Interview met Jón Kalman Stefánsson
'Een schrijver is een eiland'
Door Guus Bauer en Ezra de Haan (12 augustus 2014)
De trilogie van de IJslandse schrijver Jón Kalman Stefánsson (1963) - Hemel en hel, Het verdriet van de engelen en Het hart van de mens - is overladen met nominaties en prijzen en zal worden verfilmd. Guus Bauer en Ezra de Haan spraken met hem.

Eigen stem
In IJsland, waar we maar met weinigen zijn, moet je expert zijn op veel verschillende vlakken. Na mijn schooltijd heb ik drie jaar in de bouw en in de vis gewerkt. Tijdens en na mijn studie was ik nachtportier in een hotel, schoonmaker bij kantoren, bibliotheekmedewerker en freelance journalist. Het was het zoeken naar tijd en geld om te kunnen schrijven. Sinds twaalf jaar ben ik fulltime schrijver.

Het heeft enorm lang geduurd voor ik mijn eigen stem had gevonden. Ik ben begonnen als dichter, publiceerde drie bundels toen ik begin twintig was. Mijn leven speelde zich uitsluitend af rond gedichten, dichters en optredens. Dat was in die dagen voor mij het ultieme leven. In IJsland werd en wordt enorm veel geschreven en gelezen en lang werd het dichterschap het hoogst haalbare geacht.

De macht van het woord
Natuurlijk komen de saga’s bij ons vandaan. Dat zijn wereldklassiekers op het gebied van de verhalende kunst. Maar de laatste werden in de veertiende eeuw geschreven. Daarna ontstond er een leemte op prozagebied. Massaal wijdde men zich aan de poëzie. Het was het belangrijkste wapen tijdens onze vredelievende onafhankelijkheidsstrijd tegen de Denen. De macht van het woord. Wel een vreemd wapen, want de Denen verstonden er niets van. Maar voor de IJslanders zelf was het heel belangrijk. Onze identiteit is opgebouwd in gedichten.

Dat is de laatste decennia veranderd ten gunste van de roman. Natuurlijk was er wel altijd een levendige orale traditie. Wat moet je anders in een afgelegen en ijskoud gebied rond de kachel. Theaters werden bijvoorbeeld pas in de tweede helft van de vorige eeuw gebouwd. Mensen speelden daarvoor tussen de schuifdeuren of kwamen samen in een van de schaarse cafés.

Prozastem
Ik schreef destijds veel donkere gedichten. Op die leeftijd kan de duisternis nog iets veelbelovends hebben, nog niet tot depressie leiden. Hoewel de kritieken zeer positief waren, begon ik langzaam te beseffen dat er iets in mij zat dat er via de gedichten niet uitkon. Ik kreeg het niet te pakken en besloot me aan proza te wagen. Sindsdien heb ik helaas geen gedichten meer geschreven. De poëzie moest me eerst de rug toekeren voordat ik mijn prozastem kon vinden.

Dat is de prijs die ik heb moeten betalen, maar af en toe flitst er nog een poëtisch beeld door in mijn teksten. Door ze spaarzaam te gebruiken komen ze misschien zelfs beter tot zijn recht. In feite zou ik uit de trilogie zinnen kunnen zeven en er een gedichtenbundel van maken. Maar dat is een weg die ik denkelijk niet meer wil gaan.

Mogelijkheid tot reflectie
Na publicatie van mijn eerste prozabundel was ik erg onzeker. Een aantal jaren bleef mijn pen droog. Ik dacht zelfs dat het voorbij was. Dat het niet meer was dan een jeugdzonde, dat het mij niet gegeven was om te schrijven of te dichten. Totdat ik me realiseerde dat ik niet alleen een verhaal wilde vertellen, maar dat ik een heel universum in een boek wilde stoppen. Ik wilde een droom maken die opgebouwd is uit herinneringen, een lucide, haast organische manier van schrijven waarbij historische details alleen bijdragen aan de atmosfeer. Het verhaal is ondergeschikt aan de met woorden geschapen wereld.

Van 2006 tot en met 2011 ben ik bezig geweest aan deze trilogie. Het was in eerste instantie een enkel boek. Het verklaart wellicht waarom de drie delen onafhankelijk en in willekeurige volgorde te lezen zijn. Maar ik wilde de lezer niet een Bijbel van 800 pagina’s voorschotelen. Ik ben me ervan bewust dat mijn stijl voor de niet geoefende lezer veeleisend kan zijn. Het opdelen heeft ervoor gezorgd dat er ruimte ontstaat. Er gebeurt iets tussen de verschillende boeken. Het geeft extra dimensie, de mogelijkheid tot reflectie, maar zelden zal iemand immers direct naar een volgend deel grijpen. Bovendien kreeg ik zelf daardoor de mogelijkheid om het verhaal uit verschillende perspectieven te vertellen.

De muziek van de taal
Pauzes zijn bijzonder belangrijk in een tekst. De lezer moet ‘op adem’ kunnen komen. Ik denk graag over mijn teksten als over muziek. Het zijn eigenlijk symfonieën, of requiems zo men wil. Liever dan schrijver zou ik componist zijn. Mijn gevoel bepaalt uitsluitend waar een hoofdstuk eindigt, wat de lengte van een verhaal is en of ik inzoom op een biografie van een personage, of slechts summier, van afstand informatie geef. Als ik schrijf, hoor ik de muziek en het ritme van de taal.

Omdat ik een universum heb geschapen in de trilogie zou ik in principe verder kunnen gaan. In IJsland vroeg men mij na publicatie van het derde deel wanneer deel vier verschijnt. Ik antwoordde dat de lezer dat schrijft. Ik ben geen planner, gebruik ook geen schema’s. Dat zou het onlogische buiten boord houden, het onverwachte, het onbestemde, het avontuurlijke. Wat misschien wel de kern van literatuur is.

In een flow
Ik zou geen boek met voorbedachten rade kunnen schrijven. Natuurlijk denk ik na een werkdag ook veel na, schrijf zelfs weleens een paar regels op voor de volgende dag, maar meestal, als ik dan een kwartiertje aan het schrijven ben, duikt ineens een nieuwe weg op, een onverwachte route. Nieuwsgierig als ik ben, wil ik dat pad dan afleggen. Soms blijkt na een paar weken dat ik de verkeerde kant ben opgegaan en gooi ik de tekst weg. Zonder spijt, ik weet dan in ieder geval dat ik het daar niet moet zoeken. Je bent op reis maar weet niet of je naar het oosten of het westen zult gaan. En dat is goed.

Ik ben een snelle schrijver, schrijf in een flow, heb soms het idee dat ik bijna de controle verlies. Een geweldig gevoel. Iets waar je je vinger niet precies op kunt leggen is poëzie. Voor de trilogie heb ik in totaal minstens drie keer zoveel geschreven. Omdat ik bang ben dat mijn vingers voor me gaan denken wanneer ik een computer gebruik, schrijf ik de eerste versie met een potlood. De gum is daarbij mijn belangrijkste instrument. Ik lees het nog eenmaal door, corrigeer hier en daar wat en laat het dan liggen.

Eerste versie
Zes maanden later begin ik het in de computer te zetten. Sommige stukken verdwijnen volkomen, andere delen pas ik slechts op woordniveau aan. Mijn werkdagen worden dan langer en langer. Bij het schrijven van de eerste versie ben ik na een uur of vier wel klaar. Meer kan de fijne motoriek die nodig is voor het met de hand schrijven in mijn geval niet aan.

De geestelijke energie is ook wel op. Wanneer ik aan het typen ben, kan ik soms wel werkdagen van twaalf uur maken omdat je dan gefocust bent op wat je kunt verbeteren. Soms heb je het idee dat het boek waardeloos is. Het zijn de meest eenzame tijden voor een schrijver. Dagen en weken kun je rondlopen met een probleem. Ik geniet het meeste van de eerste versie, de echt creatieve stroom.

Tijd om te experimenteren
Op dat moment leef ik ook in die wereld. Ik schrijf bovendien over mijn land, een eiland, een ideale plek om over te schrijven gezien de begrenzing. In vroeger dagen was het alleen met een boot te bereiken. Het is voor mij maar de vraag of ik ergens anders dan over mijn geboorteland zou kunnen schrijven, of in elk geval over iets dat ik op een of andere manier onder mijn huid heb. Dat geldt voor alle tien romans, zeven voorafgaand aan de trilogie, die ik tot nu heb geschreven. Maar ik ben nog niet zo oud. Er is nog tijd om te experimenteren. Je weet nooit hoe je je als persoon en schrijver nog ontwikkelt.

Een schrijver is een eiland en de oceaan om je heen beïnvloedt je steeds weer. De oceaan is gemaakt van woorden van andere schrijvers. Ik lees al meer dan dertig jaar bewust de fictie van andere schrijvers. Als je jong bent dan sta je heel erg open. Alles is nieuw voor je. Bepaalde boeken kunnen een grote verandering bij je teweegbrengen. Wat ik heb geabsorbeerd komt naar buiten in mijn schrijven. Sommige boeken ben je vergeten, van andere ben je je zeer bewust.

De Noorse schrijver Knut Hamsun heeft me erg beïnvloed. Wanneer je over je voorbeelden nadenkt, verlies je jezelf. Waar houdt de beïnvloeding op? Soms tap je toevallig uit hetzelfde vaatje. Je kunt door een auteur worden geïnspireerd die je nog nooit hebt gelezen. Misschien heeft deze wel weer iemand anders aangeraakt. De bronnen zijn onduidelijk, of in het beste geval vaag. Je weet nooit waar de golven uit de oceaan vandaan komen.

Oerkracht
Terug naar het begin van mijn prozaschrijven. Nadat ik mijn drang tot dichten van me af had geschud, schreef ik twee romans die ik wijselijk genoeg heb weggegooid. Daarna begon ik aan een boek over het nachtleven in Reykjavik. Mijn hoofdpersonage nam een taxi naar het westen van IJsland. Ik verbaasde me daarover want ik wilde dat niet maar kon hem niet tegenhouden. Toen hij de taxi nam begon het ineens goed te gaan met mijn schrijven. Voordien was ik heel geforceerd aan het construeren.

Dat personage weigerde terug te komen uit het rurale gedeelte van IJsland. Hij heeft me mijn eigen geluid gegeven. Ik ging zitten en drie, vier jaar later had ik drie romans geschreven. Dat was mijn eerste trilogie, handelend over de jaren zeventig in IJsland. Er zit een soort oerkracht in die boeken. Je kunt merken dat de auteur plezier heeft beleefd aan het schrijven.

Gunfactor
Je kunt het beste met hart en ziel schrijven, je moet niet te veel nadenken. Ik ben namelijk niet zo’n slim persoon. Zo had ik na het schrijven van een groot aantal pagina’s aan de nieuwe trilogie pas door dat ik mijn hoofdpersoon, de jongen die op reis gaat, naamloos had gehouden. Het past heel goed bij het universele karakter. Op dezelfde manier verlaat ik het ene personage om via een ander personage verder te gaan met het verhaal, of voeg ik dialogen toe. Niet uit effectbejag, ik denk bij het schrijven niet aan de lezer, maar omdat het gevoelsmatig kennelijk zo moet. Het hart dat het brein stuurt.

Ik ben overigens een enorme twijfelaar, maar dat hoort denk ik wel bij de literatuur, is waarschijnlijk de basis. Wanneer je meent dat je een groot schrijver bent, is het tijd om op te houden. Bij elke nieuwe tekst ben ik een beginneling. Het is een raar beroep. Je werkt een paar jaar in eenzaamheid aan een tekst zonder zeker te weten of het kwaliteit heeft of niet. Je kunt daarna allerlei prijzen winnen en toch kan het boek over twintig, dertig jaar volledig vergeten zijn. Je bent nooit zeker. De gunfactor speelt ook een rol. Een boek kan totaal worden genegeerd. En dat heeft vaak niets met de kwaliteit van de tekst te maken.

Delen
Meer interviews
Interview met Brad Watson Door Guus Bauer (09-01-2019)
De taal voor het publieke gerecht Door Guus Bauer (11-12-2018)
Interview met Michel Laub Door Guus Bauer (02-11-2018)
Interview met Geir Gulliksen Door Guus Bauer (03-10-2018)
Interview met Deborah Feldman Door Guus Bauer (11-09-2018)