny al op jonge leeftijd een beschouwer worden. Hij ziet zichzelf als een deel van een tableau.

Als Danny de kans krijgt om in zijn boek de fictie te verdedigen zegt hij: ‘Verhalen in het echte leven zijn nooit zo compleet als die in romans. In de media is echter de realiteit meer van belang.’
Dat is een taak van een auteur. Het maken van een mozaïek. Het aan elkaar knopen van losse verhaallijnen. Een ‘rond’ geheel afleveren. Voor mij is het van groot belang dat de lezer het verhaal op de juiste plaats binnenkomt en het ook weer verlaat waar ik wil. De belangrijkste vraag die ik mijzelf telkens weer stel is: wat als? Als kleine jongen wordt Danny verteld dat zijn vader met een grote gietijzeren pan een beer uit de keuken verjoeg, terwijl het in feite Ketchum was die met de vrouw van de kok bezig was. Wanneer Danny geen verhaaltje op de mouw was gespeld, had hij nooit afwasser Injun Jane voor een beer aangezien en haar de hersenen ingeslagen.

De meeste schrijvers weten vreemd genoeg van tevoren hoe dik een boek gaat worden.
Ook een verhaal heeft een uithoudingsvermogen. Ik had het gevoel dat het een pagina of vijf- à zeshonderd zou worden. Daarmee is deze laatste roman relatief dun. Ik heb het bewust opgezet als een toneelstuk in zes bedrijven. Elke keer als de kok en zijn zoon weer verder moeten vluchten omdat de cowboy ze op het spoor is, verander ik niet alleen van omgeving, maar spring ik ook in tijd soms wel tien, twintig jaar naar voren. De plaatsen waren mijn bakens. Eerst Coos County in New Hampshire, dan Boston, Vermont en Toronto, vervolgens terug naar Coos County en tenslotte naar Ontario. Zestien hoofdstukken in totaal. Al met al een periode van iets meer dan een halve eeuw. Van 1954 tot en met 2005. Uiteindelijk kwam er nog een zeventiende hoofdstuk bij omdat ik gedurende de jaren in Vermont een uitstap heb gemaakt naar Iowa. De vader van Danny werkte als kok in een Chinees restaurant. Daar wilde ik beslist de oorlog in Vietnam laten eindigen.

De laatste helikopter die vertrekt uit de Amerikaanse ambassade.
Een gruwelijk beeld inderdaad. Mensen die zich vastklemden en er vanaf vielen. Te schokkend voor het Amerikaanse publiek. Hier in Europa werd dat breed uitgemeten. Bij ons werd het gelijk de volgende dag van het scherm gehaald. Jaren later vertoonde men die beelden opnieuw. De Vietnamoorlog werd gedocumenteerd. Toen was het geschiedenis. Niet meer dan een uitzending op history channel. Hoe wrang het ook is, maar zo moest die oorlog eindigen. Alleen al vanuit het oogpunt van verhaalperspectief. Een beeld, hoe verschrikkelijk ook, dat perfect gestalte geeft aan de waanzin van dat conflict. Oorspronkelijk gingen we daarheen om de Zuid-Vietnamezen te beschermen tegen de Vietcong. Maar er moest zo nodig in Noord-Vietnam worden gebombardeerd. Ik sprak met soldaten die soms twee of drie keer waren uitgezonden. Ze hadden dorpen in Zuid-Vietnam bevrijd. Er kwam een bestand. De Noord-Vietnamezen kwamen terug naar de dorpen. Het is op z’n minst demotiverend als je een dorp al een of twee keer eerder hebt bevrijd. Met het verlies van verschillende manschappen. De bevolking vertrouwt je natuurlijk ook niet meer. En wie waren de mensen die van die helikopter afvielen? Zuid-Vietnamezen. De mensen die wij kwamen beschermen. En het wrange is dat er eigenlijk genoeg helikopters waren om iedereen in heel Zuid-Vietnam te evacueren. Dat was misschien een goede oplossing geweest. Met z’n allen naar Florida. Het leverde een van mijn favoriete scènes op in het boek. Het keukenpersoneel in de Chinees dat zich enorm opwindt over Kissinger. Iemand die van woede niet oplet en een vinger afhakt als hij groente aan het snijden is.

Op de voorkant van Last Night in Twisted River staat een gebogen boom. Krom gegroeid door het leven als het ware, maar nog steeds geworteld. Een metafoor voor veel van uw personages en misschien ook voor uzelf?
Over een paar jaar wellicht. Al heb ik ook heel wat meegemaakt. In december 2007 is die foto door mijn zoon genomen. Op het eiland waar mijn schrijfhut staat. Er lag een enorm pak sneeuw zodat de andere kant van de baai niet zichtbaar was. Daarom lijkt die boom helemaal op zichzelf te staan. Al meer dan twintig jaar, dezelfde tijd dat ik over dit boek heb nagedacht, is er niets aan mijn uitzicht veranderd. Deze zomer had ik de laatste proefdruk net nagekeken en goedgekeurd. We arriveerden op het eiland. De hond was al aan het zwemmen. Ik was bezig om mijzelf in te richten en lette niet op de omgeving. Plotseling kwam mijn zoon naar mij toe en trok mij naar buiten. De boom was afgebroken.

Schrijft u alleen in die hut?
Ik heb naast de schrijfhut ook een werkplek in mijn appartement in Toronto. Het huis in Vermont ligt op een berg en is dus ook behoorlijk afgelegen. Gedurende de jaren dat ik aan een roman schrijf, ben ik er zo diep in verzonken dat ik overal kan werken. Desnoods direct naast een drukke weg. Ik herschrijf en herlees enorm veel. Als het af is, kom ik er liever niet meer op terug. Het is min of meer uit mijn systeem.

Lastig als het dan na een tijdje vertaald is. Jaren later moet je dan weer over een boek praten dat al een eigen leven leidt.
Meestal duurt het niet zo lang. Soms komt het te snel. Februari volgend jaar ben ik hier alweer terug. De eerste vertaling is die in het Nederlands. Alsof ik tussendoor een paar weekendjes vrij heb gehad.

De promotie houdt een schrijver af van zijn eigenlijke werk. Zeker iemand met een ‘wereldagenda’.
In zekere zin is het daarom goed geweest dat het vier boeken duurde voordat ik echt succes had. Al dacht ik daar, zoals gezegd, toen echt anders over. Ik mag niet klagen over het publiciteitswerk. De eerste drie boeken kregen helemaal geen aandacht. Ik wist zelfs niet dat er promotieafdelingen bestonden. Toentertijd werd ik nergens uitgenodigd. Het zou hypocriet zijn om nu te zeggen dat ik de promotie verafschuw. Natuurlijk ben ik op dat moment weg van mijn familie en is er weinig tijd om te schrijven, maar het is een wezenlijk onderdeel van mijn beroep. Je moet er niet moeilijk over doen. Misschien was ik wel verwend geworden als mijn debuut direct succesvol was geweest.

Misschien is het met dit boek ook gemakkelijker. Het lijkt heel dicht bij u te staan.
Zeker. Niet zozeer emotioneel. Het leven van Danny Angel is geen blauwdruk van het mijne. Maar zijn visie op het schrijversschap ligt mij na aan het hart. De gebeurtenissen in een jong leven die hem tot schrijver maken. In zekere zin is dit boek een statement over schrijven. Waar komt het allemaal vandaan. Ik wilde de beweegredenen weergeven die ik denk gevonden te hebben.

Een van uw oneliners: de wereld van mijn verbeelding is rijker en interessanter dan mijn persoonlijke biografie.
De eerste dingen die ik schreef waren ongelooflijk overdreven. Ik heb achteraf medelijden met mijn leraren. Maar mijn fantasie is mijn grootste wapen. Ik hoef niet zo nodig een ‘meer intellectuele’ schrijver te worden door technische hoogstandjes. Natuurlijk gebruik ik ook flashbacks en vooruitblikken. Wat een verhaal pulserend maakt is het samenknopen van verschillende gebeurtenissen. Ze tot een groter geheel maken.

‘In media res’ is de titel van een hoofdstuk. Het verhaal ergens middenin beginnen. Dat is toch ook een snufje?
Dat is als vanzelf gekomen. Daar heb ik nauwelijks over nagedacht. Het schudt natuurlijk de lezer wel gelijk wakker. Met die actie houd je de aandacht vast. Het is uiteindelijk ook een spannend verhaal.

Met veel humor ook. Is dit boek de opmaat voor een grote finale? Een duizenden pagina’s tellende trilogie bijvoorbeeld?
Ik heb twee hoofdstukken geschreven van een volgend boek. Ditmaal heb ik echter twee slotzinnen die met elkaar aan het worstelen zijn. Ze zijn al zeker een paar rondes onderweg. Dat is me nog niet eerder overkomen. Zou dat een van de eerste tekenen van seniliteit zijn? Ik heb nog steeds de tijd van mijn leven, zowel letterlijk als figuurlijk. Waarschijnlijk ben ik zo iemand die als zijn laatste uur slaat nog een idee krijgt voor een nieuw boek.

Na uw studie bleef u werken aan de universiteit als assistent van Kurt Vonnegut. Ik heb de jonge Australische schrijver Steve Toltz ‘een John Irving op speed’ genoemd. Kent u de Man Booker Prize genomineerde?
Ik heb van hem gehoord. Bedankt voor het boek. Voor het lezen van een epische roman heb ik altijd tijd.
Delen
Koppelingen
Meer interviews
Interview met Yves Petry Door Guus Bauer (15-03-2019)
Interview met Ron Wunderink Door Guus Bauer (04-03-2019)
Interview met Jón Kalman Stefánsson Door Guus Bauer (28-02-2019)
Interview met Tommy Orange Door Guus Bauer (19-02-2019)
Interview met Mira Feticu Door Guus Bauer (11-02-2019)